Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Overijssel
Gedeputeerde Staten van Overijssel
Voor ondernemingen (inclusief MKB-bedrijven) die bedrijfsterreinen saneren.
Ook bekend als BEVER, Convenant Bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening voor sanering van verontreinigde bedrijfsterreinen in Overijssel, waarbij ondernemingen subsidie kunnen aanvragen voor saneringskosten van bedrijfsterreinen waarvan de verontreiniging in belangrijke mate vóór 1 januari 1975 is veroorzaakt.
Voor wie is het bedoeld?
Voor ondernemingen (inclusief MKB-bedrijven) die bedrijfsterreinen saneren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Sanering van verontreinigde bedrijfsterreinen in Overijssel
- Financiering van voorbereiding, uitvoering en toezicht op bodemsanering
- Dekking van saneringskosten voor historische vervuiling (vóór 1975)
Voorwaarden
- Verontreiniging moet in belangrijke mate vóór 1 januari 1975 zijn veroorzaakt
- Aanvraag indienen met behulp van door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier
- Saneringskosten moeten netto-saneringskosten zijn (exclusief BTW in vooraftrek, exclusief samenlopende kosten)
- Schriftelijk verslag van uitvoering sanering vereist
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Algemene toelichting Hoofdstuk I. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Doel van de verordening Artikel 2.1. Bevoegdheid Gedeputeerde Staten Hoofdstuk II. De aanvraag van de subsidie Artikel 3.Wijze van indienen van de aanvraag Artikel 4. De inhoud van de aanvraag Artikel 5. De ontvangst van de aanvraag Hoofdstuk III. De verlening van de subsidie Artikel 6. De voorwaarden voor de subsidie Artikel 7. De hoogte van de subsidie Artikel 8. De beslissing op de aanvraag tot verlening van de subsidie Artikel 9. De inhoud van de beschikking tot verlening van de subsidie Hoofdstuk IV. De vaststelling van de subsidie Artikel 10. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie Artikel 11. De ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie Artikel 12. De beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie Artikel 13. De inhoud van de beslissing tot vaststelling van de subsidie Hoofdstuk V. De uitbetaling, de intrekking, de wijziging en de terugvordering van de subsidie Artikel 14. De uitbetaling van de subsidie Artikel 15. De intrekking, de wijziging en de terugvordering van de subsidie Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Toezicht op de naleving Artikel 17. Evaluatie doeltreffendheid en effecten subsidie in de praktijk Artikel 18. Inwerkingtreding en werkingsduur Artikel 19. Bekendmaking Artikel 20. Algemene Subsidieverordening Overijssel Artikel 21. Citeertitel Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR36701 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR36701/1 sluiten Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Overijssel Geldend van 02-10-2002 t/m heden Intitulé Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Overijssel Algemene toelichting Als gevolg van de ondertekening door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieuheheer, de minister van Economische Zaken, en vertegenwoordigers van de colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Vereniging VNO-NCW en de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland is op 11 juni 2001 het Convenant Bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen (hierna te noemen: het convenant) in werking getreden. Ingevolge het convenant verplicht het bedrijfsleven zich tot de sanering van verontreinigde bedrijfsterreinen, waar tegenover staat dat een overheidssubsidie kan worden verkregen ten behoeve van de sanering van bedrijfsterreinen waarvan de verontreiniging in belangrijke mate vóór 1 januari 1975 is veroorzaakt. De totstandkoming van het convenant vormt een uitwerking van de BEleidsVERnieuwing Bodemsanering (hierna te noemen: BEVER) die is vastgelegd in het Eindrapport BEVER van 21 september 2000. Het op dit eindrapport gebaseerde kabinetsstandpunt Beleidsvernieuwing Bodemsanering is door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij brief van 16 januari 2002 aan de