Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Biobased Circular
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Wat is de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Biobased Circular?
DEI+ Biobased Circular is subsidie voor bedrijven die polyesters uit biogebaseerde koolhydraatrijke grondstoffen testen of demonstreren. Het gaat om innovaties die processen circulair maken (grondstoffen maximaal gebruiken en hergebruiken) en de CO2-uitstoot verlagen.
De regeling is bedoeld voor bedrijven in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een pilot of demonstratie uitvoeren met biogebaseerde polyester, met als doel minder CO2-uitstoot in Nederland. Provincies en gemeentes mogen meedoen maar krijgen zelf geen subsidie, waterschappen kunnen dat onder voorwaarden wel.
Je krijgt subsidie voor het testen, verbeteren of opschalen van productieprocessen voor biogebaseerde polyesters (of de chemische bouwstenen daarvan), voor bioafbreekbare of recyclebare producten van die polyesters, voor nieuwe verwerkingsroutes van koolhydraatrijke biogrondstoffen, of voor recyclingprocessen van producten gemaakt van biogebaseerde polyesters.
Per pilotproject krijg je maximaal € 1 miljoen, per demonstratieproject maximaal € 10 miljoen. Vraag je meer aan, dan valt je project onder een andere regeling (DEI+ Circulaire economie en grootschalige biobased projecten). Het totale budget voor deze openstelling is € 22 miljoen.
Je vraagt aan via het eLoket van RVO met eHerkenning. De regeling is nu tijdelijk gesloten, de volgende openstelling loopt van 27 januari 2026 tot 30 juli 2026 (17.00 uur). Voordat je aanvraagt, is het slim om eerst een projectideeformulier in te vullen: dan krijg je advies of je project past en waar je op moet letten.
Wie komt in aanmerking voor de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Biobased Circular?
Je komt in aanmerking als je bedrijf is gevestigd in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en je een pilot- of demonstratieproject uitvoert met biogebaseerde polyester dat leidt tot minder CO2-uitstoot in Nederland. Ook een deelnemer in een samenwerkingsverband (met minstens één onderneming) kan aanvragen. Provincies en gemeentes mogen deelnemen maar ontvangen zelf geen subsidie; waterschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel subsidie krijgen.
Je valt af als:
- Je project niet gaat over minstens een van de vier genoemde onderwerpen (productieprocessen voor biogebaseerde polyesters of hun chemische bouwstenen, bioafbreekbare/recyclebare producten daarvan, nieuwe verwerkingsroutes voor koolhydraatrijke biogrondstoffen, of recycling van producten gemaakt van biogebaseerde polyesters).
- Je een demonstratieproject wilt doen met biobased grondstoffen die geen biomassa-afval of biomassareststroom zijn: dat valt niet onder recycling en komt niet in aanmerking.
- Je project langer dan 4 jaar duurt.
- Je al bent gestart met het project, kosten hebt gemaakt of verplichtingen bent aangegaan vóórdat je de aanvraag indiende.
- Je onderneming "in moeilijkheden" is zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
- Er onvoldoende zekerheid is dat je eigen aandeel in de projectkosten gefinancierd kan worden op het moment van aanvragen.
- Je aanvraag meer dan € 1 miljoen (pilotproject) of € 10 miljoen (demonstratieproject) bedraagt: dan moet je aanvragen bij DEI+ Circulaire economie en grootschalige biobased projecten in plaats van dit thema.
- Je niet binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking met de uitvoering start.
- Je de werking van je techniek niet met RVO wilt delen: zonder die informatie kan de aanvraag niet beoordeeld worden.
- Je project niet technisch en economisch haalbaar is, of je de werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt niet goed onderbouwt met marktkennis, bronnen en argumenten.
Verder geldt dat je het project voor eigen rekening en risico uitvoert, en dat er in het project minstens één onderneming kosten maakt. Er geldt geen aparte harde MKB-eis voor dit subthema, maar kleine en middelgrote ondernemingen kunnen wel hogere subsidiepercentages krijgen (zie "Hoeveel krijg je?").
