Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB)
RVO
Voor provincies die veehouders willen helpen te stoppen met hun bedrijfslocatie; veehouders vragen de subsidie aan bij hun eigen provincie.
Ook bekend als MGB, Rpgb, Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
Waar is deze subsidie voor?
Specifieke uitkering waarmee provincies veehouders subsidie geven om hun veehouderijlocatie geheel of gedeeltelijk vrijwillig te beëindigen, met als doel de stikstofuitstoot blijvend te verlagen. Totaal budget EUR 140 miljoen over twee aanvraagperiodes.
Voor wie is het bedoeld?
Voor provincies die veehouders willen helpen te stoppen met hun bedrijfslocatie; veehouders vragen de subsidie aan bij hun eigen provincie.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- veehouderij beëindigen via de provincie
- provinciale beëindigingsregeling voor veehouders openen
- vergoeding voor sloop van stallen en vervallen productierechten
- stikstofuitstoot verminderen door bedrijfsbeëindiging
- gedeeltelijk stoppen met een veehouderijlocatie
Voorwaarden
- specifieke uitkering (SPUK) voor provincies om veehouders subsidie te geven voor het geheel of gedeeltelijk beëindigen van hun veehouderijlocatie
- de provincie doet maximaal één aanvraag en geeft veehouders uiterlijk 31 december 2027 subsidie; de uitkering is uiterlijk 31 december 2031 helemaal uitgegeven
- vergoedingen: 100% waardeverlies productiecapaciteit, 100% marktwaarde vervallen productierechten, 100% sloopkosten, 100% administratiekosten, adviseurskosten max EUR 5.000 per locatie
- de veehouderijlocatie ligt in een veenweidegebied, beekdal, (in de buurt van een) Natura 2000-gebied of op zandgrond en haalt de drempelwaarde voor stikstofuitstoot (250 of 750 kg ammoniak per jaar afhankelijk van diersoort)
- de veehouderij is een klein of middelgroot bedrijf (kmo)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 109,9 mln
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Het totale budget voor de MGB is € 140 miljoen.”
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB) voor provincies MGB: Voorwaarden voor veehouders MGB: Voorwaarden voor veehouders Gesloten voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 23 maart 2026 U heeft als provincie de specifieke uitkering Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB) aangevraagd. Met dit bedrag geeft u alleen subsidie aan veehouders die voldoen aan voorwaarden. Er zijn voorwaarden voor de veehouder om in aanmerking te komen voor subsidie. En er zijn voorwaarden om de locatie helemaal of voor een deel te beëindigen. Waar kunt u als veehouder terecht? Deze pagina is voor medewerkers van provincies. Denkt u er als veehouder over om uw veehouderij helemaal of voor een deel te beëindigen? En wilt u weten of dat kan via de MGB? U kunt hiervoor terecht bij uw provincie. In het overzicht hieronder ziet u waar u meer informatie vindt. Staat uw provincie er nog niet bij? Neem dan contact op met uw provincie. U vindt de contactgegevens Overheid.nl. Provincie Website Drenthe www.provincie.drenthe.nl Friesland www.fryslan.frl Gelderland www.gelderland.nl Limburg www.limburg.nl Noord-Brabant www.aanpakstikstofbrabant.nl Overijssel regelen.overijssel.nl Utrecht Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties: www.provincie-utrecht.nl Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties PAS-melders: www.provincie-utrecht.nl Zuid-Holland www.zuid-holland.nl Modeltekst voor uw subsidieregeling Om de subsidieregeling in uw provincie te openen, kunt u een modeltekst gebruiken. Deze is gemaakt door de provincies en staat op de website van BIJ12. Voorwaarden om subsidie te krijgen Om subsidie te