Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Wat is de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen?
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen was coronasteun voor mkb-bedrijven die net gestart waren en in het eerste kwartaal van 2022 flink omzet verloren door de coronamaatregelen. De regeling is inmiddels gesloten voor aanvragen. De regeling was bedoeld voor mkb-ondernem
Wie komt in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen?
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidie wordt berekend met de volgende formule:
subsidie = normale omzet in het referentiekwartaal x omzetverlies in Q1 2022 in % x aandeel vaste lasten (volgens SBI-code) in % x 100%
- Het omzetverlies moet minimaal 30% zijn, vergeleken met de referentieomzet van Q3 2021 (of bij latere inschrijving: de eerste 3 volledige maanden na de maand van inschrijving).
- Het aandeel vaste lasten wordt niet op de werkelijke vaste lasten van de onderneming gebaseerd, maar op het gemiddelde percentage vaste lasten in de omzet dat volgens CBS-gegevens bij de SBI-code van de hoofdactiviteit hoort.
- Het subsidiepercentage is 100%.
- Het minimum subsidiebedrag is € 1.500 per kwartaal.
- Het maximum subsidiebedrag is € 100.000 per kwartaal, met uitzonderingen: goederenvervoerders over de weg maximaal € 100.000 voor beide kwartalen samen, landbouwbedrijven maximaal € 20.000 voor 2 kwartalen samen, visserij- en aquacultuurbedrijven maximaal € 30.000 voor 2 kwartalen samen.
- De berekende vaste lasten moeten hoger zijn dan € 1.500 per kwartaal.
- Na de aanvraag wordt een voorschot van 80% uitgekeerd op basis van het verwachte omzetverlies. Bij de vaststelling wordt het bedrag definitief gemaakt op basis van de werkelijke omzet.
De regeling valt onder de de-minimisverordening. Een startende onderneming mag onder de-minimissteun in 3 jaar tijd (het huidige belastingjaar en de 2 voorafgaande belastingjaren) in totaal maximaal:
- € 200.000 ontvangen (algemeen),
- € 100.000 voor wegenbouw,
- € 20.000 voor primaire productie van landbouwproducten,
- € 30.000 voor de visserij- en aquacultuursector.
Deze bedragen gelden voor de subsidieaanvrager samen met alle verbonden ondernemingen. Voert de onderneming onder één KVK-nummer meerdere activiteiten uit die onder verschillende de-minimisverordeningen vallen, dan geldt het laagste subsidieplafond en is een gescheiden boekhouding per activiteit verplicht.
Anders dan bij andere TVL-regelingen is de subsidie uit deze startersregeling belast: er moet inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over worden betaald.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelde of de aanvraag aan de voorwaarden voldeed. De beslistermijn was maximaal 8 weken, met de mogelijkheid deze eenmaal met 8 weken te verlengen; bij verlenging kreeg de aanvrager hierover bericht. De beslissing werd per e-mail meegedeeld.
Bij toekenning werd een voorschot van 80% uitgekeerd op basis van het verwachte omzetverlies. Na afloop van de subsidieperiode werd de ondernemer gevraagd naar de werkelijke omzet (de vaststelling), waarbij het formulier vaak al was voorgevuld met gegevens van de Belastingdienst. Als bewijs konden btw-aangiftes van de subsidieperiode (en eventueel de referentieperiode), een uitdraai uit het boekhoudprogramma of een goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening worden aangeleverd.
Was het werkelijke omzetverlies gelijk aan de schatting, dan bleef het voorschot van 80% behouden en volgde de resterende 20%. Was het omzetverlies hoger, dan ging de subsidie omhoog. Was het omzetverlies lager, dan werd minder dan 20% uitgekeerd of moest een deel van het voorschot worden terugbetaald.
RVO controleerde aanvragen onder meer met gegevens van de Belastingdienst, ook bij aanvragen via een intermediair. Bij geconstateerd onterecht ontvangen bedragen werd dit bij de vaststelling gecorrigeerd, tot maximaal € 0. Een te veel ontvangen bedrag moest worden terugbetaald; hiervoor kon een betalingsregeling worden aangevraagd van 6, 12, 18 of 24 maanden, zonder rente. Tot 5 jaar na de vaststelling kon een aanvraag alsnog achteraf worden gecontroleerd. Werd na verlening een suppletie op de inkomsten- of vennootschapsbelasting ingediend bij de Belastingdienst waaruit bleek dat niet meer aan de voorwaarden werd voldaan, dan werd de subsidie alsnog ingetrokken.
Anders dan bij andere TVL-regelingen moest over de ontvangen subsidie inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting worden betaald. Naam en vestigingsplaats van de onderneming, de sector, het subsidiebedrag en het doel van de subsidie werden gepubliceerd.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingenrvo.nl · gecontroleerd 31 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.