Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten en Beeldbepalende Panden Zaanstad 2007
Gemeente Zaanstad
Eigenaren van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in Zaanstad (particulieren, erfpachters, houders van opstalrecht, instellingen zonder winstoogmerk).
Ook bekend als Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Zaanstad 2007, Cosmetica-regeling Zaanstad
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening voor instandhouding en restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in Zaanstad. Twee regelingen: 'subsidie-op-termijn' (€10.000–€90.000) en 'cosmetica-regeling' (minimaal €750) voor cultuurhistorische elementen. Aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in Zaanstad (particulieren, erfpachters, houders van opstalrecht, instellingen zonder winstoogmerk).
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor restauratie van een gemeentelijk monument
- Financiering voor onderhoudswerkzaamheden aan beeldbepalende panden
- Subsidie voor herstel van cultuurhistorische elementen zoals voordeuren en glas-in-lood ramen
Voorwaarden
- Pand moet geregistreerd zijn als gemeentelijk monument of beeldbepalend pand in beschermd gezicht
- Werkzaamheden moeten gericht zijn op behoud en doelmatig herstel zonder wezenlijke waardeverandering
- Voor subsidie-op-termijn: subsidiabele kosten minimaal €10.000 en maximaal €90.000
- Voor cosmetica-regeling: subsidiabele kosten minimaal €750
- Werkzaamheden mogen niet zijn begonnen voordat subsidieaanvraag is ingediend
- Alle noodzakelijke vergunningen (monumenten-, bouwvergunning) moeten zijn verleend
- Voor cosmetica-regeling: hetzelfde pand mag niet in voorgaande 3 jaar subsidie hebben ontvangen
- Aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst (first-come-first-served)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“De subsidiabele kosten worden volledig vergoed mits deze ten minste € 10.000,-- en ten hoogste € 90.000,-- bedragen.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Controle Artikel 3 Overwegingen van het college Artikel 4 Indiening Artikel 5 Beslistermijn Hoofdstuk 2 Subsidie-op-termijn Artikel 6 Uitgangspunten Artikel 7 De aanvraag Artikel 8 Afwijzingsgronden Artikel 9 Bedrag van de subsidie-op-termijn Artikel 10 Subsidiabele kosten Artikel 11 Voorschriften Artikel 12 Vaststelling Artikel 13 Betaalbaarstelling Artikel 14 Bevoorschotting Artikel 15 Vervreemding Hoofdstuk 3 Subsidie in de vorm van de ‘Cosmeticaregeling’ Artikel 16 Uitgangspunten Artikel 17 De aanvraag Artikel 18 Afwijzingsgronden Artikel 19 Bedrag van de cosmeticaregeling Artikel 20 Voorschriften Artikel 21 Vaststelling Artikel 22 Betaalbaarstelling Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 23 Stapelen van subsidies Artikel 24 Sancties Artikel 25 Bevoegdheden van het college Artikel 26 Inwerkingtreding Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR5643 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR5643/1 sluiten Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden Zaanstad 2007 Geldend van 27-01-2007 t/m heden Intitulé SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN EN BEELDBEPALENDE PANDEN ZAANSTAD 2007 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. panden/objecten: a. beeldbepalende panden en objecten: panden en objecten die niet zijn beschermd als monument, maar die van algemeen belang zijn voor de gemeente en als beeldbepalende panden in de beschermde stads- of dorpsgezichten zijn aangewezen, als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of gelegen in een beschermd gezicht als bedoeld in artikel 17 van de Monumentenverordening Zaanstad 2005. b. gemeentelijke monumenten: panden en objecten die geregistreerd zijn op de gemeentelijke monumentenlijst volgens de Monumentenverordening Zaanstad 2005. c. rijksmonumenten: panden en objecten die zijn opgenomen in het monumentenregister, zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988. 2. eigenaar: a. de rechthebbende, degene die het pand/object in eigendom heeft; b. de erfpachter; c. de houder van het recht van opstal; d. de toekomstige eigenaar, erfpachter of houder van een recht van opstal. 3. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad. 4. aanvrager: een rechtsperoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel één of meer natuurlijke personen die een aanvraag heeft of hebben ingediend. 