Gesloten

Samenwerken aan groen-economisch herstel

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Wat is de Samenwerken aan groen-economisch herstel?

Samenwerken aan groen-economisch herstel is een subsidie van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor samenwerkingsverbanden in de agrarische sector. De subsidie is bedoeld voor projecten die de landbouwsector duurzamer en economisch sterker maken, verdeeld over vijf projectcategorieën variërend van duurzame waardeketens tot gebiedsgerichte pilots en ammoniakreductie. De aanvragen worden onderling vergeleken en beoordeeld op kwaliteit (tender), waarbij het budget naar de hoogst scorende projecten gaat.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerken aan groen-economisch herstel?

Deze subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden die samen een project in de agrarische sector uitvoeren. U vraagt de subsidie aan namens het samenwerkingsverband, niet als individuele partij. Uw project moet zich richten op één van de vijf projectcategorieën, en de samenstelling van het samenwerkingsverband verschilt per categorie:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een agrarisch bedrijf of coöperatie of producentenorganisatie of brancheorganisatie
Je sector valt onder SBI landbouw
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
  • Categorie A (Duurzame toegevoegde waardeketen): minimaal drie partijen, waaronder minimaal één agrarisch bedrijf en minimaal één ketenpartner.
  • Categorie B (Innovatieve digitalisering): minimaal één agrarisch bedrijf, samen met andere landbouwers, producentengroeperingen, coöperaties, andere MKB-bedrijven of brancheorganisaties.
  • Categorie C (Gebiedsgerichte pilots): minimaal één agrarisch bedrijf, samen met andere landbouwers, producentenorganisaties, coöperaties, andere MKB-bedrijven of brancheorganisaties.
  • Categorie D (Sectorale initiatieven): rechtspersonen die de landbouwsector vertegenwoordigen, of samenwerkende landbouwers.
  • Categorie E (Samenwerking voor maatregelen die de uitstoot van ammoniak beperken): minimaal twintig landbouwers en minimaal één coördinator.

Daarnaast geldt dat u niet in financiële moeilijkheden mag verkeren: geen schuldsanering, geen verzoek tot uitstel van betaling bij de rechtbank, en uw bedrijf mag niet failliet zijn of hiervoor een aanvraag hebben lopen.

Waarvoor krijg je subsidie?

U kunt subsidie krijgen voor kosten bij het oprichten van het samenwerkingsverband, het maken van uw projectplan en het uitvoeren van uw project. De kosten zijn onderverdeeld in categorieën:

Voorbereidingskosten:

  • kosten voor het vinden van deelnemers;
  • kosten voor het netwerken om het project uit te werken;
  • kosten voor het opstellen van een projectplan en de samenwerkingsovereenkomst;
  • kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

Uitvoeringskosten:

  • coördinatiekosten van het samenwerkingsverband;
  • kosten voor verspreiding van projectresultaten;
  • operationele kosten voor de uitvoering van het project;
  • kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

Bij een fysieke investering, aanvullend:

  • kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;
  • kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;
  • kosten voor aankoop van grond;
  • kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties, tot maximaal de marktwaarde.

Voor het berekenen van de directe kosten (loonkosten en overige kosten) kiest u één van twee vereenvoudigde kostenopties (VKO), die voor het hele samenwerkingsverband geldt:

  • VKO 1 (loonkosten als percentage van overige kosten): de loonkosten worden berekend als forfaitair bedrag van 20% van de overige kosten (kosten van derden, bijdragen in natura eigen arbeid, bijdragen in natura overig), verhoogd met 15% voor overheadkosten. Deze optie kan niet gebruikt worden als het project een overheidsopdracht is met een geschatte waarde van € 5.186.000 of meer (exclusief btw).
  • VKO 2 (overige kosten als percentage van loonkosten): de overige kosten worden berekend als forfaitair bedrag van 40% van de loonkosten. De loonkosten berekent u met het bruto jaarloon (bij 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek), verhoogd met een opslagpercentage van 43,5% voor werkgeverslasten. Loonkosten zijn subsidiabel tot maximaal 1.720 uur per persoon per jaar.