krijgen, voldoet een veehouderijlocatie aan deze voorwaarden: De veehouderijlocatie ligt in uw provincie. De locatie ligt in een veenweidegebied, beekdal, (in de buurt van een) Natura 2000-gebied of op zandgrond. De vermindering van de stikstofuitstoot door het (voor een deel) beëindigen van de veehouderijlocatie ligt boven een bepaalde waarde. Deze noemen we de drempelwaarde. Hieronder leest u wat deze waarde is en hoe u deze berekent. De veehouder had de dierenverblijven, mest- en voeropslagen de afgelopen 5 jaar de hele tijd in gebruik. Korte periodes van leegstand hoeven geen reden te zijn voor afwijzing van subsidieaanvraag. Denk bijvoorbeeld aan het afvoeren van een ronde dieren. De veehouder heeft geen andere afspraken over het sluiten van de veehouderijlocatie. Hij heeft ook nog geen begin gemaakt met het sluiten van de locatie. De veehouder heeft geen stikstofruimte uit zijn vergunning beschikbaar gemaakt voor andere activiteiten waar een natuurtoestemming voor nodig is (extern salderen). De veehouder houdt zich aan de wetten en regels voor veehouderijen. De veehouder heeft zich gehouden aan de regels uit de Meststoffenwet. Hij heeft niet meer dieren gehouden of meer mest geproduceerd dan mag volgens het aantal productierechten dat hij heeft. De veehouderij is een klein of middelgroot bedrijf. Dit betekent dat er bij de bedrijfslocatie minder dan 250 mensen werken. De jaaromzet is maximaal € 50 miljoen per jaar. Of het balanstotaal per jaar is maximaal € 43 miljoen. De veehouderijlocatie is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling gekregen. Het is geen bedrijf in moeilijkheden. De veehouder heeft geen betaling openstaan om te veel ontvangen staatssteun terug te betalen. Drempelwaarde voor de stikstofuitstoot Een veehouder kan subsidie krijgen als de vermindering van stikstofuitstoot van de veehouderijlocatie boven de drempelwaarde ligt. Deze waarde hangt af van de diersoort: Drempelwaarde voor stikstofuitstoot Diersoort Stikstofuitstoot in kilogram ammoniak per jaar Vleesrunderen1 of melkvee en maximaal 25 andere landbouwhuisdieren 250 Vleesrunderen1 of melkvee en meer dan 25 andere landbouwhuisdieren 750 Andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee 750 1. Onder vleesrunderen vallen dierencategorieën met de code HA2, HA4, HA5 en HA6 uit bijlage V van de Omgevingsregeling. Hoe berekent u de stikstofuitstoot? U heeft deze gegevens nodig om te berekenen of een veehouderijlocatie voldoet aan de drempelwaarde: als een locatie helemaal sluit: gemiddeld aantal dieren per diercategorie. Ga hierbij uit van het aantal dieren dat de veehouder 2 jaar voor zijn subsidieaanvraag hield; als een locatie voor een deel sluit: vermindering van het aantal dieren, vergeleken met het gemiddelde aantal dieren dat de veehouder 2 jaar voor zijn subsidieaanvraag hield; emissiefactor voor het stalsysteem uit bijlage V of bijlage VI van de Omgevingsregeling. U berekent de vermindering van uitstoot met deze som: aantal dieren x emissiefactor. Ligt de uitstoot boven de hoeveelheid in de tabel hierboven? Dan voldoet de bedrijfslocatie aan de drempelwaarde. Ander referentiejaar gebruiken? Was 2 jaar (N-2) voor de subsidieaanvraag niet representatief voor de bedrijfsvoering van de veehouderijlocatie? Bijvoorbeeld door een ruiming of uitbraak van een dierziekte? Dan mag de veehouder uitgaan van het aantal dieren dat hij 3 of 4 jaar (N-3 of N-4) voor de subsidieaanvraag hield. Hij moet wel uitleggen waarom het 2e jaar niet representatief was. Als bewijs stuurt hij de administratie van 2 jaren mee. Namelijk die van 2 jaar en die van 3 of 4 jaar voor de subsidieaanvraag. Belasting betalen over subsidie