Samenwerking in het kader van het EIP
Provincie Drenthe
Samenwerkingsverbanden (EIP-groepen) van agrariërs, kennisinstellingen en andere partners die innovatieve projecten in de landbouw willen ontwikkelen in Noord-Nederland, met focus op de regio's Veenkoloniën en Nationaal Landschap Drentsche Aa.
Ook bekend als EIP, Europees Innovatie Partnerschap
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor samenwerkingsverbanden in het kader van het Europees Innovatie Partnerschap (EIP) gericht op innovatie in de landbouw. Subsidieplafond bedraagt €600.000, waarvan €300.000 uit ELFPO-middelen en €300.000 uit provinciale middelen.
Voor wie is het bedoeld?
Samenwerkingsverbanden (EIP-groepen) van agrariërs, kennisinstellingen en andere partners die innovatieve projecten in de landbouw willen ontwikkelen in Noord-Nederland, met focus op de regio's Veenkoloniën en Nationaal Landschap Drentsche Aa.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil met andere agrariërs en kennispartners samenwerken aan een innovatief landbouwproject
- Ik zoek subsidie voor het uitwerken van een innovatief idee in de agrarische sector
- Ik wil een EIP-groep opzetten en financiering voor projectontwikkeling
Voorwaarden
- Aanvrager moet deel uitmaken van een samenwerkingsverband (EIP-groep)
- Project moet gericht zijn op innovatie in de landbouw
- Minimale score van 22 punten (55%) op scoretabel vereist
- Beoordeling op basis van kosteneffectiviteit, kans op succes, effectiviteit/impact en innovativiteit
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond bedraagt € 600.000,--. Het subsidieplafond bestaat voor € 300.000,-- uit ELFPO-middelen en voor € 300.000,-- uit provinciale middelen.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Inhoud Artikel 1. Openstelling en subsidieplafond Artikel 2. Definities Artikel 3. Subsidiabele activiteit Artikel 4. Aanvrager Artikel 5. Aanvraag Artikel 6. Weigeringsgronden Artikel 7. Subsidiabele kosten Artikel 8. Hoogte subsidie Artikel 9. Selectiecriteria, weging en selectie Artikel 10. Verplichtingen aanvrager Toelichting Bijlage 1 Scoretabel samenwerking in het kader van het EIP Toelichting op de scoretabel samenwerking in het kader van het EIP Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR421098 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR421098/2 sluiten Openstellingsbesluit Samenwerking in het kader van het EIP 2016 Geldend van 15-06-2018 t/m heden Intitulé Openstellingsbesluit Samenwerking in het kader van het EIP 2016 Inhoud Artikel 1. Openstelling en subsidieplafond 1. De maatregel Samenwerking in het kader van het EIP, zoals opgenomen in hoofdstuk 2, paragraaf 8, van de Verordening, wordt opengesteld voor de periode van 1 november 2016 tot en met 20 januari 2017. 2. Het subsidieplafond bedraagt € 600.000,--. 3. Het subsidieplafond bestaat voor € 300.000,-- uit ELFPO-middelen en voor € 300.000,-- uit provinciale middelen. Artikel 2. Definities In aanvulling op de definities zoals genoemd in de artikelen 1.1. en 2.8.1. van de Verordening wordt in dit besluit verstaan onder: 1. Veenkoloniën: het grondgebied van de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Midden-Drenthe, Tynaarlo, Bellingwedde, Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde, Slochteren, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Vlagtwedde; 2. Nationaal Landschap Drentsche Aa: het gebied dat gedeeltelijk gelegen is in de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo. De exacte begrenzing van het Nationaal Landschap Drentsche Aa is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Artikel 3. Subsidiabele activiteit 1. Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.8.8, tweede lid, van de Verordening. 