Arbeid door vrijwilligers is niet subsidiabel. Bijdrage in natura door eigen arbeid is subsidiabel voor € 35 per uur.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de subsidie hangt af van de projectcategorie en de gekozen rekenmethode (VKO). Per projectcategorie geldt een minimum en maximum subsidiebedrag per project:

  • Categorie A (Duurzame toegevoegde waardeketen): minimaal € 100.000, maximaal € 500.000.
  • Categorie B (Innovatieve digitalisering): minimaal € 100.000, maximaal € 500.000.
  • Categorie C (Gebiedsgerichte pilots): minimaal € 300.000, maximaal € 2 miljoen.
  • Categorie D (Sectorale initiatieven): minimaal € 100.000, maximaal € 500.000.
  • Categorie E (Samenwerking ammoniakreductie): minimaal € 100.000, maximaal € 500.000.

Bij VKO 1 (loonkosten als percentage van overige kosten) geldt een subsidiepercentage van 100% van de overige kosten voor niet-productieve investeringen, en 40% van de overige kosten voor productieve investeringen.

Bij VKO 2 (overige kosten als percentage van loonkosten) geldt, als u geen productieve investeringen doet, een subsidiepercentage van 100% voor het forfaitaire bedrag, de bijdrage in natura voor eigen arbeid, de overige bijdrage in natura en de overige kosten. Doet u wel productieve investeringen (of een combinatie met niet-productieve investeringen), dan geldt voor al deze posten een subsidiepercentage van 40%.

Bijdrage in natura door eigen arbeid is subsidiabel voor een vast uurtarief van € 35 per uur.

Tijdens de uitvoering kunt u maximaal twee keer per jaar een deelbetaling aanvragen van minimaal € 50.000 per aanvraag, voor kosten die u al gemaakt en betaald heeft. In totaal krijgt u maximaal 90% van het totale subsidiebedrag als deelbetaling. Bij de deelbetaling of vaststellingsaanvraag geldt een controle: is het verschil tussen het opgegeven bedrag en het door de uitvoerder berekende bedrag groter dan 10%, dan wordt het subsidiebedrag verlaagd met dat verschil.

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerken aan groen-economisch herstel?

Deze regeling is een tenderregeling: aanvragen worden onderling vergeleken en beoordeeld op kwaliteit, niet op volgorde van binnenkomst. Het budget gaat naar de aanvragers met de hoogste score, zolang de minimumscore wordt behaald.

Belangrijke eisen:

  • U vraagt aan namens een samenwerkingsverband dat voldoet aan de samenstellingseisen van de gekozen projectcategorie.
  • Uw project richt zich op één van de vijf projectcategorieën.
  • Het aangevraagde subsidiebedrag is minimaal € 100.000 voor categorie A, B, D of E, en minimaal € 300.000 voor categorie C.
  • U start met de uitvoering van uw project binnen 2 maanden na de beslissing op uw subsidieaanvraag. Vóór de aanvraag mag u alleen voorbereidingskosten maken, geen uitvoeringskosten.
  • U mag niet in financiële moeilijkheden verkeren (geen schuldsanering, geen verzoek tot uitstel van betaling, geen faillissement of aanvraag daartoe).

Beoordeling gebeurt door een onafhankelijke adviescommissie op vier selectiecriteria, elk beoordeeld met 0 tot en met 5 punten en een eigen wegingsfactor:

  • Effectiviteit: wegingsfactor 4, maximaal 20 punten.
  • Haalbaarheid: wegingsfactor 3, maximaal 15 punten.
  • Innovatie: wegingsfactor 2, maximaal 10 punten.
  • Efficiëntie: wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.

Het maximale totaal is 50 punten. U moet minimaal 60% van dit maximum scoren, dat is minimaal 30 punten, om voor subsidie in aanmerking te komen.

Voor de kostenberekening kiest het samenwerkingsverband gezamenlijk één van de twee vereenvoudigde kostenopties (VKO); u kunt niet beide methoden combineren.

Bij de uitvoering van het project gelden de communicatievoorschriften van de EU: er wordt een informatiebord geplaatst op een zichtbare plek met een beschrijving van het project, de Europese vlag en de slagzin van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Deze onderdelen moeten samen minimaal 25% van het bordoppervlak bedekken.

Hoe vraag je de Samenwerken aan groen-economisch herstel aan?

De aanvraag verloopt via een aantal stappen: voorbereiden, aanvragen, beoordeling en beslissing, uitvoering, eventueel deelbetaling(en) tijdens de uitvoering, en tot slot vaststelling na afronding van het project.

