Status onbekendGemeente · Subsidie

Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018

Gemeente Rotterdam

Voor organisaties die activiteiten uitvoeren op het gebied van stedelijk welzijn in Rotterdam

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Regeling voor eenmalige en jaarlijkse subsidies voor activiteiten op het gebied van stedelijk welzijn in Rotterdam. Gericht op organisaties die activiteiten uitvoeren in het kader van de Kadernotitie 'Nieuw Rotterdams Welzijn 2016–2019'. Geen maximaal bedrag genoemd.

Voor wie is het bedoeld?

Voor organisaties die activiteiten uitvoeren op het gebied van stedelijk welzijn in Rotterdam

Maatschappelijke organisatieWelzijnsorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor welzijnsactiviteiten op stedelijk niveau
  • Financiering van activiteiten gericht op doelstellingen uit het Nieuw Rotterdams Welzijn
  • Eenmalige of jaarlijkse subsidie voor welzijnsprogramma's
  • Subsidie aanvragen voor welzijnsactiviteiten in Rotterdam
  • Inzicht in verantwoordingseisen voor welzijnssubsidies
  • Begrijpen van kwaliteitsnormen en accountantsverklaringen voor welzijnsprojecten

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten voldoen aan doelstellingen uit het afwegingskader (bijlage I)
  • Activiteiten mogen niet gericht zijn op armoedebeleid en schulddienstverlening
  • Activiteiten moeten stedelijk van aard zijn, niet gebonden aan specifiek gebied
  • Aanvraag mag niet onder couleur locale vallen
  • Minimaal vier punten op puntensysteem afwegingskader
  • Activiteiten mogen niet via andere financiering volledig bekostigd worden
  • Eenmalige subsidie: aanvraag uiterlijk twaalf weken voor aanvang activiteit
  • Jaarlijkse subsidie: aanvraag uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan kalenderjaar

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een maatschappelijke organisatie of welzijnsorganisatie
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Rotterdam.

