Gesloten

Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte)

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Wat is de Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte)?

Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte), ook wel de garantieregeling aardwarmte genoemd, is een regeling waarmee bedrijven zich verzekeren tegen de financiële risico's van een misboring bij een aardwarmteproject. U betaalt vooraf een premie; heeft uw boring een teleurstellend resultaat, dan kunt u een vergoeding krijgen. De regeling wordt in de wet een subsidieregeling genoemd, maar werkt in de praktijk als een verzekering of garantieregeling.

Wie komt in aanmerking voor de Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte)?

De regeling is bedoeld voor bedrijven die investeren in een aardwarmteproject (het boren naar en toepassen van aardwarmte) en die het financiële risico van een misboring willen afdekken. Aanvragers moeten in Nederland gevestigd zijn en het project moet in Nederland worden uitgevoerd.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of non-profit of kennisinstelling
Je bent een mkb-onderneming
Je sector valt onder SBI 35.11
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

U kunt een aanvraag indienen voor:

  • een "regulier" aardwarmteproject, of
  • een "diep" aardwarmteproject (dieper dan 3500 meter).

U kunt ondersteuning aanvragen voor het boren van één put (een half doublet, eventueel een vervolgput) of van twee putten (een doublet). Bij aanvraag voor een half doublet als tweede put geldt dat de eerste put een "droge put" moet zijn die is geboord in het kader van olie- en gasexploratie, of een bestaande aardwarmteput. Vraagt u aan voor een tweede put of vervolgput, dan moeten de resultaten van de eerste put de winning van aardwarmte aannemelijk maken.

Een aanvraag kan ook worden ingediend door een samenwerkingsverband van ten minste twee niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen. Een van de deelnemers treedt dan op als penvoerder.

Waarvoor krijg je subsidie?

De regeling dekt het geologisch risico dat een boring minder oplevert dan verwacht: een lagere volumestroom of minder gunstige temperatuur dan voorzien. Gedekt is alleen het risico dat samenhangt met de werkelijke waarde van specifieke aquiferparameters (onder meer bruto aquiferdikte, netto-bruto verhouding, permeabiliteit, diepte van de top van de aquifer, saliniteit van het formatiewater en de geothermische gradiënt). Het risico op het meeproduceren van olie of gas, en het risico op seismiciteit, vallen niet onder de regeling.

In de projectbegroting mogen de volgende kostensoorten voor de te verzekeren put(ten) worden opgevoerd:

  • boring van de productie- en injectieput (doublet), of van de gegarandeerde put (half doublet);
  • op- en afbouwen van de boorinstallatie, voor zover dit de gegarandeerde put betreft;
  • premiekosten voor RNES Aardwarmte;
  • boormanagement en -toezicht;
  • locatie boorgereed maken;
  • afvoeren van cuttings en spoeling;
  • puttest en rapportage;
  • kosten voor acquisitie van data voor de geologische evaluatie van de aquifer;
  • onvoorziene kosten op de bovenstaande posten.

Daarnaast wordt een vast bedrag toegevoegd voor het plaatsen van een pompinstallatie of het dichten van de put(ten): € 500.000 bij een doublet en € 250.000 bij een half doublet.

Bij tegenvallende resultaten komen ook in aanmerking:

  • extra kosten voor verbeteringen aan de put;
  • extra kosten voor alternatief gebruik van de put als het project wordt gestopt;
  • de restwaarde van de put gedurende maximaal 15 jaar bij de meest rendabele toepassing (bij afdichten is deze restwaarde nul).

Als u een half doublet verzekert, mag u alleen kosten opvoeren die met die ene put te maken hebben. Ontvangt u al een andere subsidie voor kosten die met de boring samenhangen (en staat die subsidie genoemd in de regeling), dan wordt die eerst van de projectkosten afgetrokken; de RNES-subsidie wordt berekend over het resterende bedrag.

Hoeveel subsidie krijg je?

De regeling dekt in principe 85% van het risico op een volledig mislukte boring (het "steunpercentage" S). De maximale ondersteuning is € 11.050.000 per "regulier" project en € 18.700.000 per "diep" project.