Ter voorbereiding regelt u eHerkenning, eventueel TAN-codes, een machtiging als u iemand anders laat aanvragen, en controleert u uw gegevens.

De aanvraag wordt ingediend namens het samenwerkingsverband, met de penvoerder als eerste aanspreekpunt richting de uitvoerder. Bij de aanvraag gebruikt u verplicht het format projectplan; het is niet toegestaan een eigen format te gebruiken. Verplichte bijlagen zijn:

  • Het (verplichte) format projectplan, met daarin onder meer de projectcategorie, doelstelling, risico's en de onderbouwing van de vier selectiecriteria.
  • De samenwerkingsovereenkomst (verplicht format), waarin de deelnemers, hun rechtsvorm, de penvoerder, de taakverdeling, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, en de begroting per deelnemer worden vastgelegd. Alle deelnemers ondertekenen deze overeenkomst.
  • Een verklaring van geen financiële moeilijkheden.

In het projectplan kiest u ook welke vereenvoudigde kostenoptie (VKO) u voor de begroting gebruikt; dit geldt dan voor alle deelnemers samen.

Is uw aanvraag niet duidelijk of compleet, dan krijgt u een digitale brief waarin staat welke aanvullende gegevens u moet aanleveren.

Aanvragen, het bekijken en beheren van uw dossier, en het doorgeven van wijzigingen of het intrekken van de aanvraag verlopen via Mijn RVO, onder Mijn Dossier. Intrekken kan zelf na de beslisbrief maar voordat u de vaststelling heeft aangevraagd, of tijdens de termijn voor het aanleveren van extra informatie.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na ontvangst van uw aanvraag wordt eerst gecontroleerd of deze compleet is. Daarna beoordeelt een onafhankelijke adviescommissie uw project op de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, innovatie, efficiëntie) en worden de aanvragen op basis van de score gerangschikt. Vervolgens wordt beoordeeld of de aanvraag aan alle voorwaarden voldoet. Bij een positieve beslissing ontvangt u een digitale brief met de maximale subsidie die u kunt krijgen; ook een afwijzing wordt altijd schriftelijk meegedeeld.

Tijdens de uitvoering gelden onder meer deze verplichtingen:

  • U start de uitvoering binnen 2 maanden na de beslisbrief.
  • U geeft minstens één keer per jaar de voortgang van uw project door; is dit onderdeel van een deelbetalingsaanvraag, dan gebeurt dit via het voortgangsverslag bij die aanvraag.
  • Wijzigingen in projectplan of begroting meldt u zo snel mogelijk via een wijzigingsverzoek; dit wordt binnen 13 weken beoordeeld. Alleen bij goedkeuring ontvangt u een nieuwe beslissing; bij afwijzing blijft de eerdere beslissing geldig.
  • U houdt zich aan de communicatievoorschriften van de EU, waaronder het plaatsen van een informatiebord.

U kunt tijdens de uitvoering maximaal twee keer per jaar een deelbetaling aanvragen voor al gemaakte en betaalde kosten, van minimaal € 50.000 per aanvraag, met een totaal van maximaal 90% van het subsidiebedrag als deelbetaling. Bij deze aanvraag stuurt u onder meer een voortgangsverslag en, afhankelijk van de gekozen VKO, een facturenoverzicht met facturen en betaalbewijzen, of urenregistraties en loonstroken. U ontvangt binnen 13 weken een beslissing over de hoogte van de deelbetaling, die wordt uitgekeerd op de rekening van de penvoerder.

Na afronding van het project vraagt u binnen 13 weken vaststelling van de subsidie aan, met een eindverslag als verplichte bijlage en, afhankelijk van de gekozen VKO, dezelfde soort onderbouwende bijlagen als bij de deelbetaling. Ook hierbij geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de complete aanvraag. Bij goedkeuring wordt het definitieve subsidiebedrag binnen 6 weken betaald, waarbij een eventueel al ontvangen voorschot wordt verrekend.

Bij zowel de deelbetaling als de vaststelling geldt een controle op de opgegeven bedragen: is het verschil tussen het opgegeven en het berekende bedrag groter dan 10%, dan wordt het subsidiebedrag verlaagd met dat verschil.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling, waarvan er 2 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerken aan groen-economisch herstel. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.