Veelgestelde vragen over Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Drenthe

Antwoorden op de vragen die het loket zelf over Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Drenthe beantwoordt.

Wie kan deze subsidie aanvragen?

Deze subsidie is voor samenwerkingsverbanden van minimaal twee partijen, waarbij tenminste één partij een landbouwer moet zijn. De andere partij kan bijvoorbeeld een kennisinstelling, een technologiebedrijf, een ketenpartij of een natuurorganisatie zijn.

Wanneer word ik gezien als landbouwer?

Je bent een landbouwer als je landbouwactiviteiten uitvoert en je als landbouwer geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel. Hiermee worden bedrijven bedoeld waarbij landbouwactiviteiten de hoofdactiviteit zijn, dit kan zowel veeteelt als akkerbouw zijn.

Mag mijn bedrijf meerdere subsidies aanvragen of ontvangen?

Ja, als aanvrager mag je meerdere subsidies ontvangen. Let wel op de de-minimisverordening: als deze van toepassing is, mag je niet meer dan € 300.000 in 3 jaren aan subsidie ontvangen.

Mag een leverancier deelnemen aan het samenwerkingsverband?

Ja, een leverancier van de investeringen binnen het project mag ook als projectpartner meedoen. In dat geval is de leverancier een verbonden partij en mag deze geen winstopslagen meer rekenen over de geleverde investeringen. Ook zijn gewerkte uren dan subsidiabel tegen de uurtarieven uit de openstelling.

Worden verbonden partijen binnen een samenwerkingsverband gezien als meerdere deelnemers?

Nee, als deelnemers verbonden zijn (in welke vorm dan ook), dan worden ze niet als afzonderlijke deelnemers in een samenwerkingsverband beschouwd.

Waarvoor kan ik subsidie krijgen?

Je kunt subsidie krijgen voor loonkosten, eigen arbeidskosten, afschrijvingskosten en kosten van derden.

Hoe hoog is de subsidie?

De subsidie is minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000. De hoogte bedraagt 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen en 100% van de overige subsidiabele kosten.

Wat valt er onder investeringen in bedrijfsmiddelen?

Onder bedrijfsmiddelen vallen vaste activa die je voor de bedrijfsvoering gebruikt en die onder het ondernemingsvermogen vallen, bijvoorbeeld gebouwen, machines, inventaris en ook software. Investeringen in bedrijfsmiddelen zijn subsidiabel voor de duur van het project.

Hoe wordt de subsidiabele investering berekend als de afschrijvingstermijn langer is dan de projectduur?

Stel de aanschafprijs van een machine is € 100.000 en de machine wordt in 5 jaar afgeschreven, maar het project duurt 3 jaar. Dan is 60% van de kosten, dus € 60.000, subsidiabel. De subsidiabele kosten zijn dan 40% van € 60.000, dat is € 24.000.

Hoe lang mag de projectperiode maximaal zijn?

De projectperiode is maximaal twee jaar. Deze periode gaat in na het afgeven van de verleningsbeschikking.

Hoeveel punten moet mijn project minimaal scoren?

Het project scoort minimaal 36 van de 60 punten.

Hoeveel mag één partij maximaal van de kosten voor haar rekening nemen?

Geen van de partijen mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen.

Hoeveel voorschot krijg ik bij verlening?

Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. Dit is een optie; je kunt er ook voor kiezen om geen voorschot te ontvangen.

Hoe vaak mag ik een deelbetaling aanvragen?

Er mag één keer per kalenderjaar een deelbetaling worden aangevraagd. Een voorschot en deelbetaling(en) bedragen samen ten hoogste 90% van het verleende subsidiebedrag.

Moet ik de resultaten van mijn project delen?

Ja, de resultaten en kennis worden gedeeld via het Nationale en Europese EIP-netwerk. Je moet een globaal overzicht geven van je onderzoek en van tevoren onderzoeken of er al een vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd.

Hoe vaak moet ik een voortgangsverslag aanleveren?

Je levert iedere 12 maanden een voortgangsverslag aan.

