Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland

Gemeente Zwolle

Gecertificeerde instellingen die jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen uitvoeren in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland

Ook bekend als GI Regio IJsselland, RSJ IJsselland

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieverordening voor maximaal drie gecertificeerde instellingen die jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen uitvoeren in de regio IJsselland. Subsidie wordt verleend voor maximaal zes kalenderjaren (vier jaar initieel, optioneel twee jaar verlenging). Aanvragen worden beoordeeld op basis van een puntensysteem met minimaal 60 punten vereist.

Voor wie is het bedoeld?

Gecertificeerde instellingen die jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen uitvoeren in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland

Maatschappelijke_organisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen als gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering
  • Meerjarige financiering voor jeugdhulpmaatregelen in IJsselland
  • Subsidie voor uitvoering van gespecialiseerde jeugdhulpproducten

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een gecertificeerde instelling zijn voor jeugdbescherming en jeugdreclassering
  • Aanvrager moet voldoen aan het Normenkader voor certificering
  • Uitvoering moet plaatsvinden in deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland
  • Locaties moeten gelegen zijn in deelnemende gemeenten
  • Subsidieontvanger moet beschikken over kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel
  • Buffervermogen mag maximaal 10% van gemiddelde totale jaaromzet bedragen
  • Minimaal 60 punten op beoordelingscriteria vereist voor subsidieverlening
  • Maximaal drie instellingen kunnen subsidie ontvangen
  • Verplicht voortgangsrapportages indienen (vier maanden of per kwartaal)
  • Drie keer per jaar prestatiedialogen verplicht

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een maatschappelijke_organisatie
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Zwolle.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland
    De raad van de gemeente Zwolle, gelezen het voorstel van het college van 8 november 2022, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, [overwegende dat deze subsidieverordening eind 2022 verloopt] besluit vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland
    
    Inhoudsopgave
    
    Hoofdstuk 1 Algemeen
    Art. 1 Begripsbepalingen p. 2
    Art. 2 Verantwoordelijkheid college p. 2
    
    Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering
    
    Art. 3 Subsidiabele activiteiten p. 3
    Art. 4 Subsidieontvanger p. 3
    Art. 5 Maximaal aantal subsidieontvangers p. 3
    Art. 6 Subsidiabele producten p. 3
    Art. 7 Subsidietijdvak p. 3
    Art. 8 Meerjarige subsidieverlening p. 4
    Art. 9 Hoogte subsidie p. 4
    Art. 10 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening p. 4
    Art. 11 Indieningsvereisten p. 4 & 5
    Art. 12 Beslistermijn p. 5
    Art. 13 Overige voorwaarden voor subsidie p. 5
    Art. 14 Beoordelingscriteria p. 5 & 6
    Art. 15 Algemene meldplicht p. 6
    Art. 16 Communicatie en calamiteiten p. 6
    Art. 17 Voortgangsrapportages en -gesprekken p. 6 & 7
    Art. 18 Verwijzing voor jeugdhulp p. 7
    Art. 19 Start van een maatregel p. 8
    Art. 20 Einde van een maatregel p. 8
    Art. 21 Overige verplichtingen p. 8 & 9
    Art. 22 Indieningstermijn en beslistermijn vaststelling subsidie p. 9
    Art. 23 Indieningsvereisten vaststelling subsidie p. 9
    Art. 24 Intrekkingsgronden p. 9
    
    Hoofdstuk 3 Overige en slotbepalingen
    
    Art. 25 Afwijken p. 10
    Art. 26 Overgangsbepalingen p. 10
    Art. 27 Intrekking bestaande regeling p. 10
    Art. 28 Inwerkingtreding p. 10
    Art. 29 Citeertitel p. 10
    
    Bijlage 1 Uitwerking subsidiabele producten p. 11 t/m 25
    
    Hoofdstuk 1 Algemeen
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    - In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven.
    - In deze verordening wordt verstaan onder:
    - buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een GI, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen.
    - college: het college van burgemeester en wethouder;
    - exit plan: een plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:
    - het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;
    - het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;
    - de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;
    - het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s);
    - Gecertificeerde Instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert;
    - normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
    - RSJ IJsselland: de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland met als deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;
    woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet
    
    Artikel 2 Verantwoordelijkheid college
    1..
    Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit.
    2..
    Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening.
    
    Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd.
    2..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling.
    
    Artikel 4 Subsidieontvanger
    Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen.
    
    Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers
    Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen.
    
    Artikel 6 Subsidiabele producten
    De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd:
    a. wettelijke producten:
    .
    1. ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;
    .
    2. ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;
    .
    3. voogdij;
    .
    4. Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);
    .
    5. samenloop;
    .
    6. Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);
    .
    7. Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM);
    .
    8. GBM Advies
    .
    9. GBM Begeleiding
    .
    10. Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);
    .
    11. Scholing- en Trainingsprogramma (STP);
    .
    12. instemmingsverklaring.
    b. vrijwillige producten:
    .
    1. consultatie
    .
    2. FORZA
    .
    3. BASTA
    .
    4. Veilige Start
    
    Artikel 7 Subsidietijdvak
    1. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023.
    2. Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag
    indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van
    de termijn van vier kalenderjaren.
    3. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario.
    
    Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening
    De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
    
    Artikel 9 Hoogte subsidie
    1. Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR.
    2. He tarief wordt voor de jaren na 2024 eenmaal per jaar geïndexeerd.
    3. Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materiële kosten.
    4. Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de contractstandaarden Jeugd.
    5. Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1.
    6. Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering.
    7. Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid.
    Artikel 10Buffervermogen
    - Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren.
    - Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken.
    - De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden.
    - Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte.
    - Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid.
    
    Artikel 11 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening
    1. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
    2. Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober.
    3. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten.
    4. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend.
    
    Artikel 12 Indieningsvereisten
    Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval:
    a. de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
    b. de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp;
    c. hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders;
    d. welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen;
    e. hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval
    van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt;
    f. de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort;
    g. hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is;
    h. een exit plan.
    
    Artikel 13 Beslistermijn
    1. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de
    ingediende aanvragen.
    2. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk
    op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen.
    
    Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie
    Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    .
    a. de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering;
    .
    b. de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten;
    .
    c. de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering;
    .
    d. de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeent
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.