Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Subsidiering Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2023

Gemeente Lingewaard

Voor organisaties die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden in Lingewaard, gericht op kinderen van 2 tot 4 jaar, waaronder doelgroeppeuters met een JGZ-indicatie.

Ook bekend als Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2023

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor organisaties die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden in gemeente Lingewaard. Subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang (voor kinderen 2-4 jaar van niet-toeslagouders) en peuterplaatsen voorschoolse educatie (voor doelgroeppeuters met JGZ-indicatie). Bedragen gebaseerd op uurprijzen: €11,45 per uur voor voorschoolse educatie (prijspeil 2023) en inkomensafhankelijke ouderbijdragen.

Voor wie is het bedoeld?

Voor organisaties die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden in Lingewaard, gericht op kinderen van 2 tot 4 jaar, waaronder doelgroeppeuters met een JGZ-indicatie.

Kinderopvangorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuterplaatsen peuteropvang in Lingewaard
  • Subsidie aanvragen voor peuterplaatsen voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters
  • Financiering van pedagogische beleidsmedewerker voorschoolse educatie

Voorwaarden

  • Organisatie moet op 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar een voorziening in Lingewaard geregistreerd hebben
  • Voor peuteropvang: alleen subsidie voor peuters van niet-toeslagouders
  • Voor voorschoolse educatie: doelgroeppeuters moeten beschikken over JGZ-indicatie bij aanvang
  • Doelgroeppeuters: twee- en driejarige kinderen met laag opleidingsniveau ouders (max LBO/VBO) en/of taalontwikkelingsachterstand
  • Aanvraag moet jaarlijks voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar worden ingediend
  • Organisatie moet pedagogisch beleidsplan, uurtarief en verklaring naleving bepalingen indienen

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvangorganisatie
Uw sector/SBI valt onder: 88911
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Lingewaard.