5. instandhouding: de onderhoudswerkzaamheden aan een pand of object alsmede werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en die voor het herstel van het pand noodzakelijk zijn. 6. normaal onderhoud: werkzaamheden die erop gericht zijn om een pand of object in stand te houden of te repareren of werkzaamheden die verval van het pand tegengaan. 7. subsidie-op-termijn: incidentele subsidie in de zin van de ASV inhoudende de toekenning van geld voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 5 en uitsluitend van toepassing op gemeentelijke monumenten. 8. subsidie in de vorm van de ‘cosmetica’-regeling (hierna te noemen ‘cosmetica-regeling’): incidentele subsidie in de zin van de ASV inhoudende de toekenning van geld voor het uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in lid 5 aan cultuurhistorische waardevolle elementen als bedoeld in lid 9 aan beeldbepalende panden en gemeentelijke monumenten. 9. cultuurhistorische waardevolle elementen: elementen die minimaal 50 jaar oud zijn zoals voordeuren, glas in lood vensters, kozijnen, makelaars en windveren, gevelstenen, stoepen en trappen, hekwerk en siersmeedwerk en andere elementen ter beoordeling aan het college. 10. verlenen van subsidie: besluit van het college dat de subsidieontvanger een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen geeft, waarvan de precieze omvang nog niet vast staat. 11. vaststellen van subsidie: besluit van het college waarbij wordt vastgesteld in hoeverre de voorwaarden zijn vervuld en hoeveel het exacte subsidiebedrag bedraagt. 12. subsidiabele kosten: kosten welke gericht zijn op behoud en doelmatig herstel welke geen wezenlijke wijziging van de waarde van het pand ten gevolge hebben. Kosten gericht op verfraaiing, reconstructie en geriefverbetering vallen daar niet onder. 13. voorziening: werkzaamheden die voorzien in de instandhouding van een pand of object. 14. ASV: Algemene Subsidieverordening. Geeft uitvoering aan het wettelijk kader en geeft daarmee het karakter weer van een procedure verordening. Artikel 2 Controle Het college wijst toezichthouders aan die toezicht houden op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen. Artikel 3 Overwegingen van het college Bij de beslissing over aanvragen om subsidie volgens artikel 7 en artikel 17, betrekt het college de volgende aspecten bij haar besluit in elk geval: a. het huidige en het toekomstige gebruik van het pand; b. de wijze van exploitatie van het pand; c. de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, ook in relatie tot zijn omgeving; d. de monumentale en/of beeldbepalende waarde en kwaliteit. Artikel 4 Indiening Aanvragen voor subsidie kunnen te allen tijde worden ingediend. Subsidieaanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst. Bij overvraag worden wel de subsidiabele kosten begroot en wordt de eigenaar in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag ten laste van het budget voor het volgende jaar opnieuw in te dienen. 2. Het college stelt per tijdvak een subsidieplafond vast in de zin van de ASV. Artikel 5 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag als bedoeld in artikel 7 en artikel 17 binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 13 weken verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging sturen zij aan de aanvrager. Hoofdstuk 2 Subsidie-op-termijn Artikel 6 Uitgangspunten De subsidie-op-termijn is alleen bedoeld voor gemeentelijke monumenten als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub b en werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, lid 5. Artikel 7 De aanvraag 1. De aanvraag om verlening van de subsidie-op-termijn wordt door of namens de eigenaar bij het college ingediend. 2. De aanvraag voor de subsidie-op-termijn dient vergezeld te gaan van: a. een beschrijving van de technische staat van het gemeentelijk monument, waarin de gebreken van het monument nauwkeurig vermeld staan, in drievoud; b. een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van verwerking daarvan, in drievoud; c. een in hoeveelheden, materialen en uren gespecificeerde begroting van de kosten, in drievoud; d. tekeningen, waarop zowel de bestaande als de te maken nieuwe toestand van het gemeentelijk monument staan, in drievoud; e. indien bekend de naam en het adres van de architect en de aannemer(s); f. schriftelijke verklaringen met betrekking tot het voldoen aan de voorschriften als bedoeld in artikel 11. Artikel 8 Afwijzingsgronden