Het is voor veehouders goed om te weten dat ze inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betalen over de subsidie. Ze hoeven geen btw af te dragen over de subsidie. Voorwaarden om een veehouderijlocatie helemaal te sluiten Komt een veehouder in aanmerking voor subsidie? Dan moet hij een aantal zaken regelen om de veehouderijlocatie helemaal te sluiten: Overeenkomst tekenen De veehouder tekent een overeenkomst om te stoppen met de veehouderijlocatie. Daarin staat: dat de veehouder blijvend stopt met het houden van landbouwhuisdieren op de locatie(s) waarvoor hij subsidie ontvangt; dat de veehouder ervoor zorgt dat iemand anders ook geen landbouwhuisdieren gaat houden op deze locatie. Dit doet hij met een kwalitatieve verplichting. Dit is een officieel document (notariële akte), dat de veehouder en de provincie allebei ondertekenen. De veehouder laat de akte inschrijven in het openbaar register van het Kadaster; dat de veehouder op een andere locatie binnen de Europese Unie niet dezelfde diersoorten gaat houden als op de locatie waarvoor hij subsidie ontvangt. Heeft de veehouder op het moment van aanvragen 2 locaties met dezelfde diersoort? En stopt hij met één hiervan? Dan mag de veehouder wel doorgaan met de andere locatie. De overeenkomst staat in bijlage 1 van de regelingstekst in de Staatscourant en in bijlage 1 van de modelregeling. Veehouderijlocatie beëindigen Wil de veehouder helemaal stoppen met een bedrijfslocatie? Dan moet hij deze zaken regelen: De veehouder zorgt ervoor dat er geen landbouwhuisdieren meer op de locatie zijn. De veehouder voert alle dierlijke mest van de locatie af. Houdt de veehouder dieren met productierechten? Dan laat hij deze vervallen. Het gaat om 80% van de varkens- of pluimveerechten of 95% van de fosfaatrechten. De veehouder baseert deze hoeveelheid op het gemiddeld aantal dieren dat hij ook gebruikte om de stikstofuitstoot te berekenen. De veehouder laat de productiecapaciteit slopen en verwijderen. Hij vraagt hiervoor minimaal 2 offertes aan bij sloopbedrijven. En hij kiest de offerte met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Omgevingsplan en vergunningen De veehouder geeft bij de gemeente aan dat hij niet langer landbouwhuisdieren op de locatie houdt (omgevingsrechtelijke melding). De veehouder trekt de omgevingsvergunning milieu in, of laat deze aanpassen, als hij deze heeft. De aanpassing zorgt ervoor dat er geen landbouwhuisdieren meer gehouden mogen worden. De veehouder trekt de natuurvergunning in als hij deze heeft. Gaat de veehouder na het beëindigen van de locatie andere activiteiten uitvoeren? De stikstofuitstoot hiervan mag maximaal 15% zijn van wat de veehouderij mocht uitstoten. De veehouder vraagt de gemeente en/of provincie (bevoegd gezag) hierover een besluit te nemen. Daarin staat dat de veehouder toestemming heeft voor de stikstofuitstoot van de andere activiteiten. En dat deze uitstoot minder is dan 15% van wat de veehouderij eerder mocht uitstoten. Zorgt het besluit voor een aanpassing van de natuurvergunning? Dan moet de veehouder de toestemming laten intrekken als hij deze niet meer gebruikt. De veehouder vraagt de gemeente om het omgevingsplan (eerder heette dit bestemmingsplan) te passen. De gemeente heeft dit verzoek in behandeling genomen. De aanpassing zorgt ervoor dat er geen veehouderij meer kan komen op de locatie. Wil de veehouder na het beëindigen van de veehouderij een andere activiteit uitvoeren op de locatie? Dan kan de veehouder een ontheffing aanvragen van de sloop van bijvoorbeeld een dierenverblijf. Als provincie moet u de nieuwe activiteit eerst goedkeuren volgens de Omgevingswet. Voorwaarden om een