Warmtenetten Investeringssubsidie
Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Wat is de Warmtenetten Investeringssubsidie?
Subsidie voor energie-efficiënte warmtenetten voor levering van warmte aan kleinverbruikers en woningen achter blokaansluitingen. Opengesteld tot 30 november 2026.
Wie komt in aanmerking voor de Warmtenetten Investeringssubsidie?
Je komt in aanmerking als je op eigen kosten en risico investeert in een energie-efficiënt warmtenet. De regeling noemt als voorbeelden: een warmtecoöperatie, een warmtebedrijf of een onderneming die zich bezighoudt met warmte-infrastructuur.
Verder geldt:
- Je kunt ook een intermediair machtigen om de aanvraag te doen.
- Richt je voor het project een project-BV of Specifieke Projectvennootschap (SPV) op, dan kan alleen de investeerder in het warmtenet de subsidie aanvragen. De investeerder moet het warmtenet activeren op de balans en de project-BV moet al opgericht zijn voordat je de subsidie aanvraagt.
- Gemeenten kunnen zelf geen subsidie aanvragen. Een gemeentelijk warmtebedrijf, of een ander warmtebedrijf waarin een gemeente deelneemt, kan dat wel.
- Een energiecoöperatie kan subsidie aanvragen als deze investeert in een warmtenet.
Het warmtenet waarvoor je aanvraagt moet:
- snel van start kunnen gaan;
- het gasgebruik verminderen en zo de warmtevoorziening verduurzamen;
- warmte leveren aan minimaal 250 kleinverbruikersaansluitingen in bestaande woningen en gebouwen, verspreid over minimaal 5 gebouwen (woningen achter een blokaansluiting tellen mee);
- kunnen voldoen aan de toekomstige warmtevraag van alle woningen en gebouwen in het projectgebied.
Het warmtenet moet energie-efficiënt zijn: de uitstoot van de geleverde warmte mag vanaf de einddatum van het project niet hoger zijn dan 25 kg CO2 per gigajoule.
Waarvoor krijg je subsidie?
Subsidiabel zijn kosten voor de aanleg van het energie-efficiënte warmtenet, voor zover je deze kosten zelf maakt en betaalt (niet de kosten van andere partijen) en activeert als investering op je balans:
- Kosten voor de bouw van het warmtenet, zoals de aanneemsom en projectmanagement voor de aanleg;
- Loonkosten die direct te maken hebben met de bouw en die je activeert: maximaal € 65 per uur;
- Kosten voor het primaire en het secundaire net;
- Kosten voor warmteoverdrachtstations;
- Kosten voor bewezen thermische opslagtechnieken die warmte leveren aan het warmtenet;
- Juridische kosten voor vergunningaanvragen en adviescontracten met aannemers voor de aanleg;
- Kosten voor aanbesteding en inkoop;
- Kosten voor omgevingsmanagement gericht op de bouw (bijvoorbeeld wegafsluiting, afstemming over riool en andere leidingen);
- Kosten voor vooronderzoek naar bomen, archeologie, bodemverontreiniging en explosieven;
- Kosten voor engineering en ontwerp;
- Bij individuele kleinverbruikersaansluitingen: investeringen tot en met de nieuwe afleverset (het gebouw, de radiatoren en de leiding tussen radiator en afgifteset vallen niet onder de subsidie);
- Bij appartementen: kosten voor de leidingen tot en met de nieuwe afleverset (elk appartement moet een eigen nieuwe afleverset krijgen);
- Bij blokaansluitingen: kosten tot aan de gevel (kosten vanaf de gevel vallen niet onder de subsidie).
