Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2015
Gemeente Tiel
Voor niet-uitkeringsgerechtigden en uitkeringsgerechtigden onder de Participatiewet die ondersteuning nodig hebben bij re-integratie en arbeidsinschakeling.
Ook bekend als Nadere regels re-integratie WWB 2012
Waar is deze subsidie voor?
Nadere regels van gemeente Tiel voor re-integratievoorzieningen en loonkostensubsidie onder de Participatiewet 2015. Regelt ondersteuning, scholing, werkervaringsplaatsen, proefplaatsing, loonkostensubsidie en beschut werk voor niet-uitkeringsgerechtigden en uitkeringsgerechtigden met beperkte arbeidsmarktpositie.
Voor wie is het bedoeld?
Voor niet-uitkeringsgerechtigden en uitkeringsgerechtigden onder de Participatiewet die ondersteuning nodig hebben bij re-integratie en arbeidsinschakeling.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Scholing volgen voor toegang tot arbeidsmarkt
- Werkervaringsplaats voor arbeidsinschakeling
- Proefplaatsing bij werkgever
- Loonkostensubsidie voor werkgever
- Beschut werk in aangepaste omgeving
Voorwaarden
- Voor niet-uitkeringsgerechtigden: partnerinkomen niet meer dan 130% van netto Wettelijk Minimumloon
- Vermogen mag vermogensgrens niet overschrijden
- Scholing maximaal € 2.000 per traject
- Werkervaringsplaats maximaal 3 maanden (verlengbaar met 3 maanden)
- Proefplaatsing maximaal 40 uur per week voor maximaal 3 maanden
- Beschut werk minimaal 12-20 uur per week afhankelijk van urenbeperking
- Loonkostensubsidie maximaal 6 maanden voor bepaalde doelgroepen
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2015
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“De maximaal te vergoeden kosten van een scholingstraject bedragen € 2000, =.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Hoofdstuk 2. Beleid en Financiën Artikel 2. Prioritering in beleid Artikel 3. Budget- en subsidieplafond Hoofdstuk 3. Vormen van ondersteuning Artikel 4. Algemene bepalingen ondersteuning Artikel 5. Scholing Artikel 6. Werkervaringsplaats Artikel 7. Proefplaatsing Artikel 8. Loonkostensubsidie Artikel 9. Beschut werk Artikel 10 Gesubsidieerd werk Artikel 11 Detachering en work first-opties Artikel 12 Persoonlijke ondersteuning / Jobcoaching Artikel 13 No-riskpolis Artikel 14 Zelfstandig ondernemerschap Artikel 15 Vergoedingen en premies Artikel 16 Flankerend beleid Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 17. Interne richtlijnen Artikel 18. Afwijken van bepalingen / hardheidsclausule Artikel 19. Citeertitel en inwerkingtreding Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR365396 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR365396/1 sluiten Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2015 Geldend van 30-04-2015 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2015 Intitulé Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2015 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel gelet op de artikelen 7 en 10 van de Participatiewet; gelet op artikel 2 lid 4 en 5, artikel 3 lid 1 en 3, artikel 4 lid 2, artikel 6 lid 4, artikel 8 lid 2 en artikel 9 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2015 en de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2014; overwegende dat het noodzakelijk of wenselijk is nadere regels vast te stellen voor het gebruik maken van de bevoegdheid tot het aanbieden van re-integratievoorzieningen en loonkostensubsidie; besluit vast te stellen de volgende nadere regels: Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2015. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen De begrippen zoals opgenomen in de Re-integratieverordening Participatiewet 2015, zijn in deze regels van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 2. Beleid en Financiën Artikel 2. Prioritering in beleid 1. Voor niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 7 lid 1a onder 7 van de Participatiewet geldt, dat ondersteuning en inzet van een noodzakelijk geachte voorziening alleen wordt geboden, indien het partnerinkomen niet meer bedraagt dan 130% van het netto Wettelijk Minimumloon als bedoeld in artikel 37 van de Participatiewet en het vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet, niet overschrijdt. 