Subsidieregeling vrijwilligersorganisaties Veenendaal maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en bestaanszekerheid
Gemeente Veenendaal
Vrijwilligersorganisaties (stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk) die activiteiten uitvoeren voor kwetsbare inwoners op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en bestaanszekerheid.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor vrijwilligersorganisaties in Veenendaal die activiteiten uitvoeren op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en bestaanszekerheid. Maximaal 70% van subsidiabele kosten tot € 60.000 per aanvrager per twee jaar (max. € 30.000 per kalenderjaar). Aanvragen worden ingediend vóór 30 april in even jaren.
Voor wie is het bedoeld?
Vrijwilligersorganisaties (stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk) die activiteiten uitvoeren voor kwetsbare inwoners op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en bestaanszekerheid.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering van materiaalkosten voor vrijwilligersactiviteiten
- Dekking van huurkosten voor activiteitenruimten
- Betaling van coördinatoren of bestuurleden met coördinerende rol
- Ondersteuning van vrijwilligersorganisaties in maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
Voorwaarden
- Organisatie moet een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn (stichting of vereniging) zonder winstoogmerk
- Activiteiten moeten worden uitgevoerd door vrijwilligers
- Geen structureel betaalde uitvoerende functies, uitsluitend ondersteunende of coördinerende functies
- Kosten moeten proportioneel zijn ten opzichte van aard en omvang van activiteiten
- Personele kosten voor coördinator/bestuurslid max. € 15.000 per kalenderjaar
- Subsidie wordt voor twee jaar verleend
- Begrotingsvoorbehoud van toepassing
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- 30 sep 2026
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Per aanvrager bedraagt de subsidie maximaal 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 60.000,-, waarbij een maximum geldt van € 30.000,- per kalenderjaar.”
Toon brontekst
Subsidieregeling vrijwilligersorganisaties Veenendaal maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en bestaanszekerheid Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; overwegende dat - in het kader van het Integraal beleidskader sociaal domein en het Model Veenendaal 2020 de inzet van vrijwilligers een centrale rol speelt bij het versterken van de sociale basis; - het college de wens heeft de sociale basis in relatie tot de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet te versterken door middel van het subsidiëren van activiteiten van vrijwilligersorganisaties; - in de sociale basis altijd sprake is van samenwerking met vrijwilligers en een mengvorm van formele en informele zorg; gelet op artikel 2, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Veenendaal; besluit de volgende nadere regeling vast te stellen: Subsidieregeling vrijwilligersorganisaties Veenendaal maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en bestaanszekerheid Artikel 1. Begripsbepalingen Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; - kwetsbare inwoners: inwoners die blijvend of tijdelijk in een kwetsbare positie verkeren; - verordening: Algemene subsidieverordening Veenendaal; - vrijwilligersorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid (stichting of vereniging) die zonder winstoogmerk activiteiten uitvoert. Deze activiteiten worden uitgevoerd door vrijwilligers. Er is geen structureel betaalde uitvoerende functie, met eventueel uitzondering van een ondersteunende of coördinerende functie. Deze betaalde functie mag slechts zijn gericht op het ondersteunen of coördineren van vrijwilligers, en niet op andere werkzaamheden van de organisatie. Alle andere werkzaamheden moeten op vrijwillige basis (onbetaald en onverplicht voor anderen) worden verricht. Artikel 2. Doelgroep Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies aan vrijwilligersorganisaties. Artikel 3. Doel Deze subsidieregeling heeft als doel: - het voorkomen of verminderen van zorg in de vorm van maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo of de Jeugdwet; - vergroten van bestaanszekerheid door praktische hulp bij het vinden en aanvragen van voorzieningen of uitkeringen, door juridisch advies of hulp en begeleiding bij beginnende schulden. Artikel 4. Subsidiabele activiteiten - Het college kan subsidie verlenen voor de volgende activiteiten, voor zover deze naar het oordeel van het college bijdragen aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 3 onder a:het bieden