Subsidieregeling apparaatskosten Programma Natuur 2e fase provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht
Voor organisaties met een natuurdoelstelling in en rondom Natura 2000-gebieden in Utrecht en waterschappen met werkgebied in Utrecht die subsidie hebben ontvangen voor SKNL-maatregelen in het kader van Programma Natuur 1e fase.
Ook bekend als Apparaatskosten Programma Natuur 2e fase, SPUK Programma Natuur 2e fase
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor apparaatskosten van organisaties en waterschappen die samenwerken aan natuurbehoud en -herstel in en rondom Natura 2000-gebieden in Utrecht. Maximaal 100% van subsidiabele kosten voor kennisuitwisseling en ondersteuning van het Programma Natuur 2e fase (2024-2032). Totaal budget €2.500.000 voor 2025-2028.
Voor wie is het bedoeld?
Voor organisaties met een natuurdoelstelling in en rondom Natura 2000-gebieden in Utrecht en waterschappen met werkgebied in Utrecht die subsidie hebben ontvangen voor SKNL-maatregelen in het kader van Programma Natuur 1e fase.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering van personeelskosten voor kennisuitwisseling in natuurherstelprojecten
- Ondersteuning van beheerplannen en Natura 2000-doelstellingen
- Coördinatie van samenwerking tussen natuurbeheerders en waterschappen
- Monitoring en ecologische data-inbreng voor natuurgebieden
Voorwaarden
- Organisatie moet subsidie hebben ontvangen voor SKNL-maatregelen in kader Programma Natuur 1e fase, of waterschap met werkgebied in Utrecht
- Activiteiten moeten betrekking hebben op kennisuitwisseling, monitoring, beheerplannen of NDA-actualisering in Natura 2000-gebieden
- Activiteiten moeten additioneel zijn en niet behoren tot reguliere werkzaamheden
- Activiteiten mogen niet direct samenhangen met fysieke uitvoering van inrichtingsmaatregelen
- Activiteiten moeten uiterlijk 31 december 2028 zijn gerealiseerd
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor: 2025 tot en met 2028 in totaal € 2.500,000,-.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Definities Artikel 2. Subsidiabele activiteiten Artikel 3. Subsidiecriteria Artikel 4. Subsidieontvangers Artikel 5. Aanvraag Artikel 6. Hoogte van de subsidie Artikel 7. Niet-subsidiabele kosten Artikel 8. Te overleggen informatie bij en subsidievaststelling Artikel 9. Subsidieplafond Artikel 10. Weigeringsgronden Artikel 11. Verplichtingen Artikel 12. Inwerkingtreding Artikel 13. Citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747988 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747988/1 sluiten Regeling vervalt per 31-12-2028 Besluit van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht van 18 november, nr. UTSP-522568655, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Subsidieregeling apparaatskosten Programma Natuur 2e fase provincie Utrecht) Geldend van 28-11-2025 t/m 30-12-2028 Intitulé Besluit van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht van 18 november, nr. UTSP-522568655, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Subsidieregeling apparaatskosten Programma Natuur 2e fase provincie Utrecht) Gedeputeerde staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en de Beleidsregel projectsubsidies; Overwegende dat: • Provinciale Staten op 12 december 2016 de Natuurvisie hebben vastgesteld, waarin het behoud van de natuurwaarden in de N2000-gebieden zijn opgenomen; • Provinciale Staten op 10 maart 2021 hoofdlijnen van de Natuurvisie hebben opgenomen in de Omgevingsvisie provincie Utrecht. • op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking is getreden Dit is de grondslag voor het Programma Natuur waarin het Rijk, provincies, terrein beherende organisaties en Rijkswaterstaat samenwerken aan vermindering van de negatieve gevolgen van overmatige stikstofdepositie op de natuur en de biodiversiteit. Het Programma Natuur draagt hierdoor bij aan de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van de natuur (robuuste natuur). • het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op 1 november 2024 een specifieke uitkering heeft verstrekt aan de provincie Utrecht op grond van de Regeling SPUK Programma Natuur 2e fase voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2032 (kenmerk DGNV / 89008582). • in het kader van de specifieke uitkering Uitvoeringsprogramma Natuur 2e fase een programmering nodig is van uitvoeringsactiviteiten die de stikstofdepositie in en