Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016
Wat is de Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016?
De Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016 ondersteunt eigenaren van gemeentelijke monumenten, kerken en molens bij het in stand houden van hun beschermde object. Daarnaast is er subsidie voor bouwhistorisch onderzoek en voor haalbaarheidsonderzoek naar herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle panden. Eenmaal per jaar is er ook een mogelijkheid voor subsidie aan een omvangrijk kanjerproject.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016?
De regeling is bedoeld voor eigenaren van in Zaanstad gelegen onroerend erfgoed, met per onderdeel een eigen doelgroep:
- Instandhouding gemeentelijke monumenten: de eigenaar (natuurlijke persoon of rechtspersoon met eigendomsrecht of ander zakelijk recht) van een pand dat op de gemeentelijke monumentenlijst staat.
- Instandhouding molens en kerken: de eigenaar van de molen of kerk, of een partij die namens de eigenaar zorgdraagt voor de instandhouding, zoals een stichting. Een kerk moet de status van rijksmonument hebben.
- Bouwhistorisch onderzoek en haalbaarheidsonderzoek naar herbestemming: de eigenaar van een cultuurhistorisch waardevol object, of een partij die namens de eigenaar zorgdraagt voor de instandhouding (zoals een stichting). Het gaat om beschermde monumenten (gemeentelijke monumentenlijst of rijksmonumentenregister) of een pand dat het college als cultuurhistorisch waardevol beoordeelt.
- Kanjerproject: de eigenaar van een of meer gemeentelijke monumenten. Woonhuizen zijn hiervan uitgesloten.
Waarvoor krijg je subsidie?
De regeling kent vier soorten subsidiabele activiteiten, elk met eigen kosten:
- Instandhouding van gemeentelijke monumenten: subsidiabele instandhoudingskosten zoals gedefinieerd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten BRIM 2013, zijnde kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om delen van het monument te herstellen of te conserveren.
- Instandhouding van molens en van kerken die als rijksmonument zijn beschermd: dezelfde soort subsidiabele instandhoudingskosten volgens genoemde leidraad.
- Bouwhistorisch onderzoek en haalbaarheidsonderzoek voor herbestemming: subsidiabele onderzoekskosten, dit zijn de noodzakelijke kosten om te komen tot een haalbaarheidsonderzoek (dat de mogelijkheden voor een goede herbestemming met behoud van cultuurhistorische waarden aantoont) of tot een bouwhistorisch onderzoek (dat de cultuurhistorische waarden aangeeft die meewegen bij bouwkundige of planologische ingrepen).
- Kanjerproject: een omvangrijk instandhoudings- of restauratieproject dat de reguliere subsidiemogelijkheden overstijgt.
Algemeen geldt dat subsidie alleen betrekking heeft op kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die het college noodzakelijk vindt voor de activiteit. Op de subsidiabele kosten worden bedragen in mindering gebracht die via de omzetbelasting verrekenbaar zijn, en bij zelfwerkzaamheid telt het loonkostenbestanddeel niet mee. Subsidie wordt alleen verleend voor werkzaamheden die nog niet zijn uitgevoerd op het moment van aanvragen.
Hoeveel subsidie krijg je?
De bijdrage verschilt per onderdeel:
- Gemeentelijke monumenten: 30% van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van € 6.600 per pand per jaar. Bij grote (160 m² of meer) of vrijstaande monumenten met een restauratieachterstand kan het maximum verhoogd worden tot € 12.000 per pand per jaar.
- Molens: 30% van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van € 2.000 per molen per jaar.
- Kerken (rijksmonument): 30% van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van € 12.000 per kerk per jaar.
- Haalbaarheidsonderzoek herbestemming: 70% van de onderzoekskosten, met een maximum van € 8.500.
- Bouwhistorisch onderzoek: 70% van de onderzoekskosten, met een maximum van € 5.000.
- Kanjerproject: een vast bedrag van € 50.000 per subsidiejaar. Dit bedrag kan hoger uitvallen, tot een maximum van € 200.000, als in een subsidiejaar geen of niet volledig gebruik is gemaakt van het budget.
Op de subsidiabele instandhoudingskosten worden bedragen in mindering gebracht die op grond van de omzetbelasting verrekenbaar zijn. Bij zelfwerkzaamheid blijft het loonkostenbestanddeel buiten beschouwing. Er wordt nooit meer uitbetaald dan het bedrag dat volgt uit de werkelijk ingediende rekeningen. Per categorie geldt een subsidieplafond; is dat bereikt, dan wordt voor die categorie geen subsidie meer verstrekt, en kan de eigenaar in een volgend jaar opnieuw aanvragen.
Alle bedragen op een rij
| Bedrag | Soort | Geldt voor |
|---|---|---|
| 30% | Percentage | van de subsidiabele instandhoudingskosten |
| 70% | Percentage | van de onderzoekskosten |
| € 2.000 | Maximaal | |
| € 5.000 | Maximaal | |
| € 6.600 | Maximaal | |
| € 8.500 | Maximaal | |
| € 12.000 | Maximaal | |
| € 50.000 | Vast bedrag |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016?
Voor alle onderdelen geldt dat subsidie alleen wordt toegekend voor werkzaamheden die op het moment van de aanvraag nog niet zijn uitgevoerd. Al starten met de uitvoering na het indienen van de aanvraag geeft geen automatisch recht op subsidie.
