Gesloten

Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg

Gedeputeerde Staten van Limburg

Wat is de Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg?

De Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg (MGB) bieden een vergoeding aan veehouders die hun veehouderijlocatie geheel of gedeeltelijk onomkeerbaar sluiten. Het doel is een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf die locaties en het realiseren van gebiedsspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat. De vergoeding bestaat uit meerdere onderdelen, zoals het laten vervallen van productierecht, waardeverlies van productiecapaciteit, sloopkosten, leges en advieskosten.

Wie komt in aanmerking voor de Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg?

De regeling is bedoeld voor een veehouder: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen die een veehouderijonderneming drijft (een landbouwonderneming waarin dieren worden gehouden voor de primaire productie van landbouwproducten of de vermeerdering van die dieren).

Je bent een veehouderij
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

Om in aanmerking te komen geldt onder meer:

  • De veehouder voldoet aan de normen van de Europese Unie en aan de wettelijke vereisten voor het drijven van een veehouderijonderneming.
  • De veehouderijlocatie ligt binnen een beekdal, een overgangsgebied N-2000 en/of een zandgrond op het grondgebied van Nederlands Limburg.
  • De veehouder heeft voorafgaand aan de subsidieaanvraag zijn belangstelling kenbaar gemaakt bij de provincie Limburg.
  • De veehouder gaat over tot volledige of gedeeltelijke onomkeerbare sluiting van de veehouderijlocatie, volgens de voorwaarden van artikel 5 (volledige sluiting), artikel 6 (gedeeltelijke sluiting met één diersoort) of artikel 6A (gedeeltelijke sluiting met meerdere diersoorten).
  • De productiecapaciteit op de locatie moet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze zijn gebruikt.

Niet in aanmerking komen onder meer veehouderijen die zich al hebben verplicht tot (of al zijn begonnen met) sluiting, ondernemingen tegen wie een bevel tot terugvordering van staatssteun uitstaat, ondernemingen in moeilijkheden, grote ondernemingen (die niet voldoen aan de EU-criteria voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen), en veehouders die failliet zijn of in de schuldsanering zitten.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidie geldt voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie en bestaat uit de volgende kostenonderdelen, elk met een eigen rekenregel:

  • Het geheel of gedeeltelijk laten vervallen van productierecht, voor zover sprake is van een veehouderij met productierecht (melkvee, kippen, kalkoenen en varkens). De bijdrage bedraagt 100% van de getaxeerde waarde van het vervallen productierecht, voor zover dat niet meer bedraagt dan het productierecht dat vereist is voor het aantal dieren dat gemiddeld in het referentiejaar op de locatie werd gehouden.
  • Waardeverlies van de gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare sluiting. De bijdrage bedraagt 100% van het getaxeerde waardeverlies, behalve voor zover ontheffing van de sloopverplichting is verleend.
  • Het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de gebruikte productiecapaciteit. De bijdrage bedraagt 100% van de gemaakte kosten, mits de opdrachtverlening marktconform is (aangetoond via minimaal 3 opgevraagde offertes en een taxatie). De bijdrage is maximaal de laagste geoffreerde prijs en nooit meer dan de getaxeerde sloopkosten. Onvoorwaardelijk ontvangen gelden voor vrijgekomen materialen die worden verkocht, worden bij de vaststelling verrekend.
  • Leges voor vergunningen en planologische procedures die direct verbonden zijn met de subsidiabele activiteiten. De bijdrage bedraagt 100% van de werkelijke kosten, met een maximum van € 5.000,00.
  • Adviesdiensten die direct verbonden zijn met de subsidiabele activiteiten: kosten van de accountant en financiële instelling, van een fiscalist voor onderzoek naar fiscale gevolgen, en van een bedrijfseconomisch adviseur. De bijdrage bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 5.000,00 per veehouder.

Voor advieskosten geldt bovendien dat het advies afkomstig moet zijn van een onafhankelijke, gediplomeerde deskundige die ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel en is opgenomen in het bedrijfsadviseringssysteem (BAS-register), een eenmalig karakter heeft en enkel betrekking heeft op de sluiting, en niet tot de gewone bedrijfsuitgaven behoort.

