Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
Voor privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen die ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte realiseren gericht op sportief en recreatief bewegen van achterblijvende groepen (mensen met lage sociaaleconomische status, 65-plussers, kinderen in armoede, niet-westerse achtergrond of lichamelijke beperking).
Waar is deze subsidie voor?
Projectsubsidie voor ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte die sportief en recreatief bewegen bevorderen, met bijzondere aandacht voor achterblijvende groepen. Voor privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen. Budget €1.000.000 voor 2026.
Voor wie is het bedoeld?
Voor privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen die ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte realiseren gericht op sportief en recreatief bewegen van achterblijvende groepen (mensen met lage sociaaleconomische status, 65-plussers, kinderen in armoede, niet-westerse achtergrond of lichamelijke beperking).
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil een speeltoestel of beweegvoorziening aanleggen in de openbare ruimte
- Ik wil sportactiviteiten stimuleren in mijn buurt
- Ik wil gezondheid en beweging bevorderen in achterstandswijken
Voorwaarden
- Activiteit moet sportief en recreatief bewegen bevorderen, gericht op ongeorganiseerde-sport of anders-georganiseerde-sport voor achterblijvende groepen
- Activiteit moet gericht zijn op locaties en buurten waar beweegarmoede het grootst is
- Activiteit moet plaatsvinden in publiek toegankelijke buitenruimte dicht bij woonomgeving
- Aanvrager moet toestemmingsverklaring van rechthebbende op grond hebben
- Aanvrager moet benodigde vergunningen hebben
- Aanvraag moet minimaal 34 punten behalen volgens beoordelingscriteria
- Voor gemeenten: maximaal 50% van subsidiabele kosten, tot €50.000 per aanvraag
- Voor overige aanvragers: maximaal 75% van subsidiabele kosten, tot €50.000 per aanvraag
- Minimale subsidie €5.000
- Per gemeente maximum €150.000 aan aanvragen
- Per buurt maximum €50.000 aan aanvragen
- Activiteit moet binnen 18 maanden na beschikking gerealiseerd zijn
- Beheer en onderhoud minimaal 5 jaar
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 13 apr 2026
- Sluit
- 30 okt 2026
- Budget
- € 1 mln
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Documenten
- algemene_de-minimisverklaring_1_1_.pdf · 5 pag.
Toon documenttekst
1 Algemene de-minimisverklaring 251202594_invulbaarform_minimisverklaring Gegevens Informatie over de onderneming Bedrijfsnaam : Inschrijfnummer KvK : NACE-classificatie1 : Informatie over verbonden ondernemingen2 Bedrijfsnaam : Inschrijfnummer KvK : NACE-classificatie : Bij meerdere verbonden ondernemingen voegt u een overzicht met informatie over de verbonden ondernemingen bij de verklaring. 1 De NACE-classificatie bestaat uit de eerste vier cijfers van de SBI-code. Vul bij meerdere SBI-codes de code in van de specifieke activiteit waarvoor de minimis steun wordt aangevraagd met behulp van deze verklaring. 2 Zie uitleg onder: Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening). Lees eerst de uitleg voordat u de verklaring invult. -- 1 of 5 -- 2 Verklaring Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de genoemde onderneming en eventueel verbonden ondernemingen als bedoeld in de algemene de-minimisverordening (aankruisen wat van toepassing is): o geen de-minimissteun is verleend • In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is niet eerder de-minimissteun verleend. o wel de-minimissteun is verleend, maar het drempelbedrag niet wordt overschreden • In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag van in totaal € Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake. • De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt gevraagd. o al andere staatssteun is verleend voor dezelfde in aanmerking komende kosten • Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van in totaal € • Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling of een besluit van de Europese Commissie d.d. • De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt gevraagd. Daarnaast verklaart ondergetekende om onmiddellijk melding te doen bij de overheidsinstantie waar de steunaan- vraag is ingediend, indien de onderneming vóór de ontvangst van de aan deze verklaring verbonden verlenings- beschikking/overeenkomst etc.3 alsnog de-minimissteun, of voor dezelfde in aanmerking komende kosten andere staatssteun, ontvangt. Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door: Naam functionaris en functie : Datum : Handtekening : Naam functionaris en functie4 : Datum : Handtekening5 Adres onderneming : Postcode en plaatsnaam : 3 De-minimissteun kan op diverse manieren verleend worden, niet alleen in de vorm van direct geld/een subsidie. Zo kan ook (de-minimis)staatssteun verleend worden in de vorm van leningen of garanties met bijbehorende overeenkomsten i.p.v. besluiten/beschikkingen. 