Gesloten

Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) namens provincies Noord-Holland en Zeeland

Wat is de Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies?

Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies is een subsidie voor samenwerkingsverbanden die een innovatieproject uitvoeren op het gebied van duurzame en toekomstbestendige landbouw in de provincie Noord-Holland of Zeeland. Goedgekeurde projecten worden onderdeel van het netwerk Europees Innovatie Partnerschap (EIP), waarin deelnemers van elkaars projecten leren. De subsidie wordt verstrekt vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en uitgevoerd door RVO namens de provincies.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies?

De subsidie is voor samenwerkingsverbanden die een project uitvoeren in de provincie Noord-Holland of in de provincie Zeeland. Het project gaat over innovatie voor een duurzame en toekomstbestendige landbouw en draagt bij aan een sterkere natuur en een leefbaar platteland.

Je bent gevestigd in de EU
Landelijke regeling.
Je bent een landbouwbedrijf of kennisinstelling of onderneming
Je sector valt onder SBI 01
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) namens provincies Noord-Holland en Zeeland.

Voor het samenwerkingsverband geldt:

  • In Noord-Holland bestaat het samenwerkingsverband uit minimaal 4 deelnemers, waarvan ten minste één landbouwer is.
  • In Zeeland bestaat het samenwerkingsverband uit minimaal 2 deelnemers, waarvan ten minste één landbouwer is.

Een van de deelnemers treedt op als penvoerder en vraagt de subsidie aan namens het samenwerkingsverband.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor een project dat gaat over een of meer van de volgende thema's: duurzame verdienmodellen in de landbouw, marktgerichtheid en concurrentievermogen, nieuwe duurzame waardeketens, bescherming van biodiversiteit, efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering, en voedsel en gezondheid. Voor Noord-Holland geldt daarnaast het thema vermindering van uitstoot (ammoniak, lachgas, methaan en het wegspoelen van nitraat en fosfaat).

Subsidiabel zijn twee kostensoorten, elk met een eigen vergoedingspercentage:

  • Operationele kosten (100% vergoed): coördinatie van het samenwerkingsverband, projectmanagement, uitvoeren van onderzoek, verbruikskosten tijdens de projectperiode (zoals brandstof), ontwikkelen van prototypes of modellen, arbeidskosten (loonkosten en eigen arbeidsuren besteed aan de uitvoering van het project), en kosten voor de samenwerking en het proces (zoals regelmatige overleggen). Operationele kosten bestaan uit overige kosten (kosten van derden) en arbeidskosten.
  • Investeringen in bedrijfsmiddelen (40% vergoed): bezittingen die het landbouwbedrijf voor meerdere jaren gebruikt, zoals gebouwen, machines, software en inventaris. Deze kosten worden alleen vergoed voor de duur van het project.

Niet subsidiabel:

  • Uren en kosten die onderling tussen deelnemers van het samenwerkingsverband worden gefactureerd.
  • Activiteiten en kosten waarmee je al gestart was, of verplichtingen die je al was aangegaan, voordat je de subsidieaanvraag deed.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie kent een minimum- en maximumbedrag per provincie, en verschillende vergoedingspercentages per kostensoort.

  • Operationele kosten: 100% vergoed van de subsidiabele kosten.
  • Investeringen in bedrijfsmiddelen: 40% vergoed van de subsidiabele kosten, en alleen voor de duur van het project.
  • Kosten en uren die onderling tussen deelnemers van het samenwerkingsverband worden gefactureerd, komen niet voor vergoeding in aanmerking.
  • Kosten van activiteiten waarmee je al begonnen was, of verplichtingen die je al was aangegaan voordat je de aanvraag deed, komen niet voor subsidie in aanmerking.

In Noord-Holland ligt de subsidie tussen € 50.000 en € 400.000 per project. In Zeeland ligt de subsidie tussen € 25.000 en € 500.000 per project.

Is het verleende subsidiebedrag meer dan € 25.000 maar minder dan € 125.000, dan verantwoord je de kosten via deelprestaties in plaats van via urenstaten, facturen en loonstroken.

