Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020

Gemeente Sittard-Geleen

Voor aanbieders van peuteropvang en voorschoolse educatie in geregistreerde kindercentra in de gemeente Sittard-Geleen die peuters van 2 jaar tot schoolleeftijd opvangen.

Ook bekend als Subsidieregeling peuteropvang 2020, VVE-subsidie Sittard-Geleen

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor aanbieders van peuteropvang en voorschoolse educatie in horizontale groepen in geregistreerde kindercentra in Sittard-Geleen. De regeling voorziet in gemeentetoeslag, koptarief, VVE-subsidie en kwaliteitsbudget voor kinderen van 2 jaar tot schoolleeftijd.

Voor wie is het bedoeld?

Voor aanbieders van peuteropvang en voorschoolse educatie in geregistreerde kindercentra in de gemeente Sittard-Geleen die peuters van 2 jaar tot schoolleeftijd opvangen.

Kindercentrum

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuteropvang in een kindercentrum
  • Financiering van voorschoolse educatie (VVE) voor peuters
  • Kwaliteitsbudget voor VVE-groepen
  • Pedagogische ondersteuning voor voorschoolse educatie

Voorwaarden

  • Peuteropvang of voorschoolse educatie moet plaatsvinden in horizontale groepen in een geregistreerd kindercentrum
  • Voor VVE-aanbod moet een VVE-indicatie van jeugdgezondheidszorg zijn afgegeven
  • Aanvrager moet alle benodigde vergunningen en ontheffingen hebben
  • Ouders zonder kinderopvangtoeslag moeten een inkomensverklaring overleggen
  • Peuters met VVE moeten warm worden overgedragen naar primair onderwijs
  • Kindercentrum werkt samen met jeugdgezondheidszorg

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kindercentrum
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Sittard-Geleen.