4 Bij private rechtspersonen is het bestuur in beginsel in zijn geheel tekenbevoegd (zie bijvoorbeeld art. 2:292 BW voor stichtingen). De statuten van een privaatrechtelijke rechtspersoon kunnen echter bepalen dat één bestuurder zelfstandig bevoegd is om te tekenen of dat er een gezamenlijke handtekening van twee of meer bestuurders is vereist om te tekenen. Voor dat laatste geval is een extra naam en handtekeningregel toegevoegd. 5 Idem. -- 2 of 5 -- 3 Uitleg de-minimisverklaring Deze uitleg is een hulpmiddel bij het invullen van een de-minimisverklaring. Aan deze uitleg kunnen geen rechten worden ontleend. De Verordening (EU) Nr. 2023/2831 (hierna: de algemene de-minimisverordening) is bepalend.6 Wanneer wordt de algemene de-minimisverordening gebruikt? De algemene de-minimisverordening is in beginsel van toepassing op steun aan ondernemingen7 in alle sectoren, maar er gelden enkele specifieke regels voor bepaalde sectoren met name voor de landbouw- en visserijsector. Zo is de de-minimisverordening voor de landbouwsector van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten, Steun aan ondernemingen in de landbouw- of visserijsector valt dus in beginsel buiten het bereik van deze verordening. De algemene de-minimisverordening is in bepaalde gevallen ook niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de verwerking en afzet van landbouwproducten, steun voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten en steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen. Daarnaast valt compensatiesteun voor onder- nemingen die activiteiten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) uitvoeren buiten de reikwijdte van deze verordening. Steun kan verleend worden op basis van de algemene de-minimisverordening als: • uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren in het geheel geen de-minimissteun heeft ontvangen. • uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren de-minimissteun heeft ontvangen, opgeteld bij het bedrag van de huidige voorgenomen steun wordt hiermee echter het bedrag van € 300.000,- niet overschreden. • uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige voorgenomen steun reeds andere vormen van staatssteun heeft ontvangen. Deze andere steun, opge- teld met de huidige verlening mag er niet toe leiden dat de hoogste toepasselijke steunintensiteit of het hoogste toepasselijke steunbedrag wordt overschreden. De algemene de-minimisverordening en staatssteun De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig voor een overheidsinstantie8 om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen. In de de-minimisverordening regelt de Europese Commissie dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet verval- sen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het VWEU. Deze drempel is bij de algemene de- minimisverordening gesteld op een bedrag van € 300.000,-. Dit bedrag geldt per onderneming voor een periode van drie jaren. Steun die de genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’. Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening) Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Het kan voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Onder de algemene de-minimisverordening wordt als één onderneming beschouwd alle ondernemingen die enige zeggen- schapsband met elkaar onderhouden. Het gaat om één van de volgende banden (artikel 2, tweede lid, van de alge- mene de-minimisverordening): • één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een an- dere onderneming; • één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthou- dend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan; • één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming; 6 Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2024 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. 7 Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een economische activiteit is het aanbieden van goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet van belang. Daarbij kunnen zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen winstoogmerk is (zoals bij een stichting) is niet relevant. 