2. Er wordt alleen subsidie verstrekt voor activiteiten voor zover deze betrekking hebben op de volgende provinciale beleidsdoelen: a. verduurzaming van de grondgebonden melkveehouderij in Noord-Nederland of b. het ontwikkelen van een groen economisch verdienmodel waarmee verduurzaming in de Veenkoloniën blijvend kan worden ingevuld óók na 2020 of c. het versterken van de tuinbouwsector of d. het ontwikkelen van een economisch verdienmodel voor een duurzame landbouw in het Nationaal Landschap Drentsche Aa of e. het verwaarden van plantinhoudsstoffen. Artikel 4. Aanvrager In afwijking van artikel 1.5 van de Verordening kan ook subsidie worden verleend aan landbouwondernemingen die niet voldoen aan de definitie van kleine, middelgrote of micro-ondernemingen (mkb) zoals opgenomen in bijlage 1 bij Verordening 651/2014 (Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV)). Artikel 5. Aanvraag Onverminderd het gestelde onder artikel 2.8.4 van de Verordening geldt: 1. een subsidieaanvraag kan worden ingediend bij Gedeputeerde Staten via het SNN door middel van een daarvoor ontwikkeld webportal dat bereikbaar is via www.snn.eu/pop3; 2. een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door het SNN opgesteld volledig ingevuld format projectplan, vergezeld van de van toepassing zijnde bijlagen. Hiervoor dienen door het SNN verstrekte vaste formats te worden gebruikt. Artikel 6. Weigeringsgronden 1. Onverminderd de artikelen 1.8 en 2.8.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien het project bij de weging op de selectiecriteria zoals opgenomen in bijlage 1 minder dan 22 punten scoort. 2. Onverminderd het vermelde in lid 1 worden projecten geweigerd, die onvoldoende of gering scoren op de selectiecriteria 'Kans op succes'' (bijlage 1, onder b) of 'Mate van innovativiteit' (bijlage 1, onder d). 3. Subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in dit openstellingsbesluit en de Verordening. Artikel 7. Subsidiabele kosten In afwijking van artikel 2.8.6 van de Verordening wordt subsidie alleen verstrekt voor de volgende kosten voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van het project: a. kosten van het werven van deelnemers en het schrijven van een projectplan b. coördinatiekosten voor het samenwerkingsverband c. de kosten voor het verspreiden van resultaten van het project d. de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa e. de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs f. adviezen duurzaamheid op milieu- en economisch gebied g. haalbaarheidsstudies h. de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware i. bijdrage(n) in natura, bestaande uit onbetaalde eigen arbeid j. personeelskosten k. niet-verrekenbare of niet-compensabele BTW l. operationele kosten voor het testen en ontwikkelen van een innovatie in de praktijk. Artikel 8. Hoogte subsidie Onverminderd het gestelde onder artikel 2.8.8 van de Verordening geldt: 1. de maximale hoogte van de subsidie bedraagt € 120.000,--; 2. geen subsidie wordt verstrekt indien de na beoordeling berekende subsidie lager is dan € 80.000,--. Artikel 9. Selectiecriteria, weging en selectie 1. Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de criteria zoals opgenomen in bijlage 1. 2. De rangschikking wordt bepaald aan de hand van een combinatie tussen het aantal toegekende punten per project en het beleidsdoel waar het project aan bijdraagt, zoals benoemd in artikel 3, lid 2. Per beleidsdoel komt de aanvraag met de meeste punten van elk beleidsdoel als eerste in aanmerking voor subsidie. Vervolgens wordt gekeken naar de beste nummers 2 per beleidsdoel, totdat het subsidieplafond is bereikt. 3. In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening worden de projecten gerangschikt op volgorde van de meest behaalde punten naar het laagst aantal behaalde punten. 4. In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen is gelijk, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten dat het subsidieplafond wordt verhoogd met het bedrag dat nodig is om het project dat zorgt/de projecten die zorgen voor de overschrijding van het subsidieplafond te subsidiëren. 5. Gedeputeerde Staten stellen een Adviescommissie POP3 in voor de selectie van projecten. De adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op door middel van een rangschikking door het toekennen van punten op grond van de criteria zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit. Artikel 10. Verplichtingen aanvrager 1. In afwijking van artikel 1.17, lid 1, onder f, van de Verordening mag de projectduur langer dan drie jaar zijn, maar dient het verzoek tot vaststelling van de subsidie uiterlijk op 31 december 2021 te zijn ingediend. 2. De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van de activiteit openbaar te maken via het EIP-netwerk (artikel 57, derde lid, van Verordening (EU) nummer 1305/2013) en andere geëigende netwerken. 