Verordening BI-zone Vijfsluizen 2015
Gemeente Schiedam
Voor ondernemers en eigenaren van onroerende zaken (niet voor woning) in bedrijvenpark Vijfsluizen die aan de BIZ-bijdrage onderworpen zijn.
Ook bekend als BIZ Vijfsluizen, BI-zone Vijfsluizen, BIZ-bijdrage Vijfsluizen, Verordening BI-zone Vijfsluizen
Waar is deze subsidie voor?
Verordening voor heffing van BIZ-bijdrage en subsidie aan Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen voor activiteiten gericht op leefbaarheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit in bedrijvenpark Vijfsluizen. Bijdrage bedraagt €0,62 per €1.000 van de heffingsmaatstaf, geheven gedurende vijf jaren (2015-2019).
Voor wie is het bedoeld?
Voor ondernemers en eigenaren van onroerende zaken (niet voor woning) in bedrijvenpark Vijfsluizen die aan de BIZ-bijdrage onderworpen zijn.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil weten hoe de BIZ-bijdrage voor bedrijvenpark Vijfsluizen wordt berekend
- Ik ben eigenaar van een bedrijfspand in Vijfsluizen en wil weten welke verplichtingen ik heb
- Ik wil inzicht in de subsidie aan Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen
- Subsidie voor ondernemersverenigingen in bedrijvenparken
- Financiering van leefbaarheid en veiligheid in bedrijfsgebieden
- BIZ-subsidie voor publieke ruimte-activiteiten
- Subsidie voor ondernemerszone-activiteiten
- Financiering van leefbaarheid en veiligheid in bedrijvenpark
Voorwaarden
- Onroerende zaak moet zich bevinden in aangewezen BI-zone (bedrijvenpark Vijfsluizen)
- Onroerende zaak mag niet in hoofdzaak tot woning dienen
- Heffing gedurende periode van vijf jaren (2015-2019)
- Bepaalde onroerende zaken zijn vrijgesteld (cultuurgrond, glasopstallen, erediensten, natuurterreinen, openbare wegen, etc.)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Aanwijzing stichting Artikel 3 Gebiedsomschrijving Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 4 Aard van de belasting en belastbaar feit Artikel 5 Belastingplicht Artikel 6 Belastingobject Artikel 7 Maatstaf van heffing Artikel 8 Vrijstellingen Artikel 9 Belastingtarief Artikel 10 Wijze van heffing Artikel 11 Termijnen van betaling Artikel 12 Niet opleggen van aanslagen Artikel 13 Kwijtschelding Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 14 Algemeen Artikel 15 Subsidieverlening Artikel 16 Subsidievaststelling Artikel 17 Wijze van betalen Artikel 18 Melding van relevante wijzigingen Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR667464 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR667464/1 sluiten Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BIZ Vijfsluizen 2022 Geldend van 03-05-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BIZ Vijfsluizen 2022 De raad van de gemeente Schiedam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, betreffende het vaststellen van de: Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BIZ Vijfsluizen 2022; gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet en de tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten Uitvoeringsovereenkomst; b e s l u i t: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN BIZ-BIJDRAGE EN OP DE SUBSIDIE VOOR DE BIZ VIJFSLUIZEN 2022. Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. BIZ: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. de wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten Uitvoeringsovereenkomst. Artikel 2 Aanwijzing stichting De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. Artikel 3 Gebiedsomschrijving De bedrijveninvesteringszone betreft het bedrijvenpark Vijfsluizen, met uitzondering van het terrein waarop Mammoet Nederland B.V. is gevestigd (Karel Doormanweg 47), en omvat de volgende straten: Jan Evertsenweg, Karel Doormanweg, Jan van Galenstraat, Piet Heinstraat, Adriaen Banckertstraat en Daniël Pichotstraat. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 4 Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 5 Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BIZ gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld. 4. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 6 Belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 7 Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2022. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 8 Vrijstellingen 1. In afwijking van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard, één en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken, die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken, die worden gebruikt als pastorie of kosterswoning indien het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht daarvan toekomt aan een kerkgenootschap of een ander genootschap als in onderdeel c bedoeld; k. rioleringswerken, bij de gemeente in beheer of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; l. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - die zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; m. buitensportaccomodaties, voor zover niet bedrijfsmatig geëxploiteerd, alsmede de daarbij gebouwde eigendommen met inbegrip van de ondergrond. 2. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 9 Belastingtarief Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt € 0,54 per € 1.000,- van de heffingsmaatstaf, met een maximum van € 3.000,- per belastingobject. Artikel 10 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,-. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 12 Niet opleggen van aanslagen 1. Belastingaanslagen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd. 2. Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 14 Algemeen Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening niet van toepassing. Artikel 15 Subsidieverlening 1. Het college verleent jaarlijks aan de stichting ondernemersfonds Vijfsluizen subsidie voor de uitvoering van de activiteiten, die zijn opgenomen in de met deze stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst, in het bijzonder het BIZ activiteitenplan voor Vijfsluizen Schiedam 2022 - 2026. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, vergezeld van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken, zoals BIZ activiteitenplan voor Vijfsluizen Schiedam 2022 - 2026. 2. