Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Wat is de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten?
DEI+: Circulaire economie en grootschalige biobased projecten is een subsidieregeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor bedrijven die een pilot- of demonstratieproject uitvoeren op het gebied van circulaire economie. De regeling ondersteunt projecten die grondstoffen en materialen slimmer benutten, hergebruiken of vervangen door secundaire of biogebaseerde alternatieven, met als doel minder CO2-uitstoot. Dit onderdeel omvat het subthema Circulaire economie algemeen, dat een gezamenlijk budget deelt met het subthema Circulaire economie – Biobased Circular grote projecten.
Wie komt in aanmerking voor de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten?
Deze subsidie is bedoeld voor bedrijven in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een pilot- of demonstratieproject uitvoeren op het gebied van circulaire economie, met als doel minder CO2-uitstoot in Nederland. De techniek kan ook de CO2-uitstoot wereldwijd verminderen bij de winning en productie van grondstoffen, mineralen en producten.
U komt in aanmerking als:
- individuele onderneming die het project voor eigen rekening en risico uitvoert, of
- deelnemer in een samenwerkingsverband dat minimaal één onderneming bevat.
Provincies en gemeenten mogen meedoen in een project, maar ontvangen zelf geen subsidie. Waterschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel subsidie ontvangen.
Valt uw project onder Biobased Circular en vraagt u minder dan € 1 miljoen aan voor een pilotproject of minder dan € 10 miljoen voor een demonstratieproject? Dan valt uw aanvraag onder het aparte onderdeel DEI+: Biobased Circular, met eigen voorwaarden en een eigen budget.
Waarvoor krijg je subsidie?
U krijgt subsidie voor pilotprojecten of demonstratieprojecten binnen de circulaire economie die gaan over: - slimmer omgaan met hulpbronnen: minder grondstoffen gebruiken dan in een bestaand productieproces bij gelijke productiecapaciteit, of primaire grondstoffen vervangen door secundaire (hergebruikte, teruggewonnen of gerecyclede) grondstoffen; - eigen afval of afval van anderen meer circulair verwerken: voorkomen of verminderen van afval, voorbereiden van afval voor hergebruik (bijvoorbeeld scheiden), decontamineren (bijvoorbeeld wassen of steriliseren), of recyclen als grondstof; - inzamelen, sorteren, decontamineren of (voor)behandelen van producten, materialen of stoffen die nog geen afval zijn maar anders niet of minder slim gebruikt worden; - gescheiden inzamelen en sorteren van afval als voorbereiding op hergebruik of recycling; - circulair ontwerpen van producten, die aan het eind van hun technische levensduur gerepareerd, hergebruikt of gerecycled kunnen worden.
Niet subsidiabel binnen dit onderdeel zijn onder meer: vervanging van primaire door secundaire brandstoffen (zoals brandstof uit afvalplastics), hergebruik van CO2, en (voor demonstratieprojecten) activiteiten gericht op afvalverwijdering of nuttige toepassing van afval om energie te produceren, zoals de productie van brandstoffen uit plasticafval.
Subsidiabele kostensoorten voor pilotprojecten (naar keuze één systematiek):
- loonkosten-plus-vaste-opslag: directe loonkosten van projectmedewerkers plus een opslag van 50% over de directe loonkosten voor overheadkosten;
- vaste-uurtarief-systematiek: een vast uurtarief van € 80 per gewerkt uur;
- integrale kostensystematiek (IKS): loonkosten berekend aan de hand van het IKS-tarief van de functiegroep.
Bij alle drie de systematieken komen ook in aanmerking: afschrijvingskosten van apparatuur gedurende het project (afschrijfperiode van minimaal 5 jaar, tenzij de apparatuur direct wordt afgeschreven en geen restwaarde heeft), kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, en aan derden verschuldigde kosten zoals engineering of externe laboratoriumanalyses.
Voor demonstratieprojecten (artikel 47 AGVV) gaat het om de extra investeringskosten ten opzichte van een minder milieuvriendelijk project of activiteit met dezelfde capaciteit (referentie-investering).
Niet subsidiabel zijn onder meer: kosten voor een controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement, kennisverspreiding en onvoorziene kosten (contingency). BTW mag niet worden opgenomen in de begroting als u btw-plichtig bent.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van de subsidie hangt af van het type project en het subsidiepercentage van de toepasselijke AGVV-grondslag.
Maximale subsidiebedragen voor dit onderdeel (Circulaire economie algemeen):
- pilotproject: maximaal € 25 miljoen;
- demonstratieproject: maximaal € 30 miljoen.
Subsidiepercentage voor demonstratieprojecten onder circulaire economie (artikel 47 AGVV): 40% van de extra investeringskosten ten opzichte van een minder milieuvriendelijk project of activiteit met dezelfde capaciteit (de referentiesituatie).
Voor pilotprojecten (experimentele ontwikkeling, artikel 25 AGVV): 25% van de subsidiabele kosten voor ondernemingen, 80% van de subsidiabele kosten voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten).
Opslagen op het subsidiepercentage (voor alle projecttypen): +10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen, +20 procentpunten voor kleine ondernemingen.
Minder subsidie aanvragen dan het maximum mag; dat kan positief doorwerken in het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".
Het deel van de projectkosten waarvoor u geen subsidie ontvangt, is uw eigen aandeel. U moet bij de aanvraag aannemelijk maken dat u dit eigen aandeel kunt financieren, bijvoorbeeld met een jaarrekening, bankafschrift of intentieverklaringen van financiers.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 16 jun 2026 | 17 dec 2026 | € 60 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
Wat zijn de voorwaarden van de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten?