veehouderijlocatie voor een deel te sluiten Komt een veehouder in aanmerking voor subsidie om de veehouderijlocatie voor een deel te sluiten? Dan moet hij deze zaken regelen: Overeenkomst tekenen De veehouder tekent een overeenkomst om voor een deel te stoppen met de veehouderijlocatie. Locatie met één diersoort Heeft de veehouder één diersoort? Dan tekent hij een overeenkomst, waarin staat: dat de veehouder niet meer landbouwhuisdieren gaat houden dan het aantal dat overblijft, nadat hij een deel heeft afgevoerd; dat de veehouder ervoor zorgt dat iemand anders ook niet meer landbouwhuisdieren dan dat gaat houden op deze locatie. Dit doet hij met een kwalitatieve verplichting. Dit is een officieel document (notariële akte), dat de veehouder en de provincie allebei ondertekenen. De veehouder laat de akte inschrijven in het openbaar register van het Kadaster; dat de veehouder op een andere locatie binnen de Europese Unie niet dezelfde diersoorten gaat houden als op de locatie waarvoor hij subsidie ontvangt. De overeenkomst staat in bijlage 2 van de regelingstekst in de Staatscourant en in bijlage 2 van de modelregeling. Locatie met meerdere diersoorten Heeft de veehouder meerdere diersoorten? In de modelregeling is hiervoor een aparte overeenkomst gemaakt. Daarin staat: dat de veehouder stopt met het houden van een of meer diersoorten op de locatie waarvoor hij subsidie ontvangt; dat de veehouder ervoor zorgt dat iemand anders deze diersoorten ook niet gaat houden op deze locatie. Dit doet hij met een kwalitatieve verplichting. Dit is een officieel document (notariële akte), dat de veehouder en de provincie allebei ondertekenen. De veehouder laat de akte inschrijven in het openbaar register van het Kadaster; dat de veehouder op een andere locatie binnen de Europese Unie niet dezelfde diersoorten gaat houden als waarmee hij is gestopt op de locatie waarvoor hij subsidie ontvangt. Deze overeenkomst staat in bijlage 2a van de modelregeling. Veehouderijlocatie voor een deel beëindigen Houdt een veehouder één soort landbouwhuisdieren? Dan voert hij een deel van deze dieren af. Het deel van de dierenverblijven dat hij hiervoor gebruikte, laat hij slopen. Houdt een veehouder 2 of meer soorten landbouwhuisdieren? Dan voert hij minimaal één van de diersoorten af. Hij laat de dierenverblijven die hij hiervoor gebruikte, slopen. Voor de sloop vraagt de veehouder minimaal 2 offertes aan bij sloopbedrijven. Hij kiest de offerte met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Houdt de veehouder dieren met productierechten? Dan laat hij deze vervallen. Het gaat om 80% van de varkens- of pluimveerechten of 95% van de fosfaatrechten. Hij baseert dit aantal op het aantal dieren dat hij afvoert. Omgevingsplan en vergunningen De veehouder geeft bij de gemeente aan hoeveel landbouwhuisdieren hij vanaf nu op de locatie(s) houdt (omgevingsrechtelijke melding). De veehouder laat de omgevingsvergunning milieu aanpassen, als hij deze heeft. De aanpassing zorgt ervoor dat er m […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar de content Menu Home Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB) voor provincies Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB) voor provincies Gesloten voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 23 maart 2026 Wilt u als provincie veehouders helpen hun bedrijfslocatie te beëindigen? Dit doet u met de Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB). Met deze specifieke uitkering (SPUK) kunt u veehouders subsidie geven om (voor een deel) te stoppen met hun veehouderijlocatie. De MGB heet ook wel de Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (Rpgb). Aanvraag