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen. 3. Het college is bevoegd de subsidieverlening in te trekken of ten nadele van de stichting te wijzigen, voor zover het verleende subsidiebedrag met de op […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemene bepalingen Begripsomschrijvingen Artikel 1 Aanwijzing stichting Artikel 2 Gebiedsomschrijving Artikel 3 Hoofdstuk II Belastingbepalingen Aard van de belasting Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht Artikel 5 Belastingobject Artikel 6 Maatstaf van heffing Artikel 7 Vrijstellingen Artikel 8 Belastingtarief Artikel 9 Wijze van heffing Artikel 10 Termijnen van betaling Artikel 11 Nadere regels door het college Artikel 12 Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Algemeen Artikel 13 Subsidievaststelling Artikel 14 Wijze van betalen Artikel 15 Melding van relevante wijzigingen Artikel 16 Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen subsidievaststelling Artikel 17 Hoofdstuk IV Slotbepalingen Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 18 Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR75489 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR75489/1 sluiten Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2010 Geldend van 01-02-2010 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2010 Intitulé Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2010 Hoofdstuk I Algemene bepalingen [Onderstaande tekst heeft een louter illustratieve functie] Begripsomschrijvingen Artikel 1 Deze verordening verstaat onder: a. BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. de wet: de Experimentenwet BI-zones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten Uitvoeringsovereenkomst. Aanwijzing stichting Artikel 2 De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. Gebiedsomschrijving Artikel 3 De Bi-zone betreft het bedrijvenpark Vijfsluizen met uitzondering van het Mammoetterrein en omvat de volgende straten: Jan Evertsenweg, Karel Doormanweg, Jan van Galenstraat, Piet Heinstraat, Adriaan Banckertstraat en Daniël Pichotstraat. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Aard van de belasting Artikel 4 Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. Belastbaar feit en belastingplicht Artikel 5 1. De belasting wordt gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Belastingobject Artikel 6 1. Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Maatstaf van heffing Artikel 7 1. De belasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze verordening. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Vrijstellingen Artikel 8 1. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen; k. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria. 2. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Belastingtarief Artikel 9 Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt € 0,80 per € 1.000,- van de heffingsmaatstaf. Wijze van heffing Artikel 10 De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Termijnen van betaling Artikel 11 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald binnen drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Nadere regels door het college Artikel 12 Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Algemeen Artikel 13 Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening niet van toepassing. Subsidievaststelling Artikel 14 1. De subsidie wordt verstrekt aan de Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst c.q. het Businessplan. 2. De subsidie wordt vastgesteld op het geraamde bedrag van de BIZ-bijdragen die in de in artikel 5, eerste lid, bedoelde periode worden geheven. Wijze van betalen Artikel 15 De subsidie wordt jaarlijks betaald in vier gelijke voorschottermijnen. Melding van relevante wijzigingen Artikel 16 1. De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie. 2. De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van activiteiten. Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen subsidievaststelling Artikel 17 Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van de subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 18 1. Deze verordening treedt in werking op een door het college te bepalen tijdstip, dat gelegen is op een datum nadat van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening BI-zone Vijfsluizen’. Ondertekening Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 18 december 2009 de griffier, J.Gordijn de voorzitter, W.M. Verver-Aartsen Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl Over deze website Contact English Help Zoeken Informatie hergebruiken Privacy en cookies Toegankelijkheid Sitemap Kwetsbaarheid melden Open data Linked Data Overheid PUC Open Data MijnOverheid.nl Rijksoverheid.nl Ondernemersplein.nl Werkenbijdeoverheid.nl
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Aanwijzing stichting Artikel 3 Gebiedsomschrijving Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 4 Aard van de belasting Artikel 5 Belastbaar feit en belastingplicht Artikel 6 Belastingobject Artikel 7 Maatstaf van heffing Artikel 8 Vrijstellingen Artikel 9 Belastingtarief Artikel 10 Wijze van heffing Artikel 11 Termijnen van betaling Artikel 12 Nadere regels door het college Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 13 Algemeen Artikel 14 Subsidievaststelling Artikel 15 Wijze van betalen Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen Artikel 17 Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen subsidievaststelling Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR111604 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR111604/1 sluiten De verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2010 Geldend van 01-02-2010 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2010 Intitulé De verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2010 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. de wet: de Experimentenwet BI-zones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten Uitvoeringsovereenkomst. Artikel 2 Aanwijzing stichting De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. Artikel 3 Gebiedsomschrijving De Bi-zone betreft het bedrijvenpark Vijfsluizen met uitzondering van het Mammoetterrein en omvat de volgende straten: Jan Evertsenweg, Karel Doormanweg, Jan van Galenstraat, Piet Heinstraat, Adriaan Banckertstraat en Daniël Pichotstraat. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 4 Aard van de belasting Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. Artikel 5 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 6 Belastingobject 1. Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 7 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze verordening. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 8 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen; k. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria. 2. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 9 Belastingtarief Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt € 0,80 per € 1.000,- van de heffingsmaatstaf. Artikel 10 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald binnen drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 12 Nadere regels door het college Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 13 Algemeen Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening niet van toepassing. Artikel 14 Subsidievaststelling 1. De subsidie wordt verstrekt aan de Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst c.q. het Businessplan. 2. De subsidie wordt vastgesteld op het geraamde bedrag van de BIZ-bijdragen die in de in artikel 5, eerste lid, bedoelde periode worden geheven. Artikel 15 Wijze van betalen De subsidie wordt jaarlijks betaald in vier gelijke voorschottermijnen. Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen 1. De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie. 2. De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van activiteiten. Artikel 17 Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen subsidievaststelling Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van de subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op een door het college te bepalen tijdstip, dat gelegen is op een datum nadat van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening BI-zone Vijfsluizen’. Ondertekening Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van de griffier, J. Gordijn de voorzitter, W.M. Verver-Aartsen Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl Over deze website Contact English Help Zoeken Informatie hergebruiken Privacy en cookies Toegankelijkheid Sitemap Kwetsbaarheid melden Open data Linked Data Overheid PUC Open Data MijnOverheid.nl Rijksoverheid.nl Ondernemersplein.nl Werkenbijdeoverheid.nl
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Aanwijzing stichting Artikel 3 Gebiedsomschrijving Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 4 Aard van de belasting Artikel 5 Belastbaar feit en belastingplicht Artikel 6 Belastingobject Artikel 7 Maatstaf van heffing Artikel 8 Vrijstellingen Artikel 9 Belastingtarief Artikel 10 Wijze van heffing Artikel 11 Termijnen van betaling Artikel 12 Nadere regels door het college Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 13 Algemeen Artikel 14 Subsidievaststelling Artikel 15 Wijze van betalen Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen Artikel 17 Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen subsidievaststelling Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR361957 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR361957/2 sluiten VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN BIZ-BIJDRAGE EN OP DE SUBSIDIE VOOR DE BI-ZONE VIJFSLUIZEN 2015 Geldend van 24-11-2015 t/m heden Intitulé VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN BIZ-BIJDRAGE EN OP DE SUBSIDIE VOOR DE BI-ZONE VIJFSLUIZEN 2015 De raad van de gemeente Schiedam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2014 (kenmerk: BVBEL nr. 14INT00482), betreffende het vaststellen van de: Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2015; gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet en de tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten Uitvoeringsovereenkomst; gelezen het advies van de raadscommissie d.d. 10 december 2014; , b e s l u i t: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN BIZ-BIJDRAGE EN OP DE SUBSIDIE VOOR DE BI-ZONE VIJFSLUIZEN 2015. Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. de wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten Uitvoeringsovereenkomst. Artikel 2 Aanwijzing stichting De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. Artikel 3 Gebiedsomschrijving De Bi-zone betreft het bedrijvenpark Vijfsluizen met uitzondering van het terrein waarop Mammoet Van Seumeren is gevestigd en omvat de volgende straten: Jan Evertsenweg, Karel Doormanweg, Jan van Galenstraat, Piet Heinstraat, Adriaan Banckertstraat en Daniël Pichotstraat. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 4 Aard van de belasting Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. Artikel 5 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 6 Belastingobject 1. Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 7 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het eerste kalenderjaar van de periode van vijf jaren bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze verordening. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 8 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen; k. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria. 2. In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 9 Belastingtarief 1. Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt € 0,62 per € 1.000,- van de heffingsmaatstaf. 2. Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. 3. Voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. Artikel 10 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 12 Nadere regels door het college Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 13 Algemeen Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening niet van toepassing. Artikel 14 Subsidievaststelling 1. De subsidie wordt verstrekt aan de Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst c.q. het Businessplan. 2. De subsidie wordt vastgesteld op het geraamde bedrag van de BIZ-bijdragen die in de in artikel 5, eerste lid, bedoelde periode worden geheven. Artikel 15 Wijze van betalen De subsidie wordt jaarlijks betaald in vier gelijke voorschottermijnen. Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen 1. De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie. 2. De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van activiteiten. Artikel 17 Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzige […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.