Openstellingen en rondes

Ronde 2018Status onbekend
Start
1 jan 2018
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 3 Criteria subsidie stedelijk welzijn Artikel 4 Aanvullende subsidieverplichting VOG Artikel 5 Aanvraagtermijn Artikel 6 Weigeringsgronden Artikel 7 Hardheidsclausule Artikel 8 Inwerkingtreding Artikel 9 Citeertitel Ondertekening Toelichting bij de Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018 Bijlage I: Afwegingskader Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018 Bijlage II: Uitzonderingen op verplichte VOG voor vrijwilligers bij welzijn Bijlage Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR459495 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR459495/2 sluiten Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018 Geldend van 10-07-2018 t/m heden Intitulé Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van directeur Welzijn, Zorg en Jeugdhulp van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 27 juni 2017, 17MO03507; gelet op: - artikel 156 van de Gemeentewet; - titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; - artikel 3, derde lid, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; - artikel 6, vierde lid, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; besluit vast te stellen: Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2017 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: a. afwegingskader: bijlage I bij deze nadere regels, waarin de criteria zijn opgenomen voor het verlenen van subsidie op grond van deze nadere regels; b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; c. eenmalige subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; d. gebied: gebied als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Verordening op de gebiedscommissies 2014; e. jaarlijkse subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; f. NRW: Kadernotitie “Nieuw Rotterdams Welzijn 2016–2019”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 4 juni 2015; g. stedelijk welzijn: activiteiten ten behoeve van het verwezenlijken van de beleidsuitgangspunten als genoemd in het NRW en die niet gebonden zijn aan een specifiek gebied. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze nadere regels zijn van toepassing op het verstrekken van eenmalige en jaarlijkse subsidies ten behoeve van de uitvoering van activiteiten in het kader van stedelijk welzijn vanaf het kalenderjaar 2018. Artikel 3 Criteria subsidie stedelijk welzijn Aan de hand van de criteria in het afwegingskader bepaalt het college of de activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd in aanmerking komt voor een subsidie op grond van deze nadere regels. Het afwegingskader is opgenomen in bijlage I van deze regeling. Artikel 4 Aanvullende subsidieverplichting VOG 1. Vrijwilligers die, anders dan éénmalig, worden ingezet voor het realiseren van gesubsidieerde activiteiten op grond van deze nadere regels beschikken over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag. 2. Het college kan een ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid als het daartoe aanleiding ziet, behalve voor vrijwilligers die in contact komen met jeugdigen, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. 3. Het college kan tevens een ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid als er voor een vrijwilliger een Verklaring Omtrent het Gedrag is aangevraagd en afgewezen. 4. Indien er sprake is van een ontheffing op grond van het derde lid, dan geldt voor de subsidieontvanger het bepaalde in bijlage II behorende bij deze nadere regels. Artikel 5 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een eenmalige subsidie wordt gedaan uiterlijk twaalf weken voor het tijdstip waarop een aanvang met de prestatie(s) of activiteit(en) wordt gemaakt. 2. Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie wordt uiterlijk op 1 oktober, voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd, ingediend. Artikel 6 Weigeringsgronden 1. Er wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt op grond van deze nadere regels indien de subsidieaanvraag: a. niet voldoet aan een van de doelstellingen, zoals genoemd in het eerste criterium van het afwegingskader; b. activiteiten omvat die worden uitgevoerd in het kader van armoedebeleid en schulddienstverlening, zoals genoemd het tweede criterium van het afwegingskader; c. activiteiten omvat die verbonden of gebonden zijn aan een specifiek gebied en het ook niet efficiënt, wenselijk of mogelijk is om deze