Openstellingen en rondes

Ronde 2023Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Doel Artikel 3 Reikwijdte subsidieregeling Artikel 4 Subsidiehoogte en aanvullende kwaliteitseisen Artikel 5 Aanvraag en aanvraagtermijn Artikel 6 Weigeringsgronden Artikel 7 Verplichtingen subsidieontvanger Artikel 8 Tussentijdse verantwoording Artikel 9 Hardheidsclausule Artikel 10 Intrekking oude subsidieregeling en overgangsrecht Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel Ondertekening Bijlage A Tarieven 2023 - Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR636695 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR636695/2 sluiten Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020 Geldend van 18-02-2023 t/m heden Intitulé Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020 Burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen; Gelet op de vastgestelde kaders en doelen zoals vastgelegd in de Programmabegroting; Gelet op het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2015; Besluiten vast te stellen de volgende subsidieregeling: Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2015; b. college: college van burgemeester en wethouders; c. LRK: landelijk register kinderopvang, register als bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang; d. geregistreerd kindercentrum of voorschoolse voorziening: in het landelijk register kinderopvang ingeschreven kindercentrum als bedoeld in artikel 1.46, tweede lid van de Wet kinderopvang; e. houder: houder als bedoeld in artikel 1.1 onder a van de Wet kinderopvang; f. peuteropvang: voorschools aanbod van een door het college vast te stellen omvang in aantal uren per jaar voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat ze uitstromen naar het basisonderwijs, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool; g. VVE: voor- en vroegschoolse educatie; h. voorschoolse educatie: peuteropvang waarbij peuters een programma krijgen aangeboden dat voldoet aan artikel 5 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; i. VVE-indicatie: door de jeugdgezondheidszorg afgegeven verklaring dat deelname aan VVE geïndiceerd is; j. horizontale groep: opvanggroep waar uitsluitend kinderen in de leeftijd vanaf 2 jaar worden opgevangen; k. kostprijs: de maximaal te subsidiëren kosten voor een uur peuteropvang of voorschoolse educatie; l. ouder: ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; m. KOT: kinderopvangtoeslag, de toeslag die kinderopvangtoeslaggerechtigden ontvangen van de Belastingdienst voor kinderopvang; n. gemeentetoeslag: subsidie die aan de aanbieder van peuteropvang en/of voorschoolse educatie wordt toegekend ten behoeve van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag als tegemoetkoming in de kosten voor het afnemen van peuteropvang of voorschoolse educatie; o. inkomensafhankelijke ouderbijdrage: eigen bijdrage die ouders betalen voor peuteropvang en voorschoolse educatie en die afhankelijk is van de hoogte van het gezinsinkomen; p. ouderbijdrage: eigen bijdrage die ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag betalen voor voorschoolse educatie en die gelijk is aan het laagste tarief van de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk; q. bruto-ouderbijdrage: vastgestelde ouderbijdrage waarvan de ouder op basis van het inkomen een deel terugkrijgt via kinderopvangtoeslag of compensatie via de gemeentetoeslag die wordt verrekend met de subsidie aan het geregistreerd kindercentrum; r. koptarief: verschil tussen de kostprijs per uur en de vastgestelde bruto-ouderbijdrage per uur; s. inkomensverklaring: Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI) van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens: o naam en adres; o het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven; o inkomensgegevens. Artikel 2 Doel Met deze subsidieregeling wordt beoogd ouders te stimuleren om hun kinderen een voorschoolse voorziening te laten bezoeken en te laten deelnemen aan een voorschools programma. Artikel 3 Reikwijdte subsidieregeling 1. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor peuteropvang dan wel voorschoolse educatie in horizontale groepen in een geregistreerd kindercentrum in de gemeente. 2. De subsidie wordt verleend aan de desbetreffende aanbieder waar de ouders peuteropvang of voorschoolse educatie afnemen. 3. De subsidie kan bestaan uit de volgende componenten: a. gemeentetoeslag; b. koptarief; c. subsidiëring van extra VVE aanbod; d. tarief pedagogisch beleidsmedewerker/coach voorschoolse educatie; e. kwaliteitsbudget. 4. Aan de gemeentetoeslag voor ouders zonder aanspraak op KOT is de voorwaarde verbonden dat de ouders een inkomensverklaring overleggen aan de aanbieder op basis waarvan de aanbieder de ouderbijdrage vaststelt. 5. Voor subsidie van het extra VVE aanbod voldoet de aanbieder daarvan aan de volgende voorwaarden: a. de locatie met het aanbod staat als VVE locatie geregistreerd in het LRK; b. voor het te leveren VVE aanbod is een VVE-indicatie afgegeven. Artikel 4 Subsidiehoogte en aanvullende kwaliteitseisen 1. In het kader van het verstrekken van de subsidies, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a tot en met e stelt het college jaarlijks de hoogte vast van: a. het maximaal aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar; b. de maximaal te subsidiëren kostprijs per uur voor peuteropvang en voorschoolse educatie; c. de bruto-ouderbijdrage; d. de gemeentetoeslag; e. de VVE subsidie voor extra uren VVE aanbod; f. het tarief voor de pedagogisch beleidsmedewerker/coach; g. het kwaliteitsbudget. 