Kennisinstellingen mogen hun loonkosten berekenen met een goedgekeurde Integrale Kostensystematiek (IKS), die zij dan consequent moeten gebruiken. Andere typen organisaties kunnen geen IKS gebruiken, en voor aanvragen in Zeeland is IKS in het geheel niet toegestaan.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2025-Zeeland17 jun 202515 okt 2025€ 3 mln-
2025-Noord-Holland17 jun 202530 sep 2025€ 1 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies?

Om voor deze subsidie in aanmerking te komen:

  • Je vormt een samenwerkingsverband en werkt samen aan een projectplan.
  • De penvoerder schrijft het projectplan en doet de subsidieaanvraag.
  • Tijdens de uitvoering maak je de resultaten van je activiteiten openbaar via het EIP-netwerk en via andere geschikte netwerken.
  • In Noord-Holland bestaat het samenwerkingsverband uit minimaal 4 deelnemers, met ten minste één landbouwer. In Zeeland gaat het om minimaal 2 deelnemers, met ten minste één landbouwer.

De adviescommissie beoordeelt elk project op de volgende selectiecriteria, waarna het budget gaat naar de hoogst scorende aanvragers:

  • effectiviteit
  • haalbaarheid
  • efficiëntie
  • innovatie

Deze criteria worden niet onderling gewogen.

Hoe vraag je de Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies aan?

De penvoerder, een van de deelnemers in het samenwerkingsverband (bijvoorbeeld de projectleider), schrijft het projectplan en dient de subsidieaanvraag in namens het samenwerkingsverband. Elke deelnemer machtigt de penvoerder door de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.

De penvoerder is verantwoordelijk voor:

  • het onderhouden van contact met RVO namens het samenwerkingsverband
  • het doen van de subsidie-, deelbetaling- en vaststellingsaanvraag
  • het doorgeven van wijzigingen
  • het informeren van de deelnemers van het samenwerkingsverband
  • het verdelen van het ontvangen subsidiebedrag over de deelnemers

De bewijslast van uren en kosten ligt bij de individuele deelnemers; de penvoerder verzamelt deze informatie en levert die aan bij RVO.

Bij de aanvraag geef je de deelprestaties van het project door: per deelprestatie de activiteit of omschrijving, het jaar waarin je de deelprestatie verwacht te realiseren, het deel van het aangevraagde subsidiebedrag dat aan de deelprestatie is gekoppeld en de manier van verantwoording. Hiervoor gebruik je het beschikbare begrotingsformat.

Het beschikbare budget wordt verdeeld door een onafhankelijke adviescommissie die per provincie elk project beoordeelt op de selectiecriteria. Het budget gaat naar de aanvragers die hierop het hoogst scoren.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt per provincie elk ingediend project op de selectiecriteria effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie en innovatie. Het beschikbare budget wordt verdeeld onder de aanvragers die hierop het hoogst scoren.

Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan legt RVO de afspraken over de (deel)prestaties, de bijbehorende subsidiebedragen en de manier van verantwoording vast in de verleningsbeschikking. Wijst RVO (een deel van) de aangevraagde kosten af, waardoor het subsidiebedrag lager uitvalt, dan verandert ook de hoogte van de subsidie die bij een deelprestatie moet worden aangetoond. Is RVO nog niet akkoord met een opgegeven deelprestatie, het gekoppelde subsidiebedrag of de manier van verantwoording, dan neemt RVO contact op om dit te bespreken.

Na verlening toon je aan dat je de opgegeven deelprestaties hebt gerealiseerd, op de manier van verantwoording die je bij de aanvraag hebt opgegeven (bijvoorbeeld foto's, aanschafbewijzen, urenstaten of verslagen). Bij een subsidiebedrag tussen € 25.000 en € 125.000 hoef je geen urenstaten, facturen en loonstroken meer aan te leveren na verlening; dit geeft administratieve lastenverlichting, ook bij een deelbetaling of vaststelling, en kan zorgen dat je eerder je subsidie ontvangt.

De penvoerder onderhoudt namens het samenwerkingsverband het contact met RVO, doet de deelbetaling- en vaststellingsaanvraag, geeft wijzigingen door, ontvangt het subsidiebedrag en is verantwoordelijk voor het verdelen daarvan over de deelnemers. De bewijslast van uren en kosten ligt bij de individuele deelnemers, die dit aan de penvoerder aanleveren.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerken aan innovatie (EIP) provincies. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) namens provincies Noord-Holland en Zeeland; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.