Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende en karakteristieke panden Stede Broec 2011
Gemeente Stede Broec
Voor eigenaren van gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en karakteristieke panden in Stede Broec die onderhoud, restauratie of cosmetica-onderhoud willen uitvoeren.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor eigenaren van gemeentelijke monumenten, beeldbepalende en karakteristieke panden in Stede Broec voor onderhoud, restauratie en cosmetica-onderhoud. Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad. Aanvragen kunnen het hele jaar worden ingediend en worden op volgorde van binnenkomst behandeld.
Voor wie is het bedoeld?
Voor eigenaren van gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en karakteristieke panden in Stede Broec die onderhoud, restauratie of cosmetica-onderhoud willen uitvoeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor restauratie van een gemeentelijk monument
- Financiering van onderhoudswerkzaamheden aan een beeldbepalend pand
- Cosmetica-onderhoud van karakteristieke panden financieren
Voorwaarden
- Aanvrager moet eigenaar zijn van het monument, beeldbepalend of karakteristiek pand (ingeschreven in kadastrale registers)
- Werkzaamheden moeten betrekking hebben op onderhoud, restauratie of cosmetica-onderhoud
- Subsidiabele kosten worden berekend op basis van de Leidraad Brim Subsidiabele Instandhoudingskosten
- Kosten waarvoor andere regelingen subsidie bieden, worden in mindering gebracht
- Loonkosten van zelfwerkzaamheid van eigenaar en onbetaalde derden komen niet in aanmerking
- Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld voorzover het subsidieplafond strekt
- College beslist binnen 8 weken na ontvangst van aanvraag
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende en karakteristieke panden Stede Broec 2011 De raad der gemeente Stede Broec; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders gedateerd 17 februari 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Stede Broec 2011; b e s l u i t: vast te stellen de volgende Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende en karakteristieke panden Stede Broec 2011 Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen Artikel 1: Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: monument: - zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; - terrein en/of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak, als bedoeld onder 1; - complex van zaken, terreinen en/of wateren, dat van belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de zaken, terreinen en/of wateren;beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument als bedoeld in onderdeel a, dat in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening als zodanig is aangewezen, geen monument betreffende dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of op grond van de Provinciale Monumentenverordening van de provincie Noord-Holland;gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken, terreinen en/of wateren en complexen;beeldbepalend pand: pand dat in een bestemmingsplan voor een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht als zodanig is aangemerkt en dat, naast de beschermde monumenten in het als zodanig aangewezen gebied, als referentie dient voor het waardevol geachte beeld van de bebouwing in het dorpsgezicht;karakteristiek pand: pand dat in een bestemmingsplan als zodanig is aangemerkt en dat van cultuurhistorische waarde wordt geacht op grond van typering, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, beeldbepalende onderdelen, bijzondere vormgeving, bijdrage aan herkenbaarheid van de omgeving en/of gaafheid;eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die in de kadastrale registers is ingeschreven als eigenaar, dan wel als erfpachter of opstalhouder;bouwhistorisch onderzoek: onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument, in een schriftelijke rapportage vastgelegd;bouwkundig inspectierapport: een schriftelijke rapportage inclusief foto’s, waarin de bouwtechnische staat van het monument is vastgelegd en aanbevelingen worden gedaan voor te plegen onderhouds- en restauratiewerkzaamheden;casco: de hoofdstructuur van een bouwwerk, waaronder in ieder geval wordt begrepen: fundering, balkdragende muren, balklagen, vloeren, buitenmuren, kap, binnenpleisterwerk, buitenafwerking, ramen en kozijnen;onderhoud: periodieke werkzaamheden welke dienen om het monument als zodanig in stand te houden of toekomstige groot onderhoud of restauratie te voorkomen of uit te stellen;restauratie: werkzaamheden die voor het herstel van het monument noodzakelijk zijn en het normale onderhoud te boven gaan;cosmetica-onderhoud: onderhoudswerkzaamheden aan cultuurhistorisch waardevolle elementen van beeldbepalende en karakteristieke panden;cultuurhistorisch waardevolle elementen: elementen zoals voordeuren, glas-in-lood, kozijnen, luiken, makelaars, windveren, gevelstenen, stoepen, buitentrappen, gevelornamenten, hekwerken, siersmeedwerken en andere elementen, ter beoordeling door het college op basis van de redengevende omschrijving van het pand;Leidraad Brim Subsidiabele Instandhoudingskosten: leidraad voor de subsidiabele kosten van onderhoud en restauratie, opgesteld door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM), als bijlage toegevoegd;subsidie: een geldelijke bijdrage van de gemeente in de subsidiabele kosten van onderhoud, restauratie en cosmetica-onderhoud van een gemeentelijk monument of beeldbepalend of karakteristiek pand;subsidiabele kosten: kosten die noodzakelijk zijn voor onderhoud en restauratie van een monument. Hieronder zijn niet begrepen de kosten die uitsluitend dan wel in overwegende mate worden gemaakt voor de verbetering van het wooncomfort.De berekening van de subsidiabele onderhouds- en restauratiekosten wordt gebaseerd op de Leidraad Brim Subsidiabele Instandhoudingskosten. Tot de subsidiabele kosten behoren onder andere: - de aanneemsom; - stelposten en verrekenposten; - de risicoverzekering van loon- en materiaalprijsstijgingen; - het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van het dagelijks toezicht en overige naar het oordeel van burgemeester en wethouders relevante kosten; - de legeskosten voor de bouwvergunning en de monumentenvergunning; - de kosten voor een door het college vereist bouwhistorisch onderzoek of een (bouwkundig) inspectierapport door Monumentenwacht