Experimenteerlocaties voor de agrarische sector
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Wat is de Experimenteerlocaties voor de agrarische sector?
Experimenteerlocaties voor de agrarische sector is een subsidie van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor samenwerkingsverbanden die een gebiedsgerichte experimenteerlocatie opzetten voor de land- of tuinbouw. Binnen die locatie test je in praktijkproeven nieuwe ideeën en technieken en deel je de kennis die dat oplevert. Het doel is om nieuwe inzichten op te leveren voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw.
Wie komt in aanmerking voor de Experimenteerlocaties voor de agrarische sector?
Deze subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden die een gebiedsgerichte experimenteerlocatie willen opstarten voor toekomstbestendige land- en tuinbouw.
- Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 2 deelnemers, waarvan ten minste één een onderzoeksorganisatie is.
- Naast een onderzoeksorganisatie kunnen deelnemen: landbouwers, mkb'ers, en organisaties zonder economische activiteiten (zoals een stichting of vereniging), mits hun activiteiten bijdragen aan de landbouw.
- Het grootste deel van de activiteiten moet plaatsvinden in aangewezen postcodegebieden in de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland.
- De deelnemers in het samenwerkingsverband mogen geen onderneming in moeilijkheden zijn.
Uitgesloten van aanvragen zijn:
- provincies, gemeentes of openbare lichamen
- grote ondernemingen die geen onderzoeksorganisatie zijn
Niet elke organisatie die onderzoek doet, geldt volgens de regeling als onderzoeksorganisatie.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je kunt subsidie krijgen voor de volgende activiteiten, elk met een eigen percentage:
- Het oprichten en onderhouden van het samenwerkingsverband: 100%.
- Het voorbereiden, uitvoeren en meten van het doelbereik van praktijkproeven: maximaal 80%.
- Investeringen voor de experimenteerlocatie en de praktijkproeven:
- landbouwondernemingen: 65% voor productieve investeringen, 100% voor niet-productieve investeringen
- onderzoeksorganisaties: 100% voor zowel productieve als niet-productieve investeringen
- andere deelnemers: geen subsidie voor investeringen
- Het delen van kennis over de resultaten van praktijkproeven: 100%.
Vraag je subsidie aan als jonge landbouwer, of dragen je investeringen bij aan dierenwelzijn of milieu- en klimaatdoelen? Dan kun je voor productieve investeringen maximaal 15% extra subsidie krijgen.
De precieze kostensoorten en voorwaarden per activiteit en deelnemer staan in het format begroting.
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidie bedraagt minimaal € 2.000.000 en maximaal € 5.000.000 per aanvraag.
- Het subsidiepercentage verschilt per activiteit: 100% voor het samenwerkingsverband oprichten en onderhouden, maximaal 80% voor het meten van doelbereik van praktijkproeven, 100% voor kennisdeling.
- Voor investeringen: landbouwondernemingen krijgen 65% voor productieve en 100% voor niet-productieve investeringen; onderzoeksorganisaties krijgen 100% voor beide soorten investeringen; andere deelnemers krijgen geen subsidie voor investeringen.
- Voor productieve investeringen kan je maximaal 15% extra subsidie krijgen als je jonge landbouwer bent of als de investering bijdraagt aan dierenwelzijn of milieu- en klimaatdoelen.
- Het subsidiebedrag dekt meestal niet de volledige kosten. Je bent zelf verantwoordelijk voor de financiering van het overgebleven deel (eigen bijdrage).
- Voor praktijkproeven en productieve investeringen kan de eigen bijdrage bestaan uit geld of een bijdrage in natura van de private markt, subsidie van een decentrale overheid (provincie, gemeente of waterschap) of eigen middelen.
- Voor investeringen mag de eigen bijdrage niet van een provincie, gemeente of waterschap komen.
Deze subsidie valt onder staatssteun. Volgens Europese regels worden na verlening de naam van de aanvrager, het subsidiebedrag, de provincie en de sector van het bedrijf openbaar gemaakt en minstens 10 jaar beschikbaar gehouden.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 7 mei 2026 | 18 jun 2026 | € 20 mln | Tender (rangschikking na sluiting) |
Wat zijn de voorwaarden van de Experimenteerlocaties voor de agrarische sector?
Om in aanmerking te komen moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:
Waarop wordt beoordeeld
- Haalbaarheid: 0-5 punten, wegingsfactor 4, maximaal 20 punten
- Efficiëntie: 0-5 punten, wegingsfactor 3, maximaal 15 punten
- Innovatie: 0-5 punten, wegingsfactor 3, maximaal 15 punten
- Betrokkenheid agrariërs: 0-5 punten, wegingsfactor 2, maximaal 10 punten
- Je vormt een samenwerkingsverband en werkt samen aan een werkplan.