8 Hier valt onder: de centrale overheid (een ministerie), de provincie, gemeente, waterschap of een van de (uitvoerings)organisaties die (namens hen) steun verlenen. -- 3 of 5 -- 4 • één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggen- schap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van die onderneming. • Ondernemingen die indirect (via een of meer andere ondernemingen) een van de bovenstaande banden onder- houden, worden ook als één onderneming beschouwd. Bedrag van de de-minimissteun Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming de de- minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende de drie voorafgaande jaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent u hierover door de overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat niet alleen om steun die u heeft ontvangen van een gemeente of een ministerie: alle de-minimissteun telt mee. Bij overschrijding van de drempel kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de staatssteunregels kan leiden tot terugvor- dering van de verleende steun. Een onjuist ingevulde verklaring kan daarom als gevolg hebben dat de subsidiebe- schikking wordt ingetrokken en eventueel verleende steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevor- derd, wanneer blijkt dat andere steun is verleend waardoor het de-minimisplafond wordt overschreden. Bij het invullen van de verklaring worden brutobedragen vóór aftrek van belastingen gebruikt. Behalve om subsidie- verlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de verordening toe te passen op leningen en garanties. Als u twijfelt of andere steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheidsinstan- tie van wie u de steun heeft ontvangen. De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald. Dit bete- kent concreet de datum waarop een besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel door bijvoorbeeld het aangaan van een lening of garantstelling) aan uw onderneming is genomen. Samenloop met andere staatssteun Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun al staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de al- gemene groepsvrijstellingsverordening,9 de landbouwgroepsvrijstellingsverordening,10 de visserijvrijstellingsverorde- ning11 of het vrijstellingsbesluit over de compensatie van kosten voor het beheer van DAEB’s12 valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maximale percentages en bedragen niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan. Een onjuist ingevulde verklaring kan daarom als gevolg hebben dat de subsidiebeschikking wordt ingetrokken en eventueel verleende steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevorderd, wanneer blijkt dat andere steun is verleend waardoor in strijd met de cumulatieregels wordt gehandeld. Als u twijfelt of bepaalde steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen. Het bewaren van gegevens De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening terug laten vorderen. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de) Nederland(se overheidsinstantie) infor- matie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige steun. De overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt 9 Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. 10 Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard. 11 Verordening (EU) Nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 December 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard. 12 Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. -- 4 of 5 -- 5 – in een dergelijk geval aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan die activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u ook op grond van de algemene administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren.13 Let wel, in afwijking van de voornoemde artikelen hanteert de Europese Commissie een langere termijn van tien jaar.14 De-minimis register (eAidregister) Nederland is verplicht om bij het verlenen van de-minimis steun bepaalde informatie, zoals het toegekende steunbe- drag en de identificatie van de begunstigde, vast te leggen in een openbaar toegankelijk centraal Europees register: het eAidregister. De informatie moet uiterlijk twintig werkdagen na de verlening van de steun worden ingevoerd en blijft tien jaar in het register staan. Door middel van dit register controleert de overheidsinstantie of het plafond van €300.000,- per onderneming per drie jaar niet wordt overschreden voor de verlening van staatssteun op grond van de algemene de-minimisverordening. Voor steun verleend op basis van de algemene de-minimisverordening en op basis van de DAEB de-minimisverordening geldt de registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2026. Voor steun verleend op basis van de de-minimisverordening voor de landbouwsectorlandbouw de-minimisver- ordening geldt de registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2027. Deze verklaring is bedoeld voor het verzamelen van informatie die nodig is voor de registratie van de-minimissteun- verleningen in het register, in het bijzonder informatie over verbonden ondernemingen. 13 Artikel 2:10, eerste lid, BW (rechtspersonen) en artikel 3:15i BW (ondernemingen en vrije beroepsbeoefenaren). 14 Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. -- 5 of 5 --
- format_begrotings_en_financieringsplan_okt_2017_1.pdf · 2 pag.
