Gesloten

Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Wat is de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2?

Categorie 2: Grondwaterstand verhogen en mogelijk extensivering in veenweidegebieden is onderdeel van de regeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden. Samenwerkingsverbanden van onder meer agrariërs, agrarische collectieven en natuurorganisaties kunnen hiermee subsidie krijgen voor het verhogen van de grondwaterstand op grasland in veenweidegebieden en, als aanvullende optie, voor het extensiveren van de melkveehouderij. De subsidie bestaat uit vergoedingen per hectare voor beheermaatregelen en uit een vergoeding van de kosten voor het opzetten en uitvoeren van het project.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2?

De subsidie is voor samenwerkingsverbanden. Hierin werken agrariërs samen met bijvoorbeeld andere agrariërs, agrarische collectieven en natuurorganisaties. In het samenwerkingsverband zit in ieder geval één agrariër. Overheden mogen niet meedoen aan het samenwerkingsverband.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een samenwerkingsverband
Uitgesloten: Overheid
Deze rechtsvormen komen niet in aanmerking.
Je sector valt onder SBI 0141, 0142
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Verdere eisen aan het samenwerkingsverband:

  • Minimaal 50% van de percelen van het samenwerkingsverband ligt binnen een veenweidegebied. Dit gaat om veengrond in de provincies Fryslân, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland, en in de gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Westerkwartier (provincie Groningen) en Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle (provincie Overijssel).
  • De percelen van het samenwerkingsverband zijn minimaal 200 hectare groot.
  • De subsidie is voor een nieuw samenwerkingsverband of voor activiteiten die nieuw zijn voor een bestaand samenwerkingsverband.

Wil een melkveehouderijbedrijf meedoen aan het onderdeel extensivering? Dan moet dit bedrijf onder meer minimaal 80% grasland op landbouwareaal hebben en mag het bedrijf maximaal aan één samenwerkingsverband meedoen dat subsidie aanvraagt in categorie 2 of 3 van deze regeling. Wilt u als melkveehouder deze subsidie gebruiken om te extensiveren, dan kunt u niet ook meedoen aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem).

Waarvoor krijg je subsidie?

U kunt subsidie krijgen voor 4 onderdelen: - Geringe drooglegging op grasland als landbouwareaal in een veenweidegebied (het verschil tussen de gemiddelde maaiveldhoogte van het perceel en het waterpeil in het peilvak, van 1 april tot 1 oktober maximaal 40, 30 of 20 centimeter). - Aanschaf en plaatsing van een waterinfiltratiesysteem of digitale grondwaterpeilbuizen in grasland in veenweidegebied. - Onderhoud van een waterinfiltratiesysteem en digitale grondwaterpeilbuizen. De onderhoudskosten mogen maximaal 10% van de investeringskosten zijn. - Extensiveren van de melkveehouderij, door het productie- en bemestingsvolume te verlagen tot 100 of 150 kg stikstofdierexcretie per hectare per bedrijf, zonder gebruik van stikstofkunstmest.

Subsidiabele kosten zijn de kosten voor:

  • het uitwerken van het projectplan
  • het maken, begeleiden, uitvoeren en uitwerken van bedrijfsplannen
  • het uitvoeren van communicatie
  • het maken van rapportages
  • het kopen en plaatsen van waterinfiltratiesystemen en digitale grondwaterpeilbuizen
  • het uitvoeren van beheermaatregelen, zoals het verhogen van de grondwaterstand en het extensiveren van uw bedrijf

Kosten van derden (bijvoorbeeld coördinatie en communicatie door externe partijen) worden vergoed op basis van offertes. Arbeidskosten worden vergoed als vast (forfaitair) bedrag van 23% boven op de gedeclareerde kosten voor derden, zonder dat u hiervoor bewijs of onderbouwing hoeft aan te leveren (de Vereenvoudigde kostenoptie, VKO).

Voor de aanleg van een waterinfiltratiesysteem voegt u meerdere offertes toe. Het systeem wordt aangelegd volgens de Kiwa-richtlijn BRL1411, en het omhulsel van de buizen bestaat uit natuurlijk materiaal, zoals kokos.

Hoeveel subsidie krijg je?

Voor deze regeling geldt een subsidiepercentage van 100% van de subsidiabele kosten. Wel geldt dat de samenwerkings- en coördinatiekosten samen niet meer dan 25% van de totale subsidie mogen zijn, zodat u minstens 75% van de subsidiabele kosten aan de uitvoering van de regeling besteedt.

Vergoeding bij geringe drooglegging (per hectare per jaar):

  • maximaal 40 cm drooglegging: € 545
  • maximaal 30 cm drooglegging: € 790
  • maximaal 20 cm drooglegging: € 1.355

Vergoeding bij combinatie van geringe drooglegging en extensivering naar 100 kg stikstofdierexcretie (per hectare per bedrijf):

  • jaarlijkse vergoeding voor extensivering: € 2.430
  • maximaal 40 cm drooglegging: € 410
  • maximaal 30 cm drooglegging: € 585
  • maximaal 20 cm drooglegging: € 995

Vergoeding bij combinatie van geringe drooglegging en extensivering naar 150 kg stikstofdierexcretie (per hectare per bedrijf):

  • jaarlijkse vergoeding voor extensivering: € 1.680
  • maximaal 40 cm drooglegging: € 450
  • maximaal 30 cm drooglegging: € 645
  • maximaal 20 cm drooglegging: € 1.105

Onderhoudskosten voor het waterinfiltratiesysteem en de digitale grondwaterpeilbuizen mogen maximaal 10% van de investeringskosten zijn.