Niet subsidiabel zijn onder meer:
- Onderdelen van het warmtenet alleen voor nieuwbouw, grootverbruikersaansluitingen (groter dan 100 kW) of het leveren van proceswarmte;
- Kosten voor administratie, projectcontroller en kostencalculaties;
- Kosten voor het werven van klanten/aansluitingen;
- Juridische kosten voor geschillen, organisatiestructuur en financiering;
- Financieringskosten (zoals afsluitprovisie) en financieringslasten (rentekosten en risico-opslag);
- Omgevingsmanagement dat niet gericht is op de bouw, zoals participatie en informatieavonden voor het krijgen van klanten;
- Communicatie die niet over de bouwwerkzaamheden gaat;
- Coördinatie voor Veiligheid, Welzijn, Gezondheid en Milieu die niet gericht is op de bouwplaats;
- Accountmanagement met stakeholders of aandeelhouders;
- Algemene ondersteunende werkzaamheden, zoals secretariële ondersteuning;
- Loonkosten die vooraf niet zijn ingeschat;
- Kosten voor projectmanagement en het verspreiden van kennis (buiten de bouw);
- Kosten voor de warmtebron en voor warmtepomp(en);
- Kosten voor binneninstallaties na de afleverset;
- Kosten achter de gevel bij een gebouw met blokaansluiting.
Hoeveel subsidie krijg je?
Je krijgt maximaal 30% van de subsidiabele investeringskosten. Middelgrote bedrijven krijgen 10 procentpunt extra (dus maximaal 40%), kleine bedrijven 20 procentpunt extra (dus maximaal 50%).
Daarnaast gelden aparte maximumbedragen per aansluiting:
- Voor het wijkdistributienet: niet hoger dan € 7.000 per kleinverbruikersaansluiting voor bestaande gebouwen (inclusief loonkosten en kosten van derden);
- Voor het primaire warmtenet en/of de thermische opslag: niet hoger dan € 4.000 per kleinverbruikersaansluiting voor bestaande gebouwen (inclusief loonkosten en kosten van derden).
De grens die je het eerst bereikt (het percentage of het maximumbedrag per aansluiting) is het maximale subsidiebedrag dat je ontvangt. In alle gevallen ontvang je niet meer dan € 30.000.000 per investeringsproject.
Ontvang je ook andere subsidies, garanties of leningen van het Rijk, gemeenten, provincies of Europese instellingen voor hetzelfde project? Dan kan er sprake zijn van een optelsom van subsidies. Als deze optelsom niet is toegestaan, vermindert RVO het subsidiebedrag. Het aanvragen van SDE++-subsidie of SAH-subsidie heeft geen gevolgen voor de hoogte van de WIS-subsidie, niet bij goedkeuring en niet bij vaststelling.
Alle bedragen op een rij
| Bedrag | Soort | Geldt voor |
|---|---|---|
| 30% | Percentage | van de investeringskosten |
| 40% | Percentage | van de investeringskosten |
| 45% | Percentage | van de investeringskosten |
| 50% | Percentage | van de investeringskosten |
| € 4.000 per kleinverbruiker | Per eenheid | |
| € 6.000 per huurwoning | Per eenheid | |
| € 7.000 per kleinverbruiker | Per eenheid | |
| € 7.000 per woning | Per eenheid | |
| € 45.430.057 | Subsidieplafond | |
| € 200.000.000 | Subsidieplafond |
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2025-2026 | 1 aug 2025 | 30 nov 2026 | - | - |
| Openstelling | - | 30 nov 2026 | - | - |
| 2025-2026 | 1 aug 2025 | 31 aug 2026 | € 100,3 mln | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Warmtenetten Investeringssubsidie?
