Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

Natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen en samenwerkingsverbanden die voedseleducatie aanbieden in het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, speciaal onderwijs of praktijkonderwijs.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 20k
per aanvraag
Percentage
0%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 275k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Projectsubsidie voor het ontwikkelen of aanbieden van voedseleducatie- en voedselvaardigheidsprogramma's in voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, speciaal onderwijs en praktijkonderwijs in Zuid-Holland. Maximaal €20.000 per project (100% van subsidiabele kosten). Totaal beschikbaar budget €275.000.

Voor wie is het bedoeld?

Natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen en samenwerkingsverbanden die voedseleducatie aanbieden in het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, speciaal onderwijs of praktijkonderwijs.

Natuurlijk_persoonPrivaatrechtelijke_rechtspersoonSamenwerkingsverband

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil subsidie voor een schooltuinproject met voedseleducatie
  • Ik zoek financiering voor een kookles-programma op school
  • Ik wil een voedselvaardigheidsprogramma starten in het voortgezet onderwijs

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten bijdragen aan een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden
  • Gericht op voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, speciaal onderwijs of praktijkonderwijs
  • Activiteiten moeten voor ten minste drie jaar worden voortgezet
  • Initiatief moet toegevoegde waarde hebben naast bestaande initiatieven
  • Maximaal één aanvraag per aanvrager
  • Ondernemingen moeten voldoen aan de De-minimisverordening (EU/2023/2831)
  • Activiteiten moeten binnen zes maanden na subsidieverlening starten
  • Activiteiten moeten binnen twee jaar na subsidieverlening zijn afgerond
  • Resultaten moeten openbaar worden gemaakt

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een natuurlijk_persoon of privaatrechtelijke_rechtspersoon of samenwerkingsverband
Uw rechtsvorm is: Particulier, Onderwijsinstelling
Uw sector/SBI valt onder: onderwijs
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde staten van Zuid-Holland.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000,-.
Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026
    Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
    Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
    Gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;
    Overwegende dat het gewenst is vanuit de ambitie bij te dragen aan een gezond voedselsysteem, de gezondheid van haar inwoners te verbeteren en gezondheidsverschillen tussen haar inwoners te verkleinen;
    Besluiten vast te stellen, de volgende regeling:
    Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026
    
    Artikel 1 Begripsbepaling
    In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:
    - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
    - De-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (EU/2023/2831);
    - leerlijn: een leerroute waarin met een beredeneerde opeenvolging van doelen en inhoud bepaalde leerdoelen worden bereikt;
    - onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die goederen of diensten op een markt aanbiedt waarop sprake is van concurrentie;
    - voedseleducatie: educatie die bijdraagt aan kennis over gezond voedsel en bevordert om deze kennis in de praktijk te brengen;
    - voedselvaardigheden: vaardigheden die voorzien in kennis over gezond eten, de herkomst van voedsel, het bereiden van een gezonde maaltijd en bijdragen aan het maken van gezonde voedselkeuzes.
    - Schooltuin: een educatieve tuin waar leerlingen als onderdeel van het onderwijs moestuinieren en praktische kennis opdoen over het telen, oogsten en bereiden van voedsel, met als doel bewustwording over gezonde en duurzame voeding te vergroten;
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor het ontwikkelen of het aanbieden van activiteiten die bijdragen aan een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden, gericht op het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs.
    2..
    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.
    3..
    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt tot een betere gezondheid van inwoners, een gezonder voedselsysteem en het verkleinen van gezondheidsverschillen.
    
    Artikel 3 Doelgroep
    Subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een samenwerkingsverband.
    
    Artikel 4 Aanvraagvereisten
    Onverminderd artikel 2.2 van de Asv gaat een aanvraag voor subsidie door een onderneming vergezeld van een ondertekende de-minimisverklaring.
    
    Artikel 5 Subsidievereisten
    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    - het initiatief voorziet in het ontwikkelen of aanbieden van een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs;
    - de activiteiten op het gebied van voedseleducatie als bedoeld in artikel 2 eerste lid wordt voor ten minste drie jaar voortgezet;
    - het initiatief heeft toegevoegde waarde naast of ten opzichte van eventuele reeds bestaande initiatieven;
    - het initiatief maakt waar mogelijk gebruik van reeds aanwezige kennis op het gebied van voedselonderwijs;
    - het initiatief draagt bij aan een gezondere eetcultuur door het zichtbaar maken en delen van, en communiceren over het initiatief.
    