Openstellingen en rondes

Ronde 2023Open
Start
1 sep 2023
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Artikel 3 Bijzondere bepalingen en verplichtingen Artikel 4 Reikwijdte van de subsidieregeling Artikel 5 Weigeringsgronden Artikel 6 Grondslag voor de subsidieberekening Artikel 7 De subsidieaanvraag Artikel 8 De subsidieverlening Artikel 9 Rapportageverplichtingen Artikel 10 De subsidievaststelling Artikel 11 Hardheidsclausule Artikel 12 Slotbepalingen Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697243 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697243/1 sluiten Subsidieregeling subsidiering Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2023 Geldend van 01-09-2023 t/m heden Intitulé Subsidieregeling subsidiering Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard, Gelet op het bepaalde in: - de Algemene wet bestuursrecht; - de Algemene subsidieverordening Lingewaard 2020; - de Wet Kinderopvang (Wko); - de Regeling Wet kinderopvang; - de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG); - Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Overheid (BIO); - de Wet op het primair onderwijs (WPO); - het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (Staatsblad 2010, nr. 298); - Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) en; - het Besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimaal aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker. Besluit: Vast te stellen de ‘Subsidieregeling subsidiëring Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2023’, met de volgende doelstellingen: a. Dat alle kinderen tussen 2 en 4 jaar uit Lingewaard gebruik kunnen maken van een voorschoolse voorziening in Lingewaard. b. Te zorgen voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding, waar gesubsidieerde peuteropvang en voorschoolse educatie wordt aangeboden, welke laatste categorie toegankelijk is voor geïndiceerde doelgroeppeuters in Lingewaard. Deze definitie luidt per 1 januari 2020: Peuters uit de gemeente Lingewaard die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie zijn alle twee- en driejarige kinderen, die een indicatie/verwijzing hebben gekregen van de JGZ: - Opleidingsniveau beide ouders/verzorgers is laag (het opleidingsniveau van ouders/ verzorgers is maximaal LBO/VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg) en/of; - Op basis van een gesignaleerde taalontwikkelingsachterstand of een hoog risico daarop. Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Aanvrager: een organisatie die peuterplaatsen peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbiedt en die subsidie aanvraagt voor een kalenderjaar. 2. Doelgroeppeuter: peuters van 2 tot 4 jaar die in aanmerking komen voor een aanbod voorschoolse educatie op grond van door het college vastgestelde criteria. 3. Kinderopvang: aanbod voor kinderen van 2 tot 4 jaar vanuit een landelijk geregistreerd kindercentrum in de zin van Wet kinderopvang. 4. Niet- toeslagouder(s): ouder(s) die geen recht heeft (hebben) op kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid. 5. Organisatie: de houder van een in het landelijke register kinderopvang geregistreerd kindercentrum waar peuteropvang en/of voorschoolse educatie wordt aangeboden. 6. Peuteropvang: een ontwikkelingsgericht aanbod voor kinderopvang waarmee op basis van een gericht programma de ontwikkeling van het kind gestimuleerd wordt, in het bijzonder op de gebiedentaal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. 7. Peuterplaats peuteropvang: een aanbod peuteropvang voor peuters vanaf 2 tot 4 jaar gedurende 320 uur per jaar te verdelen over 40 of 46 weken per jaar en op minimaal 2 dagdelen per week op ten minste twee verschillende dagen per week. 8. Peuterplaats voorschoolse educatie: een aanbod peuteropvang gericht op doelgroeppeuters voor peuters vanaf 2 tot 4 jaar gedurende 640 uur per jaar te verdelen over 40 of 46 weken per jaar en op minimaal 3 dagdelen per week op minimaal 3 dagen per week met een maximum van 6 uur per dag. Dit aanbod wordt aangevuld met extra begeleiding van de doelgroeppeuter en de ouder(s). 9. Toeslagouder(s): ouder(s) die recht heeft (hebben) op kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid. 10. Voorschoolse educatie: een aanbod peuteropvang gericht op kinderen van 2 tot 4 jaar oud als bedoeld in artikel 166, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en dat voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd. 11. Voor- en vroegschoolse educatie (VVE): Voor en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het doel is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. Voorschoolse educatie is voor doelgroeppeuters op kinderdagverblijven. Vroegschoolse educatie is bedoeld voor doelgroepkleuters uit groep 1 en 2. 12. Voorziening: het aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie zoals een organisatie dat op een specifieke locatie aanbiedt. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken aan een aanvrager voor één of meer peuterplaatsen peuteropvang. 2. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken aan een aanvrager voor één of meer peuterplaatsen voorschoolse educatie. 3. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie wordt uitsluitend subsidie verleend voor doelgroeppeuters voorschoolse educatie die bij aanvang van de voorschoolse educatie beschikken over een indicatie van de JGZ. Artikel 3 Bijzondere bepalingen en verplichtingen 1. Elke voorziening waarvoor een subsidie voor peuteropvang of voorschoolse educatie wordt aangevraagd is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang. 2. De aanvrager van een subsidie voor peuterplaatsen voorschoolse educatie: a. Beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze: i. De voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie (pedagogisch en didactisch) en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten, ii. De wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd met een landelijk erkend VVE-programma in 40 of 46 weken, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling, iii. Per 1 januari 2022 de wijze waarop, voor iedere voorziening waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie wordt ingezet, aanvullend op de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker kinderopvang op basis van de Wet IKK en hoe die inzet bijdraagt aan de verhoging van de kwaliteit van de beroepskrachten en het pedagogisch beleid en daarmee dus van de voorschoolse educatie; iv. De wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd met een kindvolgsysteem en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd (planmatige begeleiding/opbrengstgericht werken). Hierbij worden de doelen voor het Jonge Kind van de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO-doelen van Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling, www.slo.nl) gehanteerd; v. De wijze van resultaatmeting, kwaliteitsborging en evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten; vi. De wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, onder andere in de zomervakantie bij een aanbod voorschoolse educatie van 40 weken (ouderbeleid), vii. Het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgden het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en viii. De wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. ix. De wijze van samenwerking met andere organisaties. b. Geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij. c. Gebruikt voor de voorschoolse educatie een of meer programma’s waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling Dit programma moet in ieder geval voldoen aan de eisen genoemd in artikel 5 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. 3. De aanvrager van een subsidie peuterplaatsen voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd. 4. De aanvrager van een subsidie peuterplaatsen voorschoolse educatie stelt per 1 januari 2022 een of meer pedagogisch beleidsmedewerkers voorschoolse educatie op HBO-niveau aan. De inzet van deze medewerker is gericht op kwaliteitsverbetering van de beroepskrachten (coaching), beleidsontwikkeling en het aanbod voorschoolse educatie op de groepen waar doelgroepkinderen deelnemen. Het nieuwe lokale kwaliteitskader voorschoolse educatie en de nieuwe resultaatafspraken VVE worden hierin ook meegenomen. 5. De organisatie die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie ontvangt, stelt voorafgaande aan de plaatsing van een peuter vast of de ouders geen recht op kinderopvangtoeslag hebben en daarmee recht op een peuterplaats peuteropvang of peuterplaats voorschoolse educatie. 6. De organisatie die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie ontvangt factureert en int de ouderbijdrage, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage. 7. De organisatie die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie ontvangt sluit met ouders een overeenkomst voor de peuterplaats, waarin rechten en plichten zijn vastgelegd. 8. De organisatie is verplicht de ouders te stimuleren daadwerkelijk gebruik te maken van de gesubsidieerde plaats peuteropvang en een peuterplaats voorschoolse educatie en bij structureel geen gebruikmaken van de plaats de plaatsing te beëindigen. Dit laat onverlet dat de ouders verplicht zijn de eigen bijdrage over de periode dat zij een overeenkomst met de organisatie hebben te betalen. De te factureren ouderbijdrage wordt ten allen tijd in mindering gebracht op de vast te stellen subsidie voor de peuterplaats o.b.v. het inkomen van (beide) ouder(s) in het jaar t-1. Bij gewijzigde omstandigheden wordt het inkomen voor de subsidieberekeningen niet aangepast. 9. De houder werkt volgens de Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 10. De aanvrager wijst één medewerker aan als coördinator voor de peuteropvang/voorschoolse educatie. 11. In aanvulling op artikel 12 van de subsidieverordening overleggen alle coördinatoren Peuteropvang/Voorschoolse Educatie bij de organisaties die een subsidie hiervoor ontvangen gezamenlijk minimaal vier keer per jaar met de gemeente en de JGZ over de uitvoering van peuteropvang en het aanbod voorschoolse educatie (uitvo
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.