rondom de N2000-gebieden verlagen en hiervoor samenwerking nodig is met partners in deze gebieden. • het provinciaal uitvoeringsprogramma het totaalpakket is van maatregelen, onderzoeken, actualisatie van Natuurdoel analyses (NDA’s) en beheerplannen, etc. die gefinancierd vanuit het Rijk worden uitgevoerd • binnen deze uitkering een maximum voor apparaatskosten van vijftien procent is opgenomen ten behoeve van “kosten van provincies en partners, die samenhangen met de regievoering van voorbereiding en uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma” Die uitkering loopt tot en met 2032, en het zwaartepunt van de te maken apparaatskosten ligt in de periode 2025-2027. • met deze subsidieregeling de samenwerking met partners in en rondom de N2000-gebieden mogelijk wordt gemaakt. Besluiten de volgende subsidieregeling vast te stellen: Artikel 1. Definities In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022; b. Apparaatskosten: noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel van partners die betrokken bij Programma Natuur welke nodig zijn voor het inbrengen en delen van kennis om tot maatregelen te komen die zijn gericht op natuurherstel en behoud in en rondom N2000-gebieden. Die kosten worden op verzoek van de provincie gemaakt voor het verrichten van additionele activiteiten en maken geen deel uit van de reguliere loonkosten en materiële kosten van de aanvrager. c. Beheerplannen: voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan opgesteld. Hierin staat wat er moet gebeuren om de natuurdoelen voor dat gebied te halen en wie dat gaat doen. Die beheerplannen worden opgesteld in nauw overleg met samenwerkingspartners. d. Beleidsregel projectsubsidies: beleid van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies subsidiabel zijn. e. Instandhoudingsdoelen: doelstellingen om de habitats (leefomgeving van een bepaalde plant, dier of ander organisme) en soorten van het Natura 2000-netwerk in goede staat te krijgen. f. NDA: Natuur Doel Analyses die inzichtelijk maken of het geheel aan geplande en in uitvoering zijnde maatregelen naar verwachting leidt tot realisatie van condities voor het bereiken van N2000-instandhoudingsdoelstellingen. Als blijkt dat die geplande en in uitvoering zijnde maatregelen onvoldoende zijn dan volgt uit de NDA de maatregelen om de doelstellingen alsnog te bereiken. g. Programma Natuur: op 24 april 2020 is door het Rijk de structurele stikstofaanpak gepresenteerd: een pakket van maatregelen om de stikstofuitstoot per sector terug te dringen en natuurmaatregelen om de natuur te verbeteren. Op 1 juli 2021 trad de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking. Op 16 juli 2021 werd de Contourennota van het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering gepresenteerd. Dit programma Stikstofreductie en Natuurverbetering is de motor in de bovengenoemde structurele stikstofaanpak. Het voorziet in een uitvoeringsplicht voor maatregelen die opgenomen zijn in het structurele pakket maatregelen en versterkt de samenhang. Het Programma Natuur vloeit voort uit de structurele aanpak stikstof. Het werken aan natuurherstel is een cruciaal onderdeel van de oplossing van de stikstofproblematiek. De kern van de samenwerking binnen Programma Natuur is de gedeelde ambitie voor natuurherstel. Het Rijk (Ministerie van LVVN), provincies, terrein beherende organisaties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en LandschappenNL) en Rijkswaterstaat investeren de komende 10 jaar via het Programma Natuur 3 miljard euro in herstelmaatregelen. Het gaat om maatregelen in en rond natuurgebieden. In het Programma Natuur staat welke doelen en welke financiële middelen er zijn voor herstel van de natuur. h. Samenwerkingspartners: natuur beherende eigenaren en waterschappen die eigendommen hebben in N2000-gebieden die kennis en expertise kunnen leveren in Programma Natuur i. SKNL: Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap. j. SPUK Programma Natuur: specifieke uitkering Programma Natuur k. TBO: terrein beherende organisatie Artikel 2. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor het inbrengen en delen van kennis die nodig is om te komen tot en het bijstellen van het programma van maatregelen dat is gericht op natuurbehoud en -herstel in en rondom de N2000-gebieden ten behoeve van de 2e fase van het Programma Natuur 2024-2030, die de provincie samen met zijn partners heeft voorbereid. Dat geldt ook voor gevallen waarbij deze inbreng van belang is voor het actualiseren van de beheerplannen, of het borgen van de maatregelen in die beheerplannen. Artikel 3. Subsidiecriteria Subsidie wordt alleen verstrekt aan organisaties in en rondom N2000-gebieden met een natuurdoelstelling. De activiteiten van die organisaties dragen bij aan het behoud en het herstel van de instandhoudingsdoelen per N2000-gebied en wordt verstrekt voor: 1. Activiteiten die betrekking hebben op het: a. leveren van ecologische data en monitoringsgegevens op het gebied van ecologie en hydrologie afkomstig uit en rondom de N2000-gebieden; b. leveren van input voor de actualisering van de beheerplannen; c. meewerken aan het formuleren en begeleiden van de uitvoering van nadere onderzoeken zoals opgenomen in het Programma Natuur 2e fase; d. meewerken aan het actualiseren van de NDA; e. deelnemen aan de bijeenkomsten in gebiedsprocessen Overgangsgebieden rondom N2000-gebieden; f. organiseren en deelnemen aan veldbezoeken in het kader van het Programma Natuur; g. leveren van specialistische kennis voor de evaluatie van en aanvullingen op het Programma Natuur, 2e fase; h. het delen van kennis uit specifieke onderzoeken en maatregelen die met SKNL-subsidie in het kader van de SPUK Programma Natuur 2e fase worden uitgevoerd; i. meewerken aan het opstellen van aanvullende maatregelpakketten voor indiening bij het Rijk; j. overleg en de planvorming voor natuurherstel van de N2000-gebieden in het algemeen. 2. Subsidie wordt verstrekt voor de activiteiten die zijn verricht gedurende de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028. Artikel 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan organisaties die subsidie hebben aangevraagd en ontvangen voor het treffen van maatregelen op grond van de SKNL in het kader van de openstelling ten behoeve van SPUK Programma Natuur 1e fase en de waterschappen die hun werkgebied binnen de provincie Utrecht hebben. Artikel 5. Aanvraag 1. Aanvragen kunnen worden ingediend van 25 november 2025 tot en met 31 maart 2026; 2. Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht stellen voor de subsidieaanvraag een aanvraagformulier beschikbaar op www.provincie-utrecht.nl/Loket/Subsidies; 3. Onverminderd artikel 4.4. van de AsvpU worden bij een aanvraag om subsidie gevoegd: a. een onderbouwing van de additionaliteit van de activiteiten; b. een beschrijving van de activiteiten die voor indiening van de subsidieaanvraag zijn gemaakt en activiteiten die na indiening gemaakt gaan worden; c. een overzicht van de ingeschatte uren en kosten per activiteit zoals genoemd bij artikel 3, eerste lid, waarbij een onderscheid is gemaakt naar uren die besteed zijn voor de indiening van de subsidieaanvraag en te verwachten kosten die worden gemaakt na indiening van de subsidieaanvraag. Artikel 6. Hoogte van de subsidie 1. De hoogte van de subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2 betreft maximaal honderd procent van de subsidiabele kosten. 2. Alleen de werkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel. Artikel 7. Niet-subsidiabele kosten 1. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: a. kosten die direct verbonden zijn aan de fysieke uitvoering van de inrichting en/of het ontwikkelbeheer van een natuurterrein in en rondom een N2000-gebied; b. kosten die direct verbonden zijn aan de planvoorbereiding van de fysieke uitvoering zoals hiervoor benoemd onder a. c. kosten voor belangenbehartiging bij bijeenkomsten ten behoeve van beheerplannen of andere vormen van belangenbehartiging. Artikel 8. Te overleggen informatie bij en subsidievaststelling 1. Onverminderd paragraaf 5.1 van de AsvpU wordt bij een aanvraag voor vaststelling tenminste gevoegd: a. een activiteitenverslag waarin is opgenomen wanneer en welke activiteiten zijn uitgevoerd en voor welk N2000-gebied; b. een financieel verslag dat aansluit op de begroting waarvoor subsidie is verleend en een vergelijking van de begroting en de gerealiseerde kosten; 2. Indien bij de eindverantwoording de werkelijke kosten lager blijken te zijn dan de geraamde kosten in de subsidieaanvraag, kan de subsidie evenredig lager worden vastgesteld; 3. Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht stellen voor de aanvraag tot vaststelling een formulier beschikbaar op www.provincie-utrecht.nl/Loket/Subsidies Artikel 9. […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.