    Artikel 6 Weigeringsgronden
    In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd indien:
    - voor dezelfde activiteit subsidie door de provincie Zuid-Holland is verleend;
    - een onderneming niet voldoet aan de De-minimisverordening.
    
    Artikel 7 Aanvraagperiode
    1..
    In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend binnen de tenderperiode van 2 april 2026 tot en met 12 mei 2026.
    2..
    Een aanvraag voor subsidie wordt niet behandeld indien deze na 12 mei 2026 wordt ontvangen.
    3..
    Per aanvrager kan maximaal één aanvraag worden ingediend.
    
    Artikel 8 Deelplafond
    Het deelplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt € 275.000,-.
    
    Artikel 9 Subsidiehoogte
    De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000,-.
    
    Artikel 10 Verdelingswijze
    1..
    Het beschikbare bedrag wordt verdeeld aan de hand van een weging op basis van de volgende criteria zoals nader uitgewerkt in de bijlage:
    - criterium a: verbinding met de praktijk en ontwikkeling van voedselvaardigheden, te waarderen met ten hoogste 45 punten;
    - criterium b: het bereik van het initiatief, te waarderen met ten hoogste 35 punten;
    - criterium c: de sociaaleconomische status van de wijk waarin de activiteit wordt uitgevoerd conform de kaart in de bijlage, te waarderen met ten hoogste 20 punten;
    - criterium d: verbinding aan een schooltuin, met aandacht voor voedselverspilling of verbinding met lokale voedselproducenten, te waarderen met ten hoogste 15 punten.
    2..
    Aanvragen waaraan minder dan 60 punten zijn toegekend, worden geweigerd.
    3..
    Gedeputeerde staten rangschikken aanvragen waarop niet geweigerd is beslist hoger, naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
    4..
    Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het aantal punten voor criterium a.
    5..
    Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van de aanvragen bepaald door loting.
    6..
    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat door verlening van een subsidieaanvraag geen evenwichtige spreiding over de verschillende gemeenten in de provincie Zuid-Holland gerealiseerd kan worden, kunnen gedeputeerde staten besluiten de aanvraag niet te honoreren tot er sprake is van een evenwichtige spreiding.
    
    Artikel 11 Subsidiabele kosten
    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de kosten voor de uitvoering van de activiteit voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
    In aanvulling op artikel 3.1 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
    - na subsidieverlening wordt er binnen 6 maanden gestart met het uitvoeren van de activiteiten;
    - de activiteiten zijn binnen twee jaar na de subsidieverlening uitgevoerd;
    - de subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteiten openbaar en verstrekt deze resultaten desgevraagd aan belanghebbenden binnen de provincie Zuid-Holland;
    
    Artikel 13 De-minimis
    Op subsidie aangevraagd door een onderneming is de De-minimisverordening onverkort van toepassing.
    
    Artikel 14 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
    
    Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht
    Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 januari 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
    
    Artikel 16 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026.
    Den Haag, 20 januari 2026
    Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
    drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris
    mr. A.W. Kolff, voorzitter
    
    Bijlage bij artikel 9 van het Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026
    Bijgaande tabel geeft toelichting op de nadere uitwerking van de criteria in het eerste lid van artikel 9.
    Categorie | Criteria | Max. punten
    a. Verbinding met de praktijk & ontwikkeling voedselvaardigheden | Een initiatief krijg meer punten wanneer praktijkgericht leren (bijv. schooltuin, kookles, voedselketen bezoeken) en ontwikkeling van voedselvaardigheden (telen, bereiden, proeven) centraal staan. Een initiatief krijgt meer punten wanneer er aandacht is voor integratie in het onderwijsprogramma en aansluiting op kerndoelen. Een initiatief krijg meer punten wanneer de aanpak of methodiek is gevalideerd (bijv. erkende educatieve materialen of evaluatie van leeropbrengsten). | 40
    b. Bereik | Duidelijke beschrijving van doelgroep en verwachte impact. Een initiatief krijgt meer punten naar mate een grotere doelgroep bereikt. | 30
    c. Sociaaleconomische score | Bereik van kinderen en jongeren in kwetsbare of lage SES-wijken. Een initiatief krijgt meer punten naar mate de activiteit plaatsvindt in een wijk met een lagere sociaaleconomische status. | 20
    d. Verbinding | Project is verbonden aan een schooltuin Project bevat aandacht voor voedselverspilling Project toont sterke verbinding tussen voedseleducatie lokale voedselproducenten | 10
    100
    Bijgaande kaart geeft de sociaaleconomische status per wijk in Zuid-Holland weer bij het eerste lid van artikel 9.

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.