Toon documenttekst
Begroting: kosten 17 10 01270 | versie oktober 2017 * Graag toelichten waarop het tarief is gebaseerd en hoe deze is opgebouwd: • Zijn het directe loonkosten met vaste opslag voor de indirecte kosten of • Is het een uurtarief op basis van integrale kostprijsberekening (alle kosten voor personeel, huisvesting en voorzieningen gedeeld door het voor de activiteit in te zetten aantal arbeidsuren) of • Is het een vast uurtarief per gewerkt projectuur. ** Kosten ‘onvoorzien’ zijn niet subsidiabel, kosten dienen te zijn geoormerkt. *** Indien het om een meerjarig project gaat, splitst u de kosten over de jaren. NB: Er wordt geen subsidie verstrekt voor: - kosten die niet in redelijke verhouding staan tot de gestelde doelen of redelijkerwijs te verwachten prestaties van de activiteit; - verrekenbare of compensabele omzetbelasting/BTW; - kosten van boetes en sancties alsmede gemeentelijke leges bij aanvragen van gemeenten. Aantal uur Tarief* Loonkosten Materiaal/ Aantal uur Tarief* Kosten Communi- Overige** BTW Totale Kosten*** Kosten Kosten Enz. (loonkosten) (loonkosten) uur x tarief hulp- (inhuur) (inhuur) inhuur catie (s.v.p. (alleen projectkosten jaar jaar jaar middelen derden specificeren) invullen als per activiteit deze niet compensabel of niet verrekenbaar is) 1 € 2 € 3 € 4 € Enz. Totale € € € € € kosten -- 1 of 2 -- Totaal: Eigen bijdrage € Opbrengsten € Bijdragen van derden € Subsidie/ cofinanciering Rijk € Subsidie / cofinanciering gemeenten (specificeer per gemeente) € Subsidie / cofinanciering Europa € Overig € Gevraagde provinciale subsidie € Totaal € Begroting: baten / inkomsten NB: Indien u voor dezelfde activiteit eveneens subsidie heeft aangevraagd of zal aanvragen bij Gedeputeerde Staten of bij een ander bestuursorgaan, vermeldt u dit bij de toelichting op de begroting alsmede de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van de aanvraag. Toelichting op de begroting: Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 -- 2 of 2 --
Bronnen en actualiteit
“De hoogte van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor gemeenten per aanvraag maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,- en voor overige aanvragers per aanvraag maximaal 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,-.”
Toon brontekst
Beweegvriendelijke leefomgeving (RTSG) | Provincie Zuid-Holland Lees voor # Beweegvriendelijke leefomgeving (RTSG) ## Doelgroep Organisatie, Overheid ## Aanvraagperiode Open (13 apr 2026 t/m 30 okt 2026) ## Totaal beschikbaar € 1.000.000,- ## Informatieve documenten Toelichting op Informatieve documenten Dit zijn voorbeelddocumenten die je mag gebruiken, maar ze zijn niet verplicht om mee te sturen. Algemene de-minimisverklaring (pdf, 101 kB) Format begrotings- en financieringsplan (pdf, 89 kB) ## Voor meer beweging in de buitenlucht De provincie Zuid-Holland wil inwoners aanmoedigen om meer naar buiten te gaan en te bewegen. Want we vinden het belangrijk dat inwoners gezond zijn. En dat de verschillen in gezondheid kleiner worden tussen mensen. Wil je mensen helpen om meer te bewegen buiten, en wil je daarvoor de omgeving aanpassen? Bijvoorbeeld door de aanleg van een sportveldje, beweegtuin of pumptrack? Dan kun je een aanvraag doen voor de subsidie Beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026. ## Subsidie aanvragen Heb je alle bijlagen die onder 'Nodig om een aanvraag te doen' staan? Klik dan hieronder op de knop 'Aanvragen organisaties'. Log in met eHerkenning om een subsidie aan te vragen. Let op: Je kunt deze subsidie niet als particulier aanvragen. Lees meer informatie over hoe je een subsidie aanvraagt . Aanvragen als organisatie ## Waarvoor je deze subsidie kunt aanvragen Je kunt subsidie krijgen voor aanpassingen in de openbare ruimte om bewegen makkelijker te maken. Dit zijn plekken die voor iedereen toegankelijk zijn, zoals pleinen, parken en speeltuinen. Let op: de subsidie geldt niet voor het aanleggen van doorgaande fiets- of wandelpaden. ## Eisen voor de subdidie Je krijgt deze subsidie alleen als je aan de volgende eisen voldoet: Je activiteit richt zich op de openbare buitenruimte in de provincie Zuid-Holland. Je activiteit richt zich op buiten sporten op een plek waar mensen nog niet veel bewegen. Je activiteit richt zich op mensen die minder bewegen dan de gemiddelde Nederlander. Dat zijn mensen met weinig inkomen, mensen