De subsidie-op-termijn kan worden geweigerd indien: het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de voorzieningen volgens de aanvraag anders dan sober en doelmatig zullen worden uitgevoerd; de kosten van de voorzieningen niet in redelijke verhouding staan tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de waarde van het pand: de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde gelden voor subsidiëring ontoereikend zijn om de aanvraag te honoreren; met de werkzaamheden is begonnen voordat de subsidieaanvraag is ingediend en de subsidiabele kosten zijn vastgesteld, of voordat alle noodzakelijke vergunningen zijn verleend; door of vanwege het college de noodzaak voor het treffen van de voorzieningen niet is vastgesteld; de in artikel 12, lid 1 sub b bedoelde goedkeuring niet is verleend; de voorziening waarvoor de subsidie-op-termijn wordt aangevraagd, gerekend vanaf het moment dat de aanvraag wordt ingediend, vijftien jaar of korter geleden met overheidsgeld is verbeterd. Artikel 9 Bedrag van de subsidie-op-termijn 1. De subsidie-op-termijn bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, wanneer deze ten minste € 10.000,-- en ten hoogste € 90.000,-- bedragen. 2. De subsidiabele kosten van de werkzaamheden mogen niet minder dan € 10.000,-- bedragen. Artikel 10 Subsidiabele kosten 1. Het college stelt de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1, lid 12 vast onder toepassing van de “Leidraad BRIM Subsidiabele Instandhoudingskosten” van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (welke als bijlage is toegevoegd). 2. Wanneer werkzaamheden worden verricht door de eigenaar – anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf – al dan niet met behulp van anderen, zonder dat er bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf - zijn “loonkosten” niet subsidiabel. 3. Van de subsidiabele kosten worden afgetrokken die kosten die op grond van een verzekering worden gedekt, en ook de kosten die via een andere regeling zijn of kunnen worden gefinancierd. Artikel 11 Voorschriften 1. Aan het verlenen van de subsidie-op-termijn worden de navolgende voorschriften verbonden: a. binnen 16 weken na het besluit tot het verlenen van de subsidie moet met de werkzaamheden zijn begonnen, waarbij melding van de start wordt gemaakt door middel van het ‘Formulier aanvang werkzaamheden monumenten en beeldbepalende panden’; b. de restauratie wordt beëindigd binnen twee jaar, nadat met de werkzaamheden een begin is gemaakt of op gemotiveerd verzoek, vóór een door het college nader te bepalen datum; c. aan door het college met controle belaste ambtenaren moet toegang worden verleend tot de gebouwde onroerende zaak; d. inzage worden verschaft in de, op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden. e. de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juist toepassing van dit hoofdstuk moeten worden verstrekt; f. dat niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in het Vestigingsbesluit Bedrijven 2001; g. voorzieningen aan de fundering en de constructieve onderdelen van het casco worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een erkend bouwbedrijf als bedoeld in het Vestigingsbesluit Bedrijven 2001; h. de eigenaar een voorgenomen vervreemding van het pand gedurende de termijn tussen de verlening en vaststelling van de subsidie meldt aan het college op het moment dat het pand te koop wordt aangeboden. De vervreemding wordt terstond gemeld op het moment dat de koopovereenkomst ondertekend is; i. de eigenaar zal na het treffen van de voorzieningen als bedoeld in artikel 7, lid 2 voor het pand een abonnement nemen bij de Stichting Monumentenwacht Noord-Holland of een vergelijkbare organisatie en afschriften van de inspectierapporten van deze organisatie aan het college overleggen; j. de eigenaar stemt in met de voorwaarde dat hij aan het pand na het treffen van de werkzaamheden normaal onderhoud zal plegen als bedoeld in artikel 1, lid 6 zoals vastgelegd in de vaststellingsbeschikking. 2. Het college kan andere voorwaarden van belang achten en deze in de verleningsbeschikking opnemen. Artikel 12 Vaststelling 1. Het college stelt de subsidie-op-termijn vast, nadat: a. binnen 8 weken na de voltooiing van de werkzaamheden aan het college schriftelijk is gemeld dat de werkzaamheden gereed zijn door middel van het formulier ‘Formulier ger […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.