Subsidie Stadshart Zaandam
Gemeente Zaanstad
Stichting BIZ Stadshart Zaandam
Ook bekend als BIZ Stadshart Zaandam, Verordening bedrijveninvesteringszone Stadshart Zaandam 2024-2028
Waar is deze subsidie voor?
Jaarlijkse subsidie voor Stichting BIZ Stadshart Zaandam ter financiering van activiteiten gericht op leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone Stadshart. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal de jaarlijkse BIZ-bijdragen verminderd met 2,5% perceptiekosten.
Voor wie is het bedoeld?
Stichting BIZ Stadshart Zaandam
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering van activiteiten voor leefbaarheid en veiligheid in bedrijveninvesteringszone
- Ondersteuning van ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling in Stadshart
- Jaarlijkse subsidieaanvraag voor BIZ-activiteiten
Voorwaarden
- Aanvraag dient jaarlijks uiterlijk op 1 oktober van het voorafgaande jaar ingediend te worden
- Aanvraag bevat begroting en activiteitenplan vastgesteld door bestuur stichting
- Activiteiten gericht op leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone
- Jaarlijkse verantwoording met financieel en inhoudelijk verslag uiterlijk 1 juli
- Verslag voorzien van goedkeurende verklaring van accountant
- Subsidie bedraagt maximaal jaarlijkse BIZ-bijdragen minus 2,5% perceptiekosten
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2024
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting Artikel 3 Belastingobject Artikel 4 Belastingplicht Artikel 5 Maatstaf van heffing Artikel 6 Belastingtarief Artikel 7 Looptijd belastingheffing Artikel 8 Wijze van heffing Artikel 9 Termijnen van de betaling Artikel 10 Vrijstellingen Artikel 11 Kwijtschelding Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12 Aanwijzing stichting Artikel 13 Verhouding Algemene subsidieverordening Artikel 14 Aanvraag BIZ-subsidie Artikel 15 Subsidieverlening en hoogte subsidiebedrag Artikel 16 Voorschot Artikel 17 Subsidieverplichtingen Artikel 18 Verantwoording subsidie Artikel 19 Subsidievaststelling Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 21 Bekendmaking Ondertekening Bijlage 1. Kaart BI-zone Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR713918 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR713918/1 sluiten Verordening op de heffing en invordering van een bijdrage bedrijveninvesteringszone en op de subsidie Stadshart Zaandam 2024-2028 Geldend van 18-01-2024 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2024 Intitulé Verordening op de heffing en invordering van een bijdrage bedrijveninvesteringszone en op de subsidie Stadshart Zaandam 2024-2028 De raad van de gemeente Zaanstad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 05-09-2023; gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7 vierde lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; en gezien de uitvoeringsovereenkomst van 28-08-2023 gesloten met stichting BIZ Stadshart Zaandam, het daarbij behorende BIZ-plan Stadshart Zaandam en het advies van [naam commissie]; besluit vast te stellen Verordening op de heffing en de invordering van een bijdrage bedrijveninvesteringszone en op de subsidie Stadshart Zaandam 2024 -2028 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a) BI-zone: de bedrijveninvesteringszone, zijnde het aangewezen en omlijnde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde kaart; b) College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad; d) Wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; e) Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Zaanstad en de Stichting Stadshart Zaandam op 28 augustus 2023 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; f) Stichting: de Stichting BIZ Stadshart Zaandam. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in het gebied van de BI-zone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BI-zone. 3. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter zake van belastingobjecten die zijn gelegen in het gebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart (bijlage 1), en een ingang hebben vanuit de BI-zone. Artikel 3 Belastingobject 1. Als belastingobject wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dient en die niet is genoemd in artikel 220d, eerste lid van de Gemeentewet. 2. Een belastingobject dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 4 Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de BI-zone gelegen belastingobject gebruikt. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld. 3. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2024. 2. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 3. De heffingsmaatstaf als bedoeld in het eerste lid geldt voor de gehele in artikel 7 genoemde periode. 4. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op voet van hoofdstuk IV Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 10, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20 tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6 Belastingtarief De BIZ-bijdrage is afhankelijk van de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2024 en naar waardepeildatum 1 januari 2023 en bedraagt: Bij een WOZ-waarde van: Bijdrage per jaar: € 0 tot € 150.000 € 250,00 € 150.000 tot € 500.000 € 500,00 € 500.000 tot € 1.000.000 € 750,00 € 1.000.000 en hoger € 1.000,00 Artikel 7 Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van vijf jaar. Artikel 8 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van de betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de aanslag. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 10 Vrijstellingen In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a) voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b) glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c) onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d) één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e) natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f) openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken en spoorwegperrons. g) waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h) werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i) werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j) belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; k) straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen niet zijnde gebouwen, welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l) plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m) begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. n) onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o) onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p) onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als werken die zijn bestemd voor de gasvoorziening en drinkwatervoorziening; q) onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als werken die zijn bestemd voor de elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie; r) onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als sociale werkvoorziening; s) onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het verlenen van zorg in combinatie met woonfunctie, zoals: medische dagverblijven, gezinsvervangend tehuizen, woonvoorzieningen voor verstandelijke gehandicapten, woonzorgcentra, verpleegtehuizen, bijzondere woonfuncties; t) onroerende zaken voor zover die in hoofdzaak (c […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.