ouder dan 65 jaar, mensen met een lichamelijke beperking en kinderen in armoede. Je activiteit is in of dicht bij de woonomgeving. Je hebt toestemming van de eigenaar van de buitenruimte om de activiteit te doen. Je hebt een vergunning of een vergunning aangevraagd voor de activiteit. De activiteiten waarvoor je een subsidie aanvraagt zijn binnen 1,5 jaar klaar nadat je de subsidie hebt gekregen. Je zorgt minstens 5 jaar voor het beheren en onderhouden van de aanpassingen waarvoor je subsidie hebt aangevraagd. Bekijk het Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026 voor een compleet overzicht van alle eisen. ## Beschikbaar per aanvrager Voor deze openstelling in 2026 is er in totaal €1.000.000,- subsidie beschikbaar. We geven geen subsidie minder dan €5.000,-. Als gemeente kun je meerdere aanvragen doen voor in totaal €150.000,-. Per keer kun je maximaal €50.000,- aanvragen. Je kunt maximaal 50% van de kosten die je maakt vergoed krijgen. Als andere partij kun je een aanvraag doen voor in totaal €50.000,-. Je kunt maximaal 75% van de kosten die je maakt vergoed krijgen. ### Rekenvoorbeelden Rekenvoorbeeld 1: gemeente Totale kosten: €80.000,- Eigen bijdrage: €40.000,- Overgebleven bedrag: €40.000,- Je kunt wel subsidie aanvragen. Want het overgebleven bedrag is hoger dan €5.000,- en lager dan €150.000,-. Rekenvoorbeeld 2: andere partij Totale kosten: €6.000,- Eigen bijdrage: €1.500,- Overgebleven bedrag: €4.500,- Je kunt geen subsidie aanvragen. Want het overgebleven bedrag is lager dan €5.000,-. ## Nodig om een aanvraag te doen Met de aanvraag stuur je in elk geval de volgende dingen mee: een plan van je project een berekening van de kosten vergunning voor de activiteit, of bewijs dat je de vergunning hebt aangevraagd toestemming van de eigenaar van de openbare ruimte waar jij je activiteit gaat organiseren een schets hoe de nieuwe situatie eruit gaat zien een planning Soms moet je nog andere informatie meesturen. Dit staat in het aanvraagformulier: een financiële machtiging: bewijs dat je bepaalde geldzaken voor iemand anders mag doen de nieuwste jaarrekening of het nieuwste financieel verslag (en als dat er is: een verklaring van een accountant) overzicht van cofinanciering: bewijs als andere partijen meebetalen aan je activiteit ## Beoordeling aanvraag We verdelen de subsidie op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Je aanvraag moet minstens 34 punten halen. We beoordelen de aanvraag hiervoor op een aantal onderdelen: Richt je activiteit zich op mensen die weinig bewegen? En maak je duidelijk hoe je hen bereikt? Vindt je activiteit plaats in een buurt waar mensen weinig bewegen? Is je activiteit op een plek waar mensen moeite hebben om te bewegen, bijvoorbeeld door reisafstand? Hebben zoveel mogelijk inwoners voordeel van de activiteit? Sluit je activiteit aan op de wensen van inwoners? Werk je samen met andere partijen bij het bedenken, ontwikkelen of uitvoeren van de activiteit? Goed om te weten: Je aanvraag krijgt 4 bonuspunten als de activiteit plaatsvindt in een gebied van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid of een van de New Towns. We hebben extra aandacht voor deze kwetsbare gebieden om de leefomgeving te verbeteren. De gebieden in onze provincie zijn: Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid: Delft-West, Den Haag Zuidwest, Dordrecht West, Rotterdam-Zuid, Schiedam Nieuwland en Oost en Vlaardingen Westwijk. New Towns: Capelle aan den IJssel, Nissewaard, Zoetermeer. ## Contact Ben je van plan om subsidie aan te vragen en wil je meer weten? Neem dan gerust contact met ons op via het Contactcentrum . Mail naar [email protected] of bel naar 070 441 6622. ## Wet- en regelgeving Algemene subsidieverordening Zuid-Holland Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Openstellingsbesluit ## Bijgewerkt 14 april 2026
Toon brontekst
