Samen werken aan ontwikkeling (NPG)

Rijksoverheid / Nationaal Programma Groningen (via SNN)

Wat is de Samen werken aan ontwikkeling (NPG)?

Samen werken aan ontwikkeling (NPG) is een subsidie van het Nationaal Programma Groningen voor samenwerkingsverbanden van twee of meer werkgevers, eventueel met een onderwijsinstelling, die gezamenlijk werken aan leven lang ontwikkelen (LLO) in de arbeidsmarktregio Groningen. De subsidie ondersteunt het opzetten, ontwikkelen en opschalen van gezamenlijke LLO-initiatieven, van scholingsprogramma's tot haalbaarheidsstudies. De regeling wordt uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) namens de provincie Groningen.

Wie komt in aanmerking voor de Samen werken aan ontwikkeling (NPG)?

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de penvoerder van een samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband bestaat uit twee of meer werkgevers, eventueel aangevuld met een onderwijsinstelling of een andere uitvoeringspartner (een verband zonder rechtspersoonlijkheid). Er wordt door de subsidieaanvragers één penvoerder aangewezen die namens de samenwerkende partijen optreedt en de aanvraag indient.

Je bent actief in Groningen
Regionale regeling.
Je bent een werkgever of onderwijsinstelling
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksoverheid / Nationaal Programma Groningen (via SNN).

De projectactiviteiten moeten plaatsvinden in de arbeidsmarktregio Groningen, of de resultaten moeten aantoonbaar ten goede komen aan deze regio. Binnen het samenwerkingsverband is ruimte voor partijen van buiten de regio, als deze partijen beschikken over expertise die van toegevoegde waarde is voor de uitvoering van het project.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je kunt subsidie krijgen voor leer- en ontwikkelactiviteiten gericht op leven lang ontwikkelen (LLO), verdeeld in zes onderdelen:

  • Stimulering van deelname aan LLO: bewustwording, motivatie, loopbaanoriëntatie of het wegnemen van drempels voor scholing.
  • Om-, bij- en nascholing: ontwikkelen, vernieuwen of verbeteren van scholingsprogramma's, opleidingsmodules of praktijkgerichte leeromgevingen.
  • Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt: nieuwe leerroutes, curricula of skills-profielen.
  • Samenwerkingsversterking: het versterken, structureren of professionaliseren van de samenwerking tussen de betrokken partijen.
  • Vraagverkenning en -articulatie: het in kaart brengen van scholings- en arbeidsmarktbehoeften.
  • Verkenning van haalbaarheid of rendabiliteit van projecten of LLO-oplossingen, waaronder haalbaarheidsstudies.

Subsidiabele kostensoorten:

  • Loonkosten, berekend per gewerkt uur tegen een vast uurtarief van € 60, óf als vast percentage van een maandtarief van € 8.600 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar (of een evenredig deel bij deeltijd).
  • Loonverletkosten (niet-productieve uren van lerenden), berekend tegen een vast uurtarief van € 23,91 per uur.
  • Externe kosten die passen binnen de kostensoorten van de toepasselijke artikelen van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), zoals kosten van opleiders, operationele kosten, adviesdiensten en indirecte kosten (bij toepassing van artikel 31 AGVV, opleidingssteun).
  • Bij subsidieverlening onder het de-minimissteunkader zijn in beginsel alle kosten subsidiabel, met uitzondering van de niet-subsidiabele kosten hieronder.

Kennisinstellingen kunnen in plaats van het uurtarief van € 60 gebruikmaken van een uurtarief op basis van een goedgekeurde integrale kostensystematiek, mits zij daarover beschikken; dit mag niet gecombineerd worden met de berekening op basis van het maandtarief.

Niet subsidiabel zijn in ieder geval: administratieve en financiële sancties en boetes, winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband, fooien en geschenken, representatiekosten en -vergoedingen, kosten van personeelsactiviteiten, kosten van overboekingen en annuleringen, gratificaties en bonussen, kosten van outplacementtrajecten, en kosten die zijn gemaakt voor het indienen van de subsidieaanvraag. Ook activiteiten die uitsluitend zien op reguliere bedrijfsvoering, verplichte scholing, implementatie van bestaande methoden, commerciële exploitatie of activiteiten zonder innovatief, ontwikkelend of versterkend karakter komen niet in aanmerking.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. De subsidie bedraagt minimaal € 100.000 per project en maximaal € 2.000.000 per project.

Dit percentage of maximumbedrag kan lager uitvallen als de regels van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de de-minimisverordening daartoe aanleiding geven. De maximale steun wordt per begunstigde partner binnen het project berekend, waardoor het subsidiepercentage per projectpartner kan verschillen; op basis daarvan wordt vervolgens het subsidiepercentage en subsidiebedrag voor het project als geheel vastgesteld. Voor opleidingssteun onder artikel 31 AGVV geldt bijvoorbeeld een steunintensiteit van maximaal 50% van de in aanmerking komende kosten, die onder voorwaarden (bijvoorbeeld opleiding aan kwetsbare werknemers, of steun aan kleine of middelgrote ondernemingen) kan worden verhoogd.

