Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten

Provincie Overijssel

Wat is de Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten?

De regeling Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten geeft subsidie voor grote projecten die de leefgebieden of groeiplaatsen van aandachtsoorten (soorten op de Aandachtsoortenlijst Overijssel) verbeteren. Het gaat om maatregelen zoals de aanleg of het herstel van leefgebieden, het verbinden van leefgebieden, het versterken van bestaande populaties of het aanleggen van kunstmatige rust- of verblijfplaatsen. De subsidie is bestemd voor organisaties en overheden die natuurbeheer uitvoeren, niet voor particulieren.

Wie komt in aanmerking voor de Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten?

Deze regeling is bedoeld voor: - Eigenaren van een landgoed dat groter is dan 20 hectare - Terreinbeherende Organisaties - Overijsselse gemeenten - Waterschappen - Organisaties die natuurbeheer als (statutair) doel hebben

Je blijft binnen de de-minimisruimte
Over drie belastingjaren mag je maar een beperkt bedrag aan staatssteun ontvangen.
De definitieve beoordeling ligt bij Provincie Overijssel.

De rechtsvorm moet een stichting, vereniging, BV, NV of een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn. Particulieren kunnen mogelijk gebruikmaken van de subsidieregeling Natuur voor elkaar - Inwonersinitiatieven (initiatief D).

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidie is mogelijk voor een of meer van de volgende activiteiten:

Activiteit A: Aanleg en herstel van leefgebieden of groeiplaatsen, waaronder:

  • Aanleg van kruidenrijke randen langs akkers, weilanden, sloten, watergangen, bosranden en bospaden, en op heideterreinen (binnen en buiten natuurgebieden).
  • Aanleg van kruidenrijke akkers en zandkuilen met steile noordwanden op heideterreinen.
  • Terugzetten van bosranden tot een 10 meter brede zone ("bosmantel").
  • Verschraling, herstel of vergroting van droge en natte schraalgraslanden buiten Natura 2000-gebieden.
  • Hydrologisch herstel buiten Natura 2000-gebieden (dempen van ontwatering, hoger waterpeil).
  • Aanleg of verbetering van poelen, heidevennen en natuurvriendelijke oevers.
  • Aanleg van houtige elementen zoals singels, houtwallen, hagen, hakhoutsingels, hakhoutbosjes, struweel- en scheerhagen en ruigten.
  • Zeer specifieke maatregelen die niet onder normaal natuurbeheer vallen, zoals het creëren van voorjaarsinundatiegebieden in uiterwaarden.

Activiteit B: Aanleggen of verbeteren van verbindingen tussen leefgebieden, met natuurlijke elementen of kunstmatige voorzieningen (fauna- of vispassages).

Activiteit C: Versterken van bestaande populaties door het verzamelen van zaden, opkweken van kiemplanten en bijplanten van planten van de aandachtsoortenlijst.

Activiteit D: Aanleggen van kunstmatige rust- of verblijfplaatsen (zoals vleermuiskelders, otterholts, nestkasten), altijd in combinatie met verbeteringen in de directe leefomgeving.

Subsidiabele kosten zijn eigen personeelskosten en kosten van derden. Voor specifieke maatregelen gelden vaste maximale tarieven (zie 'Hoeveel krijg je?'). Verder geldt:

  • Kosten voor inzaai, aanplant of herplant komen alleen in aanmerking bij gebruik van inheemse soorten die passen bij de regio, de standplaatscondities en de gewenste doelsoorten.
  • Waardedaling van de grond komt alleen in aanmerking bij de maatregel aanleg heidecorridors, en alleen als de herbeplantingsverplichting niet via spontane bosontwikkeling ingevuld kan worden maar elders op landbouwgrond gerealiseerd moet worden, met afwaardering van de perceelswaarde. Dit moet gebaseerd zijn op een taxatie door een onafhankelijke deskundige van het verschil in marktwaarde voor en na de maatregel en inrichting tot bosgrond.
  • Beheer en onderhoud komt alleen in aanmerking als het gaat om instandhoudingsmaatregelen voor kruidenrijke randen en heide-akkers die tijdens de instandhoudingsperiode van 6 jaar (gedeeltelijk) gefreesd en opnieuw ingezaaid moeten worden.
  • Maximaal 10% van de begrote kosten voor planvorming.
  • Maximaal 10% van de begrote kosten voor procesmatige werkzaamheden zoals begeleiding van de uitvoering en projectmanagement.
  • Maximaal 10% van de begrote kosten voor werkzaamheden gericht op communicatie of educatie, gekoppeld aan het project.