van lichte ondersteuning en begeleiding aan kwetsbare inwoners;het verbinden van vrijwilligers aan kwetsbare inwoners of het verbinden van kwetsbare inwoners aan elkaar;het organiseren van bijeenkomsten voor groepen inwoners met als doel onderlinge verbondenheid en steun te stimuleren en het daarmee opbouwen van een kennissen- en vriendennetwerk om op terug te vallen. - Het college kan subsidie verlenen voor de volgende activiteiten, voor zover deze naar het oordeel van het college bijdragen aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 3 onder b:het bieden van praktische ondersteuning bij het aanvragen van voorzieningen of invullen van formulieren;het geven van juridisch advies. - De activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben een preventief karakter. - De volgende activiteiten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: Activiteiten die gericht zijn op sport, cultuur en mantelzorg; Activiteiten waarvoor reeds op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling of anderszins bekostiging door de gemeente plaatsvindt;Activiteiten die niet breed toegankelijk zijn voor inwoners van Veenendaal;Activiteiten of een programma van activiteiten die een politiek of religieus karakter hebben; Activiteiten die in strijd zijn met het gemeentelijk beleid;Activiteiten die reeds plaats hebben gevonden.Kosten voor waardering van vrijwilligers. Artikel 5. Drempelcriteria Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4 kan uitsluitend worden verleend als voldaan wordt aan de volgende drempelcriteria: - De activiteiten worden geheel door vrijwilligers uitgevoerd, met eventueel uitzondering van activiteiten gericht op het ondersteunen of coördineren van vrijwilligers vanuit een betaalde functie; - De activiteiten sluiten aan bij en zijn een aanvulling op het lokale aanbod van activiteiten van relevante partijen, zoals de gemeente, Veens Welzijn, wijkteams, cliëntorganisaties of andere vrijwilligersorganisaties; - De te subsidiëren activiteiten maken aantoonbaar deel uit van een samenhangend en structureel activiteitenprogramma dat rechtstreeks bijdraagt aan de verwezenlijking van een van de doelen, bedoeld in artikel 3. Artikel 6. Subsidiabele kosten - Voor subsidieverlening komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking, voor zover deze kosten naar rato van het aantal daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten aan de activiteiten kunnen worden toegerekend:kosten van materialen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten;kosten voor de huur van ruimten die worden gebruikt voor de uitvoering van de activiteiten;personele kosten van een vrijwilligerscoördinator of een bestuurslid met een vergelijkbare coördinerende rol, tot een maximaal subsidiebedrag van € 30.000,- per aanvraag, waarbij een maximum geldt van € 15.000,- per kalenderjaar. - In aanvulling op het eerste lid onder c komen personele kosten alleen voor subsidie in aanmerking indien:de professionele kennis of kunde van de medewerker noodzakelijk is om de activiteit uit te kunnen voeren en de kosten verband houden met ten minste een van de volgende werkzaamheden:koppelen of matchen van vrijwilligers aan de juiste kwetsbare inwoners;begeleiden, werven, selecteren en opleiden van vrijwilligers; ende activiteiten zonder bekostiging van coördinatie of professionele inzet niet in de gewenste mate kunnen worden voortgezet of geen doorgang kunnen vinden en het stoppen of verminderen van de activiteiten een aanzienlijke negatieve invloed heeft op het behalen van de door de gemeente beoogde beleidsdoelstellingen. - Kosten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking voor zover het college van oordeel is dat de kosten proportioneel zijn gelet op de aard en omvang van de te organiseren activiteiten. Artikel 7. Indienen van de subsidieaanvraag - Subsidie op basis van deze regeling wordt voor twee jaar verleend. - Subsidieaanvragen worden ingediend uiterlijk 30 april voorafgaand aan de jaren waarop de subsidie betrekking heeft. Aanvragen kunnen uitsluitend in even jaren worden ingediend. - Aanvragen die het college buiten de aanvraagperiode ontvangt, worden geweigerd zonder verdere inhoudelijke beoordeling. - De subsidieaanvraag wordt door middel van de formulieren op de website ingediend. Uit deze formulieren blijkt op welke manier aan de doelstellingen en de criteria van deze subsidieregeling wordt voldaan met een bijbehorende begroting. - In de aanvraag vermeldt de aanvrager in ieder geval per activiteit voor welke kosten subsidie wordt aangevraagd en de hoogte van deze kosten. Artikel 8. Subsidieplafond en wijze van verdeling - Het college stelt