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 31 maart 2026, PZH-2026-888647151 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026) Gedeputeerde staten van Zuid-Holland; Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en gelet op de artikelen 2.1 en 2.2, eerste lid, van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland; Overwegende dat het wenselijk is om, als uitwerking van de Startnotitie Sport en recreatie het sportief en recreatief anders en ongeorganiseerd bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte stimuleren, gericht op beweeg- en gezondheidswinst en op het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder: - achterblijvende groepen: mensen die minder bewegen dan de gemiddelde Nederlander en behorende tot de groep met een lage sociaaleconomische status, 65-plussers, kinderen in armoede, met een niet-westerse achtergrond of met een lichamelijke beperking; - anders-georganiseerde-sport: sportactiviteiten die plaatsvinden buiten de traditionele sportverenigingen en organisaties, aangeboden door sportaanbieders, waaronder niet wordt begrepen georganiseerde-sport of ongeorganiseerde-sport; - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; - Beweegrichtlijnen: richtlijnen die aanbevelen hoeveel beweging nodig is voor een goede lichamelijke en mentale gezondheid, opgesteld door de Gezondheidsraad in 2017; - georganiseerde-sport: sportactiviteiten aangeboden door sportverenigingen, die vaak zijn aangesloten bij een sportbond en/of NOC*NSF, waaronder niet wordt begrepen anders-georganiseerde-sport of ongeorganiseerde-sport; - ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte: fysieke aanpassingen of toevoegingen in de openbare ruimte die gericht zijn op het stimuleren van bewegen en het verbeteren van de gezondheid van inwoners, waaronder sport-, speel- en beweegtoestellen, touw- en klimvoorzieningen, pleintjes en andere laagdrempelige beweegvriendelijke voorzieningen, met bijzondere aandacht voor groepen die achterblijven in het behalen van de Beweegrichtlijnen; - New Towns: groeikernen in Zuid-Holland die zijn aangewezen als New Town: Zoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel; - NPLV gebieden: gebieden in Zuid-Holland die zijn aangewezen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid: Delft-West, Den Haag Zuidwest, Dordrecht West, Rotterdam-Zuid, Schiedam Nieuwland en Oost, Vlaardingen Westwijk; - ongeorganiseerde-sport: sportactiviteiten die worden gedaan zonder officiële structuur of begeleiding, zoals informele sportactiviteiten en sporten in de openbare ruimte, zonder georganiseerde accommodatie, begeleiding of competitie; - publiek toegankelijke buitenruimte: buitenruimte in de provincie Zuid-Holland die publiek toegankelijk is. Artikel 2 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor ingrepen in publiek toegankelijke buitenruimte die sportief en recreatief bewegen bevorderen. 2.. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 3.. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan beweeg- en gezondheidswinst en het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland. Artikel 3 Doelgroep Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen. Artikel 4 Subsidievereisten 1.. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten: - de activiteit bevordert sportief en recreatief bewegen en is met name gericht op ongeorganiseerde-sport of anders-georganiseerde-sport voor achterblijvende groepen; - de activiteit is met name gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is; - de activiteit vindt plaats dicht bij de woonomgeving, in die buurten en op die locaties die het minst beweegvriendelijk zijn; - de activiteit vindt plaats in publiek toegankelijke buitenruimte; - aanvrager beschikt over een benodigde toestemmingsverklaring van de rechthebbende op de grond waar de activiteit zal plaatsvinden; - aanvrager beschikt over de benodigde vergunningen voor het realiseren van de activiteit. - de aanvraag behaalt minimaal een totaal aantal vereiste punten van 34 punten volgens de berekening van de beoordelingscriteria, bedoeld in het tweede lid. 2.. Subsidieaanvragen worden beoordeeld aan hand van de volgende beoordelingscriteria en waarbij het totaal aantal vereiste punten wordt berekend door de punten voor ieder van de afzonderlijke beoordelingscriteria bij elkaar op te tellen: - de mate waarin de activiteit aantoonbaar gericht is op het meer sportief en recreatief bewegen van achterblijvende groepen, te waarderen met maximaal 10 punten; - de mate waarop de activiteit is gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is volgens de Beweegrichtlijnen, te waarderen met maximaal 10 punten; - de mate waarin de activiteit gericht is op locaties waar de beweegvriendelijkheid het laagst is, te waarderen met maximaal 10 punten; - de mate waarin een zo groot mogelijk deel van de inwoners van een buurt profiteert van de