activiteiten stedelijk te organiseren, gelet op: ○ de omvang van de doelgroep; ○ de aard van de doelgroep; ○ de aard van de activiteit; of ○ de expertise, zoals genoemd in het derde criterium van het afwegingskader; d. valt onder de reikwijdte van de Nadere regels subsidiescouleur locale Rotterdam 2018; e. op grond van het puntensysteem, zoals gehanteerd in het afwegingskader, minder dan vier punten behaalt; f. in strijd is met de regelgeving of het beleid van de gemeente Rotterdam; g. activiteiten omvat die via een andere financiering volledig bekostigd worden of hadden kunnen worden. Artikel 7 Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig deze nadere regels, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze nadere regels te dienen doelen. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op de dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij worden geplaatst. Artikel 9 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018”. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 juni 2017. De secretaris, Ph. F. M.Raets De burgemeester, A.Aboutaleb Toelichting bij de Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam 2018 Algemene toelichting Op 4 juni 2015 is de Kadernotitie Nieuw Rotterdams Welzijn 2016-2019 (hierna NRW) vastgesteld. Het NRW is nog steeds het vigerende beleidskader voor het welzijn. Dit is ook aangegeven in het doorontwikkelplan Zorg voor elkaar (www.rotterdam.nl/zorgvoorelkaar). Het doorontwikkelplan is vooral gericht op de verbinding tussen zorg en welzijn en geeft ten aanzien van stedelijk welzijn aan dat dit nog steeds een belangrijke functie vervult binnen het welzijn in de wijk. De basisinfrastructuur welzijn wordt gebiedsgericht ingekocht via aanbesteding. Er wordt daarbij uitgegaan van integrale opdrachten per gebied, dit houdt in welzijn voor jeugd & volwassenen in één opdrachtbeschrijving. Op grond van het NRW bestaat de mogelijkheid van subsidiëring van activiteiten op het gebied van stedelijk welzijn en couleur locale. Hiervoor zijn de volgende subsidieregelingen vastgesteld: - Nadere regels subsidies stedelijk welzijn Rotterdam (hierna nadere regels); - Nadere regels subsidies couleur locale Rotterdam. Voor een deel van de welzijnstaken geldt dat het niet efficiënt is om dit gebiedsgericht te organiseren, bijvoorbeeld omdat het maar voor een specifieke groep mensen is, of juist omdat schaalvoordeel te behalen is als het stedelijk wordt georganiseerd. Daarnaast geldt dat sommige activiteiten of specifieke dienstverlening (vanuit een wettelijke taak) juist voor alle Rotterdammers toegankelijk moeten zijn en niet ver- of gebonden zijn aan een specifiek gebied. Voor stedelijk welzijn geldt dat het complementair is aan hetgeen in het gebied gebeurt, waardoor het de gebiedsinzet versterkt. Tot slot is er binnen het stedelijk welzijn extra aandacht voor de groepen vrijwilligers, mantelzorgers en bewoners die initiatieven ontplooien. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden begrippen gedefinieerd die worden gebruikt in de nadere regels. Het gaat in enkele gevallen om begrippen die in de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (hierna SvR 2014) op dezelfde wijze zijn gedefinieerd. Ten behoeve van de leesbaarheid en duidelijkheid is er voor gekozen om deze begrippen ook in de begripsbepalingen van de nadere regels op te nemen. afwegingskader Dit afwegingskader is een bijlage van de nadere regels en is een nadere uitwerking van de criteria opgenomen in artikel 3 en de weigeringsgronden opgenomen in artikel 6 van de nadere regels. eenmalige subsidie Voor een toelichting op dit begrip wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 1 van de SvR 2014. gebied De gemeente Rotterdam kent 14 gebieden. Deze zijn opgenomen in artikel 2 van de Verordening op de gebiedscommissies 2014. jaarlijkse subsidie Voor een toelichting op dit begrip wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 1 van de SvR 2014. NRW Het NRW richt zich op vrij toegankelijke, of met een zeer beperkte toegangstoets beschikbare algemene voorzieningen in de stad. Kijk voor meer informatie op www.rotterdam.nl/nieuwrotterdamswelzijn. De volgende doelstellingen staan centraal in het nieuwe welzijnsdomein: - Het vergroten van samenredzaamheid van Rotterdammers draagt bij aan een sterke(re) civil society met meer inzet van bewoners en vrijwilligers, meer bewonersinitiatieven en een toename van sociale cohesie; - Het vergroten van de zelfredzaamheid van Rotterdammers