Bij projecten met subsidiabele kosten hoger dan € 13.000.000 (regulier) of € 22.000.000 (diep) wordt het steunpercentage S naar beneden aangepast, zodanig dat het maximale steunbedrag niet hoger wordt dan € 11.050.000 respectievelijk € 18.700.000.

Voor de goedkeuring betaalt u vooraf een premie van 7% van het maximale subsidiebedrag, met een maximum van € 773.500 (regulier) of € 1.309.000 (diep aardwarmteproject). De garantie treedt pas in werking na ontvangst van deze premiebetaling, en de premie moet betaald zijn voordat u begint met boren.

De uiteindelijke uitkering hangt af van het resultaat van de boring(en):

  • Bij een gerealiseerd vermogen gelijk aan of groter dan het verwacht vermogen: geen uitkering.
  • Bij een lager gerealiseerd vermogen dan verwacht: een uitkering naar rato, berekend als S x (1 - gerealiseerd vermogen/verwacht vermogen) x gemaakte kosten, met als maximum de geraamde kosten.
  • Bij stopzetten na een sterk tegenvallend resultaat op de eerste boring: een stopuitkering, berekend als S x (gemaakte kosten - restwaarde). Bij een verzekerd doublet mogen de gemaakte kosten hierbij niet hoger zijn dan 60% van de totale raming.

De initiatiefnemer moet zelf ten minste 5% van het risico dragen; dit wordt achteraf gecontroleerd. Stapelen met bijvoorbeeld DEI, SDE+ of bijdragen van gemeenten en provincies is toegestaan; een andere subsidie voor dezelfde boorkosten wordt dan eerst van de projectkosten afgetrokken voordat de RNES-subsidie wordt berekend. Voor projecten die aardwarmte winnen op een diepte van de top van de aquifer tussen 500 en 1500 meter moet het vermogen groter zijn dan 0,5 MW; voor andere projecten moet het vermogen groter zijn dan 2 MW.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20231 mei 202331 aug 2023€ 44,2 mlnWie het eerst komt (fcfs)
Openstelling-31 aug 2023--

Wat zijn de voorwaarden van de Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte)?

Om in aanmerking te komen moet uw aanvraag onderbouwd zijn met: - een locatiespecifiek geologisch onderzoek, opgesteld door een ISO 9001-gecertificeerde onderneming, dat duidelijk maakt welk vermogen u aan de bodem denkt te kunnen onttrekken; - een opsporings- of winningsvergunning; - een uitgewerkt financieringsplan (een voorwaardelijke financiering, met ondersteuning uit deze regeling als voorwaarde, is hierbij ook toegestaan).

Het aangemelde ("verwacht") vermogen mag maximaal het P90-vermogen zijn: het vermogen dat u met 90% zekerheid aan de ondergrond kunt onttrekken.

Voor de planning gelden deze eisen:

  • het boorproject start binnen een jaar na goedkeuring van de aanvraag;
  • na de start van de boring wordt het project binnen een jaar voltooid;
  • het project levert binnen twee jaar duurzame en bruikbare energie in Nederland op.

Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag ("wie het eerst komt, die het eerst maalt"). Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen; bij een aanvraag die niet compleet is, krijgt u eenmalig de kans om aan te vullen, en de datum van de volledige aanvraag geldt dan als datum van binnenkomst.

Verder gelden onder meer:

  • bij een verzekerd doublet moet u, als de eerste put meer dan 75% van het verwacht vermogen oplevert, doorgaan met de tweede put; anders vervalt het recht op uitkering;
  • bij een verzekerd doublet met minder dan 50% van het verwacht vermogen op de eerste put moet u stoppen;
  • als u een tweede put of vervolgput aanvraagt, moet de eerste put een "droge put" zijn uit olie- of gasexploratie, of een bestaande aardwarmteput, en moeten de resultaten van de eerste put de winning van aardwarmte aannemelijk maken.

Belangrijke wijzigingen in het project, ook andere of verbeterwerkzaamheden dan bij de aanvraag opgegeven, moeten worden gemeld.

Hoe vraag je de Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte) aan?