Er wordt geen subsidie verstrekt voor maatregelen die binnen het herstel- en ontwikkelprogramma voor Natura 2000-gebieden (kunnen) worden uitgevoerd.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen. Daarbovenop gelden per type activiteit aparte maximumbedragen per aanvraag: - Voor het aanleggen of verbeteren van verbindingen tussen leefgebieden (activiteit B): maximaal € 200.000 per aanvraag. - Voor de aanleg van heidecorridors en bosrandverbetering: maximaal € 100.000 per aanvraag. - Voor de overige maatregelen: maximaal € 50.000 per aanvraag.

Voor waardedaling van de grond bij aanleg van heidecorridors geldt een aparte regel: de subsidie bedraagt 100% van de waardevermindering, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als het landbouwgrond betreft.

Voor specifieke maatregelen gelden vaste maximale subsidiabele tarieven:

  • € 100 per solitaire boom, inclusief planten en toebehoren
  • € 2.500 voor de aanleg van een poel
  • € 0,67 per m² voor de aanleg (inclusief zaaimengsel) van een kruidenrijke rand
  • € 0,16 per m² voor het in stand houden van de kruidenrijke rand, voor de totale periode van 6 jaar
  • € 0,08 per m² voor het in stand houden van een ruigtestrook of natuuroever
  • € 0,83 per m² voor de aanleg van een natuuroever (afgraven talud, plaatsen afrastering)

Daarnaast geldt:

  • Maximaal 10% van de begrote kosten voor planvorming
  • Maximaal 10% van de begrote kosten voor procesmatige werkzaamheden zoals begeleiding van de uitvoering en projectmanagement
  • Maximaal 10% van de begrote kosten voor werkzaamheden gericht op communicatie of educatie, gekoppeld aan het project

Als je subsidie vraagt voor waardedaling van grond bij activiteit B, moet de subsidie voldoen aan de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Dit geldt niet voor gemeenten en waterschappen. De regeling kent een subsidieplafond; is dat bereikt, dan worden aanvragen afgewezen.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2022-2026-31 dec 2026--
2026-31 dec 2026--
Openstelling-31 dec 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten?

De aanvraag moet aan de volgende algemene voorwaarden voldoen: - Het plan voor de maatregelen is opgesteld door een beroepsmatige ecoloog. - De maatregelen worden uitgevoerd in Overijssel. - Het gaat om eenmalige maatregelen. - De instandhouding van de maatregelen moet voor ten minste 6 jaar gewaarborgd zijn. - Plantgoed met blote wortel moet worden aangeplant in de periode 15 september tot 15 januari (Gedeputeerde Staten kunnen hiervan afwijken bij bijzondere weersomstandigheden). - Ingebracht plantgoed of zaaigoed is van inheemse en zo mogelijk lokale oorsprong. - De leefgebieden die worden gemaakt, verbonden of verbeterd, moeten voldoende groot en van goede kwaliteit zijn, met gunstige omgevingsfactoren. - Bij aanleg van (knot-)bomensingels, houtwallen, hakhoutsingels, hagen, kruidenrijke randen, natuuroevers, ruigten, poelen of heidevennen: uitvoering volgens de richtlijnen Verbeteren leefgebied van aandachtsoorten. - Er wordt geen subsidie verstrekt voor maatregelen die binnen het herstel- en ontwikkelprogramma voor Natura 2000-gebieden (kunnen) worden uitgevoerd.