Waarvoor krijg je subsidie?
Welke kosten subsidiabel zijn, hangt af van of je een pilotproject of een demonstratieproject doet. Bij pilotprojecten (artikel 25 AGVV) kies je één van drie systematieken om je kosten te berekenen. Bij demonstratieprojecten (artikel 47 AGVV) gaat het om investeringskosten.
Pilotprojecten: drie kostensystematieken
- Loonkosten-plus-vaste-opslag-systematiek:
- Directe loonkosten van projectmedewerkers (uurtarief = directe loonkosten gedeeld door het aantal productieve uren per jaar in je organisatie).
- Een opslag van 50% over de directe loonkosten voor overheadkosten (indirecte loonkosten, huisvesting, kantoorapparatuur, binnenlandse reizen).
- Afschrijfkosten van apparatuur gedurende het project, met dezelfde afschrijfperiode (minimaal 5 jaar) als in je eigen boekhouding. Boek je de apparatuur meteen als kosten in de winst- en verliesrekening en heeft de apparatuur na het project geen restwaarde meer, dan zijn alle kosten subsidiabel (onderbouw dit in projectplan en begroting).
- Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
- Aan derden verschuldigde kosten (uitbesteding), zoals engineeringskosten of externe laboratoriumanalyses.
- Vaste-uurtarief-systematiek:
- Een vast uurtarief van € 80 per gewerkt uur, als vergoeding voor loon- en overheadkosten samen.
- Dezelfde regels voor apparatuur, materialen en derdenkosten als hierboven.
- Je hoeft geen verantwoording over de werkelijke loonkosten te geven, wel over de gewerkte uren.
- Integrale kostensystematiek (IKS):
- Loonkosten berekend via het IKS-tarief van de functiegroep.
- Aan derden betaalde kosten die geen deel uitmaken van het IKS-tarief (met facturen aan te tonen).
- Voorwaarde: je gebruikt je IKS stelselmatig in je organisatie en laat deze eenmalig toetsen door RVO via een Eigen verklaring (iks@rvo.nl).
Demonstratieprojecten (artikel 47 AGVV)
Subsidiabel zijn de extra investeringskosten ten opzichte van een minder milieuvriendelijk project of activiteit met dezelfde capaciteit (de referentiesituatie). Je moet dus altijd een referentie-investering opvoeren; dit accepteert RVO doorgaans niet weglaten, omdat er functioneel meestal een alternatief bestaat. Het gaat om investeringen in materiële en eventueel immateriële activa die op de balans van de aanvrager geactiveerd worden en na het project in gebruik blijven.
Bij demonstratieprojecten mag je bij recycling gebruikmaken van eigen afval of afval van derden. Geen subsidie is er voor activiteiten gericht op afvalverwijdering of het nuttig toepassen van afval om energie te produceren (zoals brandstoffen uit plasticafval, "recycled carbon fuels"). De steun mag er niet voor zorgen dat er meer afval ontstaat of dat er meer grondstoffen gebruikt worden.
Wat niet subsidiabel is
- Onvoorziene kosten ("contingency") als apart post: alle kosten moeten toewijsbaar zijn aan een specifieke activiteit of installatie.
- Kosten voor een controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement en kennisverspreiding.
- BTW: als je btw-plichtig bent, mag je de btw niet in de begroting opnemen (die verreken je via je aangifte omzetbelasting). Ben je niet btw-plichtig, dan mag de btw over bepaalde kostenposten wel in de begroting.
- Demonstratieprojecten met biobased grondstoffen die geen biomassa-afval of biomassareststroom zijn: dat valt niet onder recycling en komt niet in aanmerking.