2. De subsidieopbouw is nader gespecificeerd in bijlage A en wordt jaarlijks, voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, vastgesteld door het college. 3. Het college kan aanvullende kwaliteitseisen stellen met betrekking tot de kwaliteit van VVE of met betrekking tot maatwerk door een geregistreerd kindercentrum. Artikel 5 Aanvraag en aanvraagtermijn 1. De subsidie wordt aangevraagd door de houder van een geregistreerd kindercentrum dat peuteropvang en of voorschoolse educatie aanbiedt. 2. In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag uiterlijk vóór 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft bij het college ingediend. Met uitzondering van de aanvraag voor het subsidiejaar 2020. Deze aanvraag dient uiterlijk 1 februari 2020 te zijn ingediend. 3. Onverminderd artikel 7 van de ASV bevat de subsidieaanvraag: a. het nummer waaronder het geregistreerd kindercentrum in het LRK geregistreerd staat; b. een prognose van het aantal op te vangen peuters in het volgende kalenderjaar; c. een onderverdeling waaruit blijkt: i. het aantal peuters zonder VVE-indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor KOT; ii. het aantal peuters met VVE-indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor KOT; iii. het aantal peuters zonder VVE-indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor de gemeentetoeslag; iv. het aantal peuters met VVE-indicatie waarvan de ouders in aanmerking komen voor gemeentetoeslag. 4. De houder van het geregistreerd kindercentrum vraagt de subsidie aan met een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de ASV kan de subsidie (deels) worden geweigerd of worden ingetrokken als: a. de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen; b. niet voldaan wordt aan de wettelijke vereisten voor het te exploiteren voorschoolse aanbod; c. de behoefte aan het te subsidiëren aanbod onvoldoende is onderbouwd. Artikel 7 Verplichtingen subsidieontvanger 1. De houder stelt op basis van de aanvraag van de ouders vast tot welke categorie (zie artikel 5 lid 3c) de ouder behoort. 2. De houder vraagt ouders die in aanmerking komen voor gemeentetoeslag een inkomensverklaring aan te leveren en stelt op basis daarvan de ouderbijdrage vast. 3. De houder brengt de subsidie in mindering op de door de ouders van peuters te betalen kosten voor het gebruik van peuteropvang en voorschoolse educatie. 4. Peuters die gebruik hebben gemaakt van VVE worden warm overgedragen naar het primair onderwijs. 5. Het geregistreerd kindercentrum dat peuteropvang aanbiedt, werkt samen met jeugdgezondheidszorg en andere partners om preventie en zorg te bieden aan peuters die dit nodig hebben. Artikel 8 Tussentijdse verantwoording 1. De houder rapporteert per kwartaal per locatie per geplaatste peuter de volgende gegevens aan het college: a. aantal contracturen; b. toepasselijkheid categorieën als genoemd in artikel 5, derde lid, onder c; 2. Het voorschot wordt berekend op basis van het daadwerkelijk aantal opgevangen peuters en opvanguren per peuter aan de hand van de vastgestelde subsidiehoogte, de berekende ouderbijdrage en de toepasselijkheid van de categorieën, genoemd in artikel 5, lid 3 onder c. Artikel 9 Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 10 Intrekking oude subsidieregeling en overgangsrecht 1. De Subsidieregeling peuteropvang wordt ingetrokken per 1 augustus 2019. Deze regeling is vastgesteld door burgemeester en wethouders in zijn vergadering van 20 december 2016. 2. De Subsidieregeling peuteropvang blijft van kracht voor subsidies die op basis van die subsidieregeling zijn aangevraagd. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2020. 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2019. Het college voornoemd, drs. G.J.M. Cox burgemeester mr. G.J.C. Kusters gemeentesecretaris Bijlage A Tarieven 2023 - Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020 Conform artikel 4 lid 1 van de Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie worden een aantal componenten van de subsidie jaarlijks door het college vastgesteld. Het betreft de volgende componenten: a. het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar; b. de maximum te subsidiëren kostprijs per uur voor peuteropvang en voorschoolse educatie; c. de bruto-ouderbijdrage; d. de gemeentetoeslag; e. de VVE subsidie voor extra uren VVE aanbod; f. tarief pedagogisch beleidsmedewerker/coach voorschoolse educatie; g. het kwaliteitsbudget. A. Aantal uur 1. Voor peuters (van 2 tot 4 jaar) zonder een VVE-indicatie geldt een maximum van 320 uur peuteropvang per jaar met een maximum van 6 uur per dag. 2. Voor peuters (van 2 tot 4 jaar) met een VVE-indicatie geldt een maximum van 640 uur voorschoolse educatie per jaar met een maximum van 6 uur per dag. B. Kostprijs De maximum te subsidiëren kostprijs voor peuteropvang en voorschoolse educatie bedraagt in 2023 € 10,29 per uur. C. Bruto-ouderbijdrage en koptarief Het normtarief voor de bruto-ouderbijdrag
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.