Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering
RVO (Rijksdienst voor Ondernemers)
Wat is de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering?
Categorie 3: Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is een subsidie voor samenwerkingsverbanden van melkveehouders en akkerbouwers die minder intensief willen produceren in en rond een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. De subsidie vergoedt zowel de kosten voor het opzetten en uitvoeren van het project als een jaarlijkse beheervergoeding voor het daadwerkelijk extensiveren van het bedrijf. De regeling maakt onderdeel uit van Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden.
Wie komt in aanmerking voor de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering?
Waarvoor krijg je subsidie?
U krijgt subsidie voor extensivering van uw melkveehouderij of akkerbouwbedrijf bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, en voor kosten die u maakt tijdens de uitvoering van het project.
Voor melkveehouderijbedrijven: u krijgt subsidie door het productie- en bemestingsvolume te verlagen, geen stikstofhoudende kunstmest te gebruiken en de stikstofuitstoot te verminderen tot maximaal 100 of 150 kilogram stikstofdierexcretie per hectare. Dit gebeurt het liefst in combinatie met de verlengde weidegang volgens de eco-regeling.
Voor akkerbouwbedrijven: u krijgt subsidie door het bemestingsvolume te verlagen, minimaal 50% rustgewassen-plus op uw bouwland te telen en de stikstofbemesting te verminderen tot maximaal 100 of 150 kilogram per hectare.
De subsidiabele kosten zijn:
- Coördineren van de samenwerking en het maken van (bedrijfs)plannen.
- Begeleiden, uitvoeren en uitwerken van (bedrijfs)plannen.
- Uitvoeren van communicatie.
- Maken van rapportages.
- Extensiveren (het uitvoeren van de beheermaatregel).
De kosten van de eerste vier posten mogen samen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele kosten zijn, zodat minstens 75% van de subsidiabele kosten aan het extensiveren zelf wordt besteed.
Kosten van derden (bijvoorbeeld externe coördinatie en communicatie) worden onderbouwd met offertes. Arbeidskosten kunnen worden opgegeven als vast (forfaitair) bedrag van 23% bovenop de gedeclareerde kosten van derden, zonder verdere onderbouwing (Vereenvoudigde kostenoptie).
Gebruikt u als akkerbouwbedrijf alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen of middelen van de Skal-inputlijst, dan kunt u een hogere vergoeding krijgen (zie de bedragen bij "Hoeveel krijg je?").
Hoeveel subsidie krijg je?
Per samenwerkingsverband ontvangt u minimaal € 125.000 aan subsidie.
Voor de subsidiabele kosten (coördinatie, bedrijfsplannen, communicatie, rapportages en het extensiveren zelf) geldt een subsidiepercentage van 100%: deze kosten worden volledig vergoed. De kosten voor coördinatie en samenwerking mogen samen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele kosten zijn, zodat minstens 75% van de subsidiabele kosten aan het extensiveren zelf wordt besteed.
Voor de beheervergoedingen bij extensivering gelden de volgende bedragen per hectare per jaar:
- Melkveehouderij, maximaal 150 kg stikstofdierexcretie gemiddeld per hectare per bedrijf: € 1.680 per hectare per jaar.
- Melkveehouderij, maximaal 100 kg stikstofdierexcretie gemiddeld per hectare per bedrijf: € 2.430 per hectare per jaar.
- Akkerbouw, maximaal 150 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf: € 375 per hectare per jaar.
- Akkerbouw, maximaal 100 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf: € 1.020 per hectare per jaar.
- Akkerbouw, maximaal 150 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf, met gebruik van de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 2.675 per hectare per jaar.
- Akkerbouw, maximaal 100 kg stikstofbemesting gemiddeld per hectare per bedrijf, met gebruik van de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 3.130 per hectare per jaar.
Vraagt een akkerbouwbedrijf ook de eco-activiteit rustgewassen aan, dan wordt de vergoeding verminderd met € 105 per hectare.
Voor kosten van derden (bijvoorbeeld coördinatie en communicatie door externe partijen) levert u offertes aan. Voor arbeidskosten kan een vast (forfaitair) bedrag worden gebruikt: 23% bovenop de gedeclareerde kosten van derden, zonder dat hiervoor een onderbouwing nodig is (Vereenvoudigde kostenoptie, VKO).
