GeslotenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2025-2026 Tilburg

Gemeente Tilburg

Rechtspersonen zonder winstoogmerk die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Tilburg met een laag inkomen

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Eerstvolgende deadline
24 aug 2026
nog 6 weken
Budget
€ 4 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor rechtspersonen zonder winstoogmerk die activiteiten uitvoeren gericht op bestaanszekerheid van inwoners van Tilburg met laag inkomen. Maximale subsidiebedrag per aanvraag afhankelijk van omvang; subsidieplafond €4.012.281 per jaar.

Voor wie is het bedoeld?

Rechtspersonen zonder winstoogmerk die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Tilburg met een laag inkomen

Non-profit

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor activiteiten gericht op bestaanszekerheid van laagverdienende inwoners
  • Financiering van preventieve en activerende programma's voor doelgroep
  • Ondersteuning van organisaties die met ervaringsdeskundigen en vrijwilligers werken

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een rechtsperson zonder winstoogmerk zijn
  • Activiteiten moeten gericht zijn op inwoners van Tilburg met laag inkomen
  • Minimale aanvraag €9.000 per jaar
  • Maximale subsidiebedrag 2 jaar
  • Aanvragen moeten volgens methodiek Impactgericht subsidiëren ingediend worden
  • Voor aanvragen tot €30.000 activiteitenplan; vanaf €30.000 ook verandertheorie en onderzoeksplan
  • Organisatie moet aantoonbare expertise op gebied van Bestaanszekerheid hebben
  • Organisatie moet kennis hebben van Tilburgse sociale infrastructuur en doelgroep
  • Minimale score 70 punten in beoordelingskader

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een non-profit
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging, Coöperatie
Uitgesloten: BV, Eenmanszaak, VOF, Maatschap, Zzp'er, Particulier, Overheid, Onderwijsinstelling
Deze rechtsvormen komen niet in aanmerking.
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Tilburg.

Openstellingen en rondes

Ronde 2027-2030Open
Start
4 jun 2026
Sluit
24 aug 2026
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks €4.012.281 (prijspeil 2024)
Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2025-2026 Tilburg
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2025-2026 Tilburg
    
    Artikel 1. Definities
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023;
    - Awb: Algemene wet bestuursrecht;
    - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;
    - Tendersysteem: alle volledige subsidieaanvragen moeten binnen een bepaalde periode ingediend zijn, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de wegingscriteria in deze regeling;
    - Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb;
    - Liquiditeit: daarbij wordt gekeken of de aanvrager in staat is korte schulden te voldoen;
    - Solvabiliteit: Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens).
    
    Artikel 2. Toepassingsbereik
    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.
    
    Artikel 3. Doelstelling
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die:
    - bijdragen aan de bestuurlijke doelstelling: ‘Tilburgers ervaren bestaanszekerheid’ en de hiervoor geldende beleidsnota op bestaanszekerheid en het bijbehorend uitvoeringsplan.
    - bijdragen aan een inclusieve gemeente waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.
    
    Artikel 4. Activiteiten
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan één of meerdere van deze drie lijnen:
    - Het voorkomen en vroegsignaleren (preventie) van schulden- en armoedeproblematiek en daarvoor producten, diensten of activiteiten inzetten. Een activiteit kan bijvoorbeeld zijn om mensen (tijdig) ondersteuning te bieden zodat de armoede- en schuldenproblematiek niet verder escaleert en gericht op het bevorderen van financiële zelfredzaamheid.
    - Het doorbreken van intergenerationele overdracht van armoede bij kinderen. Dit houdt in het bieden van producten, diensten en/of activiteiten gericht op het wegnemen van belemmeringen zodat kinderen volwaardig kunnen deelnemen aan bijvoorbeeld binnen en buitenschoolse activiteiten en tegelijkertijd hun toekomstperspectief kunnen vergroten.
    - Het aanpakken van de armoedesituatie en het creëren van financiële rust.
    
    Artikel 5. Subsidieaanvrager
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk.
    
    Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
    1..
    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 4.
    2..
    In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 en de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.
    