Een aanvraag bestaat uit een aanvraagformulier met de volgende bijlagen: - Bijlage A: projectplan, volgens het voorgeschreven model, met een technische en organisatorische beschrijving van het boorproject en van de toepassing van de aardwarmte; - Bijlage B: begroting, volgens het voorgeschreven model, in te vullen door alle projectpartners; - Bijlage C: de opsporings- of winningsvergunning (tenzij deze al bij RVO bekend is); - Bijlage D: het geologisch onderzoek, volgens de verplichte hoofdstukindeling, aangevuld met een managementsamenvatting en de overschrijdingskansgrafiek. TNO beoordeelt dit onderzoek mee; - Bijlage E: het aanmeldings- en machtigingsformulier voor deelnemers (indien van toepassing), digitaal in te vullen. Partners ondertekenen dit formulier rechtsgeldig; hiermee machtigen zij de penvoerder om hen te vertegenwoordigen.

Het aanvraagformulier vermeldt de gegevens van de aanvrager (penvoerder) en de projectpartners, en moet door de penvoerder rechtsgeldig ondertekend worden. RVO stuurt alle correspondentie naar de penvoerder.

De aanvraag wordt beoordeeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag. RVO controleert eerst of de aanvraag volledig is (ingevuld, ondertekend, met alle bijlagen); is dit niet het geval, dan krijgt u eenmalig de gelegenheid om aan te vullen binnen een gestelde termijn. Voor de beoordeling van het geologisch onderzoek wint RVO advies in bij TNO.

Voor wijzigingen of het aanvragen van vaststelling logt u in met eHerkenning, minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3.

Bij de vaststellingsaanvraag stuurt u drie bijlagen mee:

  • Bijlage A: model Eindrapportage, bestaande uit een kort openbaar en een kort vertrouwelijk eindrapport;
  • Bijlage B: model puttest, met de resultaten en interpretatie van de puttest(en);
  • Bijlage C: einddeclaratie, met een opgave van gemaakte kosten, eventuele andere subsidies of uitkeringen, en (indien van toepassing) verbeter- of alternatiefwerkzaamheden en restwaarde.

Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

RVO beoordeelt de aanvraag en de beoordelingstermijn is 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Deze termijn kan eenmalig met 8 weken worden verlengd. Na deze periode krijgt u uitsluitsel over toekenning of afwijzing.

Is uw aanvraag goedgekeurd, dan moet u een premie betalen (zie "Hoeveel krijg je?") voordat u met boren begint. Pas na ontvangst van de premiebetaling treedt de garantie in werking.

Tijdens de looptijd gelden onder meer deze verplichtingen:

  • binnen acht weken na de start van het project maakt u het geologisch onderzoeksrapport openbaar, aangevuld met het advies van TNO;
  • na afronding van elke verzekerde boring laat u een puttest uitvoeren door een ISO 9001-gecertificeerde instelling; de resultaten dient u binnen acht weken na afronding van de boring bij RVO in;
  • gaat u verbeter- of alternatiefwerkzaamheden uitvoeren, dan meldt u dit zo spoedig mogelijk na de puttest(en); na een dergelijke melding wordt de projectperiode met een jaar verlengd. Deze meldingsplicht geldt tot vijf jaar na vaststelling van het project;
  • na afronding van het project (ook als de boringen geslaagd zijn) vraagt u binnen dertien weken vaststelling aan, met eindrapport, puttestrapportage(s), en (als de boringen niet geslaagd zijn) een einddeclaratie en een accountantsverklaring;
  • binnen vier weken na vaststelling maakt u de resultaten van de puttesten, de onderzoeken en de adviezen van TNO openbaar.

Blijkt binnen vijf jaar dat een doublet op een hoger vermogen wordt geëxploiteerd, of dat de restwaarde hoger is dan bij RVO bekend, dan wordt de subsidie naar rato teruggevorderd. Bent u niet eens met een beslissing, dan kunt u in bezwaar; u ontvangt dan binnen 12 weken na de datum van de beschikking de uitkomst, een termijn die eenmalig met 6 weken kan worden verlengd.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Risico's dekken voor aardwarmte (RNES Aardwarmte). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.