beheren Budget en aanvraagperiode Startdatum: maandag 6 oktober 2025 09:00 Einddatum: vrijdag 14 november 2025 17:00 Het maximale bedrag verschilt per provincie. U vindt het bedrag hieronder bij Budget. Totaal budget: € 30.125.002 Aanvullende informatie: Het totale budget voor de MGB is € 140 miljoen. Er waren 2 periodes om deze uitkering aan te vragen. Voor wie? Deze uitkering is voor provincies. Met dit bedrag kunt u als provincie subsidie geven aan veehouders. Zij kunnen hiermee vrijwillig hun veehouderijlocatie helemaal of voor een deel beëindigen. Bent u veehouder? Denkt u er als veehouder over om uw veehouderij helemaal of voor een deel te beëindigen? En wilt u weten of dat kan via de MGB? U kunt hiervoor terecht bij uw provincie. In het overzicht hieronder ziet u waar u meer informatie vindt. Staat uw provincie er nog niet bij? Neem dan contact op met uw provincie. U vindt de contactgegevens op Overheid.nl. Provincie Website Drenthe www.provincie.drenthe.nl Friesland www.fryslan.frl Gelderland www.gelderland.nl Limburg www.limburg.nl Noord-Brabant www.brabant.nl Overijssel regelen.overijssel.nl Utrecht Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties: www.provincie-utrecht.nl Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties PAS-melders: www.provincie-utrecht.nl Zuid-Holland www.zuid-holland.nl Waarvoor gebruikt u de uitkering? U gebruikt deze uitkering om subsidie te geven aan veehouders. Zij kunnen daarmee hun veehouderijlocatie helemaal of voor een deel beëindigen. U gebruikt de uitkering om een vergoeding te geven voor: het waardeverlies van de productiecapaciteit; productierechten die de veehouder laat vervallen; de sloop van de dierenverblijven, mest- en voeropslagen (productiecapaciteit); administratiekosten (leges) voor vergunningen en planologische procedures; kosten voor adviseurs. Hieronder leest u meer over deze vergoedingen. Kunt u geld ontvangen uit het Btw-compensatiefonds of omzetbelasting aftrekken? Dan gebruikt u de uitkering niet voor het betalen van die omzetbelasting. Waardeverlies van de productiecapaciteit U geeft veehouders een vergoeding van 100% voor het waardeverlies van de productiecapaciteit. Hieronder vallen onder andere dierenverblijven, mest- en voeropslagen. U laat 2 onafhankelijke taxateurs samen bepalen wat dit waardeverlies is. Hiervoor bepalen ze de marktwaarde van de veehouderijlocatie. Ze gaan hierbij uit van de datum waarop de veehouder subsidie heeft aangevraagd. Productierechten laten vervallen U geeft veehouders 100% van de marktwaarde van de productierechten die ze laten vervallen. Dit aantal hangt af van het aantal dieren dat de veehouder 2 jaar voor het jaar van de subsidieaanvraag had. U laat de marktwaarde van de productierechten bepalen door 2 onafhankelijke taxateurs samen. Zij kijken hierbij naar: de marktwaarde van de productierechten op de datum waarop de veehouder subsidie heeft aangevraagd; het aantal productierechten dat de veehouder laat vervallen. Kosten voor de sloop U geeft de veehouder een vergoeding voor 100% van de kosten voor het slopen en verwijderen van de productiecapaciteit. Deze kosten moeten wel passen bij de markt (marktconform). Daarom vraagt de veehouder minimaal 2 offertes aan bij sloopbedrijven. Hij kiest de offerte met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Ontvangt de veehouder geld voor materialen die opnieuw gebruikt kunnen worden? Dan verrekent u dit bedrag met de subsidie. Administratiekosten voor vergunningen en planologische procedures Maakt de veehouder kosten om bijvoorbeeld een vergunning in te trekken of aan te passen? Of moet hij betalen voor het aanpassen van het omgevingsplan (planologische procedure)? U geeft de veehouder een vergoeding van 100% voor deze kosten. Kosten voor een adviseur Huurt een veehouder adviseurs in voor de subsidie om de veehouderijlocatie te beëindigen? Dan geeft u een vergoeding van 100% van deze kosten. Dit bedrag is maximaal € 5.000 per veehouderijlocatie. U geeft de vergoeding alleen voor deze kosten: kosten voor de accountant en de bank; onderzoek door een specialist naar de gevolgen voor de hoeveelheid belasting die de veehouder moet betalen; bedrijfseconomisch advies van een specialist. U vergoedt de kosten voor een adviseur alleen als deze: in het register Bedrijfsadviseringssysteem (BAS-register) staat; is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; onafhankelijk is; een diploma en veel kennis over het onderwerp van het advies heeft; een eenmalig advies geeft dat duidelijk gaat over het beëindigen van de veehouderijlocatie. Dit advies hoort niet bij de normale kosten van het bedrijf. Voorwaarden U doet als provincie maximaal één aanvraag. U geeft veehouders uiterlijk 31 december 2027 subsidie om hun veehouderijlocatie te beëindigen. U geeft de specifieke uitkering uiterlijk 31 december 2031 helemaal uit. U geeft alleen subsidie aan veehouders die voldoen aan de voorwaarden. Er zijn voorwaarden voor de veehouder om in aanmerking te komen voor subsidie. En er zijn voorwaarden om de locatie helemaal of voor een deel te beëindigen. U leest deze op MGB: Voorwaarden voor veehouders. U maakt de gegevens van de veehouders die u subsidie geeft openbaar. Welke gegevens dit zijn, leest u hieronder bij Gegevens openbaar maken. U zorgt ervoor dat deze minimaal 10 jaar beschikbaar blijven. U geeft veehouders alleen subsidie voor redelijke kosten die horen bij het beëindigen van de veehouderijlocatie. Deze kosten voldoen aan de voorwaarden, die volgens het landbouwsteunkader zijn opgesteld. U geeft geen vergoeding voor kosten die de veehouder heeft gemaakt, voordat hij de subsidie heeft aangevraagd. Krijgt een veehouder al subsidie om te stoppen? Dan zorgt u dat hij niet meer subsidie krijgt dan mag volgens de regels voor staatssteun. In de subsidieregeling die u opent, staat dat u gegevens over de veehouderijlocatie mag doorgeven aan de minister. Deze gegevens zijn bijvoorbeeld nodig om de subsidie vast te stellen. En om te controleren of deze hetzelfde zijn als de gegevens die wij hebben. Meer over deze controle leest u bij Controle van een veehouderijlocatie aanvragen. Gegevens openbaar maken U maakt deze gegevens openbaar van veehouders die u subsidie geeft: naam van de aanvrager subsidiebedrag datum van vaststelling dat het gaat om een klein, middelgroot of micro-bedrijf (kmo) provincie sector van het bedrijf Na uw aanvraag U ontvangt binnen 6 weken na uw aanvraag een beslissing. Daarin leest u hoeveel subsidie u krijgt. U ontvangt dit bedrag binnen 6 weken na de beslissing. Voortgangsrapport versturen U stuurt ons elk jaar op uiterlijk 15 maart en 15 september een voortgangsrapport. Met het rapport geeft u informatie over de veehouderijlocaties die u subsidie geeft. En hoe ver deze zijn met het beëindigen van hun bedrijf. U verstuurt deze rapporten totdat de uitkering is vastgesteld. Hoe voortgangsrapport versturen? U gebruikt een format voor het voortgangsrapport. U zet de voortgang van uw uitkering uit beide aanvraagperiodes in één rapport. Als contactpersoon van de provincie heeft u informatie gekregen over waar u het format kunt vinden. Heeft u nog geen toegang tot dit document? Stuur dan een e-mail naar mgb@rvo.nl. Voortgang doorgeven Verantwoording versturen U laat ieder jaar op uiterlijk 15 juli weten waarvoor u de uitkering heeft gebruikt. U