2. Verder geldt voor deze doelgroep dat: a. er een passief beleid wordt gevoerd; b. er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van een gezin met een groot risico op bijstandsafhankelijkheid; c. er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van kwetsbare schoolverlaters en jongeren als bedoeld in artikel 10f onder a van de Participatiewet; d. er een aanbod wordt gedaan indien er sprake is van een concrete arbeidsvraag; e. hen in beginsel algemeen toegankelijke en incidentele voorzieningen worden geboden. Artikel 3. Budget- en subsidieplafond 1. Het college stelt een subsidie- of budgetplafond vast voor de hierna genoemde voorzieningen; a. Voor de voorziening - nog in te vullen- is in het jaar - nog in te vullen- maximaal een budget beschikbaar ad € - nog in te vullen -. 2. Het college stelt een plafond in voor het aantal personen dat in aanmerking kan worden gebracht voor de hierna te noemen voorzieningen; a. Voor de voorziening - nog in te vullen- worden in het jaar - nog in te vullen- maximaal - nog in te vullen- personen in aanmerking gebracht. 3. Een subsidie- of budgetplafond genoemd in het eerste lid of tweede lid vormt een weigeringsgrond voor de aanspraak op die voorziening. Hoofdstuk 3. Vormen van ondersteuning Artikel 4. Algemene bepalingen ondersteuning 1. Ondersteuning op het gebied van re-integratie is het geheel van activiteiten dat leidt tot arbeidsinschakeling. 2. Deze ondersteuning kan worden gegeven door het aanbieden van een re-integratie-traject, waarbij zo nodig voorzieningen worden ingezet, of door het bieden van praktische hulp, begeleiding en advies of doorverwijzing naar andere instanties. 3. De werkzaamheden kunnen in eigen beheer worden uitgevoerd en/of door aan de gemeente gelieerde bedrijven en/of elders worden ingekocht. Artikel 5. Scholing 1. Het college stelt op basis van een individuele beoordeling/plan van aanpak vast of aan belanghebbende een scholingstraject, als bedoeld in artikel 4 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2015, wordt aangeboden. 2. Scholing wordt ingezet om de toegang tot de arbeidsmarkt te bevorderen en/of de maximale loonwaarde van de belanghebbende te bevorderen. 3. Scholing wordt niet ingezet als naar het oordeel van het college dit de krachten of bekwaamheden van belanghebbende te boven gaat. Om dezelfde reden kan scholing ook beëindigd worden. 4. Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing houdt het college rekening met de voor belanghebbende kortste weg naar duurzame arbeid, zijn arbeids- en opleidingsverleden. 5. Bij de keuze van de scholing en de vergoeding van de kosten wordt uitgegaan van de goedkoopste adequate scholingsmogelijkheid. 6. Een scholingstraject dient binnen een jaar te worden afgerond, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn om de termijn te verlengen. 7. De maximaal te vergoeden kosten van een scholingstraject bedragen € 2000, =. 8. Geen scholing wordt aangeboden, indien een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Artikel 6. Werkervaringsplaats 1. Het college kan een belanghebbende een werkervaringsplaats aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2. Het aanbod heeft als doel het activeren, stimuleren en motiveren van belanghebbende en het aanleren en ontwikkelen van elementaire werknemersvaardigheden, het opdoen van werkervaring en/of het opdoen en behouden van werkritme, waardoor de kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. 3. Een werkervaringsplaats wordt voor een periode van maximaal 3 maanden aangeboden. 4. Het college kan de in het vorige lid genoemde periode verlengen met maximaal 3 maanden, indien is vastgesteld dat belanghebbende een langere periode nodig heeft om de gestelde (leer)doelen te bereiken. 5. In een schriftelijke overeenkomst worden in elk geval vastgelegd: - het (leer) doel van de werkervaringsplaats; - de activiteiten die belanghebbende gaat verrichten; - duur en omvang van de werkervaringsplaats; - indien aan de orde: afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en dergelijke; - de wijze waarop en door wie de begeleiding, terugkoppeling en rapportage zal plaatsvinden. 6. De activiteiten vinden plaats met behoud van uitkering. Artikel 7. Proefplaatsing 1. Het college kan een proefplaatsing bij een werkgever aanbieden indien dit noodzakelijk wordt geacht voor inschakeling in de arbeid. 2. De proefplaatsing is gericht op het verkrijgen van een detacherings- of arbeidsovereenkomst bij een werkgever. De werkgever spreekt bij aanvang van de proefplaatsing de intentie uit om bij gebleken geschiktheid belanghebbende een detacherings- of arbeidsovereenkomst aan te bieden. 