DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving

RVO

Wat is de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving?

DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving is een subsidieregeling van RVO voor pilot- en demonstratieprojecten die bijdragen aan het CO2-arm maken van woningen, woongebouwen, utiliteitsgebouwen of wijken. De regeling ondersteunt zowel innovaties die direct CO2-uitstoot verminderen als, voor pilotprojecten en bepaalde demonstratieprojecten, innovaties die daar indirect aan bijdragen, zoals arbeidsbesparing, digitalisering en klimaatadaptatie.

Wie komt in aanmerking voor de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving?

Deze regeling is bedoeld voor bedrijven in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba die werken aan een pilot of demonstratie van een innovatieve techniek die helpt bij de verduurzaming van gebouwen, met als doel om minder CO2 uit te stoten in Nederland.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming
Je rechtsvorm is BV, Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij RVO.

U kunt aanvragen als:

  • individuele onderneming die voor eigen rekening en risico een project uitvoert, of
  • deelnemer in een samenwerkingsverband waarin minstens één onderneming kosten maakt.

Provincies en gemeenten mogen meedoen in een project, maar ontvangen zelf geen subsidie. Waterschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel subsidie ontvangen.

Uw onderneming mag niet in moeilijkheden zijn zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Waarvoor krijg je subsidie?

U krijgt subsidie voor pilotprojecten en demonstratieprojecten die gaan over minstens één van de volgende onderwerpen: - de overgang naar CO2-arme woningen, woongebouwen, utiliteitsgebouwen of wijken tegen zo laag mogelijke kosten; - het handhaven en waar mogelijk verbeteren van technische, functionele, natuurkundige en schoonheidskwaliteiten van de woning, het gebouw of de wijk; - het sneller en op grotere schaal CO2-arm maken van bestaande gebouwen of wijken.

Voor pilotprojecten mag het project ook gaan over onderwerpen die indirect bijdragen aan verduurzaming, zoals arbeidsbesparing, digitalisering en klimaatadaptatie.

Demonstratieprojecten kunt u combineren met demonstratie van randvoorwaardelijke innovaties door kleine en middelgrote ondernemingen. Dit zijn innovaties die niet direct zorgen voor minder CO2-uitstoot, zoals sociale, psychologische en organisatorische vernieuwingen en digitalisering.

Subsidiabele kostensoorten bij pilotprojecten (te kiezen uit één systematiek):

  • Loonkosten-plus-vaste-opslag: directe loonkosten van projectmedewerkers plus een opslag van 50% over de directe loonkosten voor overheadkosten, plus afschrijfkosten van apparatuur, kosten van materialen en hulpmiddelen, en kosten van derden (uitbesteding).
  • Vast uurtarief: € 80 per gewerkt uur als vergoeding voor loon- en overheadkosten, plus dezelfde kosten van apparatuur, materialen en derden als hierboven.
  • Integrale kostensystematiek (IKS): loonkosten volgens het IKS-tarief van de functiegroep, plus kosten van derden die geen deel uitmaken van het IKS-tarief.

Bij demonstratieprojecten gaat het om investeringssteun in materiële en eventueel immateriële activa die op de balans van de aanvrager geactiveerd worden. Voor projecten onder artikel 36, 38 of 47 AGVV is subsidie mogelijk over de extra investeringskosten ten opzichte van een referentie-investering; onder artikel 38 bis en 41 AGVV is geen referentie-investering nodig.

Niet subsidiabel zijn onder meer: kosten voor een controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement, kennisverspreiding en onvoorziene kosten (contingency). Btw is niet subsidiabel als u btw-plichtig bent.

Buiten dit thema vallen projecten gericht op de installatie van fossiel gestookte energie-uitrusting (inclusief aardgas), projecten gericht op de inzet van waterstof in de gebouwde omgeving, en projecten die passen onder het thema Circulaire economie.

Hoeveel subsidie krijg je?

Het maximale subsidiebedrag voor dit thema is € 1 miljoen per project, zowel voor pilotprojecten als voor demonstratieprojecten.