Voor toekenning moet je aanvraag onder meer aan de volgende eisen voldoen:
- De aanvraag moet volledig zijn;
- Je toont aan dat de uitstoot van de geleverde warmte bij einddatum van het project niet hoger is dan 25 kg CO2 per gigajoule;
- Je levert warmte aan minimaal 250 kleinverbruikersaansluitingen (kleiner dan of gelijk aan 100 kW), verspreid over minimaal 5 gebouwen (woningen achter een blokaansluiting tellen mee);
- Je bent al ver met de ontwikkeling van het warmtenet, blijkend uit je planning;
- De aanleg duurt niet langer dan 7 jaar;
- De startdatum van het project ligt niet later dan 6 maanden na de beschikkingsbrief;
- Binnen 1 jaar na de brief stuur je een definitief investerings- en financieringsbesluit;
- Binnen 3 jaar na de brief stuur je een opdrachtverstrekking waaruit blijkt dat je gestart bent met de fysieke aanleg;
- Je toont aan dat alle kleinverbruikers binnen het projectgebied die volgens het projectplan zouden worden aangesloten, een aanbod hebben ontvangen met een realistische, marktconforme prijs;
- Je laat zien dat het warmtenet echt in gebruik wordt genomen;
- Je laat zien dat het project aansluit bij de warmteplannen van de gemeente;
- Je betrekt alle ketenpartners en stakeholders (zoals warmteproducent, afnemer, gemeente) en maakt hierover vooraf afspraken, aan te tonen met bijvoorbeeld contracten, intentieverklaringen of samenwerkingsovereenkomsten;
- Je laat zien dat het project subsidie nodig heeft (stimulerend effect);
- Het warmtenet voldoet aan de eisen voor een energie-efficiënt warmtenet;
- Je houdt je aan de subsidiespelregels van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Redenen voor afwijzing zijn onder meer:
- Je start het project voordat je subsidie aanvraagt (bijvoorbeeld al een contract met de aannemer, kosten al betaald, of al verplichtingen tot warmtelevering aangegaan);
- Je hebt al subsidie voor hetzelfde investeringsproject die nog niet is vastgesteld of ingetrokken;
- Onvoldoende vertrouwen dat je het project kunt financieren of uitvoeren;
- Onvoldoende vertrouwen in de technische, economische of juridische haalbaarheid;
- Het project is afhankelijk van een ander project, of je knipt een investeringsproject op in kleinere delen om onder Europese drempelbedragen te blijven of aan de AGVV te ontkomen;
- Je bent een onderneming in moeilijkheden;
- De kwaliteit van het project is onvoldoende, blijkend uit het projectplan, de begroting, het voorlopig ontwerp, risicobeheer, uitvoerbaarheid, ketenpartnervertegenwoordiging of doelmatige inzet van middelen.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Gaat op één dag het budget over het subsidieplafond heen en zijn er die dag meerdere volledige aanvragen, dan bepaalt loting de volgorde; alleen volledige aanvragen loten mee, en elke aanvraag apart, ook bij meerdere aanvragen van dezelfde aanvrager op één dag.
Hoe vraag je de Warmtenetten Investeringssubsidie aan?
RVO adviseert eerst een projectidee te laten toetsen via het projectideeformulier, voordat je de volledige aanvraag indient. Dit is geen verplichting, maar RVO geeft aan dat een aanvraag na een adviesgesprek op basis van het projectidee een hogere kwaliteit heeft.
Bij de subsidieaanvraag zelf voeg je onder meer de volgende stukken toe:
- Projectplan, opgesteld volgens het model Projectplan WIS. Hierin onderbouw je alle onderdelen van de aanvraag en licht je andere bijlagen toe.
- Model Exploitatieberekening (laatste versie), waarin je de investeringen en opbrengsten onderbouwt.
- Mijlpalenbegroting met bij elke mijlpaal de kosten. De eerste drie mijlpalen zijn verplicht: investeringsbesluit(en), financieringsbesluit(en) en opdrachtverstrekking(en). Voor het hele project maximaal 15 mijlpalen.
- Financieringsplan: hoe je het project financiert, hoeveel eigen geld en vreemd vermogen je inzet en wie de externe financiers zijn.
- Voorlopig of definitief ontwerp (of bouwbestek) met tekeningen van het projectgebied, de ligging van het net, de aansluitingen en de fasering.
- Overzicht verwachte kosten, met apart welke kosten wel en niet onder de subsidie vallen, aansluitend op de mijlpalenbegroting en het voorlopig ontwerp.
- Onderbouwing eigen financiering, bijvoorbeeld met een bankverklaring, jaarverslag, jaarrekening en/of businessplan.
- Documenten over samenwerking met ketenpartners en stakeholders, zoals raamovereenkomsten, offertes, intentieverklaringen of samenwerkingsovereenkomsten.
- Onderbouwing duurzaamheid: het ingevulde Rapportageformat waarmee je aantoont dat de uitstoot niet hoger is dan 25 kg CO2 per gigajoule.
- Vergunningen of een concessieovereenkomst met de gemeente, als van toepassing.
- Onderbouwing verwacht aantal aansluitingen, bijvoorbeeld met enquêtes of intentieverklaringen met verhuurders.
- Bij combinatie met andere subsidies of bijdragen: dit vermeld je in het projectplan en de exploitatieberekening.