betekent dat bewoners zo lang mogelijk met inzet van hun directe omgeving en niet-geïndiceerde wijkvoorzieningen in hun eigen omgeving actief zijn, daar blijven wonen en zo laat mogelijk een beroep doen op geïndiceerde professionele zorg en jeugdhulp. De inzet van welzijn is gericht op het ontlasten van mantelzorgers, de ondersteuning van vrijwilligers, het organiseren van en toeleiden naar gebruik van collectieve wijkvoorzieningen, langer thuis blijven wonen, inzet/scholing/training van Rotterdammers met een uitkering; - Het creëren van een kansrijke, veilige buurt en opvoedomgeving voor kinderen en jongeren. stedelijk welzijn Stedelijk welzijn houdt in dat de activiteiten niet ver- of gebonden zijn aan een specifiek gebied en het ook niet efficiënt, niet wenselijk of wettelijk niet mogelijk is om deze taken gebiedsgericht te organiseren. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met schaalvoordelen, specifieke doelgroepen etc. Zo geldt voor ondersteuningsstructuren voor bewonersinitiatieven, mantelzorgers en vrijwilligers dat zij in ieder gebied op dezelfde wijze beschikbaar moeten zijn voor burgers en het bovendien efficiënter is om de structuren stedelijk te organiseren. De aard en samenstelling van het gebied is hierbij minder van belang. Artikel 2. Toepassingsbereik De bevoegdheid van het college om nadere regels vast te stellen is opgenomen in artikel 3, derde lid van de SvR 2014. De nadere regels zijn van toepassing op activiteiten die vanaf 1 januari 2018 plaatsvinden. Artikel 3. Criteria subsidie stedelijk welzijn In het afwegingskader zijn vijf criteria opgenomen op grond waarvan het college toetst of een activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd kan worden gesubsidieerd op grond van de nadere regels. Indien de activiteit op grond van het afwegingskader minimaal vier punten behaalt kan subsidie worden verstrekt. Daarbij geldt dat de criteria opgenomen onder 1, 2 en 3 uitsluitingsgronden zijn om voor subsidiëring in aanmerking te komen (zie hiervoor het afwegingskader). Het afwegingskader is een onderdeel van de nadere regels. Artikel 4. Aanvullende subsidieverplichting VOG In artikel 4 is de Verklaring Omtrent het Gedrag (hier
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Buitenwerkingstelling bepalingen Artikel 3 Subsidieplafond Artikel 4 Winstoogmerk Artikel 5 Vorming vermogen, reserves en voorzieningen Hoofdstuk 2 Subsidieverlening Artikel 6 De aanvraag tot subsidieverlening Artikel 7 Beoordeling van de subsidieaanvraag Artikel 8 De beschikking tot subsidieverlening Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger Hoofdstuk 3 Verantwoording en subsidievaststelling Artikel 10 Tussentijdse verantwoording Artikel 11 Prestatieverantwoording Artikel 12 Financiële verantwoording Artikel 13 De jaarrekening Artikel 14 Verantwoording bij projectsubsidies Artikel 15 Opstelling van ontvangsten en uitgaven Artikel 16 Verklaring accountant Hoofdstuk 4 Betaling Artikel 17 Voorschotten en uitbetaling Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 18 Inwerkingtreding en overgangsrecht Artikel 19 Citeertitel Ondertekening Controleprotocol subsidies stedelijk welzijn Deel 2: Controleprotocol voor subsidies > € 200.000 Toelichting Uitvoeringsregeling subsidies stedelijk welzijn Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR19681 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR19681/1 sluiten Uitvoeringsregeling subsidies stedelijk welzijn Geldend van 01-10-2002 t/m heden Intitulé Uitvoeringsregeling subsidies stedelijk welzijn Burgemeester en wethouders van Rotterdam, Gelezen het voorstel van de directeur van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid, d.d. 20 september 2002, SCZ 02/2515; gelet op artikel 5, eerste en tweede lid, Verordening algemene subsidievoorwaarden 2001 (Gemeenteblad 2001, nr. 96); Besluiten: Vast te stellen de hierna volgende “Uitvoeringsregeling subsidies stedelijk welzijn”: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan onder: a. welzijn: het gebied van maatschappelijke dienstverlening, maatschappelijke activering, maatschappelijke opvang en bestrijding van armoede en sociaal isolement; b. product: een concreet en meetbaar voortbrengsel van het handelen van een subsidieontvanger; c. activiteit: een concrete en meetbare tijdsbesteding van een subsidieontvanger; d bestemmingsreserve: een afgezonderd deel van het vermogen dat een beperkte bestedingsmogelijkheid kent die door het bestuur van de subsidieontvanger wordt