De subsidiepercentages die voor dit thema gelden:

  • Pilotprojecten (experimentele ontwikkeling, artikel 25 AGVV): 25% van de subsidiabele kosten voor ondernemingen, 80% voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten).
  • Demonstratieprojecten met energie-efficiëntiemaatregelen voor gebouwen (artikel 38 bis AGVV): 25% van de totale investeringskosten.
  • Demonstratieprojecten met hernieuwbare energie en hernieuwbare waterstof (artikel 41 AGVV): 45% van de totale investeringskosten voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen; 30% van de totale investeringskosten voor andere investeringen onder dit artikel, zoals opslag van energie en specifieke infrastructuur.
  • Infrastructuurproject stadsverwarming/-koeling (artikel 46 AGVV): 30% van de investeringskosten.
  • Infrastructuurproject lokale infrastructuur (artikel 56 AGVV): 50% van de investeringskosten, waarbij de subsidie niet hoger is dan de investeringskosten minus de exploitatiewinst.
  • Randvoorwaardelijke innovaties (de-minimissteun): 25% van de subsidiabele kosten.

Op alle percentages komt een opslag: +10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen en +20 procentpunten voor kleine ondernemingen. Voor demoprojecten onder artikel 36 en 38 AGVV geldt een extra opslag van +5 procentpunten (middelgroot) of +10 procentpunten (klein) als u geen nulscenario vaststelt.

Voor randvoorwaardelijke innovaties geldt een maximum aan de-minimissteun van € 300.000 per onderneming, gerekend over de afgelopen 3 belastingjaren (36 maanden) vanaf het moment van aanvraag.

U moet zelf aannemelijk maken dat u het deel van de projectkosten waarvoor u geen subsidie krijgt (uw eigen aandeel) kunt financieren.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202627 jan 202627 aug 2026€ 6 mlnWie het eerst komt (fcfs)

Wat zijn de voorwaarden van de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving?

De volgende voorwaarden bepalen of uw aanvraag kans maakt: - Uw project past binnen de beschrijving van het thema Verduurzaming gebouwde omgeving. - U voert een pilot- of demonstratieproject uit; het project zorgt voor minder CO2-uitstoot in Nederland binnen 10 jaar na de start. - De looptijd van het project is maximaal 4 jaar. - U start met de uitvoering binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking. - U mag vóór het indienen van de aanvraag nog niet starten, geen verplichtingen aangaan en geen kosten maken. - U voert het project voor eigen rekening en op eigen risico uit; minstens één onderneming maakt kosten in het project. - Uw project moet technisch en economisch haalbaar zijn; u onderbouwt de werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt met marktkennis, bronnen en argumenten. - Uw onderneming is niet in moeilijkheden zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. - Bij aanvraag moet voldoende zeker zijn dat de financiering van uw eigen aandeel in de projectkosten rondkomt. - Voor randvoorwaardelijke innovaties is de-minimissteun van toepassing; hiervoor is een de-minimisverklaring nodig, waarin u aangeeft of uw organisatie over het huidige en de afgelopen 3 belastingjaren niet meer dan € 300.000 aan de-minimissteun heeft ontvangen. - Als een deelnemer in het samenwerkingsverband een onderzoeksorganisatie is, moet er een getekende samenwerkingsovereenkomst zijn voordat de projectactiviteiten starten. - Voor demonstratieprojecten met energie-efficiëntiemaatregelen voor gebouwen (artikel 38 bis AGVV) gelden minimale energie-efficiëntievereisten.

Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop de aanvraag compleet is. Zolang er budget beschikbaar is en uw project aan de voorwaarden voldoet en geen afwijzingsgrond van toepassing is, kunt u subsidie krijgen.

Afwijzingsgronden die specifiek voor dit thema gelden: als u subsidie aanvraagt voor randvoorwaardelijke innovaties en actief bent in de sector visserij en aquacultuur, de primaire productie van landbouwproducten, of de verwerking en afzet van landbouwproducten (in bepaalde gevallen volgens de de-minimisverordening).