De belangrijkste eisen waarop een aanvraag kan slagen of stuklopen:
- Uw project past binnen de beschrijving van dit onderdeel (circulaire economie).
- U voert een pilot- of demonstratieproject uit; dit zijn twee verschillende categorieën, een project valt in één van beide, niet in beide tegelijk.
- Het project zorgt binnen 10 jaar na de start voor minder CO2-uitstoot in Nederland, of voor minder uitstoot wereldwijd bij winning en productie van grondstoffen, mineralen en producten.
- Voor pilotprojecten over circulair ontwerpen: u legt in de aanvraag duidelijk uit dat u of iemand anders het product aan het einde van de technische levensduur kan repareren, hergebruiken of recyclen.
- De looptijd van het project is maximaal 4 jaar.
- U start met de uitvoering binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
- U mag vóór het indienen van de aanvraag nog niet gestart zijn, geen verplichtingen zijn aangegaan en geen kosten hebben gemaakt.
- U voert het project voor eigen rekening en risico uit; minstens één onderneming maakt kosten in het project.
- Het project moet technisch en economisch haalbaar zijn; u onderbouwt de werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt met marktkennis, bronnen en argumenten.
- Uw onderneming is niet in moeilijkheden zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
- Bij het indienen moet voldoende zeker zijn dat de financiering van uw eigen aandeel in de projectkosten rondkomt.
- Neemt een onderzoeksorganisatie deel in een samenwerkingsverband, dan is een getekende samenwerkingsovereenkomst verplicht vóórdat de projectactiviteiten starten.
Beoordeling gebeurt niet op vooraf gewogen criteria maar op volgorde van binnenkomst: aanvragen worden behandeld op volgorde van de datum waarop de aanvraag compleet is, en krijgen subsidie zolang er budget beschikbaar is. De regeling noemt wel afwijzingsgronden, waaronder: onvoldoende vertrouwen in financiering of capaciteiten van betrokkenen, onvoldoende technische of economische haalbaarheid, onvoldoende bijdrage aan CO2-reductie, onvoldoende vernieuwing ten opzichte van de stand van de techniek (internationaal voor pilots, Nederlands voor demo's), een onevenwichtige samenwerking tussen ondernemer en onderzoeksorganisatie, en het ontbreken van een stimulerend effect (het aannemelijk zijn dat u het project ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunt uitvoeren).
Hoe vraag je de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten aan?
De aanvraag verloopt in vijf stappen:
- U kunt vooraf een projectideeformulier indienen om advies te krijgen of uw project aansluit bij deze regeling.
- U dient de subsidieaanvraag in via het eLoket, met een eHerkenningsmiddel van minimaal betrouwbaarheidsniveau 3.
- RVO controleert of de aanvraag volledig is; bij een tijdige indiening (doorgaans meer dan 2 weken voor sluiting) krijgt u de kans onvolledige stukken aan te vullen.
- RVO beoordeelt de aanvraag op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum van complete aanvraag telt.
- U ontvangt een beschikking met toekenning of afwijzing.
Een aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
- het aanvraagformulier, digitaal ondertekend met eHerkenning door de aanvrager of een gemachtigde intermediair (bij een intermediair: machtiging als bijlage);
- bijlage 1, deelnemersformulier (aanmelding en machtiging), door elke deelnemer in een samenwerkingsverband ondertekend, waarmee de penvoerder gemachtigd wordt;
- bijlage 2, het projectplan;
- bijlage 3, de begroting;
- bijlage 4, het financieringsplan (onderdeel van projectplan en begroting);
- bijlage 5, een exploitatieberekening, voor demonstratieprojecten en voor pilotprojecten waarvan de installatie na afloop in gebruik blijft;
- bijlage 6, een plan voor kennisverspreiding, als aparte bijlage of onderdeel van het projectplan;
- bijlage 8, een verklaring "geen onderneming in moeilijkheden", inclusief beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (inclusief aandelenverhouding) van de deelnemers;
- eventueel overige bijlagen.
Bij deelname van een onderzoeksorganisatie moet vóór de start van het project een getekende samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld en, afhankelijk van de startdatum, tijdens de aanvraag of de beoordelingsperiode worden aangeleverd.
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop de aanvraag compleet is. Nadat de aanvraag compleet is, geldt een beoordelingstermijn van 8 weken; deze termijn kan RVO verlengen met 8 weken.
Na een toekenning gelden tijdens de looptijd onder meer de volgende verplichtingen:
- het project moet uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking van start gaan;
- de looptijd van het project is maximaal 4 jaar;
- bij deelname van een onderzoeksorganisatie moet de getekende samenwerkingsovereenkomst tijdig worden aangeleverd; ontbreekt deze, dan kan RVO de betaling van voorschotten opschorten en bij aanhoudend uitblijven het project stopzetten en de subsidie vaststellen, met terugvordering van verleende voorschotten;
- na de aanvraag kunt u via het eLoket de voortgang van het project doorgeven, wijzigingen in het project melden en de vaststelling van de subsidie aanvragen.
De regeling noemt dat RVO verplicht is alle positieve beschikkingen uiterlijk medio december te versturen omdat het budget voor het lopende jaar beschikbaar is en de subsidiesystemen dan sluiten.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Handleiding DEIDownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- DEI+: Circulaire economie en grootschalige biobased projectenrvo.nl · gecontroleerd 24 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.