doet dit voor beide aanvraagperiodes apart. U doet deze verantwoording via het Single information, Single audit-systeem (SiSa). In de brief met de beslissing leest u over welke onderwerpen u verantwoording doet. Geeft u in SiSa aan dat u uw eindverantwoording stuurt? Dan stellen wij uw uitkering daarna binnen 22 weken vast. Dit betekent dat wij het definitieve bedrag bepalen. U doet uw laatste verantwoording uiterlijk 15 juli 2032. Evaluatie U werkt mee aan een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie van deze regeling. U doet dit tot 5 jaar nadat de subsidie is vastgesteld. Controle van een veehouderijlocatie aanvragen Heeft een veehouder in uw provincie subsidie bij u aangevraagd? Dan vraagt u bij ons een controle van een veehouderijlocatie aan. Aanvragen kan tot en met 31 december 2027, 17:00 uur. Na uw aanvraag ontvangt u ons advies zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 13 weken. Controle veehouderijlocatie aanvragen Instructie voor aanvraag controle Wij hebben een instructie gemaakt, die u helpt bij uw aanvraag. Daarin leest u welke gegevens u van de veehouder nodig heeft. Als contactpersoon van de provincie heeft u informatie gekregen over waar u de instructie kunt vinden. Heeft u nog geen toegang tot dit document? Stuur dan een e-mail naar mgb@rvo.nl. Wat wij controleren Wij controleren een aantal gegevens uit de aanvraag van de veehouder. Deze vergelijken we met onze administratie. Bij de controle kijken we naar deze onderdelen: gemiddeld aantal dieren aantal productierechten hoe lang de productiecapaciteit in gebruik is Meer weten? Budget Het totale budget voor de MGB is € 140 miljoen. Er zijn 2 periodes om deze uitkering aan te vragen. Per provincie is er een maximaal bedrag dat u kunt krijgen. Hieronder ziet u het budget per aanvraagperiode en het maximale bedrag per provincie. Provincie Budget 2025 Budget 2024 Drenthe € 2.407.260 € 8.780.007 Flevoland € 1.431.415 € 5.220.802 Friesland € 2.712.664 € 9.893.906 Gelderland € 4.154.747 € 15.153.619 Groningen € 1.711.519 € 6.242.426 Limburg € 2.092.821 € 7.633.152 Noord-Brabant € 4.267.692 € 15.565.564 Noord-Holland € 1.726.879 € 6.298.451 Overijssel € 4.222.514 € 15.400.786 Utrecht € 2.073.846 € 7.563.945 Zeeland € 1.393.465 € 5.082.389 Zuid-Holland € 1.930.180 € 7.039.951 Totaal budget € 30.125.002 € 109.874.998 Doel van de uitkering Het doel van de MGB is de stikstofuitstoot in uw provincie blijvend te verlagen. Daarnaast helpt deze uitkering bij het halen van doelen op het gebied van stikstof, water, klimaat en natuur. Deze doelen zijn gericht op veenweidegebieden, beekdalen, gebieden op zandgrond en Natura 2000-gebieden. Wetten en regels U vindt de regelingstekst van de MGB in de Staatscourant. Op 7 juli 2025 is het besluit over de 2e aanvraagperiode bekendgemaakt in de Staatscourant. In opdracht van: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Hoort bij: Landbouw Zie ook MGB: Voorwaarden voor veehouders Blijf op de hoogte Volg ons op social media RVO is actief op LinkedIn, Facebook, Instagram en YouTube. Zaken regelen bij RVO Alles over inloggen, machtigen, uw persoonsgegevens en onze rekeningnummers. Werken bij RVO Leer onze organisatie kennen en vind vacatures. Energieverbruik en CO2-uitstoot verminderen met de DEI+-subsidie " Dankzij subsidie kan ons familiebedrijf zelfstandig door met plastic recycling. " Twan HesselmansAlgemeen directeur, Broeckx Recycling Plastics Lees meer ©Copyrightinformatie Edwin Walvisch Ontvang het laatste nieuws van RVO Meld u aan voor onze nieuwsbrieven en mailings. Bepaal zelf welke onderwerpen u interessant vindt.
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.