bepaald; e. voorzieningen: verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten; - op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; - kosten welke in een volgend boekjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van deze kosten zijn oorsprong vindt in het boekjaar of een voorafgaand boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren; f. SoZaWe: de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam; g. project: een in tijd en omvang afgebakend geheel van activiteiten; h. projectsubsidie: subsidie, bestemd voor een project; i. hoofdfinancier: de subsidieverstrekker die, in geval van meerdere financieringsbronnen, ten minste 50 % van het totale subsidiebudget verstrekt voor hetzelfde doel of hetzelfde project; j. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; k. VAS: de Rotterdamse Verordening algemene subsidievoorwaarden 2001 (Gemeenteblad 2001-96) l. Uitvoeringsregeling de Uitvoeringsregeling subsidies stedelijk welzijn; m. het bestuursorgaan: het college van Burgemeester en Wethouders. 2. De begripsbepalingen uit de VAS en de Awb hebben dezelfde inhoud en betekenis in deze Uitvoeringsregeling. Artikel 2 Buitenwerkingstelling bepalingen Het bestuursorgaan kan bepalen dat een of meerdere bepalingen van deze Uitvoeringsregeling, of onderdelen daarvan, niet van toepassing zijn als dit, gezien de hoogte of de aard van de gevraagde subsidie redelijkerwijs niet kan worden verlangd of als de nakoming van de in de bepaling neergelegde verplichting(en) voor het bestuursorgaan niet noodzakelijk is om het recht op en de hoogte van de subsidie vast te stellen. Artikel 3 Subsidieplafond Gereserveerd. Artikel 4 Winstoogmerk Het bestuursorgaan verleent slechts subsidie aan een subsidieontvanger die zonder winstoogmerk werkzaam is. Artikel 5 Vorming vermogen, reserves en voorzieningen 1. Het bestuursorgaan kan een door de subsidieontvanger aangehouden bestemmingsreserve geheel of gedeeltelijk tot het vermogen rekenen als de hoogte of de aangegeven bestemming van de reserve naar het oordeel van het bestuursorgaan niet past in het doel van de verstrekking van de betreffende subsidie. 2. Het bestuursorgaan kan een subsidieaanvraag voor een jaar t afwijzen als blijkt dat het vermogen aan het einde van het boekjaar t – 2 meer bedraagt dan 10% van de subsidie die aan het bestuursorgaan wordt gevraagd door middel van de subsidieaanvraag. 3. Het bestuursorgaan kan een subsidie over een jaar t lager vaststellen als blijkt dat: - het vermogen en de bestemmingsreserves tezamen over boekjaar t meer bedragen dan 5% van de door het bestuursorgaan verleende subsidies; of - het vermogen aan het einde van het boekjaar t – 1 meer bedraagt dan 10 % van de subsidie die aan het bestuursorgaan werd gevraagd door middel van de subsidieaanvraag. 4. Het bestuursorgaan kan een projectsubsidie afwijzen of tot een lager bedrag vaststellen als blijkt dat de overheadkosten die toegerekend worden aan het project meer dan 15 % bedragen van het totaal aan subsidies voor het project. 5. In het geval er sprake is van meerdere financieringsstromen voor hetzelfde doel of project, waarbij het bestuursorgaan geen hoofdfinancier is, worden de mutaties in het vermogen, de bestemmingsreserves en de voorzieningen evenredig toegerekend aan de verschillende inkomstenbronnen, tenzij direct aan de verschillende inkomstenbronnen kan worden toegerekend. 6. In het geval er sprake is van projectsubsidie worden daartoe reeds beschikbare vermogen en voorzieningen in overeenstemming met het tweede en derde lid betrokken. Hoofdstuk 2 Subsidieverlening Artikel 6 De aanvraag tot subsidieverlening 1. Bij een aanvraag tot subsidieverlening dienen in ieder geval de volgende gegevens te worden overgelegd: a. een duidelijke omschrijving van het product of de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft. Hierbij moet in ieder geval tot uiting komen het maatschappelijk probleem en de doelstelling waarop de activiteit is gericht, de aard, omvang en intensiteit, de doelgroep(en), het verwachte aantal deelnemers en/of cliënten en de locatie(s) waar het product tot stand komt of de activiteit plaatsvindt; b. een totale begroting van baten en lasten, inclusief toelichting, van de subsidieontvanger voor het boekjaar waarin het product of de activiteit wordt gepland waarvoor subsidie wordt aangevraagd. c. een begroting per product of activiteit, waarbij alle kosten en opbrengsten aan het product of de activiteit zijn toegerekend, inclusief de kosten