Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Nadere regels Energiefonds Maatschappelijke Organisaties 2023

Gemeente Steenwijkerland

Voor maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk (dorpshuizen, sportaccommodaties, musea) die eigenaar zijn van of hoofdgebruiker van maatschappelijk vastgoed in Steenwijkerland.

Ook bekend als Energiefonds MO 2023

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 90k
per aanvraag
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 2,9 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties in Steenwijkerland voor energiebesparing en energieopwekking in maatschappelijk vastgoed. Twee onderdelen: Noodfonds (tot 1 januari 2024) en Duurzaamheidsfonds (tot 1 januari 2025). Totaal subsidieplafond € 2.933.820.

Voor wie is het bedoeld?

Voor maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk (dorpshuizen, sportaccommodaties, musea) die eigenaar zijn van of hoofdgebruiker van maatschappelijk vastgoed in Steenwijkerland.

Maatschappelijke organisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Energiebesparing in dorpshuizen en sportaccommodaties
  • Financiering van duurzaamheidsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed
  • Subsidie voor energieopwekking in gemeentelijke accommodaties

Voorwaarden

  • Energiescan verplicht voor Duurzaamheidsfonds
  • Plan van aanpak met afstemming gemeente
  • Verduurzamingsmaatregelen binnen 12 maanden na verlening (max 5 maanden verlenging)
  • Inspanningsverplichting voor andere subsidies
  • Inspanningsverplichting voor gedragsverandering gebruikers
  • De-minimisverklaring: geen steun >€ 200.000 in voorgaande 3 jaar
  • Maximaal 2 aanvragen Duurzaamheidsfonds per organisatie

