Private Sector Investeringsprogramma
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Wat is de Private Sector Investeringsprogramma?
Het Private Sector Investeringsprogramma (PSI) was een subsidieprogramma van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat innovatieve pilotinvesteringen van ondernemers in lage- en middeninkomenslanden ondersteunde. Doel was het stimuleren van financiële groei, het creëren van werkgelegenheid en het genereren van inkomen, in samenwerking met een lokale zakenpartner. Het programma is definitief gesloten en er kan niet meer worden aangevraagd.
Wie komt in aanmerking voor de Private Sector Investeringsprogramma?
De regeling richt zich op ondernemers die innovatieve pilotinvesteringen willen doen in samenwerking met een lokale zakenpartner in een land in Afrika, Latijns-Amerika of Centraal- en Oost-Europa. Voor veel landen op de PSI Country List geldt als toegelaten aanvrager "Dutch companies" (Nederlandse bedrijven), voor andere landen zijn ook bedrijven uit andere landen dan het projectland toegelaten. De aanvrager en de lokale partner moeten daarnaast verklaren bekend te zijn met de OESO-Richtlijnen voor multinationale bedrijven, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit, en te verklaren dat de te financieren activiteit niet op de FMO-uitsluitingslijst staat.
Waarvoor krijg je subsidie?
PSI was bedoeld voor innovatieve pilotinvesteringsprojecten die ondernemers in samenwerking met een lokale zakenpartner uitvoerden in een land op de PSI Country List. Per land was het maximale totale projectbudget en het percentage dat PSI daarvan bijdroeg vastgelegd (zie "Hoeveel krijg je?"). Niet subsidiabel is een activiteit of sector die op de FMO-uitsluitingslijst staat.
Wat zijn de voorwaarden van de Private Sector Investeringsprogramma?
Een project wordt getoetst op drie criteria: Partners, Project en Impact. Scoort een van deze drie negatief, dan wordt het project afgewezen.
Belangrijke eisen:
- De aanvrager moet bij de aanvraag een formeel vastgelegd MVO-beleid van de eigen onderneming overleggen, gebaseerd op de uitgangspunten van OESO, IFC of ISO 26.000. Is dit beleid er nog niet, dan moet het alsnog worden opgeleverd bij het eerste projectresultaat.
- De aanvrager voert een due-diligence-analyse uit naar risico's van niet-naleving van relevante OESO-thema's in de toeleveringsketen van de meest elementaire grondstoffen. Kan deze analyse nog niet volledig worden gedaan (bijvoorbeeld omdat de locatie of leveranciers nog niet bekend zijn), dan wordt het ontbrekende deel opgenomen als onderdeel van Resultaat 1 van het projectplan.
- Geeft de aanvrager aan geen risicoanalyse van de keten te willen doen of geen mitigerende maatregelen te willen treffen, dan wordt het project afgewezen.
- Het operationeel plan moet de sociale en ecologische uitgangspunten van maatschappelijk verantwoord ondernemen voldoende reflecteren en hier resultaten op benoemen.
- Het project moet leiden tot duurzame werkgelegenheid met goede beloning en werkomstandigheden, en het kennisniveau van lokale werknemers, management en/of toeleveranciers verhogen.
- Bij voorkeur heeft het project positieve lange-termijneffecten voor de keten, voor stakeholders in de sector, op voedselzekerheid en/of waterbeschikbaarheid, op het milieu (mag in ieder geval niet milieubelastend zijn), op de positie van vrouwen (mag in ieder geval niet verslechteren), op de lokale gemeenschap en op de lokale of nationale overheid.
- Op basis van de ranking op ontwikkelingsimpact worden de beste projecten geselecteerd voor financiering.
Hoe vraag je de Private Sector Investeringsprogramma aan?