Na goedkeuring ontvangt u automatisch één keer een voorschot van 20% van het subsidiebedrag. Bij een deelbetaling vraagt u per keer minimaal € 50.000 aan, en samen zijn de voorschotten en deelbetalingen nooit meer dan 90% van de toegekende subsidie.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 22 apr 2026 | 8 jun 2026 | € 78,8 mln | Tender (rangschikking na sluiting) |
Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering?
Voor het samenwerkingsverband gelden deze eisen: - De percelen van het project zijn bij elkaar minimaal 200 hectare groot. - Minimaal 50% van de percelen van het project ligt binnen een Natura 2000-overgangsgebied. - Een melkveehouderij of akkerbouwbedrijf kan aan maximaal één samenwerkingsverband dat deze subsidie aanvraagt meedoen. - Overheden kunnen geen onderdeel zijn van het samenwerkingsverband; in het samenwerkingsverband zit in ieder geval één agrariër.
Het budget wordt verdeeld via een beoordelingscommissie die scoort op selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie en urgentie); het budget gaat naar de aanvragers met de hoogste score. Voor effectiviteit is minimaal 2,5 punten vereist en in totaal moet minimaal 21 van de 35 te behalen punten worden gescoord.
Verder gelden deze samenhangregels met andere subsidies:
- U mag maar één keer subsidie ontvangen voor eenzelfde activiteit. Krijgt u ook subsidie uit het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) voor de activiteit A09 (Rustgewas), dan mag u percelen met rustgewassen niet inzetten voor deze subsidie.
- Gebruikt u als akkerbouwbedrijf de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen, dan kan dit overlappen met ANLb-activiteit A07; voor het overlappende deel op een perceel ontvangt u minder subsidie.
- Vraagt u deze subsidie aan, dan kunt u niet meedoen aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem).
Voor het bemestingsplan (voor alle landbouwers, niet specifiek voor deze subsidie) geldt dat u elk jaar opnieuw vóór het begin van het groeiseizoen een bemestingsplan opstelt en dit 5 jaar bewaart in uw bedrijfsadministratie; het hoeft niet te worden opgestuurd.
Hoe vraag je de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering aan?
De subsidie wordt aangevraagd door het samenwerkingsverband; het samenwerkingsverband dient de aanvraag in. Het budget wordt verdeeld op basis van een rangschikking: een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt elk project op selectiecriteria en het budget gaat naar de aanvragers die daarop het hoogst scoren.
Bij de aanvraag horen onder meer:
- Een begroting met de subsidiabele kosten, op te stellen met het bijbehorende begrotingsformat.
- Bij subsidies tot € 125.000 wordt de subsidie vastgesteld met behulp van deelprestaties; deze formuleert u in de aanvraag zo duidelijk en helder mogelijk.
- Voor de vergoedingen bij extensiveringsmaatregelen worden gegevens over percelen en activiteiten vastgelegd in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB).
Voor de beoordeling gelden selectiecriteria met een puntensysteem:
- Effectiviteit: 1 tot en met 5 punten, wegingsfactor 4, maximaal 20 punten. Hiervoor is minimaal 2,5 punten vereist.
- Haalbaarheid: 1 tot en met 5 punten, wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
- Efficiëntie: 1 tot en met 5 punten, wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
- Urgentie: 1 tot en met 5 punten, wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
- Het maximale totaal is 35 punten; u moet in totaal minimaal 21 punten scoren. Na de score op deze onderdelen worden de aanvragen ook beoordeeld op de overige onderdelen, zoals de begroting.
Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Een commissie beoordeelt alle aanvragen op de selectiecriteria; hieruit volgt een rangschikking en het budget wordt verdeeld onder de aanvragers die het hoogst scoren. Daarna worden de aanvragen beoordeeld op de overige onderdelen, zoals de begroting.
Na een positieve beslissing en goedkeuring van uw aanvraag ontvangt u automatisch één keer een voorschot van 20% van het subsidiebedrag; de exacte hoogte staat in de beslisbrief. U kunt starten met de uitvoering na uw aanvraag, maar als u begint voordat u de beslisbrief heeft, is dat op eigen risico.
Tijdens de uitvoering gelden onder meer deze verplichtingen:
- U houdt zich aan de voorwaarden van de subsidieregeling en de verplichtingen uit de beslisbrief.