Arbeidskosten worden vergoed als vast bedrag van 23% boven op de gedeclareerde kosten voor derden. De samenwerkings- en coördinatiekosten mogen samen niet meer dan 25% van de totale subsidie zijn.

Is er een overlap met een ANLb-pakket hoogwater, dan wordt de vergoeding van dat pakket afgetrokken van de vergoeding bij geringe drooglegging.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202622 apr 20268 jun 2026€ 39 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2?

  • Minimaal 50% van de percelen van het samenwerkingsverband ligt binnen een veenweidegebied
  • Minimaal 200 hectare percelen in het samenwerkingsverband
  • Project start uiterlijk 2 maanden na subsidieverlening en stopt uiterlijk 31 december 2028
  • Voor grondwaterstand: minimaal 90% op veengrond, alleen gewascodes 265, 266 en 331
  • Voor extensivering: minimaal 80% grasland, minimaal 70% stikstofdierexcretie van melk- en kalfkoeien
  • CO2-uitstoot per hectare per jaar maximaal gemiddeld 10 ton aan einde project (of 5-10% reductie afhankelijk van huidiging niveau)
  • Samenwerkings- en coördinatiekosten samen niet meer dan 25% van totale subsidie

Hoe vraag je de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2 aan?

De aanvraag wordt gedaan door het samenwerkingsverband, met een penvoerder die door alle partners wordt gemachtigd. U start de aanvraag via Mijn RVO, waar u een zaaknummer krijgt toegewezen. Percelen en maatregelen legt u vast in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB), waarbij percelen eerst in Mijn percelen op orde moeten zijn voordat u ze in OJB kunt overnemen.

Bij de aanvraag levert u onder meer aan:

  • een projectplan
  • een begroting, onderbouwd
  • de samenwerkingsovereenkomst van het samenwerkingsverband, ondertekend door de juiste (bevoegde) personen van alle deelnemers
  • een digitale omgevingskaart (ingebouwd in OJB)
  • een SOMERS-berekening voor de percelen veengrond, aan te leveren via OJB
  • bij extensivering: de berekening van de dierexcretie en de stikstofbemesting
  • meerdere offertes bij inzet van derden of aanleg van een waterinfiltratiesysteem, met een onderbouwing waarom voor een bepaalde offerte is gekozen

Het budget wordt verdeeld op basis van de rangschikking uit de beoordeling: samenwerkingsverbanden met de meeste punten komen als eerste in aanmerking, totdat het budget op is.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na sluiting van de aanvraagperiode beoordeelt RVO eerst of de aanvraag compleet is en of aan de instapcriteria wordt voldaan, waaronder de eis dat het om een samenwerkingsverband gaat. Daarna scoort een onafhankelijke beoordelingscommissie elk project op de selectiecriteria en ontstaat de rangschikking. Vervolgens vindt de inhoudelijke beoordeling plaats, bijvoorbeeld van de begroting; in deze fase kan RVO aanvullende inhoudelijke vragen stellen.

Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u automatisch eenmalig een voorschot van 20% van het subsidiebedrag bij de subsidieverlening. Hoeveel voorschot u ontvangt, staat in de beslisbrief.

U kunt via Mijn RVO maximaal 2 keer per jaar een deelbetaling aanvragen, waarbij u per keer minimaal € 50.000 aanvraagt. Het totaal van voorschot en deelbetalingen samen is nooit meer dan 90% van het toegekende subsidiebedrag. Kosten van derden declareert u met facturen en betaalbewijzen; voor uw eigen arbeid hoeft u geen uren bij te houden, hiervoor geldt het vaste percentage van 23% boven op de gedeclareerde kosten voor derden.

Duurt uw project langer dan één jaar, dan stuurt u een tussenrapportage; deze levert u uiterlijk 1 april van het jaar na de eerste beheerperiode. Is het project afgerond, dan vraagt u binnen 2 maanden na voltooiing via Mijn RVO de vaststelling van de subsidie aan.

Tijdens de looptijd gelden verplichtingen zoals: wijzigingen in het project of het samenwerkingsverband vooraf melden bij RVO (met het meldingsformulier), meewerken aan monitoring en evaluatie, uw administratie op orde houden en bewaren tot de termijn die in de vaststellingsbeschikking staat, en bij digitale grondwaterpeilbuizen de gegevens digitaal meten en doorgeven. Deze verplichtingen duren tot vijf jaar na de datum van de subsidievaststelling. Ontvangt u subsidie via het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), dan gelden ook communicatieverplichtingen, zoals het tonen van het EU-logo en, bij € 50.000 subsidie of meer, het plaatsen van een plaquette of digitaal beeldscherm.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.