Kosten komen alleen in aanmerking als het redelijk gemaakte kosten zijn die direct verbonden zijn met de subsidiabele activiteiten en die voldoen aan de eisen van het landbouwsteunkader. Kosten die zijn gemaakt vóór indiening van de subsidieaanvraag zijn niet subsidiabel.

Hoeveel subsidie krijg je?

De bijdrage is opgebouwd uit meerdere onderdelen, elk met een eigen percentage en (deels) een maximum:

  • Vervallen productierecht: 100% van de getaxeerde waarde van het vervallen productierecht, tot maximaal het productierecht dat nodig is voor het gemiddeld in het referentiejaar gehouden aantal dieren.
  • Waardeverlies productiecapaciteit: 100% van het getaxeerde waardeverlies.
  • Sloopkosten: 100% van de gemaakte kosten voor afbreken en verwijderen, met als maximum de laagste geoffreerde prijs uit minimaal 3 offertes en nooit meer dan de getaxeerde sloopkosten.
  • Leges voor vergunningen en planologische procedures: 100% van de werkelijke kosten, met een maximum van € 5.000,00.
  • Adviesdiensten: 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 5.000,00 per veehouder.

Is voor de subsidiabele kosten al subsidie verstrekt door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie, dan wordt de subsidie zodanig verminderd dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan wat op grond van deze regeling verstrekt kan worden, en ook niet meer dan wat is toegestaan volgens de toepasselijke Europese steunkaders (het landbouwsteunkader). Per aanvrager wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2025-ronde-123 jun 202530 jun 2025--

Wat zijn de voorwaarden van de Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg?

Naast de doelgroepeisen gelden de volgende voorwaarden die een aanvraag maken of breken:

  • Voorafgaand aan de subsidieaanvraag moet de veehouder zijn belangstelling kenbaar hebben gemaakt bij de provincie Limburg.
  • De vermindering van de stikstofemissie die met de sluiting wordt gerealiseerd, moet hoger zijn dan een drempelwaarde:
  • 250 kilogram ammoniak per kalenderjaar, als de locatie wordt gebruikt voor vleesrunderen of melkvee in combinatie met maximaal 25 landbouwhuisdieren van een andere diercategorie;
  • 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, als de locatie uitsluitend wordt gebruikt voor andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee;
  • 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, als de locatie wordt gebruikt voor vleesrunderen of melkvee in combinatie met meer dan 25 landbouwhuisdieren van een andere diercategorie.
  • De stikstofemissie wordt berekend op basis van de emissiefactor uit de Omgevingsregeling, vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal dieren dat twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag werd gehouden (het referentiejaar). Als deze periode niet representatief is (bijvoorbeeld door een dierziekte-uitbraak), kan met aannemelijkheid worden uitgegaan van een ander jaar of andere jaren.
  • Een aanvrager kan slechts binnen één indieningsperiode een aanvraag indienen en komt maar eenmaal in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.
  • De aanvraag wordt afgewezen als het project niet aansluit bij de doelstelling van de regeling, niet is ingediend door een daartoe gerechtigde aanvrager, niet voldoet aan de algemene criteria, de productiecapaciteit niet gedurende de laatste vijf jaar bedrijfseconomisch gangbaar is gebruikt, de veehouder zich al heeft verplicht tot (of al is begonnen met) sluiting, stikstofruimte al is of wordt ingezet voor extern salderen ten behoeve van andere activiteiten, niet wordt voldaan aan Unienormen of wettelijke vereisten, sprake is van faillissement, surséance of schuldsanering, een terugvorderingsbevel voor staatssteun uitstaat, sprake is van een onderneming in moeilijkheden, bepaalde Meststoffenwet-artikelen zijn overtreden, niet wordt voldaan aan de EU-criteria voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, of de aanvraag buiten de indieningsperiode is ontvangen.
  • Aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst; bij gelijktijdige ontvangst binnen het subsidieplafond vindt rangschikking plaats door loting via een notaris.

Hoe vraag je de Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg aan?

De aanvraag verloopt in twee stappen. Eerst moet de veehouder zijn belangstelling kenbaar maken bij de provincie Limburg, op de wijze die de provincie daarvoor bekendmaakt. Gedeputeerde Staten kunnen besluiten nieuwe belangstellingstermijnen open te stellen.