- Wijzigingen geeft u vooraf door, voordat u ze uitvoert, met het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies. Wijzigingen in percelen of uitgevoerde maatregelen registreert u ook in Opgave Jaarlijks Beheer (OJB), voordat u het formulier verstuurt.
- Bij steun uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gelden communicatieverplichtingen: het tonen van het EU-logo, het melden van de ELFPO-steun met de tekst "Medegefinancierd door de Europese Unie" en een beschrijving van het project. Ontvangt u meer dan € 50.000 subsidie en investeert u in materiële activa, dan plaatst u tijdens de uitvoering een plaquette of digitaal beeldscherm dat voor het publiek duidelijk zichtbaar is.
- Duurt uw project langer dan één jaar, dan stuurt u altijd een tussenrapportage, volgens het daarvoor bestemde format.
- Een deelbetaling kunt u via Mijn RVO maximaal 2 keer per jaar aanvragen, per keer minimaal € 50.000. Voor beheerkosten vraagt u de deelbetaling één keer per jaar aan voor het hele samenwerkingsverband, op basis van de gegevens die u in OJB heeft geregistreerd.
- Samen zijn de voorschotten en deelbetalingen nooit meer dan 90% van de toegekende subsidie.
- Na afronding van het project vraagt u binnen 2 maanden via Mijn RVO de vaststelling van uw subsidie aan. U maakt een samenvatting van de eindresultaten, die u meestuurt met uw eindverslag bij de aanvraag tot vaststelling; deze resultaten worden openbaar gemaakt.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 8 documenten bij deze regeling, waarvan er 5 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Formulier melding Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden Word document | 47.54 KBDownloadWord · 1 paginaVerplicht
Formulier waarmee je wijzigingen in je goedgekeurde projectplan, percelen of aanvragers meldt aan RVO na goedkeuring van je aanvraag.
- Format Voortgangsverslag/tussenrapportage Categorie 1 t/m 3 2024 Word document | 70.17 KBDownloadWord · 2 pagina'sVerplicht
Format voor de tussenrapportage waarmee je de voortgang van je project (activiteiten, resultaten, financiën) rapporteert aan RVO, verplicht als je project langer dan een jaar duurt.
- Format begroting en betaalverzoeken Categorie 2 en 3 2025 Excel document | 1.84 MBDownloadExcel · 14 pagina'sVerplicht
Excelformat waarmee je de begroting van je project opstelt en betaalverzoeken (deelbetalingen) voor overige kosten indient bij RVO.
- Format Dierexcretie Categorie 2 en 3 2025 Excel document | 62.13 KBDownloadExcel · 6 pagina'sVerplicht
Excelformat waarmee melkveehouders de jaarlijkse stikstofdierexcretie van hun bedrijf berekenen en opgeven, nodig als bewijsstuk bij een deelbetaling voor beheerkosten.
- Handleiding Opgave Jaarlijks Beheer (OJB) PDF document | 185.52 KBDownloadPDF · 3 pagina'sVerplicht
Handleiding voor de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB), die je nodig hebt om jaarlijks de percelen en uitgevoerde beheeractiviteiten van je samenwerkingsverband vast te leggen als basis voor je betaalverzoek.
- 241128-Toelichting-Bemestingsplan-voor-alle-landbouwers-v1.3DownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
Toelichting over het verplichte jaarlijkse bemestingsplan dat elke landbouwer voor 15 februari opstelt en 5 jaar in de eigen administratie bewaart, ter onderbouwing van de bemesting op je bedrijf.
- Cumulatie ANLb A09DownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
Overzicht van overlappende beheerpakketten tussen deze regeling en ANLb-activiteit A09 (Rustgewas), nodig om te bepalen welke percelen met rustgewassen je niet dubbel mag inzetten voor subsidie.
- Cumulatie ANLb A07DownloadPDF · 4 pagina'sAanbevolen
Overzicht van overlappende beheerpakketten tussen deze regeling en ANLb-activiteit A07, nodig om te bepalen hoeveel subsidie je krijgt bij overlap op een perceel als je de Skal-inputlijst gebruikt.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Categorie 3: Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebiedenrvo.nl · gecontroleerd 18 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemers); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.