Als al door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde subsidiabele kosten, wordt de subsidie zodanig verlaagd dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan wat het toepasselijke Europese steunkader toestaat.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoort
50%Percentage
€ 2.000.000Maximaal
€ 2.000.000 per projectMaximaal
€ 100.000Minimaal

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2024-2028-31 dec 2028--
2028-31 dec 2028--
Openstelling-31 dec 2028--

Wat zijn de voorwaarden van de Samen werken aan ontwikkeling (NPG)?

  • Samenwerkingsverband van minimaal twee werkgevers, eventueel met onderwijsinstellingen
  • Activiteiten in arbeidsmarktregio Groningen of aantoonbaar ten goede aan deze regio
  • Project start binnen zes maanden en eindigt binnen drie jaar
  • Einddatum project voor 1 juli 2029
  • Gericht op versterking levenslang leren (LLO)
  • Minimaal 50% cofinanciering vereist
  • Kosten moeten voldoen aan artikel 25, 27 of 31 van de AGVV

Hoe vraag je de Samen werken aan ontwikkeling (NPG) aan?

De penvoerder van het samenwerkingsverband dient de aanvraag in bij het SNN via het digitale eLoket. De aanvraag wordt beoordeeld op volgorde van ontvangst: aanvragen die als eerste binnenkomen en compleet zijn, worden als eerste behandeld en komen als eerste in aanmerking voor het beschikbare budget (subsidieplafond), totdat dit is bereikt. Komen aanvragen op dezelfde dag binnen en overschrijdt toekenning daarvan het plafond, dan bepaalt loting de onderlinge rangschikking.

Bij de aanvraag lever je in ieder geval aan:

  • Een projectplan en begroting, conform het door SNN beschikbaar gestelde format.
  • Een beknopte samenvatting van het project, geschikt voor publicatie.
  • Een steunanalyse conform het format van SNN (verplicht voor zover er sprake is van staatssteun), waarin je onderbouwt onder welk staatssteunkader (artikel 25, 27 of 31 AGVV, of de-minimis) de activiteiten vallen.
  • Een verklaring dat de organisatie niet kwalificeert als onderneming in financiële moeilijkheden.
  • Een verklaring dat er geen openstaand bevel tot terugvordering uitstaat vanwege een eerdere beschikking van de Europese Commissie.
  • Een de-minimisverklaring, voor zover een beroep wordt gedaan op de de-minimisverordening.

Daarnaast gelden ondertekeningseisen: de penvoerder ondertekent het formulier "ondertekening penvoerder", alleen door een tekenbevoegd persoon, fysiek met pen (een digitale handtekening is niet geldig). Bij gezamenlijke bevoegdheid tekenen alle bevoegde personen. Je stuurt bewijs van tekenbevoegdheid mee, bijvoorbeeld een KvK-uittreksel, statuten of een intern autorisatieschema. Maak je gebruik van een intermediair, dan machtig je deze met het machtigingsformulier, eveneens fysiek ondertekend door de subsidieaanvrager.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Het SNN beoordeelt eerst of de aanvraag compleet is, daarna volgt een inhoudelijke beoordeling door de onafhankelijke adviescommissie en vervolgens een financieel-technische toets (onder meer op staatssteunregels, uitvoeringsperiode en sluitendheid van de financiering). Het SNN streeft ernaar binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit te nemen.

Bij een akkoord ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag. Vooruitlopend op de start kun je een voorschot krijgen van 40% van het verleende subsidiebedrag, met een maximum van € 500.000; dit is alleen mogelijk als vaststaat dat het project gefinancierd kan worden. Vervolgvoorschotten worden verstrekt op basis van gemaakte en betaalde kosten, tot in totaal maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag, of tot maximaal 100% als het project bijna is afgerond en aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Het voorschotbedrag ontvang je binnen drie weken na akkoord op je aanvraag.

Tijdens de looptijd gelden onder meer deze verplichtingen: je overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag als de uitvoeringsperiode langer dan twaalf maanden duurt (de eerste rapportage uiterlijk 1 jaar en 1 maand na dagtekening van de beschikking), je werkt mee aan regionale of sectorale bijeenkomsten op verzoek van de provincie, je werkt gedurende vijf jaar na de verleningsbeschikking mee aan een evaluatie van de subsidie, en je verleent opdrachten aan derden op basis van transparante criteria en tegen marktconforme tarieven.

Na afronding van het project dien je binnen 13 weken na de einddatum een verzoek tot subsidievaststelling in. Bij een subsidiebedrag lager dan € 125.000 volstaan een eindverslag en een verklaring van kosten en opbrengsten; bij € 125.000 of meer zijn een eindverslag, een financieel verslag én een controleverklaring van een accountant vereist. De subsidie kan nooit hoger worden vastgesteld dan het bedrag in de verleningsbeschikking; vallen de werkelijke kosten lager uit dan begroot, dan wordt de subsidie evenredig verlaagd. De administratie en bijbehorende bescheiden bewaar je gedurende zeven jaar na de vaststelling.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 22 documenten bij deze regeling, waarvan er 10 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Welke documenten heb je nodig voor Samen werken aan ontwikkeling (NPG)?

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samen werken aan ontwikkeling (NPG). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksoverheid / Nationaal Programma Groningen (via SNN); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.