Nadere regels subsidiëring speeltuinen gemeente Rotterdam 2018
Gemeente Rotterdam
Voor speeltuinorganisaties (verenigingen of stichtingen) die openbare speeltuinen in Rotterdam beheren en exploiteren.
Waar is deze subsidie voor?
Jaarlijkse subsidie voor speeltuinorganisaties in Rotterdam voor beheer, exploitatie en kwaliteitsverbetering van speeltuinen. Subsidieplafond € 650.000 per jaar (2018-2023) en € 720.000 vanaf 2024. Maximale jaarlijkse bedragen per speeltuin variëren van € 9.000 tot € 18.000 afhankelijk van classificatie (vitaal/plus) en wijkprofiel.
Voor wie is het bedoeld?
Voor speeltuinorganisaties (verenigingen of stichtingen) die openbare speeltuinen in Rotterdam beheren en exploiteren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor beheer en exploitatie van een speeltuin in Rotterdam
- Financiering voor kwaliteitsverbetering van speeltuinen naar vitaal niveau
- Extra ondersteuning voor speeltuinen in achterstandswijken
Voorwaarden
- Speeltuinorganisatie moet een vereniging of stichting zijn
- Speeltuin moet openbaar toegankelijk en afgeschermd zijn
- Speeltuin moet spel- en recreatiemogelijkheden bieden voor kinderen tot 12 jaar
- Voor vitale speeltuinen: vrijwilligers moeten VOG hebben (niet ouder dan 3 jaar), bestuur moet bevoegd zijn, opstallen schoon/heel/veilig
- Voor plus speeltuinen: minimaal 5 van 6 aanvullende criteria moeten worden nageleefd
- Niet-vitale speeltuinen komen vanaf 2021 niet meer in aanmerking
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 720k
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 650k
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“speeltuinorganisaties van speeltuinen die door het college worden beoordeeld als plus, waarbij de speeltuin is gesitueerd in een wijk die volgens het stedelijk instrument wijkprofiel Rotterdam gemiddeld lager scoort op de sociale index dan het stedelijke gemiddelde, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie van maximaal € 18.000,00 per speeltuin”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Doel Artikel 3 Subsidieplafond, verdeelsleutel en afbouw Artikel 4 Afbouwregeling Artikel 5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens Artikel 6 Aanvraagtermijn Artikel 7 Niet-vitale, vitale en plus speeltuinen Artikel 8 Subsidieverstrekking Artikel 9 Criteria vitale speeltuinen Artikel 10 Criteria plus speeltuinen Artikel 11 Niet-vitale speeltuin Artikel 12 Uitgezonderde speeltuinen Artikel 13 Weigeringsgronden Artikel 14 Evaluatie Artikel 15 Hardheidsclausule Artikel 16 Overgangsbepaling Artikel 17 Inwerkingtreding Artikel 18 Citeertitel Ondertekening Toelichting op de Nadere regels subsidiëring speeltuinen gemeente Rotterdam 2018 Bijlage Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465873 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465873/2 sluiten Nadere regels subsidiëring speeltuinen gemeente Rotterdam 2018 Geldend van 29-12-2023 t/m heden Intitulé Nadere regels subsidiëring speeltuinen gemeente Rotterdam 2018 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de wethouder Financiën, Organisatie, Haven, Binnenstad en Sport van 12 september 2017; kenmerk 17MO05062; gelet op artikel 1:3, vierde lid, en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, derde lid van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; gezien de adviezen van de gebiedscommissies van mei - juni 2017; overwegende dat: – het college op 13 oktober 2013 de beleidsnotitie Toekomst Rotterdamse Speeltuinen heeft vastgesteld om te komen tot een nieuw speeltuinbeleid; – het college een kwaliteitsverbetering van de Rotterdamse speeltuinen wenst, en er naar streeft dat Rotterdamse speeltuinen vóór 1 januari 2021 minimaal voldoen aan het criterium vitale speeltuin; besluit vast te stellen: Nadere regels subsidiëring speeltuinen gemeente Rotterdam 2018 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: a. Jaarlijkse subsidie: subsidie die wordt verleend per (kalender/boek)jaar; b. Speeltuin: openbaar toegankelijke, afgeschermde voorziening binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam die spel- en recreatiemogelijkheden biedt voor kinderen tot 12 jaar; c. Speeltuinorganisatie: een vereniging of stichting die zich inzet voor een speeltuin als bedoeld onder b; d. Wijkprofiel Rotterdam: de thermometer voor de stad welke laat zien hoe de 14 gebieden en 71 wijken er voor staan op sociaal fysiek gebied en qua