3. De proefplaatsing wordt aangeboden voor maximaal 40 uur per week voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden. 4. Tijdens de proefplaatsing kan een loonwaardemeting worden uitgevoerd. 5. In een schriftelijke overeenkomst worden in elk geval vastgelegd: - het doel van de proefplaatsing; - de werkzaamheden die belanghebbende gaat verrichten; - duur en omvang van de proefplaatsing; - de taken en verplichtingen; - indien aan de orde afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en dergelijke. 6. De werkzaamheden vinden plaats met behoud van uitkering. Artikel 8. Loonkostensubsidie 1. De loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet en de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015, wordt uitgevoerd door Lander werk & participatie, in het kader van de “Pilot overgangsjaar Participatiewet 2015”. 2. De doelgroep medisch uren beperkten als bedoeld in artikel 6b van de Participatiewet, komt niet in aanmerking voor loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet, tenzij zij daarnaast ook per uur verminderd productief zijn en op grond daarvan wordt vastgesteld dat zij behoren tot de doelgroep als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder evan de Participatiewet. 3. Voor de niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 7 lid 1a onder 7 van de Participatiewet, wordt ingevolge artikel 10c van de Participatiewet niet onderzocht en vastgesteld of deze persoon behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder e van de Participatiewet. 4. De additionele kosten die de werkgever eenmalig en structureel maakt worden in de rapportage van de Dariuz Works loonwaardemeting in beeld gebracht. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking. 5. Groepsplaatsing: Ingeval een werkgever voornemens is opdrachten te verstrekken aan een groep personen uit de doelgroep loonkostensubsidie, stelt het college de loonwaarde als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder g van de Participatiewet voor die groep personen vast op basis van de feitelijke taken en werkzaamheden op de werkplek van één persoon van die groep personen, onder voorwaarde dat die taken en werkzaamheden voor alle personen van die groep representatief zijn. Artikel 9. Beschut werk 1. Het aantal plaatsen voor een beschutte werkomgeving, als bedoeld in artikel 10b lid 4 sub c van de Participatiewet en artikel 6 lid 4 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2015, wordt voor het jaar 2015 bepaald op maximaal - 3.1 - dienstverbanden. 2. De uitvoering van de plaatsen beschut werk wordt gedaan door Lander werk & participatie, in het kader van de “Pilot overgangsjaar Participatiewet 2015”. 3. De voorselectie van belanghebbenden als bedoeld in artikel 10b lid 2 Participatiewet en artikel 6 lid 2 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2015, voor een advies en vaststelling dat een belanghebbende uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden arbeidsmogelijkheden heeft, kan pas gebeuren, indien aannemelijk is dat belanghebbende een loonwaarde heeft tussen de 20% en 40% van het wettelijk minimumloon. 4. Voor de belanghebbende bedoeld in het vorige lid geldt; a. als er geen urenbeperking is geadviseerd of geïndiceerd een minimaal dienstverband van 20 uur. Het doel blijft daarbij naar vermogen te trachten passende arbeid te verkrijgen welke leidt tot uitkeringsonafhankelijkheid, b. als een urenbeperking is geadviseerd of geïndiceerd van minder dan 20 uur, een minimaal dienstverband van 12 uur. 5. Beschut werk wordt aan belanghebbende gedurende de eerste 2 jaar aangeboden in de vorm van (een) tijdelijk(e) dienstverband(en). 6. Binnen de in het vorige lid genoemde periode zal er elk halfjaar een assessment worden uitgevoerd om de arbeidsontwikkeling van belanghebbende te monitoren. 7. Aan het eind van de periode van 2 jaar zal op grond van de in het vorige lid genoemde assessments een besluit worden genomen of tot een vast dienstverband zal worden overgegaan. Artikel 10 Gesubsidieerd werk 1. Gesubsidieerde dienstverbanden, waaronder begrepen de voormalige In- en Doorstroom banen en banen in het kader van de Wet inschakeling werkzoekende […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.