Kosten bij groepsstructuren
Voer (loon)kosten op bij de entiteit die de kosten maakt en betaalt. Bij loonkosten is dat de entiteit waar de medewerker in loondienst is. Is er onderlinge facturatie tussen zuster- of dochterondernemingen, dan voer je die kosten op als "kosten derden". Zonder onderlinge facturatie moet iedere entiteit apart als deelnemer worden opgevoerd, met de eigen kosten per entiteit.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het maximale subsidiebedrag hangt af van het type project. Voor pilotprojecten is dat maximaal € 1 miljoen, voor demonstratieprojecten maximaal € 10 miljoen. Vraag je meer aan, dan valt je aanvraag onder een ander (groter) subthema. Het totale budget voor deze openstelling van Biobased Circular is € 22.000.000.
De subsidiepercentages verschillen per type project en juridische grondslag (AGVV-artikel):
- Pilotproject/experimentele ontwikkeling (artikel 25 AGVV): 25% van de subsidiabele kosten voor ondernemingen, 80% voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten).
- Demonstratieproject onder artikel 47 AGVV (circulaire economie, waaronder recycling van biobased polyesters): 40% van de extra investeringskosten ten opzichte van een minder milieuvriendelijk alternatief met dezelfde capaciteit (referentiesituatie).
Daar komt bovenop:
- +10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen.
- +20 procentpunten voor kleine ondernemingen.
Minder subsidie aanvragen dan het maximum mag, en dat kan positief meewegen bij het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".
Let op: als je voor pilotprojecten de vaste-uurtarief-systematiek gebruikt (€ 80 per uur), mag je je eigen aandeel in de projectkosten niet financieren uit de subsidie voor projecturen. Doe je dat toch, dan wijst RVO de aanvraag af.
De beoordeling gebeurt op volgorde van binnenkomst: zodra je aanvraag compleet is, telt die datum. Zolang er budget is en je aanvraag voldoet aan de voorwaarden, krijg je subsidie. Is het budget van € 22 miljoen op, dan komt ook een goedgekeurd project niet meer in aanmerking.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 27 jan 2026 | 30 jul 2026 | € 22 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
Wat zijn de voorwaarden van de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Biobased Circular?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- De regeling kent geen expliciete wegingspercentages, maar toetst in elk geval op:
- technische en economische haalbaarheid van het project;
- onderbouwing van de werking van de techniek (met eerder onderzoek naar technologie en markt);
- slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij, onderbouwd met marktkennis, bronnen en argumenten;
- innovativiteit ten opzichte van de stand van de techniek (internationaal bij pilots, Nederlands bij demonstratieprojecten);
- capaciteiten van de betrokkenen om het project uit te voeren;
- kwaliteit van aanpak, methodiek, risico-omgang, uitvoerbaarheid en inzet van middelen;
- kwaliteit van het kennisverspreidingsplan;
- financiering van het eigen aandeel in de projectkosten;
- stimulerend effect van de subsidie (zou het project ook zonder subsidie, zonder vertraging, doorgaan?).
Wat je moet doen na toekenning
- Je start het project binnen 6 maanden na de beschikking.
- Je rondt het project af binnen de looptijd van maximaal 4 jaar.
- Bij deelname van een onderzoeksorganisatie: de getekende samenwerkingsovereenkomst moet er zijn vóór de start, en RVO kan die tijdens de behandeling of beheerfase opvragen. Ontbreekt die, dan kan RVO de aanvraag afwijzen, voorschotten opschorten, of (na 3 maanden) het project stopzetten en de subsidie vaststellen, met terugvordering van voorschotten.
- Je houdt in je administratie het aantal gewerkte projecturen en bijbehorende kosten (loon, apparatuur, materialen, derden) bij, direct te herleiden naar het project.
- Je geeft de voortgang van je project door en meldt wijzigingen in het project aan RVO.
- Je vraagt na afronding vaststelling van de subsidie aan.
Afwijzingsgronden
- Het project is geen pilot- of demonstratieproject in de zin van de regeling.
- Niet aannemelijk dat je het project binnen 4 jaar afrondt (let op vergunningen en levertijden van apparatuur).