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een maatschappelijke organisatie
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Steenwijkerland.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Met een maximum bedrag van: € 60.000 bij accommodaties met een bruto vloeroppervlak =< 250 m2€ 75.000 bij accommodaties met een bruto vloeroppervlak 250 – 500 m2€ 90.000 bij accommodaties met een bruto vloeroppervlak > 500 m2
Nadere regels Energiefonds Maatschappelijke Organisaties 2023
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving Artikel 2 Toepassingsbereik Hoofstuk 2: Doelstelling en subsidiabele activiteiten Artikel 3 Doelstelling Energiefonds Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Hoofstuk 3: Noodfonds Artikel 5. Doelgroep voor het onderdeel Noodfonds Artikel 6: Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie voor het onderdeel Noodfonds Artikel 7: Specifieke voorwaarden bij verstrekking van de subsidie voor het onderdeel Noodfonds Artikel 8: Indiening van de subsidieaanvraag voor het onderdeel Noodfonds Artikel 9: Vaststelling van de subsidie voor het onderdeel Noodfonds Hoofdstuk 4: Duurzaamheidsfonds Artikel 10: Doelgroep voor het onderdeel Duurzaamheidsfonds Artikel 11: Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie voor het onderdeel Duurzaamheidsfonds Artikel 12: Specifieke voorwaarden bij verstrekking van de subsidie voor het onderdeel Duurzaamheidsfonds Artikel 13: Indiening van de subsidieaanvraag voor het onderdeel Duurzaamheidsfonds Artikel 14: Vaststelling van de subsidie voor het onderdeel Duurzaamheidsfonds Hoofstuk 8: Overige en slotbepalingen Artikel 15: Subsidieplafond en verdeelcriteria Artikel 16: Weigering Artikel 17: Hardheidsclausule Artikel 18: Citeertitel en inwerkingtreding Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697815 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697815/2 sluiten Regeling vervalt per 01-01-2027 Nadere regels Energiefonds Maatschappelijke Organisaties 2023 Geldend van 03-10-2024 t/m 31-12-2026 met terugwerkende kracht vanaf 27-06-2023 Intitulé Nadere regels Energiefonds Maatschappelijke Organisaties 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland; gelet op het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet en de Algemene subsidieverordening gemeente Steenwijkerland 2018. besluit vast te stellen de volgende: Nadere regels Energiefonds Maatschappelijke Organisaties 2023 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving Alle begrippen die in deze subsidieregeling worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis zoals gedefinieerd in de Algemene subsidieverordening gemeente Steenwijkerland 2018. In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Steenwijkerland 2018; b. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; c. Maatschappelijke organisatie: een organisatie die activiteiten organiseert die een bijdrage levert aan de leefbaarheid van Steenwijkerland of een locatie beheert waar deze activiteiten plaats kunnen vinden, die geen winstoogmerk heeft en ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. d. Maatschappelijk vastgoed is een gebouw: ■ waarin maatschappelijke diensten aan burgers worden verleend of door burgers zelf worden gecreëerd, ■ waarvan de exploitatie (gedeeltelijk) door publieke middelen mogelijk wordt gemaakt, ■ waarin vraag (burgers) en aanbod (instellingen) fysiek bij elkaar komen en ■ waar iedereen (voor wie het bedoeld is) toegang toe heeft. e. Energiescan: een overzicht van mogelijke energiebesparende maatregelen. In de energiescan moet in ieder geval de volgende informatie staan: ■ Een technische en functionele beschrijving van het maatschappelijk vastgoed waarvoor de aanvraag wordt ingediend, waaronder ook het huidige energielabel; ■ Een overzicht van de energiehuishouding van het maatschappelijk vastgoed van de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag; ■ Een overzicht van mogelijke verduurzamingsmaatregelen verdeeld naar terugverdientijd op korte termijn (<5 jaar), middellange (5-10 jaar) en lange termijn terugverdientijden (>10 jaar)met daarbij per maatregel ■ Besparing op de energiekosten ■ Indien mogelijk inzichtelijk welke labelstap gemaakt kan worden; ■ Een overzicht van de verwachte energiebesparing en/of vermindering van de CO2-uitstoot, in getallen uitgedrukt; ■ Een inschatting van de investeringskosten en de verwachte besparingen, in geld uitgedrukt. f. Roerende zaken: zaken die behoren tot de inboedel van een gebouw. Voornamelijk zijn dit zaken die verplaatsbaar zijn. g. Onroerende zaken: zaken die vast tot het gebouw behoren. Deze zaken zijn bedoeld voor het functioneren van het object en zijn daarom dan ook nagelvast verbonden. h. Plan van aanpak: een plan met daarin een toelichting hoe met aanpassing van gedrag en het toepassen van duurzaamheidsmaatregelen het energieverbruik wordt verminderd, inclusief een globale planning (met minimaal de start uitvoering en de geplande afronding) en begroting. i. Inspanningsverplichting: de verplichting om je in te zetten om een bepaald resultaat te behalen. j. De - minimisverklaring: een verklaring waarin de aanvrager laat zien welke geldelijke (de-minimis) steun in de twee voorafgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar is ontvangen. k. Subsidieplafond: het bedrag dat maximaal beschikbaar is voor de subsidieregeling, gedurende een bepaalde periode. l. Energiekosten: kosten voor verbruik van gas en elektriciteit en het transport daarvan. m. Maatschappelijke onderneming: een semi-publieke organisatie met een maatschappelijke doelstelling die op bedrijfsmatige wijze diensten aanbiedt. Scholen, verpleegtehuizen, zorginstellingen en woningbouwcoöperaties zijn uitgesloten. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten. Hoofstuk 2: Doelstelling en subsidiabele activiteiten Artikel 3 Doelstelling Energiefonds Het is de bedoeling om met de inzet van het Energiefonds voor maatschappelijke organisaties: • te voorkomen dat (activiteiten van) maatschappelijke organisaties moeten stoppen vanwege gestegen energieprijzen; • maatschappelijke organisaties te ondersteunen bij het structureel verlagen van hun energieverbruik. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie toekennen voor: 1. instandhouding van de voorzieningen van maatschappelijke organisaties door vergoeding van de kosten als bedoeld in hoofdstuk 3: Noodfonds; 2. het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen bij maatschappelijk vastgoed door bij te dragen in de kosten als bedoeld in hoofdstuk 4: Duurzaamheidsfonds. Hoofstuk 3: Noodfonds Artikel 5. Doelgroep voor het onderdeel Noodfonds 1. Een organisatie die voldoet aan alle van de volgende criteria: a. die activiteiten organiseert die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van Steenwijkerland of een locatie beheert waar deze activiteiten plaats kunnen vinden, niet zijnde religieuze of politieke activiteiten; b. die geen winstoogmerk heeft; c. die ingeschreven staat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; d. waar de werkzaamheden (grotendeels) door vrijwilligers worden uitgevoerd of aangestuurd. Of die een maatschappelijke onderneming is. Scholen, verpleegtehuizen, zorginstellingen en woningbouwcoöperaties zijn uitgesloten. Te denken valt aan sportverenigingen, culturele organisaties, buurt- en dorpshuizen, bibliotheken en zwembaden welke niet zijn gericht op het maken van winst. 2. Die als gevolg van de gestegen energieprijzen nadeel ondervinden, waarbij alle van de navolgende situaties zich voordoen: a. De uitvoering van de activiteiten en/of het voortbestaan van de organisatie wordt nu of in de nabije toekomst bedreigd door de gestegen energiekosten; b. Er geen andere bijdrage en/of voorziening, zoals bijvoorbeeld uit eigen reserves en/of tegemoetkomingen van o.a. de Rijksoverheid en/of provincie Overijssel mogelijk is en/of deze andere bijdrage ontoereikend blijkt te zijn; c. de situatie niet is ontstaan door verwijtbaar en/of onrechtmatig gedrag van de aanvrager; d. de aanvrager heeft zich ingespannen om de kosten te beperken 3. Reserves, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b bestemd voor noodzakelijke uitgaven in de nabije toekomst of geplande uitgaven die juist zorgen voor meer toekomstbestendigheid op de lange termijn kunnen (gedeeltelijk) buiten beschouwing worden gelaten, wanneer het niet hebben van (een gedeelte van) deze reserves de uitvoering van de activiteiten of het voortbestaan van de organisatie zal bedreigen. Artikel 6: Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie voor het onderdeel Noodfonds 1. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de stijging van de energiekosten vanaf het jaar 2022. 2. De hoogte van de subsidie is maximaal het bedrag dat nodig is om de noodsituatie, als gevolg van de gestegen energiekosten, geheel of grotendeels op te lossen. 3. Bij de hoogte van de subsidie wordt rekening gehouden met de eigen verantwoordelijkheid van de maatschappelijke organisatie. Deze moet aantonen welke (eigen) inspanning in redelijkheid is verricht om de financiële gevolgen gestegen energieprijzen op te vangen en/of te verminderen. Artikel 7: Specifieke voorwaarden bij verstrekking van de subsidie voor het onderdeel Noodfonds 1. De organisatie laat een energiescan uitvoeren en stelt een plan van aanpak op om te zorgen dat de energiekosten daadwerkelijk verminderen. Wanneer de organisatie geen eigenaar is van het gebouw en daardoor niet zelfstandig maatregelen uit kan (laten) voeren, dan geldt de voorwaarde dat hij het onderwerp minimaal agendeert bij de verhuurder en proactief op zoek gaat naar oplossingen. 2. De aanvrager spreekt de intentie uit om de quick wins die volgen uit de energiescan of het plan van aanpak uit te voeren. Hiervoor wordt een intentieverklaring ondertekend. 3. Wanneer op een later moment alsnog rijks- of andere regelingen beschikbaar komen, dan geldt een inspanningsverplichting om deze subsidie alsnog aan te vragen. Artikel 8: Indiening van de subsidieaanvraag voor het onderdeel Noodfonds 1. Aanvragen voor het Noodfonds kunnen worden ingediend tot 1 januari 2024 2. De aanvraag voor deze subsidie wordt ingediend door middel van het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier. 3. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van a. Financiële jaarstukken vanaf 2019 tot heden b. Overzicht van energieverbruik en energiekosten vanaf 2019 tot heden en van de huidige situatie; c. Een ondertekende intentieverklaring, door het college beschikbaar gesteld, voor het voornemen om verduurzamingsmaatregelen te treffen om energiekosten te verminderen. d. Een verklaring van de aanvrager waarin de aanvrager ondubbelzinnig verklaart dat de onderneming in de afgelopen drie jaren geen steunbedragen heeft ontvangen, die tezamen met deze aanvraag, het steunmaximum van de de-minimisregeling van in totaal € 200.000,- overstijgt; Artikel 9: Vaststelling van de subsidie voor het onderdeel Noodfonds 1. Een aanvraag om vaststelling van een subsidie voor het onderdeel noodfonds op basis van deze nadere regels wordt uiterlijk 1 juli na het jaar waarin subsidie is ontvangen, ingediend. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 11 van de Asv wordt een subsidie van niet meer dan € 5.000 niet direct vastgesteld. 3. Artikel 11, lid 4 van de Asv geldt ook voor een subsidie op basis van deze nadere regeling tot € 5.000. 4. Het college is gerechtigd om voor de vaststelling van een subsidie op basis van deze nadere regels alle gegevens op te vragen die zij daarvoor noodzakelijk acht. Hoofdstuk 4: Duurzaamheidsfonds Artikel 10: Doelgroep voor he
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.