Vervolgens dient de veehouder de subsidieaanvraag zelf in, uitsluitend bij Gedeputeerde Staten, met het standaard (digitale) aanvraagformulier op de website van de provincie. Het formulier moet:

  • volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend zijn,
  • voorzien zijn van alle bijlagen die op het formulier worden aangegeven,
  • bij voorkeur digitaal worden ingediend, met eHerkenning voor organisaties of DigiD voor particulieren.

Een aanvraag per e-mail wordt niet in behandeling genomen, behalve bij een technische storing in het subsidiebeheersysteem van de provincie.

Aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst: bepalend zijn de datum en het tijdstip van ontvangst bij de provincie. Bij gelijktijdige ontvangst van meerdere volledige aanvragen die niet allemaal binnen het beschikbare subsidieplafond gehonoreerd kunnen worden, wordt de rangschikking bepaald door loting via een notaris. Een aanvrager kan slechts één keer subsidie krijgen op grond van deze regeling en kan maar binnen één indieningsperiode een aanvraag indienen.

Na ontvangst van een volledige aanvraag die binnen het beschikbare subsidieplafond valt, laat de provincie een taxatie uitvoeren van de waarde van het te vervallen productierecht, de waarde van de af te breken productiecapaciteit en de maximale sloopkosten. Na deze taxatie krijgt de veehouder de uitkomst gecommuniceerd en kan hij de aanvraag intrekken als hij op basis daarvan afziet van de sluiting.

Bij toekenning moet de subsidieontvanger binnen vier weken na de verzenddatum van de subsidieverleningsbeschikking een overeenkomst sluiten met de provincie Limburg (bijlage 1 bij volledige sluiting, bijlage 2 bij gedeeltelijke sluiting), waarin een kwalitatieve verplichting wordt opgenomen. Deze overeenkomst wordt voor rekening van de veehouder bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers, en ondertekend door degene(n) die zeggenschap heeft/hebben in de veehouderijonderneming (bij een samenwerkingsverband de maten of vennoten, bij een besloten vennootschap de bestuurders en aandeelhouders).

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Gedeputeerde Staten van Limburg beoordelen en beslissen op de subsidieaanvraag. Na ontvangst van een volledige aanvraag die binnen het beschikbare subsidieplafond valt, laat de provincie in opdracht een taxatie uitvoeren van de waarde van het te vervallen productierecht, het waardeverlies van de productiecapaciteit en de maximale sloopkosten. Op basis daarvan wordt de hoogte van het subsidiebedrag bepaald.

Bij subsidieverlening geldt de ontbindende voorwaarde dat binnen vier weken na de verzenddatum van de beschikking een overeenkomst met de provincie wordt gesloten. Tijdens de looptijd gelden voor de subsidieontvanger onder meer de volgende verplichtingen, afhankelijk van volledige of gedeeltelijke sluiting:

  • geen landbouwhuisdieren meer houden op de locatie binnen 12 maanden na de verzenddatum van de beschikking (bij volledige sluiting), of het aantal dieren/diersoorten terugbrengen conform de beschikking (bij gedeeltelijke sluiting);
  • dierlijke meststoffen laten verwijderen van de locatie binnen 12 maanden;
  • bij een veehouderij met productierecht: binnen 12 maanden een kennisgeving doen van het (gedeeltelijk) vervallen van het productierecht, met minimale doorhaalpercentages van 80% voor varkens en pluimvee en 95% voor melkvee;
  • binnen 12 maanden een omgevingsrechtelijke melding doen of mededeling doen dat de omgevingsvergunning milieu is aangepast of ingetrokken;
  • bij een natuurvergunning: binnen 6 maanden een verzoek indienen tot intrekking of aanpassing van die vergunning;
  • de productiecapaciteit laten afbreken en verwijderen door een gecertificeerd sloopbedrijf, binnen 18 maanden na de verzenddatum van de beschikking.

Gedeputeerde Staten kunnen onder voorwaarden ontheffing verlenen van de sloopverplichting. De provincie kan na de subsidievaststelling bepaalde gegevens over de subsidieverstrekking openbaar maken, zoals de naam van de ontvanger, het subsidiebedrag en de datum van vaststelling.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Limburg. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde Staten van Limburg; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.