Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024

Gemeente Zaanstad

Wat is de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024?

De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024 regelt hoe de gemeente Zaanstad invulling geeft aan haar wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van scholen voor basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. De verordening bevat gedetailleerde spelregels voor schoolbesturen en de gemeente over voorzieningen zoals nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik en het herstel van schade. Schoolbesturen kunnen jaarlijks een aanvraag indienen voor het programma, en in spoedeisende gevallen ook een aanvraag met spoedeisend karakter.

Wie komt in aanmerking voor de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024?

Deze regeling is bedoeld voor het bevoegd gezag van een school, dat is het bestuur van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw op het grondgebied van de gemeente Zaanstad. Het gaat om scholen voor basisonderwijs, speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs. Ook aparte scholen of klassen voor nieuwkomersonderwijs vallen onder de regeling, op basis van het convenant nieuwkomersonderwijs dat door alle gemeenten en schoolbesturen in de Zaanstreek is ondertekend.

Je bent een onderwijsinstelling
Je rechtsvorm is Onderwijsinstelling
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Zaanstad.

Voor een activiteit kan eenmaal een aanvraag worden gedaan, op basis van de Algemene Subsidieverordening (ASV) Zaanstad 2023 of op basis van deze afzonderlijke regeling. Het is niet de bedoeling om voor dezelfde activiteit verschillende aanvraagformulieren in te vullen.

Waarvoor krijg je subsidie?

De volgende voorzieningen in de huisvesting komen in aanmerking:

  • Nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of vervangende nieuwbouw van een gebouw waarin een school is gehuisvest.
  • Uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest.
  • Het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand gebouw voor het huisvesten van een school.
  • Verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor het huisvesten van een school.
  • Terrein, voor zover nodig voor het realiseren van een van de bovenstaande voorzieningen.
  • Inrichting met onderwijsleerpakket, voor zover nog niet eerder door het rijk of de gemeente bekostigd.
  • Inrichting met meubilair, voor zover nog niet eerder door het rijk of de gemeente bekostigd.
  • Medegebruik van een ruimte voor onderwijs in een gebouw dat al bij een andere school in gebruik is, of van een lokaal bewegingsonderwijs.
  • Herstel van constructiefouten (schade door eigen gebrek of eigen bederf van het gebouw, of het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade door ontwerp- of uitvoeringsfouten of wanprestatie).
  • Herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair bij bijzondere omstandigheden.
  • Huur van een sportterrein dat niet in eigendom is van een bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs, voor het onderwijs in lichamelijke oefening.

Voor een voorziening als nieuwbouw kan daarnaast een voorbereidingskrediet worden aangevraagd, bestemd voor de kosten van het opstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan.

Voorzieningen die een bevoegd gezag wenst maar die niet in de onderwijswetten zijn opgenomen, vallen buiten deze regeling. Dit betreft voorzieningen waarvoor het bevoegd gezag al een vergoeding ontvangt via de rijksvergoeding materiële instandhouding, zoals onderhoud, aanpassingen, het vervangen van een cv-ketel of meubilair buiten de eerste inrichting.

Hoeveel subsidie krijg je?

De vergoeding wordt op twee manieren vastgesteld:

  • Voor nieuwbouw, uitbreiding en verhuiskosten (met uitzondering van huur van een sportterrein) geldt een normbedrag: een vast startbedrag plus een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte, verschillend per onderwijssoort (basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs) en per type voorziening (nieuwbouw, uitbreiding, tijdelijke voorziening, eerste inrichting, lokalen bewegingsonderwijs).
  • Voor overige voorzieningen en voor huur van een sportterrein wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten, op basis van de door de gemeente goedgekeurde offerte (de economisch meest voordelige inschrijving).
  • Een voorbereidingskrediet wordt vastgesteld op 8 procent van het geraamde investeringsbedrag.
  • Normbedragen kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van 5 tot 10% als de voorziening zonder die verhoging door bijzondere lokale omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd.
  • De vergoeding van feitelijke kosten voor herstel van constructiefouten of schade kan worden verhoogd met een percentage voor technische advisering.
  • Huur van een sportterrein voor een school voor voortgezet onderwijs wordt vergoed voor maximaal 8 weken per jaar, tegen € 27 per klokuur.
  • De normbedragen worden jaarlijks aangepast op basis van een vastgestelde systematiek van prijsbijstelling.

De regeling kent een bekostigingsplafond: het college stelt dit plafond vast voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen, eventueel met onderscheid naar onderwijssoort of per voorziening. Is het plafond onvoldoende om alle in aanmerking komende voorzieningen te honoreren, dan wordt een rangorde (prioritering) toegepast om te bepalen welke voorzieningen op het programma worden geplaatst.

Wat zijn de voorwaarden van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024?