voorzitter van de Tweede Kamer gezonden (Tweede Kamer, Vergaderjaar 2001-2002, nr. 28 199, nr. 1). De (verdere) implementatie van BEVER zal onder meer plaatsvinden door middel van de aanpassing van de wet- en regelgeving, in het bijzonder in het kader van de Wet bodembescherming. In de brieven die de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Directeur-Generaal Milieubeheer van zijn ministerie op respectievelijk 30 juli 2001 (met kenmerk LMV/2001065757) en 5 februari 2002 (met kenmerk LMV/2001137247) aan de bevoegde gezagen in de zin van de Wet bodembescherming zonden, gaven zij aan dat de mogelijkheid dient te bestaan om reeds nu, voorafgaand aan de vastlegging in wet- en/of regelgeving, door middel van interimbeleid uitwerking te geven aan hetgeen in het kader van het convenant is afgesproken. Deze subsidieverordening bedoelt aan dat interimbeleid nader vorm te geven, ten behoeve van de bevoegde gezagen in de zin van de Wet bodembescherming die in afwachting van de vorenbedoelde wet- en/of regelgeving met de daadwerkelijke uitvoering van het interimbeleid zijn belast. Zoals bekend, stelt de Algemene wet bestuursrecht de nodige eisen aan (de procedure omtrent) het verlenen van een overheidsbijdrage in de vorm van een subsidie. Met die eisen is bij het concipiëren van deze verordening rekening gehouden. Daarnaast kunnen in een bestaande provinciale of gemeentelijke milieuverordening al termijnen zijn gesteld. De overige bepalingen in deze subsidieverordening moeten dan ook worden geplaatst tegen de achtergrond van hetgeen volgt uit titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Zoals uit de navolgende bepalingen van de subsidieverordening blijkt, kan het interimbeleid op dit moment nog geen uitwerking geven aan alle elementen van de, zogenoemde, bedrijvenregeling die in de als bijlage 1 aan het convenant gehechte Notitie Bodemsanering Bedrijfsterreinen (hierna te noemen: de notitie) zijn neergelegd. Het interimbeleid vindt in het bijzonder een begrenzing in het feit dat haar tijdelijk karakter noodzakelijkerwijs met zich brengt dat een aantal vereisten om in aanmerking te komen voor een overheidsbijdrage ten behoeve van de sanering van een bedrijfsterrein, anders dan in de notitie vermeld, gedurende de looptijd van het interimbeleid niet relevant is danwel niet wordt gesteld (waarbij in het bijzonder moet worden gedacht aan de plicht tot aanmelding vóór 31 december 2005), en de hoogte van de te verkrijgen overheidsbijdrage wordt bepaald aan de hand van de in de notitie voor de periode tot 1 januari 2011 genoemde percentages. Bij aanvang van de sanering vanaf 1 januari 2011 zullen lagere percentages gaan gelden. Hoofdstuk I. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1 In deze subsidieverordening wordt verstaan onder: a. de Awb: de Algemene wet bestuursrecht; b. de Wbb: de Wet bodembescherming; c. de subsidie: de subsidie op grond van deze verordening; d. het convenant: het op 11 juni 2001 in werking getreden Convenant Bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen; e. de notitie: de Notitie Bodemsanering Bedrijfsterreinen, die als bijlage 1 aan het convenant is gehecht; f. de Circulaire Ouderdomsbepaling: de circulaire ter bepaling van de ontstaansperiode van verontreinigingen in de bodem in relatie tot het jaar 1975 (Ouderdomsbepaling) (bekendgemaakt in Staatscourant nr. 86 van 7 mei 2002); g. een onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1991, zaak C-41/90 (Höfner), Jurisprudentie 1991, blz. I-1979, met uitzondering van de onderneming die behoort tot de landbouwsector zoals bedoeld in de Communautaire richtsnoeren voor Staatssteun in de landbouwsector, Publicatieblad EG 2000, C 028 van 1 februari 2000, blz. 2; h. een MKB-bedrijf: een kleine en/of middelgrote onderneming zoals bedoeld in Aanbeveling 96/280/EG van de Europese Commissie van 30 april 1996, Publicatieblad EG 1996, L 107 van 30 april 1996, blz. 4; i. een bedrijfsterrein: het perceel waarop een onderneming al dan niet in hoofdzaak haar bedrijfsactiviteiten verricht; j. de verwerving: de verkrijging van een bedrijfsterrein in de hoedanigheid van eigenaar