- Het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste 2 deelnemers, waarvan ten minste één onderzoeksorganisatie en een andere deelnemer.
- Het grootste deel van de subsidiabele activiteiten vindt plaats in een of meer aangewezen postcodegebieden.
- Het samenwerkingsverband zorgt zelf voor de benodigde vergunningen, zoals een omgevingsvergunning beperkte milieutoets, omgevingsvergunning bouw, omgevingsvergunning milieu, omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, vergunning Wet natuurbescherming of een verklaring van geen bedenkingen.
- Je mag vóór het indienen van je aanvraag nog niet met het project gestart zijn, geen verplichtingen zijn aangegaan en geen kosten hebben gemaakt.
- Je kunt aantonen dat je het project kunt financieren.
- De deelnemers in het samenwerkingsverband zijn geen onderneming in moeilijkheden.
Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elke aanvraag op vijf rangschikkingscriteria. Het budget gaat naar de aanvragers die hierop het hoogst scoren; het maximum is 85 punten en je moet minimaal 50 punten scoren:
Hoe vraag je de Experimenteerlocaties voor de agrarische sector aan?
De aanvraag verloopt in 6 stappen en wordt digitaal ingediend via Mijn RVO, waarbij je inlogt met eHerkenning.
De beoordeling gebeurt door een onafhankelijke commissie op basis van het ingediende werkplan en de projectbegroting. Hieruit volgt een rangschikking op basis van de puntenscores; de aanvragen met de meeste punten krijgen als eerste subsidie.
Bij de aanvraag horen in ieder geval een werkplan en een projectbegroting, waarvoor verplichte formats gelden (het format werkplan en het format begroting). In je aanvraag onderbouw je ook hoe je de eigen bijdrage hebt geregeld, met ondersteunende documenten.
Je mag pas met het project starten na het indienen van je aanvraag; begin je vóór de beslisbrief, dan is dat op eigen risico.
Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt alle aanvragen die voldoen aan de voorwaarden, op basis van het ingediende werkplan en de projectbegroting. Tijdens de beoordeling kan er contact worden opgenomen voor aanvullende informatie.
Uitbetaling verloopt via voorschotten:
- Krijgt een deelnemer meer dan € 25.000 subsidie, dan ontvangt deze binnen 2 weken na de start van het project het eerste voorschot, en de volgende voorschotten binnen 2 weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk projectjaar. Het voorschot is maximaal 90% van het subsidiebedrag; het restant volgt na vaststelling.
- Krijgt een deelnemer minder dan € 25.000 subsidie, dan ontvangt deze binnen 2 weken na de start van het project 100% van het subsidiebedrag.
Verplichtingen tijdens de looptijd:
- Elk jaar levert de penvoerder een tussenrapportage aan, uiterlijk 1 november, met het Format Tussenrapportage als bijlage bij het voortgangsformulier.
- Wijzigingen in het project (zoals vertraging, inhoudelijke wijzigingen, surseance van betaling, faillissement, schuldsanering, niet kunnen voldoen aan een verplichting, of een afwijking van meer dan 25% op een kostenpost of de totale jaarlijkse projectkosten) meld je vooraf. Wijzigen voordat dit is goedgekeurd is op eigen risico. De beoordeling van een wijziging duurt in principe 8 weken, met een eenmalige mogelijke verlenging van 8 weken.
Na afronding van het project (voor de einddatum uit de beslisbrief) vraag je binnen 13 weken vaststelling aan. De definitieve subsidiehoogte wordt na afloop van het project bepaald; te veel of te weinig ontvangen subsidie wordt direct verrekend. Bij de vaststelling stuur je mee:
- een eindrapportage
- een controleverklaring van een accountant per deelnemer, als de subsidie voor die deelnemer hoger is dan € 125.000
- een gewaarmerkt en gedetailleerd overzicht van alle gemaakte en betaalde kosten
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Format Tussenrapportage Experimenteerlocaties voor de agrarische sector Word document | 92.18 KBDownloadWord · 2 pagina'sVerplicht
Dit is het format voor de jaarlijkse tussenrapportage dat de penvoerder gebruikt om de voortgang van praktijkproeven, activiteiten, investeringen, kennisdeling en samenwerking te rapporteren, verplicht als bijlage bij het voortgangsformulier voor wie in 2025 subsidie heeft ontvangen.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Experimenteerlocaties voor de agrarische sector. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Experimenteerlocaties voor de agrarische sectorrvo.nl · gecontroleerd 24 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.