Gesloten

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021 Startende ondernemingen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Wat is de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021 Startende ondernemingen?

De Startersregeling Q4 2021 was coronasteun voor mkb-ondernemingen die net waren begonnen en in het vierde kwartaal van 2021 omzet verloren door de coronamaatregelen. De regeling is inmiddels gesloten: je kon van 7 juni 2022 09:00 uur tot 2 augustus 2022 17:00 uur aanvragen, en dat kan nu niet meer.

Wie komt in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021 Startende ondernemingen?

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie werd niet op basis van werkelijke kosten berekend, maar volgens een vaste formule:

subsidie = normale omzet in het referentiekwartaal (Q3 2021) x omzetverlies in Q4 2021 (%) x aandeel vaste lasten volgens SBI-code (%) x subsidiepercentage van 100%

Daarbij golden deze getallen:

  • Het omzetverlies moest minimaal 20% zijn (Q4 2021 ten opzichte van Q3 2021).
  • Het aandeel vaste lasten was een vast percentage per SBI-code, gebaseerd op CBS-branchegegevens, niet op de werkelijke vaste lasten van de onderneming.
  • Het subsidiepercentage was 100%.
  • Het minimum subsidiebedrag was € 1.500 per kwartaal.
  • Het maximum subsidiebedrag was € 100.000 per kwartaal.
  • De berekende vaste lasten moesten minimaal € 1.500 per kwartaal bedragen.

Na goedkeuring werd een voorschot van 80% van het berekende bedrag uitgekeerd. Na de vaststelling op basis van de werkelijke omzet volgde de resterende 20%, of moest een deel van het voorschot worden terugbetaald als het werkelijke omzetverlies lager was dan geschat.

De regeling viel onder de de-minimisverordening. Een onderneming en alle daarmee verbonden ondernemingen mochten in het lopende en de 2 voorafgaande belastingjaren samen niet meer dan € 200.000 aan de-minimissteun ontvangen. Voor ondernemingen in de primaire landbouwproductie gold een grens van € 20.000, voor visserij en aquacultuur € 30.000 en voor wegenbouw € 100.000. Voor goederenvervoerders over de weg, landbouwbedrijven en visserij- en aquacultuurbedrijven gold bovendien een lager maximum subsidiebedrag (respectievelijk € 100.000, € 20.000 en € 30.000) in plaats van het algemene maximum. De subsidie werd door de Belastingdienst als omzet gezien; hierover moest inkomsten- of vennootschapsbelasting worden betaald, in tegenstelling tot eerdere TVL-regelingen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

RVO beoordeelde of de aanvraag aan de voorwaarden voldeed. De beslissing volgde binnen 8 weken na de aanvraag en werd per e-mail meegedeeld. RVO had de mogelijkheid deze termijn met nog eens 8 weken te verlengen; bij verlenging volgde altijd bericht hierover.

Bij goedkeuring werd een voorschot van 80% van het berekende bedrag uitgekeerd, gebaseerd op het opgegeven verwachte omzetverlies.

Na afloop van de subsidieperiode volgde de vaststelling: de ondernemer gaf de werkelijke omzet door in het online dossier, via 'Aanvraag beheren'. Het formulier was vaak al ingevuld met gegevens van de Belastingdienst; als deze klopten, was alleen akkoord geven voldoende. Anders moest de ondernemer de werkelijke omzetgegevens invullen of aanvullende informatie aanleveren, eventueel met bewijsstukken zoals btw-aangiftes, een boekhoudkundige uitdraai of een goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening.

Kwam het werkelijke omzetverlies overeen met de schatting, dan bleef het voorschot van 80% behouden en volgde de resterende 20%. Was het werkelijke omzetverlies hoger, dan ging de subsidie omhoog. Was het lager, dan werd minder dan 20% uitgekeerd of moest een deel van het voorschot worden terugbetaald.

Lukte terugbetalen niet in één keer, dan kon een betalingsregeling worden aangevraagd voor terugbetaling in 6, 12, 18 of 24 maanden, zonder rente over het terug te betalen bedrag.

RVO controleerde aanvragen met gegevens van de Belastingdienst, ook bij aanvragen via een intermediair. Bleek bij controle dat geen recht bestond op de subsidie, dan werd het bedrag bij de vaststelling lager of op € 0 vastgesteld en moest het te veel ontvangen bedrag worden terugbetaald. Een suppletie op de inkomsten- of vennootschapsbelasting die aantoonde dat niet meer aan de voorwaarden werd voldaan, kon leiden tot intrekking van de subsidie, tot 5 jaar na de vaststelling. Tegen een beslissing over de aanvraag of de vaststelling kon bezwaar worden gemaakt.

RVO publiceerde van uitgekeerde subsidies onder meer de naam en vestigingsplaats van de onderneming, de sector, het subsidiebedrag en het doel van de subsidie.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021 Startende ondernemingen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.