Algemene afwijzingsgronden die ook hier gelden zijn onder meer: onvoldoende vertrouwen in de financiering van het eigen aandeel, onvoldoende vertrouwen in de technische of economische haalbaarheid, onvoldoende vernieuwing ten opzichte van de stand van de techniek (bij pilots internationaal, bij demonstratieprojecten Nederlands), en de kwaliteit van het project blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico's en de uitvoerbaarheid.

Hoe vraag je de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving aan?

De aanvraag verloopt in stappen zoals de regeling die beschrijft:

  • U kunt eerst een projectideeformulier indienen om te toetsen of uw project aansluit bij deze regeling. Dit is niet verplicht, maar wordt aangeraden.
  • U dient uw subsidieaanvraag in via het eLoket. Hiervoor heeft u een eHerkenningsmiddel nodig met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3.
  • RVO controleert of uw aanvraag alle benodigde stukken bevat. Bij een aanvraag die niet compleet is en die eerder dan 2 weken voor de sluitingsdatum is ingediend, ontvangt u een verzoek om aan te vullen. Na de sluitingsdag kunt u de aanvraag niet meer aanvullen.
  • RVO beoordeelt de aanvraag op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop de aanvraag compleet is.
  • U krijgt schriftelijk (via een beschikking) bericht over toekenning of afwijzing.

Bij een samenwerkingsverband dient één penvoerder de aanvraag in; overige deelnemers leveren een deelnemersformulier (machtigingsformulier) aan dat elke deelnemer zelf ondertekent.

Een subsidieaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:

  • het aanvraagformulier, ondertekend met een digitale handtekening via eHerkenning (eventueel door een intermediair, met een machtiging van de penvoerder als bijlage);
  • deelnemersformulier (aanmelding en machtiging) voor elke deelnemer in een samenwerkingsverband, ondertekend door die deelnemer;
  • projectplan;
  • begroting;
  • financieringsplan (onderdeel van projectplan en begroting);
  • exploitatieberekening, voor demonstratieprojecten en voor pilotprojecten waarbij installaties na het project in gebruik blijven;
  • plan voor kennisverspreiding, als aparte bijlage of onderdeel van het projectplan;
  • de-minimisverklaring, indien van toepassing bij randvoorwaardelijke innovaties binnen dit thema;
  • verklaring 'geen onderneming in moeilijkheden', inclusief beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (inclusief aandelenverhouding) van de deelnemers;
  • eventuele overige bijlagen.

Uw aanvraag is compleet zodra RVO alle onderdelen heeft ontvangen.

Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

RVO beoordeelt uw aanvraag op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum telt waarop de aanvraag compleet is. Nadat uw aanvraag compleet is, geldt een beoordelingstermijn van 8 weken; deze termijn kan RVO verlengen met 8 weken.

Tijdens de looptijd van uw project gelden onder meer de volgende verplichtingen:

  • U start met de uitvoering binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
  • Als een onderzoeksorganisatie deelneemt, moet de getekende samenwerkingsovereenkomst er zijn vóór de startdatum van het project. Ontbreekt deze bij een startdatum gelijk aan de indieningsdatum, dan wijst RVO de aanvraag af. Start het project later maar vóór de beschikking, dan wordt de overeenkomst tijdens de beoordeling opgevraagd. Ligt de startdatum na de subsidieverlening, dan schort RVO de betaling van voorschotten op als de overeenkomst ontbreekt; blijft deze langer dan 3 maanden uit, dan kan RVO het project stopzetten, de subsidie vaststellen en verleende voorschotten terugvorderen.
  • Na uw aanvraag kunt u via het eLoket de voortgang van uw project doorgeven, wijzigingen in uw project doorgeven en de vaststelling van uw subsidie aanvragen.

De regeling noemt geen aparte sluitingsdatum voor het aanvullen van de aanvraag; na de sluitingsdag van de openstelling is aanvullen niet meer mogelijk.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.