    Artikel 7. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor:
    1..
    Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen.
    2..
    Activiteiten met een partijpolitiek of godsdienstig karakter.
    3..
    De inkoop van goederen of voedsel; die worden ingekocht om direct uit te delen met uitzondering van duurzame gebruiksgoederen die worden uitgedeeld in het kader van activiteiten die betrekking hebben op artikel 4 lid b.
    
    Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag
    1..
    Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 juni 2024 tot en met 1 september 2024 via het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier.
    2..
    Een subsidieaanvraag bedraagt minimaal €9.000 per jaar.
    3..
    Aanvragen worden ingediend volgens de methodiek Impactgericht subsidiëren. Voor subsidieaanvragen tot € 30.000 wordt gebruik gemaakt van het format activiteitenplan en vanaf €30.000 ook van de formats verandertheorie en onderzoeksplan. Zie voor de formats en een handleiding: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/
    4..
    De subsidieaanvraag dient uiterlijk 1 september 2024 volledig te zijn ingediend. Onvolledige aanvragen kunnen door het college buiten behandeling worden gelaten.
    5..
    De aanvraag voor subsidie omvat:
    - Een volledig ingevuld online aanvraagformulier met voldoende informatie over op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria (artikel 11).
    - Een activiteitenplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 en 4.
    - Bij aanvragen vanaf € 30.000 een verandertheorie en onderzoeksplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.
    - Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten per activiteit/activiteitengroep waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze wordt weergegeven en voldoende wordt onderbouwd, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 6 en 7. Zie voor een handreiking voor het uitwerken van de begroting de modellen A en B op www.tilburg.nl/subsidies.
    - Indien van toepassing geeft u een toelichting op afwijkingen tussen de begroting en de meest recente realisatiecijfers.
    - Indien wij nog niet beschikken over uw meest recente jaarrekening, dan voegt u die toe als bijlage bij uw aanvraag.
    - Indien een aanvrager, van een aanvraag van meer dan €30.000, voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt hij, een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.
    6..
    Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen.
    
    Artikel 9. Subsidievorm en de hoogte van de subsidie
    1..
    Het college verleent op grond van deze regeling een subsidie voor de duur van maximaal 2 jaar.
    2..
    De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd.
    
    Artikel 10. Subsidieplafond
    1..
    Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks €4.012.281 (prijspeil 2024), waarvan:
    - €100.000 per jaar voor subsidieaanvragen tot € 30.000;
    - €3.912.281 per jaar voor subsidieaanvragen vanaf € 30.000;
    - Indien het subsidieplafond zoals genoemd onder art. 10, lid 1 onder a niet bereikt wordt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond genoemd onder art. 10, lid 1 onder b.
    2..
    Subsidies worden verstrekt onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting door de raad.
    3..
    Het subsidieplafond wordt jaarlijks geïndexeerd.
    
    Artikel 11. Beoordelingscriteria
    De subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende vijf overkoepelende criteria met bijbehorende sub criteria (zie bijlage 1):
    - Aanpak en kwaliteit
    - Impact
    - Activeren en motiveren
    - Samenwerking en toegevoegde waarde
    - Financiële duurzaamheid
    
    Artikel 12. Wijze van verdeling
    1..
    De aanvragen worden gerangschikt op basis van de beoordeling in artikel 11.
    2..
    Bij de beoordeling van de aanvragen werkt het college met een 3-puntsschaal.
    3..
    De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
    4..
    Subsidie wordt toegekend aan opeenvolgende gerangschikte aanvragen, tot het subsidieplafond wordt bereikt.
    5..
    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item II. Impact, genoemd in artikel 11, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    6..
    Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item Activeren en motiveren genoemd in artikel 11, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    7..
    Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item Samenwerking en toegevoegde waarde, genoemd in artikel 11, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    8..
    Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item Financiële duurzaamheid, genoemd in artikel 1, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    9..
    Indien toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item I. Aanpak en kwaliteit, genoemd in artikel 11, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    10..
    Indien toepassing van het negende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de aanvraag als eerste is binnengekomen hoger eindigt in de rangschikking.
    