Bij de projectfinancieringsaanvraag gelden de volgende formele vereisten: - Ondertekening van een verklaring door de aanvrager en de lokale partner dat zij bekend zijn met de OESO-Richtlijnen voor multinationale bedrijven, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit, en dat zij hiernaar zullen handelen (in het Application Form). - Een verklaring dat de te financieren activiteit geen activiteit of sector betreft die op de FMO-uitsluitingslijst staat. - Een formeel vastgelegd MVO-beleid van de eigen onderneming van de aanvrager (of, indien nog niet beschikbaar, alsnog op te leveren bij het eerste projectresultaat). - Een beschrijving door de lokale en overige projectpartners van hoe zij binnen de eigen onderneming de OESO-thema's in de praktijk brengen. - De uitkomsten van de due-diligence-analyse van de toeleveringsketen.
Een projectaanvraag wordt pas in behandeling genomen als aan deze formele vereisten is voldaan.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
De aanvraag wordt beoordeeld op basis van de OESO-richtlijnen, waarbij ook grondrechten en rechten van inheemse volkeren worden meegenomen. Beoordeeld wordt onder meer het MVO-beleid van de aanvrager, de MVO-aspecten van de lokale partner, het geplande MVO-beleid voor de joint venture en de risico-inschatting van de keten. Lijkt een project op eerste indruk te voldoen, dan worden focal points of screening geformuleerd en worden bezoeken afgelegd bij zowel de Nederlandse aanvrager als de lokale partner om samen te komen tot een risico-indeling (laag, midden of hoog) van project en toeleveringsketen. Bij laag risico worden geen aanvullende IMVO-eisen gesteld.
Op basis van het ambassadeadvies, externe adviezen en de verificatie van de focal points wordt besloten of het project wordt goedgekeurd; dit wordt zowel intern als door een extern onafhankelijk adviescomité gecontroleerd. De beste projecten worden geselecteerd op basis van de ranking op ontwikkelingsimpact.
Na goedkeuring volgt een positieve beschikking met algemene eisen en concrete "means of verification", inclusief extra IMVO-toekenningsvoorwaarden. De beschikking bevat ook een bijzondere meldingsplicht: de subsidieontvanger moet feiten of omstandigheden die wijzen op kinder- of dwangarbeid bij projectpartners of de eerste wezenlijke toeleverancier onverwijld melden. Ook wordt de verplichting opgenomen om het project uit te voeren volgens de OESO-Richtlijnen, de ILO-Verklaring en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit.
Tijdens de uitvoering rapporteert de aanvrager jaarlijks in een voortgangsverslag over de genomen maatregelen ten aanzien van ketenverantwoordelijkheid; RVO (destijds Agentschap NL) controleert of de afgesproken means of verification worden behaald. Bij een aantal projecten kan een environmental and social impact study worden opgelegd, met mogelijk aanvullende eisen als gevolg. Bij niet voldoen aan de beschikking, de aanvullende IMVO-eisen of de interne richtlijnen kan een project worden stopgezet en/of niet worden uitbetaald. Er vinden regelmatig projectbezoeken plaats om naleving te toetsen.
Twee jaar na afsluiting van het project moet de aanvrager rapporteren over zijn activiteiten in een standaard spin-off rapportageformat, waarin ook IMVO-elementen zijn opgenomen. Deze rapportage wordt beoordeeld en bij bijzonderheden wordt navraag gedaan bij het bedrijf.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- IMVO-kader PSIDownloadPDF · 5 pagina'sAanbevolen
Dit is het IMVO-beoordelingskader van PSI dat beschrijft welke MVO-eisen en toetsingscriteria (zoals MVO-beleid en ketenanalyse) tijdens elke fase van de aanvraag en uitvoering gelden, en waarmee de aanvrager kan zien wat er op IMVO-gebied van hem verwacht wordt.
- PSI Country ListDownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
Dit is de landenlijst waarin de aanvrager per land kan opzoeken of PSI of PSI Plus van toepassing is, wat het maximale projectbudget en de PSI-bijdrage is en wie er in dat land subsidiabel is.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Private Sector Investeringsprogramma. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Private Sector Investeringsprogramma (PSI)rvo.nl · gecontroleerd 24 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.