Voor instandhouding van gemeentelijke monumenten, molens en kerken geldt daarnaast:
- de subsidiabele instandhoudingskosten moeten meer zijn dan € 300
- binnen 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag mag voor exact hetzelfde werk geen subsidie zijn verstrekt (voor buitenschilderwerk geldt een termijn van 5 jaar)
- binnen 1 jaar voor hetzelfde monument mag geen kanjerproject-subsidie zijn vastgesteld
- het college weegt onder meer de waarde van het object als monument, het huidige en toekomstige gebruik, de bouwtechnische en uiterlijke staat en de wijze van exploitatie
Voor onderzoek (bouwhistorisch of haalbaarheid herbestemming):
- bij een haalbaarheidsonderzoek moet sprake zijn van leegstand of dreigende leegstand op afzienbare termijn
- de opsteller van het onderzoek moet voldoende aangetoonde deskundigheid hebben op het gebied van monumentenzorg en herbestemming, aan te tonen met afgeronde projecten of opgeleverde rapporten
- subsidie wordt niet verleend als er al subsidie is verleend op grond van een andere regeling, zoals een rijksregeling voor haalbaarheidsonderzoeken
Voor een kanjerproject:
- er moet sprake zijn van een restauratieachterstand
- de subsidiabele instandhoudingskosten van het hele project bedragen minimaal € 350.000
- woonhuizen zijn uitgesloten
- aanvragen worden gerangschikt op basis van drie criteria, elk met 1 tot 4 punten: de waarde van het object als gemeentelijk monument, het huidige en toekomstige gebruik, en de wijze van exploitatie. Bij een gedeelde plaats wordt gerangschikt op het percentage eigen bijdrage aan de totale kosten (1 punt per 10% eigen bijdrage, oplopend tot 9 punten bij 90% of meer)
- binnen 1 jaar voor hetzelfde kanjer(deel)project mag geen aanvraag zijn gedaan op basis van een ander onderdeel van deze regeling
- binnen 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag mag voor exact hetzelfde werk geen subsidie zijn verstrekt (5 jaar voor buitenschilderwerk)
- het college kan, ook als aanvragen aan de criteria voldoen, in bijzondere gevallen gemotiveerd afzien van toekenning
Hoe vraag je de Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016 aan?
De aanvraag dien je online in via een digitaal aanvraagformulier. Voor een activiteit kun je maar één keer een aanvraag doen, op basis van de Algemene Subsidieverordening of van deze afzonderlijke regeling, niet allebei.
Per onderdeel zijn extra stukken verplicht naast het aanvraagformulier:
- Gemeentelijke monumenten en kanjerproject: een restauratieplan en een beschrijvende begroting, bestaande uit een beschrijving van de technische staat (onderdelen, materialen, gebreken), tekeningen van de bestaande en de beoogde toestand, een bestek of werkomschrijving per onderdeel (constructies, materialen, afwerkingen, kleuren, verwerking) en een beschrijvende begroting met hoeveelheden, uren en materialen die niet ouder is dan 6 maanden.
- Molens en kerken: een instandhoudingsplan, bestaande uit een bouwkundig inspectierapport en een document dat gedetailleerd inzicht geeft in de voorgenomen werkzaamheden.
- Haalbaarheidsonderzoek herbestemming: een door de gemeente opgesteld programma van eisen.
Aanvragen voor gemeentelijke monumenten, molens/kerken en onderzoek (hoofdstuk 2, 3 en 4) worden behandeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag. Bij een aanvulling geldt de dag van aanvulling (met een volledig ingevulde, gedagtekende en ondertekende aanvraag) als ontvangstdatum voor de beoordeling.
Voor een kanjerproject geldt een tenderprocedure: aanvragen worden na sluiting van de indieningstermijn gezamenlijk beoordeeld en gerangschikt op basis van wegingsfactoren, in plaats van op volgorde van binnenkomst.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Het college beslist binnen 9 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Deze termijn kan met redenen omkleed met maximaal 9 weken worden verdaagd. Over een kanjerproject beslist het college voor 1 december van het jaar voorafgaand aan de uitvoering.
Na afronding van de werkzaamheden meld je deze binnen 8 weken gereed bij het college, met een gereedmeldingsformulier. Deze gereedmelding geldt tevens als aanvraag om vaststelling van de subsidie en gaat vergezeld van alle informatie die het college nodig heeft om te beoordelen of aan de voorwaarden is voldaan, waaronder een omgevingsvergunning als de werkzaamheden vergunningplichtig zijn. Bij gereedmelding lever je ook rekeningen en betaalbewijzen aan die corresponderen met de eerder ingediende stukken en die controleerbaar zijn op levering en verrichte arbeid.
De vaststelling gebeurt binnen 9 weken na ontvangst van de volledige gereedmelding (ook hier mogelijk te verdagen met maximaal 9 weken) en vindt plaats op basis van de door het college goedgekeurde werkzaamheden en de werkelijke kosten, met als maximum het bij verlening toegekende bedrag. Is een omgevingsvergunning vereist maar (nog) niet verleend, dan kan het college de beschikking intrekken of wijzigen.
Uitbetaling gebeurt als bijdrage ineens, binnen 9 weken na het besluit tot vaststelling, onder verrekening van eventueel al betaalde voorschotten.
Tijdens de looptijd gelden verplichtingen zoals: op tijd starten met de werkzaamheden (binnen 3 maanden na het bij verlening bepaalde tijdstip voor gemeentelijke monumenten en kanjerprojecten, binnen 12 maanden voor molens en kerken), afronding binnen een jaar na start, uitvoering conform de geldende restauratierichtlijnen, en toegang en inzage verlenen aan controleurs van de gemeente voor onder meer bescheiden, tekeningen en gegevens over de werkzaamheden.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidieregeling instandhouding erfgoedzaanstad.nl · gecontroleerd 19 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van de verstrekker; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.