veiligheid, gebaseerd op meetbare feiten en cijfers en de beleving van Rotterdammers. Artikel 2 Doel Deze nadere regels hebben als doel: a. speeltuinorganisaties met een jaarlijkse financiële bijdrage in staat te stellen de speeltuinen te beheren en te exploiteren, activiteiten te organiseren en de speeltuinen in kwantitatieve en kwalitatieve zin minimaal op het vitale niveau te brengen en te houden; b. te voorzien in een afbouwregeling voor subsidies die langer dan voor drie jaren zijn verstrekt. Artikel 3 Subsidieplafond, verdeelsleutel en afbouw 1. Het subsidieplafond bedraagt voor de kalenderjaren 2018 tot en met 2023 € 650.000 per kalenderjaar en vanaf het kalenderjaar 2024 € 720.000 per kalenderjaar. 2. Voor de subsidieaanvragen geldt de volgende verdeling van het beschikbare subsidiebedrag: a. het college geeft prioriteit aan aanvragers die reeds langer dan drie jaar subsidie ontvangen boven aanvragers die voor de eerste, tweede of derde maal subsidie aanvragen; b. vervolgens geeft het college voorrang aan speeltuinen waarvoor een afbouwregeling geldt op basis van artikel 4; c. daaropvolgend is de kwalificatie van de speeltuin bepalend, waarbij geldt dat een aanvraag voor een plus speeltuin prioriteit heeft boven een aanvraag voor een vitale of niet-vitale speeltuin; d. indien vervolgens het bedrag van het subsidieplafond niet toereikend is, wordt de subsidie naar rato over de vitale en niet-vitale speeltuinen verdeeld. Artikel 4 Afbouwregeling Voor speeltuinen die in 2017 meer subsidie ontvingen dan waarvoor zij, op basis van deze nadere regels in aanmerking komen, geldt de volgende afbouwregeling: a. voor 2018 wordt een verlaging toegepast van 20% van het verschil tussen het subsidiebedrag 2017 en het maximale subsidiebedrag waarvoor de aanvrager op grond van deze nadere regels in aanmerking zou komen; b. voor 2019 wordt een verlaging toegepast van 50% van het verschil tussen het subsidiebedrag 2017 en het maximale subsidiebedrag waarvoor de aanvrager op grond van deze nadere regels in aanmerking zou komen; c. voor het jaar 2020 wordt dan het subsidiebedrag verstrekt waarvoor de aanvrager op grond van deze nadere regels in aanmerking komt. Artikel 5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens 1. Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie wordt door een speeltuinorganisatie ingediend met behulp van het door het college vastgestelde aanvraagformulier subsidie speeltuinen. 2. Een aanvraag wordt in ieder geval voorzien van de informatie en gegevens die gevraagd worden in het aanvraagformulier. Artikel 6 Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 6 tweede lid van de SVR 2014 wordt een aanvraag om een jaarlijkse subsidie voor het jaar 2018 ingediend uiterlijk op 15 november 2017. Artikel 7 Niet-vitale, vitale en plus speeltuinen Het college hanteert de volgende maximale jaarlijkse subsidiebedragen voor de hierna volgende categorieën speeltuinen: a. speeltuinorganisaties van speeltuinen die door het college worden beoordeeld als vitaal, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie van maximaal € 9.000,00 per speeltuin; b. speeltuinorganisaties van speeltuinen die door het college worden beoordeeld als vitaal, waarbij de speeltuin is gesitueerd in een wijk die volgens het stedelijk instrument wijkprofiel Rotterdam gemiddeld lager scoort op de sociale index dan het stedelijke gemiddelde, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie van maximaal € 12.000,00 per speeltuin; c. speeltuinorganisaties van speeltuinen die door het college worden beoordeeld als plus, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie van maximaal € 15.000,00 per speeltuin; d. speeltuinorganisaties van speeltuinen die door het college worden beoordeeld als plus, waarbij de speeltuin is gesitueerd in een wijk die volgens het stedelijk instrument wijkprofiel Rotterdam gemiddeld lager scoort op de sociale index dan het stedelijke gemiddelde, komen in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie van maximaal € 18.000,00 per speeltuin; e. speeltuinorganisaties van speeltuinen die door het college als niet-vitaal worden beoordeeld, komen vanaf het jaar 2021 niet meer in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie. Niet-vitale speeltuinen komen tot en met het jaar 2020 in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie van maximaal € 9.000,00 per speeltuin (indien aan de orde