voor personeel en accommodatie; d. een overzicht van de eventuele andere inkomstenbronnen of andere lopende of nog in te dienen subsidieaanvragen voor hetzelfde product of dezelfde activiteit; e. een overzicht van de te heffen contributies en bijdragen of van de te hanteren tarieven of toegangsprijzen; f. een verslag van de in het voorgaande boekjaar tot stand gebrachte producten of activiteiten met en beschrijving van de gevolgde werkwijze en van het verkregen resultaat; g. de jaarrekening met toelichting en het accountantsrapport over het voorafgaande boekjaar; h. de informatie die SoZaWe vraagt in verband met de toetsing van de aanvraag aan de Checklist kwaliteitsnormen subsidies stedelijk welzijn. De subsidieontvanger dient hiertoe het voor de aanvrager bestemde deel van de Checklist kwaliteitsnormen subsidies stedelijk welzijn in te vullen. 2. Het bestuursorgaan kan modellen vaststellen voor de bescheiden bedoeld in het eerste lid. Artikel 7 Beoordeling van de subsidieaanvraag 1. Het bestuursorgaan toetst de subsidieaanvraag in ieder geval aan de door haar vastgestelde beleidsregels, de Uitvoeringsregeling, de VAS en de Awb. 2. Voordat het bestuursorgaan een besluit neemt op de aanvraag, vindt er een overleg plaats met de subsidieontvanger als of het bestuursorgaan of de subsidieontvanger dit wenst. In dit overleg komen in ieder geval aan de orde: - de bevindingen van het bestuursorgaan naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde toetsing, alsmede de visie van de subsidieontvanger op dit oordeel; - de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de aanvraag; de subsidievorm en subsidiesoort; - de controle op de levering van het product of de activiteit en de tussentijdse informatievoorziening; - de voorschotbetaling; - de periode waarvoor subsidieafspraken worden gemaakt; - de verdere procedure. 3. Van het overleg als bedoeld in het tweede lid wordt door het bestuursorgaan een verslag gemaakt. Dit verslag wordt ter kennisname verstrekt aan de subsidieontvanger. Artikel 8 De beschikking tot subsidieverlening 1. Een besluit tot verlening van subsidie bevat in ieder geval: a. een verwijzing naar het overleg als bedoeld in artikel 7, tweede lid, voor zover dat heeft plaatsgevonden; b. een omschrijving van het product of de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend; c. de verplichtingen voor de subsidieontvanger die aan de subsidieverlening zijn verbonden, waaronder de vastgestelde kwaliteitseisen; d. de hoogte van het subsidiebedrag; e. of en op welke wijze er voorschotten worden verstrekt; f. de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft; g. de wijze waarop en de termijn waarbinnen een aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend. 2. Een afwijzing van de subsidieaanvraag bevat in ieder geval: a. een verwijzing naar het overleg als bedoel in artikel 7, tweede lid, voor zover dat heeft plaatsgevonden; b. de omschrijving van het product of de activiteit waarvoor geen subsidie wordt verleend. Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger 1. Aan de subsidieverlening wordt de verplichting verbonden om: a. de administratieve bescheiden gedurende een door het bestuursorgaan te bepalen periode ter beschikking te houden van het bestuursorgaan; b. een eventueel voornemen tot opheffing en ontbinding ten minste 13 weken voordat het definitieve besluit te dien aanzien wordt genomen schriftelijk ter kennis te brengen van het bestuursorgaan. 2. Aan de subsidieverlening kan daarnaast de verplichting worden verbonden om in de statuten op te nemen dat statutenwijziging alsmede nader door het bestuursorgaan genoemde besluiten van de subsidieontvanger de goedkeuring van het bestuursorgaan behoeven. 3. De subsidieontvanger is verplicht in haar jaarverslag te rapporteren over: a. Hoeveel personen naar land van herkomst participeren in het bestuur van de instelling; b. Hoeveel personen naar land van herkomst deel uitmaken van de personeelsformatie; c. Welke Rotterdammers naar land van herkomst de producten (diensten) van de instelling afnemen. Hoofdstuk 3 Verantwoording en subsidievaststelling Artikel 10 Tussentijdse verantwoording 1. Als het verleende subsidiebedrag over een boekjaar een omvang heeft vanaf € 200.000,--, is de subsidieontvanger verplicht binnen 2 weken na afloop van een kwartaal over die periode een rapportage te overleggen met een overzicht van de geleverde producten of activiteiten. Zonodig 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.