- De aanvrager is een onderneming in moeilijkheden.
- Onvoldoende vertrouwen dat je het project kunt financieren (te weinig eigen vermogen, financiersverklaringen niet concreet genoeg).
- Bij gebruik van de vaste-uurtarief-systematiek: je financiert je eigen bijdrage uit de subsidie voor projecturen (loonkosten/arbeid).
- Onvoldoende vertrouwen dat betrokkenen de capaciteiten hebben om het project uit te voeren.
- Onvoldoende vertrouwen in de technische of economische haalbaarheid.
- Onvoldoende bijdrage aan de doelstelling van DEI+ (directe of indirecte CO2-reductie in Nederland binnen 10 jaar).
- Onvoldoende kwaliteit van het project, blijkend uit aanpak, methodiek, risicomanagement, uitvoerbaarheid, deelnemende partijen of effectieve/efficiënte inzet van middelen.
- Onvoldoende slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij.
- Onvoldoende vernieuwing ten opzichte van de stand van de techniek (internationaal voor pilots, Nederlands voor demonstratieprojecten).
- Onvoldoende evenwichtige samenwerking tussen ondernemer en onderzoeksorganisatie (bijvoorbeeld als de onderzoeksorganisatie het merendeel van de kosten maakt).
- Aannemelijk dat je de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunt uitvoeren (geen stimulerend effect).
- Onvoldoende kwaliteit van het plan voor kennisverspreiding.
De aanvragen worden overigens niet op kwaliteit gerangschikt maar beoordeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, zolang er budget is.
Hoe vraag je de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Biobased Circular aan?
De aanvraag doorloopt vijf stappen.
Stap 1: projectidee toetsen (optioneel maar aanbevolen)
Vul het projectideeformulier in via de RVO-website. Je krijgt dan advies of je project aansluit bij Biobased Circular of beter past bij een andere regeling. Je kunt ook bellen met Klantcontact van RVO (088 042 42 42).
Stap 2: subsidieaanvraag indienen
Je dient de aanvraag in via het eLoket van RVO, tijdens de openstellingstermijn (27 januari 2026 t/m 30 juli 2026, 17.00 uur). Je hebt hiervoor een eHerkenningsmiddel nodig met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3; vraag dit tijdig aan, want dit duurt een aantal werkdagen.
Verplichte onderdelen van de aanvraag:
- Het aanvraagformulier: in te vullen en te ondertekenen (met eHerkenning) door jou of een intermediair. Machtig je een intermediair, dan voegt de penvoerder een machtiging als aparte bijlage toe.
- Bijlage 1: Deelnemersformulier (aanmelding en machtiging): bij een samenwerkingsverband stuurt elke deelnemer een ondertekend machtigingsformulier mee.
- Bijlage 2: Projectplan.
- Bijlage 3: Begroting.
- Bijlage 4: Financieringsplan: onderdeel van projectplan en begroting, beschrijft hoe je je eigen aandeel financiert.
- Bijlage 5: Exploitatieberekening: verplicht voor demonstratieprojecten en voor pilotprojecten waarbij de installatie na afloop in gebruik blijft.
- Bijlage 6: Plan voor kennisverspreiding: als aparte bijlage of onderdeel van het projectplan.
- Bijlage 7: De-minimisverklaring: alleen relevant bij het thema Verduurzaming Gebouwde Omgeving, niet standaard voor Biobased Circular.
- Bijlage 8: Verklaring "geen onderneming in moeilijkheden": inclusief beslisschema, meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
- Bijlage 9: Overige bijlagen, indien van toepassing.
Voor de financiering van je eigen aandeel lever je bewijsstukken aan zoals een jaarrekening, bankafschrift of intentieverklaringen van financiers (een financier mag deze afgeven onder voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie). Financier je met eigen middelen, stuur dan de meest recente jaarcijfers mee waaruit voldoende liquide middelen blijken; gebruik je cijfers van een verbonden onderneming, dan is ook een getekende garantieverklaring van die onderneming nodig. Financier je extern, lever dan de definitieve getekende overeenkomsten aan, of anders de wel al beschikbare documenten plus een planning richting de definitieve overeenkomst.