- Verklaring geen onderneming in moeilijkheden, met bijbehorend beslisschema, meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers (balansdatum niet ouder dan 18 maanden) en organogrammen inclusief aandelenverhouding.
- Mkb-verklaring, als je als mkb'er voor een hoger subsidiepercentage in aanmerking wilt komen.
- Eventuele overige onderbouwende bijlagen, zoals rapporten of intentieovereenkomsten met stakeholders.
Is de informatie in de verschillende bijlagen onderling niet consistent (bijvoorbeeld het aantal aansluitingen of de mijlpaaldatums), dan kan dit tot vertraging of vragen leiden.
Je dient de aanvraag in via het online aanvraagportaal van RVO, waarbij je inlogt met eHerkenning. Je kunt ook een intermediair machtigen om de aanvraag te doen, de hele aanvraag te regelen, of de aanvraag en de vaststellingsaanvraag te regelen.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelt de aanvraag zodra deze volledig is ingediend. De beoordelingstermijn is 8 weken, eenmaal te verlengen met 8 weken. Stelt RVO tijdens de beoordeling aanvullende vragen, dan verlengt de beoordelingstermijn met het aantal dagen dat je nodig hebt om te antwoorden.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Alleen volledige aanvragen worden beoordeeld. Bij overschrijding van het subsidiebudget op een dag met meerdere volledige aanvragen bepaalt loting de volgorde; wordt een aanvraag ingetrokken of (deels) afgewezen, dan gaat het vrijgekomen budget naar de volgende aanvraag op de lijst.
Na de beoordeling ontvang je een subsidiebeschikking. Bij een positieve beoordeling staat hierin de hoogte van de subsidie (mogelijk lager dan aangevraagd, bijvoorbeeld omdat een deel van de kosten niet subsidiabel is), de uitbetaling en je verplichtingen als subsidieontvanger. Bij afwijzing ontvang je een brief en een toelichtend telefoongesprek.
Tijdens de looptijd geldt:
- Je levert eenmaal per jaar een voortgangsrapportage in via het formulier in het aanvraagportaal, over de inhoudelijke en financiële voortgang.
- Belangrijke wijzigingen in het project meld je direct, zo mogelijk vooraf. Voorbeelden: verschuivingen tussen kostensoorten met meer dan 25% wijziging per kwartaal, niet uitvoeren van een deel van het project, vertraging, inhoudelijke verandering, aanvraag van faillissement of uitstel van betaling, splitsing/fusie/overname, ontvangen of verwachten van andere subsidies/garanties/leningen van een bestuursorgaan, wijziging van de bronnenmix, of een ingrijpende renovatie van het net of de bron (meer dan 50% van de kosten van een nieuw systeem). Meld je een wijziging niet op tijd, dan kan dit gevolgen hebben voor de subsidie van de betreffende projectonderdelen of voor het hele project.
- De beoordelingstermijn voor wijzigingen is 8 weken, eenmaal te verlengen met 8 weken.
- Je houdt je projectadministratie bij tijdens en na het project.
Na afronding vraag je vaststelling van de definitieve subsidiehoogte aan. Hierbij voeg je een eindrapportage toe (volgens het format eindrapportage), en bij een subsidie van € 125.000 of meer een controleverklaring van je accountant met een gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht. Voor het indienen van het vaststellingsverzoek geldt een vaste termijn van 13 weken vanaf de einddatum van het project (zoals genoemd in de subsidiebeschikking, tenzij de einddatum met goedkeuring is gewijzigd). Bij de vaststelling vermenigvuldigt RVO de werkelijke investeringskosten met het voor jouw bedrijf geldende subsidiepercentage en verrekent het vastgestelde bedrag met de ontvangen voorschotten. Je ontvangt nooit meer subsidie dan het bedrag in de subsidiebeschikking.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Format eindrapportage WIS Word document | 75.83 KBDownloadWord · 4 pagina's
- Model Projectplan WIS 2025 Word document | 757.49 KBDownloadWord · 21 pagina's
- 20231023 WACC review WISDownloadPDF · 12 pagina's
- tarievenbesluit warmte 2025DownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Warmtenetten Investeringssubsidie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)rvo.nl · gecontroleerd 24 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Klimaat en Groene Groei; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.