3. Na afronding van de projectactiviteiten dient de subsidieaanvrager een verklaring af te geven dat het project fysiek is afgerond of dat alle projectactiviteiten volledig ten uitvoer zijn gelegd. De verklaring dient te worden afgegeven in een door het SNN verstrekt format. De verklaring dient bij het verzoek tot vaststelling te worden gevoegd of op verzoek van het SNN eerder te worden overgelegd. 4. In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening kan twee keer per kalenderjaar een aanvraag om een voorschot (deelbetaling) worden ingediend. De hoogte van dit bedrag is in afwijking tot artikel 1.23, lid 4 van de Verordening minimaal € 25.000,--. Toelichting op het Openstellingsbesluit Samenwerking in het kader van het EIP In de periode 2015-2020 wordt het derde Nederlandse 'Plattelandsontwikkelingsprogramma', ofwel POP3, uitgevoerd. Hiervoor zijn projecten en initiatiefnemers nodig en er is subsidie beschikbaar, in totaal ca. € 731 miljoen. Deze middelen zijn bedoeld voor de volgende hoofddoelstellingen: 1. concurrentiekracht en innovatie. Nederland gaat voor een moderne en renderende agrosector in 2020, die schoon en effectief produceert en die in balans is met mens en omgeving; 2. duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, daarbij inbegrepen water. POP3 richt zich op het bijdragen aan het herstel van natuur- en milieukwaliteit in het licht van de doelstellingen van Europese Richtlijnen; 3. goede conditie van het platteland met kwaliteit van natuur en landschap. Het gehele Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma is te vinden op http://regiebureau-pop.nl/nederlandse-kaders. Om het platteland te steunen, heeft Europa onderwerpen benoemd waar subsidie voor gegeven kan worden. Nederland heeft hieruit de mogelijkheden gekozen, die het beste passen bij de doelstellingen en behoeftes van het Nederlandse platteland. De mogelijkheden zijn vertaald in maatregelfiches, ofwel subsidieregelingen, die door provincies worden opengesteld. Initiatiefnemers kunnen op grond van deze openstellingen, door middel van een tenderprocedure, projectvoorstellen indienen voor subsidiëring. De voorstellen worden tijdens de openstelling verzameld en daarna objectief en deskundig beoordeeld, gewogen en wel of niet geselecteerd voor subsidie. Provincies zijn in de periode 2015-2020 uitvoerende instantie voor de subsidiemaatregelen die vallen onder het POP. Provincies kiezen zelf welke maatregelen zij wel of niet openstellen en hoeveel Europees geld per maatregel beschikbaar wordt gesteld. Provincies verdubbelen, samen met waterschappen en gemeenten, de Europese middelen. Zij stellen de middelen onder voorwaarden ter beschikking aan partijen die willen investeren in de toekomst van het Nederlandse platteland. Artikel 1. Openstelling en subsidieplafond Met deze openstelling wordt specifiek invulling gegeven aan de innovatieontwikkeling van de landbouw in het kader van het EIP in Noord-Nederland en in het bijzonder de provincie Drenthe. Projecten dienen daarom in ieder geval in voldoende mate aan te sluiten bij de uitgangspunten zoals beschreven in de AgroAgenda Noord-Nederland en de daaraan verbonden uitwerkingsagenda's. Op de website www.snn.eu/pop3 is de benodigde beleidsinformatie te vinden. Daar zijn de voor deze maatregel van belang zijnde beleidsdocumenten opgenomen. Deze openstelling richt zich op het ontwikkelen en valideren van praktische kennis en technologie met een groep van koplopers, die met name resulteert in technische innovatie, productinnovatie, procesinnovatie, organisatie-innovatie, innovatie in business-concepten en/of uiteindelijk in systeeminnovatie. Hierbij dient ook aandacht besteed te worden aan de brede uitrol van de resultaten. Alleen samenwerkingsvormen van ten minste twee actoren komen in aanmerking voor steun. De Europese Commissie heeft rond enkele urgente thema's het nieuwe instrument 'Europees Innovatie Partnerschap (EIP)' ontwikkeld. Een van deze thema's is Productiviteit en Duurzaamheid in de Landbouw (EIP Agri). Door wetenschap en praktijkkennis beter met elkaar te verbinden wil de Europese Commissie maatschappelijke o […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.