Noord-Holland of een deskundig bouwadviesbureau; - een reservering voor noodzakelijk onvoorzien meerwerk, tot een maximum van 5% van de aanneemsom; - de verschuldigde omzetbelasting, tenzij deze fiscaal verrekenbaar is.subsidieplafond: het bedrag dat krachtens deze verordening gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidie;verlenen van subsidie: het besluit van het college dat de aanvrager een voorwaardelijke aanspraak verschaft op een subsidie voor de subsidiabele kosten van onderhoud en/of restauratie;vaststellen van subsidie: het besluit van het college, nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd, waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld;stabu-codering: gestandaardiseerde bestekssystematiek voor de woning- en utiliteitsbouw, door Stichting Stabu;instandhoudingsplan: meerjarenplan en meerjarenbegroting van de voorgenomen werkzaamheden om een gemeentelijk monument in goede staat van onderhoud te brengen en te houden.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stede Broec.bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemenebepalingen omgevingsrecht;vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 2: Grondslag en werkingssfeer - Aan de eigenaar van een gemeentelijk monument of beeldbepalend of karakteristiek pand kan een subsidie worden verleend als tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor onderhoud, restauratie of cosmetica-onderhoud, ter instandhouding van het monument, beeldbepalend of karakteristiek pand. - Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tussen 1 januari en 31 december van een kalenderjaar en worden op volgorde van binnenkomst behandeld en verleend voorzover het subsidieplafond strekt. - De bepalingen in deze verordening gelden zowel voor de eigenaar aan wie subsidie wordt verleend als voor iedere opvolgende eigenaar van het gemeentelijke monument of beeldbepalend of karakteristiek pand. - De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek. - De subsidie wordt berekend op basis van de subsidiabele kosten, met uitzondering van: - kosten waarvoor op grond van enige andere regeling in het kader van de monumentenzorg subsidie kan worden verleend. Indien op grond van enige andere regeling een subsidie kan worden verleend tot een lager bedrag dan de maximale gemeentelijke subsidie, dan wordt dit lagere bedrag op de gemeentelijke subsidie in mindering gebracht; - kosten die op grond van een verzekering worden gedekt. - Indien de onderhouds- en/of restauratie- of cosmeticawerkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van derden zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, dan komen de kosten van zelfwerkzaamheid van de eigenaar en genoemde derden (“loonkosten”) niet in aanmerking voor subsidie en worden slechts de materiaal- en materieelkosten als subsidiabele kosten aangemerkt. - Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, dan dient tevens een verklaring van een registeraccountant of van een accountant-administratieconsulent te worden overgelegd, waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel is besteed aan subsidiabele werkzaamheden. - Het college kan besluiten aanvullende subsidie te verlenen voor onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk, dat zich openbaart ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden en dat de subsidiabele post onvoorzien (maximaal 5% van de aanneemsom) overstijgt. Een subsidieaanvraag voor onvermijdelijk meerwerk moet worden onderbouwd met een gespecificeerde kostenbegroting. De subsidiabele kosten met inbegrip van het onvoorziene meerwerk mogen de in artikel 4 (onderhoudssubsidie) en artikel 5 (restauratiesubsidie) en artikel 7 (cosmetica-subsidie) genoemde maxima niet te boven gaan. Indien het subsidieplafond al bereikt is in het betreffende kalenderjaar, dan wordt de aanvraag voor aanvullende subsidie, berekend over het onvermijdelijke meerwerk, overgeheveld naar het eerstvolgende kalenderjaar en op volgorde van binnenkomst behandeld en verleend, voorzover het subsidieplafond strekt en voorzover het totale subsidiebedrag inclusief de aanvullende subsidie de genoemde maxima niet te boven gaat. - Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het voorbehoud vervalt, indien daarop niet binnen 4 weken na vaststelling of goedkeuring van de gemeentebegroting een beroep is gedaan. Artikel 3: Vaststellen gemeentelijk budget en subsidieplafond De gemeenteraad neemt jaarlijks, bij het vaststellen van de gemeentebegroting, een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor dat begrotingsjaar beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies voor onderhoud, restauratie en cosmetica-onderhoud van gemeentelijke monumenten. Dit subsidieplafond wordt aan het begin van het betreffende kalenderjaar algemeen bekend gemaakt via een publicatie. Hoofdstuk 2: Hoogte subsidie voor onderhoud, restauratie en cosmetica-onderhoud Artikel 4: Onderhoudssubsidie - Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument jaarlijks een subsidie verstrekken in de kosten van het onderhoud van het monument. - De subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele onderhoudskosten, met een minimum subsidiebedrag van € 250,00 en een maximum subsidiebedrag van € 1.000,00. - Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument een subsidie verstrekken in de kosten van het onderhoud van het monument op basis van een 5-jarig instandhoudingsplan, opgesteld in het kalenderjaar van de subsidieaanvraag. - De subsidie als bedoeld in het derde lid bedraagt 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele onderhoudskosten, met een minimum subsidiebedrag van € 250,00 en een maximum subsidiebedrag van € 5.000,00. Artikel 5: Restauratiesubsidie - Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument elke 5 jaar een subsidie verstrekken in de kosten van de restauratie van het monument. - De subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele restauratiekosten, met een minimum subsidiebedrag van € 500,00 en een maximum subsidiebedrag van € 7.500,00. Artikel 6: Bijzondere subsidiëring restauratie - Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument, waarvan het casco zich in een zodanig slechte staat bevindt dat het voortbestaan van het monument in gevaar is, subsidie verlenen in de kosten van de restauratie van het monument. - De subsidie als bedoeld in het […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.