Wat moet het vaststellingsverzoek bevatten?

Het vaststellingsverzoek bevat een rapport van feitelijke bevindingen, opgesteld door een accountant. Daarnaast stuur je onder andere een eindverslag, facturen- en urenoverzicht, kopieën van facturen en betaalbewijzen en urenregistratieformulieren mee.

Waar moet mijn project grotendeels worden uitgevoerd?

Het project wordt grotendeels uitgevoerd in de provincie Drenthe.

Mag ik voor hetzelfde project in meerdere provincies subsidie aanvragen?

Ja, dat mag, mits het project aan alle voorwaarden voldoet. Je vraagt subsidie aan in de provincie waar het grootste effect wordt verwacht. Is het effect gelijk verdeeld over twee provincies, dan moet je het project opsplitsen in twee aanvragen.

Mag subsidie gestapeld worden met andere subsidies?

Dit kan als de subsidie die je bij andere instanties ontvangt niet hoger is dan de subsidie die je bij deze aanvraag ontvangt. Bijvoorbeeld: bij € 300.000 GLB-subsidie en € 100.000 subsidie van een andere instantie voor dezelfde activiteiten, is de maximaal te verlenen GLB-subsidie nog € 200.000.

Zijn voorbereidingskosten subsidiabel?

Nee, kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van je project zijn niet subsidiabel.

Valt deze subsidie onder de de-minimisverordening?

Nee, de de-minimisverordening is niet van toepassing op deze openstelling, omdat de openstelling zich richt op de voortbrenging en handel in landbouwproducten. Hierdoor is artikel 42 VWEU van toepassing en is de steun vrijgesteld van staatssteun.

Is een groter samenwerkingsverband met meer landbouwers beter voor mijn score?

Nee, meer landbouwers levert niet per definitie meer punten op. Als landbouwers ook een extra bijdrage aan het project leveren, kan dit wel positief uitwerken op de score van de adviescommissie.

Wie zitten er in de adviescommissie en waarop beoordelen zij?

De adviescommissie bestaat uit 5 leden uit verschillende provincies met verschillende achtergronden: een agronoom, een melkveehouder, een varkenshouder, een biogastechnoloog en een microbioloog. Zij beoordelen projecten op basis van 4 criteria: effectiviteit, haalbaarheid, innovatie en efficiëntie.

Zijn er eisen aan het TRL-niveau van mijn project?

Nee, er worden geen eisen gesteld aan het TRL-niveau (Technology Readiness Level) van een project. Wel wordt bij de beoordeling een meerwaarde gezien in projecten in TRL 7 en/of 8. In de openstellingen van Groningen en Drenthe zijn deze levels niet vooraf bepaald.

Mogen kennisinstellingen het IKS-tarief toepassen?

Ja, alleen kennisinstellingen mogen de Integrale Kostensystematiek (IKS) toepassen, en alleen als jouw IKS al is goedgekeurd vanuit nationale subsidies of standaard door je organisatie wordt gebruikt. Speciaal voor een subsidieaanvraag IKS gaan gebruiken is niet toegestaan.

Welke begrotingsformats kan ik gebruiken en wat is het verschil?

Er zijn twee begrotingsformats: op basis van werkelijke loonkosten en eigen arbeidskosten, en op basis van de vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten. Bij het VKO-format worden loonkosten en eigen arbeid berekend als 23% van de overige subsidiabele kosten, wat eenvoudiger is en minder administratieve lasten met zich meebrengt, omdat je dan geen verantwoording over gemaakte uren hoeft af te geven.

Wat heb ik nodig om mijn aanvraag in te dienen?

Je hebt onder andere nodig: een projectplan volgens het format van het SNN, een begroting inclusief toelichting, een financieringsplan, een verklaring niet in financiële moeilijkheden, eventueel een machtigingsformulier voor een intermediair, een samenwerkingsovereenkomst en een aantoonbare oriëntatie op al uitgevoerde onderzoeken en bestaande initiatieven.

Gecontroleerd op . Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij Europese Unie / Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) (via SNN).