aangevuld met een extra subsidie van € 3.000,00 als gevolg van de score op de sociale index binnen het Wijkprofiel Rotterdam). Artikel 8 Subsidieverstrekking Het college stelt de subsidie direct bij subsidieverlening vast. Artikel 9 Criteria vitale speeltuinen Het college beschouwt een speeltuin als vitaal wanneer aan onderstaande criteria wordt voldaan: a. het speeltuinwerk behoort tot het particulier initiatief; b. de speeltuinorganisatie heeft een bestuur dat bevoegd is om de speeltuinorganisatie te vertegenwoordigen; c. de aanwezige opstal(len) is/zijn schoon, heel en veilig en het onderhoud van de speeltuin is op orde; d. de speeltuin is voor een ieder toegankelijk en gericht op kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar; e. de voor de speeltuin werkzame vrijwilligers, met uitzondering van de vrijwilligers die de speeltuin ondersteunen bij incidentele activiteiten, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie jaar; f. tijdens openingstijden van de speeltuin is er altijd toezicht van volwassenen; g. de speeltuin hanteert een rook- en alcoholbeleid waarin uitgangspunt is dat kinderen niet in aanraking komen met roken en alcohol; h. minimaal één van de tijdens openingstijden in de speeltuin aanwezige medewerkers of vrijwilligers beschikt over een Kinder-EHBO-diploma, een EHBO-diploma of een BHV-diploma; i. de speeltuin is minimaal 18 uur per week geopend op voor kinderen geschikte tijden; j. de speeltuinorganisatie organiseert minimaal drie jaarlijkse reguliere activiteiten voor kinderen; k. de speeltuinorganisatie organiseert minimaal één reguliere wekelijkse activiteit voor kinderen; l. de speeltuinorganisatie organiseert minimaal drie incidentele activiteiten voor kinderen per jaar, anders dan de activiteiten bedoeld onder j. en k.; m. het bestuur van de speeltuinorganisatie zorgt voor een positief en sociaal veilig klimaat in de speeltuin. Artikel 10 Criteria plus speeltuinen Het college beschouwt een speeltuin als plus, wanneer deze naast het in artikel 9 gestelde, tevens voldoet aan minimaal vijf van de zes onderstaande criteria: a. de speeltuinorganisatie spant zich aantoonbaar in om de kwaliteit van de speeltuin te verhogen; b. de speeltuinorganisatie spant zich aantoonbaar in om de betrokkenheid bij de speeltuin van bewoners en organisaties uit de wijk te vergroten, waardoor de rol van de professionals in de speeltuin zal veranderen; c. de speeltuinorganisatie spant zich aantoonbaar in om samenwerking tussen andere speeltuinen of andere maatschappelijke organisaties in de wijk te bewerkstelligen of te bevorderen; d. de speeltuinorganisatie organiseert méér wekelijkse activiteiten voor kinderen en bewoners in de wijk dan een vitale speeltuin; e. de speeltuinorganisatie spant zich aantoonbaar en proactief in voor maatschappelijke doeleinden gericht op re-integratie in de samenleving, werkervaringsplaatsen of stagiaires; f. de speeltuinorganisatie draagt zorg voor een sociaal veilig pedagogisch klimaat: Er is een aantoonbare pedagogische visie of beleid, dat bij personeel en vrijwilligers bekend is en dat de continuïteit op dit vlak borgt. Artikel 11 Niet-vitale speeltuin Het college beschouwt een speeltuin die niet voldoet aan de criteria uit artikel 9 als niet-vitaal. Aanvragen voor speeltuinen die door het college als niet-vitaal worden beoordeeld, komen vanaf het jaar 2021 niet meer in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie. Artikel 12 Uitgezonderde speeltuinen Deze nadere regels zijn niet van toepassing op de volgende speeltuinen: a. Weena; b. De Speeldernis; c. Pietje Bell; d. Taka Tukaland. Artikel 13 Weigeringsgronden Het college kan, naast de in de Algemene wet bestuursrecht en de SVR 2014 genoemde gevallen, een subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren indien de aanvraag of de aanvrager naar zijn oordeel niet voldoet aan deze nadere regels. Artikel 14 Evaluatie Het college evalueert de toepassing van deze nadere regels uiterlijk op 31 december 2019. Artikel 15 Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig deze nadere regels, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de nadere regels te dienen doelen. Artikel 16 Overgangsbepaling Deze nadere regels zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze nadere regels. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij worden geplaatst. […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.