Minimale omvang per type maatregel:

  • Lintvormige landschapselementen ((knot-)bomensingels, houtwallen, hakhoutsingels, hagen, kruidenrijke randen, ruigten, natuuroevers): minimaal 500 meter.
  • Hakhoutbosjes: minimaal 1000 m².
  • Bosmantel: de bosrand moet over een lengte van ten minste 500 meter gemiddeld 10 meter worden teruggezet (met maximaal 2 struiken per strekkende meter bosrand en maximaal 0,1 gram zaad per strekkende meter bosrand).
  • Poelen en heidevennen: minimaal 250 m².
  • Heideakkertje: minimaal 1000 m² en maximaal 1500 m².
  • Zandkuil op de heide: maximaal 2 meter diep, met een rechte noordwand.

Extra voorwaarden bij activiteit B (verbindingen tussen leefgebieden):

  • Heidecorridors hebben een minimale breedte van 25 meter.
  • Bij aanleg van faunapassages moeten de uitrastering van de weg en de geleiding naar de faunatunnel worden meegenomen.
  • Faunavoorzieningen kunnen uitsluitend worden aangelegd voor marterachtigen, reptielen, amfibieën of vissen van de aandachtsoortenlijst.
  • Bij subsidie voor waardedaling van grond moet worden voldaan aan de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw (dit geldt niet voor gemeenten en waterschappen).

Extra voorwaarde bij activiteit D (kunstmatige rust- of verblijfplaatsen):

  • De aanvraag moet ook verbeteringen van het leefgebied van de beoogde aandachtsoorten in de directe omgeving van de voorziene rust- en verblijfplaatsen bevatten.

Hoe vraag je de Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten aan?

Je vraagt de subsidie aan via het digitale aanvraagformulier op de website van de provincie, waarbij inloggen met eHerkenning verplicht is. In het formulier upload je ook de gevraagde bijlagen.

Verplichte bijlagen:

  • Een overzichtskaart (minimale schaal 1:25.000) en een ArcGIS-bestand (Shapefile .shp of ESRI file geodatabase .gdb) met de locatie van de voorgenomen maatregelen.
  • Detailkaarten (minimale schaal 1:2.500) en een ArcGIS-bestand (.shp of .gdb) met de huidige en toekomstige situatie.
  • Een projectplan met: een uitgeschreven begroting, de te nemen maatregelen per aandachtsoort en de manier van uitvoering, een planning van uitvoering, een beschrijving van voorzorgsmaatregelen tijdens de uitvoering, een beschrijving van beheer en instandhouding, en bij aanplant een lijst van soorten.
  • Alleen bij een aanvraag voor heidecorridors én waardedaling van de grond: een taxatie van de waardedaling (gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de maatregel en inrichting tot bosgrond) en een intentieverklaring van de gemeente dat zij de wijziging van het omgevingsplan wil regelen.
  • Verleningsbrieven, als je organisatie de afgelopen 3 jaar (geen belastingjaren) de-minimissteun heeft ontvangen die niet van de provincie zelf kwam.
  • Een bewijs van bankrekening (bijvoorbeeld een bankafschrift of schermprint bij telebankieren, met naam en rekeningnummer zichtbaar; geen kopie van de bankpas), als je niet eerder subsidie van de provincie hebt ontvangen of je rekeningnummer is gewijzigd.
  • Een ondertekende machtiging, als je het formulier invult als gemachtigde.

Aanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst van complete aanvragen (inclusief alle gevraagde bijlagen). Is een aanvraag niet compleet, dan wordt om aanvulling gevraagd; de aanvraag is compleet zodra de gevraagde gegevens zijn ontvangen. Nagestuurde bijlagen worden pas in behandeling genomen op het moment van ontvangst. Complete aanvragen gaan voor en worden direct in behandeling genomen. Subsidie wordt verleend totdat het beschikbare budget bereikt is.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

De behandeltermijn van de aanvraag is maximaal 13 weken. Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst van complete aanvragen (met alle gevraagde bijlagen), totdat het beschikbare budget bereikt is.

Tijdens de looptijd geldt onder meer dat de maatregelen zo moeten worden uitgevoerd dat de instandhouding ervan voor ten minste 6 jaar gewaarborgd is. Bij kruidenrijke randen en heide-akkers moet tijdens deze instandhoudingsperiode van 6 jaar (gedeeltelijk) gefreesd en opnieuw ingezaaid worden om het bloemrijke karakter te behouden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Overijssel; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.