overeenkomstig de artikelen 3:83, 3:84 en 3:89 van het Burgerlijk Wetboek, of in de hoedanigheid van erfpachter overeenkomstig artikel 3:98 juncto de artikelen 3:83, 3:84 en 3:89 van het Burgerlijk Wetboek; k. de saneringskosten: de kosten: – van voorbereiding van de sanering, voorzover na de verlening van de subsidie in de zin van afdeling 4.2.3 Awb gemaakt, zoals: opstellen saneringsbestek, besteksraming en -gunning, draaiboek, advisering en aanschaffen, niet-duurzame kapitaalgoederen of de reële huurprijs daarvan, aanbesteding, advies keuze adviesbureau en budgetbewaking; – van uitvoering van de sanering, zoals: boringen, monsterneming, analyses, landmeten, pompen, graafwerk, damwanden, opvullen met schone grond, laden/lossen, transport, sloop/herstel en bemaling; – van toezicht, technisch overleg, (eind)rapportage en evaluatie; – van tijdelijke beveiligingsmaatregelen en nazorg; – van opslag en reiniging van de verontreinigde grond, en – van stort alleen indien het ServiceCentrum Grondreiniging een ‘niet-reinigbaarverklaring’ heeft afgegeven. Het oordeel van het ServiceCentrum Grondreiniging is niet vereist indien artikel 3 van de Regeling Beoordeling Reinigbaarheid Grond Bodemsanering (Staatscourant 2000, 121) van toepassing is; – die in verband met sanering verschuldigd zijn op grond van andere verplichtingen (zuiveringslasten, stortingsrechten, nutsbedrijven, verzekeringen, vergunningen/ontheffingen, leges, niet terugvorderbare BTW, kadastrale rechten); l. de netto-saneringskosten: de saneringskosten verminderd met de omzetbelasting (BTW) indien en voorzover deze in vooraftrek kan worden genomen, alsmede verminderd met de kosten die samenhangen met andere werkzaamheden dan het onderzoek of de sanering (samenlopende kosten) die: – in ander verband reeds waren voorgenomen of verplicht, zoals het bouwrijp maken, het graven van een bouwput, het slopen van opstallen, de taken voor waterleidingmaatschappijen voortvloeiende uit de Waterleidingwet; – met een ander oogmerk extra worden verricht, bijvoorbeeld het verbeteren van de infrastructuur na sanering; – in een ander kader uit praktische overwegingen gelijktijdig worden uitgevoerd, zoals het vernieuwen van de riolering; en voorts verminderd met het concrete bedrag dat bij de verwerving op de koopsom in mindering is gebracht met het oog op de aanwezigheid van een verontreiniging van het bedrijfsterrein, indien en voorzover de verwerving heeft plaatsgevonden op of ná 1 januari 1983 en de bedoelde vermindering met het concrete bedrag blijkt uit de schriftelijke stukken die aan de verwerving ten grondslag liggen; m. het Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering: het verslag waarin voor wat betreft de sanering, danwel in het geval van een gefaseerde sanering in de zin van artikel 38, lid 4 Wbb, voor wat betreft een fase of meerdere fasen van een sanering is opgenomen: – een beschrijving van de getroffen saneringsmaatregelen; – een beschrijving van de kwaliteit van de bodem na het uitvoeren van (de fase(n) van) de sanering, waaronder mede begrepen een beschrijving van de aard en de omvang van de verontreiniging indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig is gebleven; – indien de verontreinigde grond is afgegraven of het verontreinigde grondwater aan de bodem is onttrokken, de hoeveelheid, de kwaliteit en de bestemming van die grond onderscheidenlijk dat grondwater; – indien ten behoeve van de sanering grond wordt aangevoerd de hoeveelheid, de kwaliteit en de herkomst van de aangevoerde grond; – een evaluatie van de mate waarin de effecten van de getroffen saneringsmaatregelen overeenstemmen met de beoogde effecten; – indien na de sanering nog verontreiniging in de bodem aanwezig is: een aanduiding dat de verontreiniging beperkingen in het gebruik met zich brengt, danwel maatregelen noodzakelijk maakt; – de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden zijn afgerond. Artikel 2. Doel van de verordening Deze verordening heeft ten doel het verstrekken van de subsidie ten behoeve van de sanering van de bodem van een in gebruik zijnd […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.