één keer per twee jaar het subsidieplafond vast dat jaarlijks geldt voor de daaropvolgende twee kalenderjaren. Voor zover de programmabegroting voor een van die kalenderjaren nog niet is vastgesteld, wordt het subsidieplafond voor dat jaar vastgesteld onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. Na vaststelling van de programmabegroting door de raad stelt het college het subsidieplafond voor dat kalenderjaar definitief vast. - Het college kan bij de vaststelling van het subsidieplafond het totale plafond verdelen in een deelplafond voor activiteiten die bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 3 onder a en een deelplafond voor activiteiten die bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 3 onder b. - Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 5 van de verordening, waarbij de verlaging ook geldt voor reeds ingediende aanvragen. - Indien het subsidieplafond niet toereikend is, verdeelt het college het beschikbare budget naar evenredigheid, waarbij het toe te kennen subsidiebedrag wordt verminderd met het percentage waarmee de aanvragen, voor zover deze voor verlening in aanmerking komen, het subsidieplafond overschrijden. Artikel 9. Subsidiebedrag en cofinanciering Per aanvrager bedraagt de subsidie maximaal 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 60.000,-, waarbij een maximum geldt van € 30.000,- per kalenderjaar. Artikel 10. Verplichtingen Het college legt, in aanvulling op hoofdstuk 6 van de verordening, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op: - indien het een activiteit of programma betreft voor kinderen tot 18 jaar of met kwetsbare mensen, dienen de vrijwilligers, leidinggevenden en coaches, te beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag; - de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring van gesubsidieerde activiteiten, onder andere op basis van de verantwoordingsrapportages conform de vastgestelde formats; - de subsidieontvanger informeert het college onverwijld indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding is. Artikel 11. Verlening en bevoorschotting - De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Dit begrotingsvoorbehoud wordt opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening. - Aan de subsidieontvanger wordt in twee termijnen een voorschot van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in de verleningsbeschikking anders is bepaald. - De subsidieverleningen worden gepubliceerd. Artikel 12. Besluit tot subsidievaststelling Op subsidievaststelling op grond van deze regeling is hoofdstuk 7 van de verordening van toepassing, met dien verstande dat de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indient uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van de twee kalenderjaren waarvoor de subsidie is verleend. Artikel 13. Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze subsidieregeling, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard voor de aanvrager, mits de afwijking past binnen het doel en de strekking van deze regeling. Artikel 14. Intrekking oude regeling De Subsidieregeling vrijwilligerswerk en informele zorg Veenendaal wordt ingetrokken. Artikel 15. Overgangsbepalingen - De Subsidieregeling vrijwilligerswerk en informele zorg Veenendaal blijft van toepassing op subsidies die voor 1 januari 2026 onder die subsidieregeling zijn aangevraagd. - Aanvragen om subsidie die zijn ingediend in 2026 en voor de inwerkingtreding van deze regeling, worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze regeling. - In afwijking van artikel 7, tweede lid, moeten subsidieaanvragen voor de subsidiejaren 2027 en 2028 uiterlijk op 30 september 2026 ingediend zijn. - Voor aanvragers aan wie het college voor het jaar 2026 een subsidie heeft verleend die hoger was dan € 30.000, geldt voor de subsidiejaren 2027 en 2028 de volgende afbouw:in afwijking van artikel 9 bedraagt de subsidie per organisatie maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 75.000,- , voor zover dit gunstiger is voor de aanvrager en met dien verstande dat de subsidie niet hoger mag zijn dan tweemaal het bedrag aan subsidie dat is verleend voor 2026;in afwijking van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, geldt voor de daar bedoelde personele kosten een maximaal subsidiebedrag van € 60.000 per aanvrager per twee jaar, waarbij een maximum geldt van € 30.000 per kalenderjaar. Artikel 16. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 17. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vrijwilligersorganisaties Veenendaal maatschappelijke ondersteuning, jeugdhu […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.