activiteit, te waarderen met maximaal 10 punten; - de mate waarin de activiteit voortkomt uit en aansluit op de behoeften van de bewoners van een buurt, te waarderen met maximaal 10 punten; - de mate waarin ontwerp, ontwikkeling of realisatie van de activiteit tot stand komt in samenwerking met andere partijen, te waarderen met maximaal 5 punten; - een activiteit in een NPLV gebied, te waarderen met 4 punten; - een activiteit in een van de New Towns, te waarderen met 4 punten. Artikel 5 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als: - de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000,-; - de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen; - voor dezelfde activiteit al op grond van een andere provinciale regeling subsidie in aanvraag is of verstrekt; - de activiteit de aanleg en instandhouding van doorlopende routestructuren voor wandelen, fietsen, varen en paardrijden betreft. Artikel 6 Aanvraagperiode 1.. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 13 april tot en met 30 oktober 2026. 2.. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze voor 31 oktober 2026 is ontvangen. Artikel 7 Deelplafond Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op €1.000.000,-. Artikel 8 Subsidiehoogte 1.. De hoogte van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor gemeenten per aanvraag maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,- en voor overige aanvragers per aanvraag maximaal 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,-. 2.. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,-, wordt de subsidie niet verstrekt. 3.. Per gemeente is het bedrag aan aanvragen dat niet mag worden overschreden € 150.000,- en per buurt is het bedrag aan aanvragen dat niet mag worden overschreden € 50.000,-. Artikel 9 Verdelingswijze 1.. Subsidieaanvragen die voldoen aan de subsidievereisten, bedoeld in artikel 4, worden verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2.. Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. 3.. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij: - de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt; - de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie; - subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden. Artikel 10 Subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 1.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: - kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken; - kosten van koop van roerende zaken, tot maximaal de marktwaarde; - kosten voor verwerving of leasing van roerende zaken; - kosten van koop van tweedehands goederen, tot maximaal de marktwaarde; - arbeidskosten voor het realiseren van ingrepen in de publiek toegankelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 2.1, met een maximum van € 120,- per uur, exclusief BTW; - kosten voor promotie en publiciteit. Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 10 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: - kosten voor exploitatie; - kosten voor beheer en onderhoud; - kosten voor achterstallig onderhoud. Artikel 12 Verplichtingen 1.. In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de verplichting om: - de activiteiten, bedoeld in artikel 2, binnen 18 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te realiseren; - ten minste 5 jaar zorg te dragen of te laten dragen voor het beheer en onderhoud van de uitgevoerde activiteit. 2.. Als de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan die uiterlijk de dag voor het verstrijken van de termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging met maximaal 6 maanden. 3.. Onverminderd artikel 3.1 van de Asv, is de subsidieontvanger verplicht bij externe communicatie en publicaties met betrekking tot de gesubsidieerde activiteiten te vermelden dat deze mede mogelijk zijn gemaakt door de provincie Zuid-Holland, en zo mogelijk wordt daarbij het logo van de provincie vermeld. Artikel 13 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst. Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht Dit besluit vervalt op 1 april 2027 met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. Artikel 15 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2026. Den Haag, 31 maart 2026 gedeputeerde staten van Zuid-Holland, secretaris, drs. M.J.A. van Bijnen MBA plv. voorzitter, M.E. van Leeuwen
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.