Stap 3: volledigheidscontrole
RVO controleert of alle stukken compleet zijn. Dien je minstens 2 weken voor de sluitingsdatum in, dan krijg je bij een incomplete aanvraag een verzoek om aan te vullen (zonder dat je hier rechten aan kunt ontlenen: je bent zelf verantwoordelijk voor tijdige, juiste gegevens). Na de sluitingsdag kun je je aanvraag niet meer aanvullen.
Stap 4: beoordeling
RVO beoordeelt op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop je aanvraag compleet is. RVO toetst op inhoudelijke en financiële afwijzingsgronden.
Stap 5: uitsluitsel
Binnen 8 weken na complete indiening laat RVO weten of de aanvraag wordt toegekend of afgewezen. Deze termijn kan met 8 weken verlengd worden. RVO moet alle positieve beschikkingen uiterlijk medio december versturen omdat het budget alleen voor 2026 beschikbaar is; houd er rekening mee dat reactietermijnen in het najaar vaak korter zijn door piekdrukte.
Wordt je aanvraag afgewezen, dan ontvang je een schriftelijke beschikking met de reden. Je kunt telefonisch een toelichting krijgen en samen met RVO bekijken of een verbeterde aanvraag of een andere ondersteuningsmogelijkheid zinvol is. Kosten die je al gemaakt hebt vóór een tweede indiening komen niet in aanmerking, en een herindiening is niet mogelijk als je al met het project gestart bent (dan heeft subsidie geen stimulerend effect meer).
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het
RVO beoordeelt je aanvraag op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum telt waarop je aanvraag compleet is. De beoordelingstermijn is 8 weken na volledigheid, met de mogelijkheid deze eenmaal te verlengen met 8 weken. Voldoet je project aan de voorwaarden en zijn er geen afwijzingsgronden van toepassing, dan krijg je subsidie zolang er budget beschikbaar is binnen het plafond van € 22.000.000.
Tijdens de looptijd
Na toekenning gelden verplichtingen:
- Je start de uitvoering van het project uiterlijk 6 maanden na de datum van de subsidiebeschikking.
- Je rondt het project af binnen de maximale looptijd van 4 jaar.
- Als er een onderzoeksorganisatie deelneemt, moet de getekende samenwerkingsovereenkomst er zijn vóór de start van het project. RVO kan deze tijdens de beoordeling of in de beheerfase opvragen. Ligt de startdatum vóór de dagtekening van de beschikking en ontbreekt de overeenkomst, dan wijst RVO de aanvraag af. Start het project na de beschikking en blijkt de overeenkomst er niet te zijn, dan schort RVO de voorschotten op; lever je die na 3 maanden nog niet aan, dan kan RVO het project stopzetten, de subsidie vaststellen en verleende voorschotten terugvorderen.
- Je houdt een administratie bij van gewerkte projecturen (met bijbehorende loonkosten of vast uurtarief), en van kosten voor apparatuur, materialen en derden, direct herleidbaar naar het project.
- Je geeft via het eLoket de voortgang van je project door.
- Je meldt wijzigingen in het project aan RVO.
Uitbetaling
Na afloop van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan; RVO stelt dan het definitieve subsidiebedrag vast op basis van de daadwerkelijk gemaakte en verantwoorde kosten.
Vergunningen
Heb je voor de realisatie van je project vergunningen nodig (bouw, ingebruikname), geef dan in het projectplan aan hoe ver je daarmee bent. Lijkt het onaannemelijk dat je deze op tijd rond krijgt, dan wijst RVO de aanvraag af.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Handleiding DEIDownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Biobased Circular. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- DEI+: Biobased Circularrvo.nl · gecontroleerd 10 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.