Voor de reguliere (programma-)aanvraag gelden onder meer deze eisen:

  • De aanvraag moet uiterlijk 31 januari van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld zijn ontvangen; latere aanvragen neemt het college niet in behandeling.
  • De noodzaak en omvang van de gewenste voorziening moet worden onderbouwd, onder meer met een leerlingenprognose die volgens de gestelde criteria is opgesteld (periode van minstens vijftien jaar, met een analyseperiode van minstens zes jaar, en niet ouder dan twee jaar).
  • Bij vervangende nieuwbouw is een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage vereist.
  • Bij herstel van een constructiefout is een bouwkundige rapportage van een gecertificeerde, onafhankelijke constructeur vereist.
  • Bij bekostiging op basis van feitelijke kosten is een begroting van de noodzakelijke kosten vereist, of bij een voorbereidingskrediet een kostenbegroting.
  • Voor voorzieningen als nieuwbouw, uitbreiding, in gebruik nemen of verplaatsing moet de gewenste locatie worden aangeduid.
  • Voor uitbreiding, medegebruik en enkele andere voorzieningen geldt een drempelwaarde: het verschil tussen capaciteit en ruimtebehoefte moet gelijk zijn aan of groter zijn dan de vastgestelde drempelwaarde, die per onderwijssoort verschilt.
  • Is de aanvraag mede gebaseerd op het leerlingenaantal op 1 oktober, dan is de aanvrager verplicht dit aantal voor 15 oktober te registreren in de Basisregistratie Onderwijs.

Voor een spoedaanvraag geldt dat de voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden; de aanvraag moet binnen 2 weken na het ontstaan van de calamiteit worden ingediend en moet de omstandigheden vermelden waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. Bij de spoedprocedure kan het college, in tegenstelling tot de reguliere procedure, geen financiële weigeringsgrond (het bekostigingsplafond) hanteren.

Hoe vraag je de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024 aan?

De aanvraag wordt ingediend door het bevoegd gezag van de school, bij het college van Zaanstad, met gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier. Aanvragen kunnen online worden ingediend, apart voor de reguliere (programma-)aanvraag en voor de spoedaanvraag.

Een aanvraag vermeldt in ieder geval:

  • naam en adres van de aanvrager, en de dagtekening;
  • naam van de school en, indien van toepassing, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;
  • de aangevraagde voorziening;
  • de onderbouwing van noodzaak en omvang, waaronder een leerlingenprognose (tenzij een actuele, door het bevoegd gezag onderschreven prognose van het college beschikbaar is);
  • eventueel een bouwkundige rapportage (bij vervangende nieuwbouw volgens NEN 2767, of bij constructiefouten door een gecertificeerde onafhankelijke constructeur);
  • eventueel een begroting of kostenbegroting, bij bekostiging op feitelijke kosten of bij een voorbereidingskrediet;
  • de geplande aanvangsdatum van uitvoering;
  • bij bepaalde voorzieningen de gewenste locatie.

Is de aanvraag onvolledig, dan stelt het college de aanvrager voor 15 februari daarvan schriftelijk op de hoogte; de aanvrager heeft dan tot 15 maart de tijd om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Gebeurt dit niet, dan neemt het college de aanvraag niet in behandeling.

Voor de spoedaanvraag geldt: indienen binnen 2 weken na het ontstaan van de calamiteit, met vermelding van de gegevens uit de reguliere aanvraag plus de omstandigheden waarom spoed nodig is. Bij onvolledigheid stelt het college de aanvrager binnen 2 weken op de hoogte, waarna de aanvrager 2 weken heeft om aan te vullen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Het college van Zaanstad beoordeelt de aanvraag en stelt vervolgens het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht vast. Voordat dit besluit wordt genomen, vindt overleg plaats met de bevoegde gezagsorganen over de voorgenomen inhoud; een bevoegd gezag of het college kan hierbij ook advies vragen aan de Onderwijsraad. De besluiten tot vaststelling van bekostigingsplafond, programma en overzicht worden binnen 3 weken na de datum van het besluit bekendgemaakt aan de aanvragers, door toezending of uitreiking.

Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld, treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering, waarbij onder meer afspraken worden gemaakt over het bouwheerschap, het bouwplan, de aanbesteding en de verantwoording over de besteding van de middelen. Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting voordat een bouwopdracht wordt verleend; het beslist hierover binnen 6 weken na ontvangst van de stukken (met een mogelijke verlenging van 3 weken). Bij bekostiging op feitelijke kosten wordt de vergoeding vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige inschrijving.

Het college kan bepalen dat de gelden in termijnen worden betaald, op een tijdstip dat aansluit bij de financiële verplichtingen van de aanvrager. Voor 1 oktober van het programmajaar moet de aanvrager een bouwopdracht geven of een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst sluiten en hiervan voor 15 oktober een afschrift aan het college zenden; gebeurt dit niet, dan vervalt de aanspraak op bekostiging (verlenging is mogelijk bij bijzondere omstandigheden, na tijdig en gemotiveerd verzoek).

Voor spoedaanvragen beslist het college binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag of van de aanvullende gegevens, en stelt de aanvrager binnen 2 weken na de beslissing schriftelijk in kennis. Binnen 3 maanden na bekendmaking van een toegewezen spoedaanvraag moet de aanvrager een bouwopdracht geven of een overeenkomst sluiten en hiervan binnen 2 weken een afschrift toezenden; ook hier vervalt de aanspraak bij niet-naleving.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2024. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gemeente Zaanstad; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.