    Artikel 13. Weigeringsgronden
    Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (al dan niet deels) geweigerd worden indien:
    - De organisatie geen aantoonbare expertise heeft op het gebied van Bestaanszekerheid.
    - De organisatie geen aantoonbare kennis van de Tilburgse sociale infrastructuur en van de doelgroep.
    - Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet.
    - De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet of niet in overwegende mate zijn gericht op de inwoners van Tilburg met een laag inkomen, zoals gedefinieerd in de beleidsvisie op Bestaanszekerheid, of als ze onvoldoende ten goede komen aan diezelfde inwoners.
    - Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
    - De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
    - Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid.
    - Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;
    - De activiteiten in de aanvraag moeten in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep, en tot het totale aanbod van activiteiten voor de totale doelgroep die we met deze subsidieregeling willen bereiken.
    - Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.
    - De subsidieaanvraag minder dan 70 punten scoort in het beoordelingskader.
    - Het in artikel 10 van deze regeling vastgestelde subsidiepla
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2027-2030 Tilburg
    
    Artikel 1. Definities
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023.
    - Awb: Algemene wet bestuursrecht.
    - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.
    - Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb.
    - Liquiditeit: daarbij wordt gekeken of de aanvrager in staat is korte schulden te voldoen.
    - Solvabiliteit: Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens).
    - B-ontvangers: subsidieontvangers die een score behalen van 70 tot en met 114 punten (op het beoordelingskader als bedoel in artikel 11, lid 3).
    - C-ontvangers: subsidieontvangers die geen subsidie ontvangen op grond van de voorgaande regeling ‘Subsidie Bestaanszekerheid 2025-2026’.
    
    Artikel 2. Toepassingsbereik
    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 en 4 bedoelde activiteiten.
    
    Artikel 3. Doelstelling
    Subsidie wordt uitsluitend verleend aan activiteiten die:
    - Bijdragen aan de bestuurlijke doelstelling: ‘Tilburgers ervaren bestaanszekerheid’ en de hiervoor geldende beleidsnota op bestaanszekerheid en het bijbehorend uitvoeringsplan.
    - Bijdragen aan een inclusieve gemeente waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.
    
    Artikel 4. Activiteiten
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan één of meerdere van deze drie lijnen:
    - Het voorkomen van (verdere) schulden- en armoedeproblematiek en daarvoor producten, diensten of activiteiten inzetten.
    - Het doorbreken van intergenerationele overdracht van armoede bij kinderen. Dit houdt in het aanbieden van producten, diensten en/of activiteiten gericht op het wegnemen van belemmeringen zodat kinderen volwaardig kunnen deelnemen, meedoen en hun toekomstperspectief verbeteren.
    - Het aanpakken van de armoedesituatie en het creëren van financiële rust.
    
    Artikel 5. Subsidieaanvrager
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk.
    
    Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
    1..
    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 en 4.
    2..
    In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 en 4 en de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 en 4.
    
    Artikel 7. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor:
    1..
    Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen.
    2..
    Activiteiten met een partijpolitiek of godsdienstig karakter.
    3..
    De inkoop van goederen of voedsel; die worden ingekocht om direct uit te delen met uitzondering van goederen die worden uitgedeeld in het kader van activiteiten die betrekking hebben op artikel 4 lid b.
    4..
    Activiteiten die primair gericht zijn op financiële educatie voor schoolgaande jongeren.
    5..
    Kosten voor het opstellen van de subsidieaanvraag door derden.
    6..
    Kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag wordt verzonden.
    7..
    Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen en lasten.
    8..
    Kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties.
    
    Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag
    1..
    Een subsidieaanvraag bedraagt minimaal € 9.000 per jaar.
    2..
    Aanvragers dienen aanvragen volgens de methodiek Impactgericht subsidiëren in. Voor subsidieaanvragen tot € 30.000 wordt uitsluitend gebruik gemaakt van het format activiteitenplan. Voor aanvragen vanaf €30.000 worden ook de formats verandertheorie en onderzoeksplan ingevuld. Zie voor de formats en een handleiding: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/
    3..
    De subsidieaanvraag dient uiterlijk 24 augustus 2026 12.00 uur volledig te zijn ingediend via het daarvoor vastgestelde online aanvraagformulier. Onvolledige aanvragen kunnen door het college buiten behandeling worden gelaten.
    4..
    De aanvraag voor subsidie omvat:
    - Een volledig ingevuld online aanvraagformulier met voldoende informatie over op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria (artikel 11, lid 3).
    - Een activiteitenplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 en 4.
    - Bij aanvragen boven de € 30.000 een verandertheorie en onderzoeksplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.
    - Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten per activiteit/activiteitengroep waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze wordt weergegeven en voldoende wordt onderbouwd, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 6 en 7. Zie voor een handreiking voor het uitwerken van de begroting de modellen A en B op www.tilburg.nl/subsidies.
    - Indien van toepassing geeft u een toelichting op afwijkingen tussen de begroting en de meest recente realisatiecijfers.
    - Indien wij nog niet beschikken over uw meest recente jaarrekening, dan voegt u die toe als bijlage bij uw aanvraag.
    - Indien u voor de eerste maal een subsidie van €30.000,- of meer aanvraagt, voegt u aan het online aanvraagformulier de volgende bijlagen toe: een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de vigerende statuten, het meest recente jaarverslag en de meest recente jaarrekening. Daarnaast voegt u een kopie bankafschrift toe om te controleren dat uw opgegeven banknummer juist is. U kunt uiteraard alle overbodige informatie weghalen; minimaal zichtbaar moet zijn uw tenaamstelling en banknummer.
    5..
    Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek.
    Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden.
    
    Artikel 9. Subsidievorm en de hoogte van de subsidie
    1..
    Het college verstrekt op grond van deze regeling subsidies voor de duur van vier jaar, met dien verstande dat het college aanvullende verplichtingen zoals bedoeld in artikel 13 lid 3 kan opleggen aan B-ontvangers en C-ontvangers. Indien uit de toets momenten zoals bedoeld in artikel 13 lid 5 en lid 6 blijkt dat niet aan de bij verleningsbeschikking opgelegde verplichtingen is voldaan, behoudt het college zich de wettelijke bevoegdheid voor om de subsidieverleningen aan B- ontvangers en C ontvangers te wijzigen tot een subsidieverlening voor de duur van:
    - twee jaar voor B-ontvangers, of
    - één of twee jaar voor C-ontvangers.
    2..
    De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ASVT.
    
    Artikel 10. Subsidieplafond
    1..
    Het subsidieplafond wordt bekend gemaakt bij de programmabegroting van de betreffende jaren. Publicatie vindt plaats vóór aanvang van de activiteiten.
    2..
    Het subsidieplafond omvat een afzonderlijk deelplafond voor subsidieaanvragen tot € 30.000. Indien het deelplafond voor subsidieaanvragen tot € 30.000 niet wordt bereikt, kan het college het resterende bedrag toevoegen aan het subsidieplafond voor overige subsidieaanvragen.
    
    Artikel 11. Wijze van verdeling
    1..
    Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
    2..
    De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie en vervolgens de opeenvolgende gerangschikte aanvragen, tot het subsidieplafond wordt bereikt.
    3..
    Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingsitems (zie bijlage I voor het beoordelingskader):
    - Aanpak & kwaliteit (maximaal 24 punten)
    - Impact (maximaal 30 punten)
    - Activeren en motiveren (maximaal 30 punten)
    - Samenwerking & toegevoegde waarde (maximaal 20 punten)
    - Prijs/kwaliteit (maximaal 24 punten)
    4..
    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item II. Impact, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    5..
    Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item Activeren en motiveren genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    6..
    Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item Samenwerking en toegevoegde waarde, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    7..
    Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item Financiële duurzaamheid, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    8..
    Indien toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item I. Aanpak en kwaliteit, genoemd in artikel 11, lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.
    9..
    Indien toepassing van het negende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de aanvraag als eerste is binnengekomen hoger eindigt in de rangschikking.
    
    Artikel 12. Weigeringsgronden
    Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (al dan niet deels) geweigerd worden indien:
    - De organisatie geen aantoonbare expertise heeft op het gebied van Bestaanszekerheid.
    - De organisatie geen aantoonbare kennis van de Tilburgse sociale infrastructuur en van de doelgroep.
    - Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet.
    - De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet of niet in overwegende mate zijn gericht op de inwoners van Tilburg met een laag inkomen, zoals gedefinieerd in de beleidsvisie op Bestaanszekerheid, of als ze onvoldoende ten goede komen aan diezelfde inwoners.
    - Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd.
    - De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen.
    - Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid.
    - Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten.
    - De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de koste
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.