Subsidieregeling Crisis en Onveiligheid 2026 Tilburg
Gemeente Tilburg
Rechtspersonen (organisaties) die activiteiten uitvoeren voor doelgroepen in crisis- en onveiligheid, waaronder jongeren, gezinnen, volwassenen en ouderen in Tilburg en Hart van Brabant.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor organisaties die activiteiten uitvoeren gericht op crisis- en onveiligheidsbestrijding in Tilburg en de regio Hart van Brabant. Twee deelplafonds: € 2.282.983 voor Hart van Brabant en € 955.293 voor Tilburg. Minimale aanvraag € 100.000.
Voor wie is het bedoeld?
Rechtspersonen (organisaties) die activiteiten uitvoeren voor doelgroepen in crisis- en onveiligheid, waaronder jongeren, gezinnen, volwassenen en ouderen in Tilburg en Hart van Brabant.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor activiteiten gericht op vroegsignalering en ondersteuning van kwetsbare groepen
- Financiering van maatschappelijke organisaties die werken aan veiligheid en crisisbestrijding
- Cofinanciering van lokale initiatieven in Tilburg en Hart van Brabant
Voorwaarden
- Aanvrager moet een rechtspersoon zijn
- Minimale subsidieaanvraag € 100.000
- Activiteiten moeten bijdragen aan doelstellingen genoemd in artikel 3
- Organisatie moet aantoonbare expertise hebben op het gebied van ondersteuning
- Organisatie moet kennis hebben van Tilburgse sociale infrastructuur
- Nieuwe initiatieven moeten aanvullend zijn op bestaand aanbod
- Financiële gezondheid wordt beoordeeld (liquiditeit, solvabiliteit)
- Minimaal 63 punten in beoordelingskader nodig voor honorering
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond voor deelplafond a bedraagt voor het jaar 2026 € 2.282.983(prijspeil 2025). Het subsidieplafond voor deelplafond b bedraagt voor het jaar 2026 € 955.293 (prijspeil 2025).”
Toon brontekst
Subsidieregeling Crisis en Onveiligheid 2026 Tilburg Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg; - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg; - Deelplafond a: dat deel van het subsidieplafond wat alle activiteiten voor regio Hart van Brabant omvat. Dit zijn de activiteiten voor de doelgroepen genoemd in artikel 3 lid 3 a, d en e - Deelplafond b: dat deel van het subsidieplafond wat alle activiteiten voor gemeente Tilburg omvat. Dit zijn de activiteiten voor de doelgroepen genoemd in artikel 3 lid 3 b en c - Liquiditeit : daarbij wordt gekeken of de aanvrager in staat is korte schulden te voldoen; - Solvabiliteit: Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens). - Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb; - Tendersysteem: alle volledige subsidieaanvragen moeten binnen een bepaalde periode ingediend zijn, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de wegingscriteria in deze regeling; - Vroegsignalering: vroege opsporing van signalen van problematiek bij inwoners met een verhoogd risico en om verergering te voorkomen om zo min mogelijk regie over het leven af te nemen. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die: - Bijdragen aan de bestuurlijke doelstelling: Inwoners van de regio Hart van Brabant zijn en voelen zich veilig, zodat ze zich zo maximaal mogelijk kunnen ontwikkelen en meedoen in de veilige samenleving. Waarbij zij zo min mogelijk crisis of onveilige situaties meemaken. En levert daarmee een bijdrage aan de Inclusieve Stad. - Bijdragen aan één of meerdere van onderstaande twee lijnen: Duurzaam effectieve aanpak Uw aanpak en methodiek is gericht op het voorkomen van onveilige en crisissituaties. U grijpt in als dit nodig is én zorgt er tegelijkertijd voor dat mensen zelfstandig verder kunnen. De aanpak en methodieken moeten daarom alle volgende elementen bevatten:VroegsignaleringIn kunnen grijpen wanneer nodigVergroten weerbaarheidVoorkomen intergenerationele overdracht Werken volgens de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheidSysteemgericht werken Coördinatie voeren indien en zolang het nodig isEen integrale analyseBieden van laagdrempelig contact aan doelgroepen en professionalsOutreachende aanpakOptimaliseren van de keten Activiteiten zijn gericht op een of meer van de volgende thema’s:het thema huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Hart van Brabant onder de aandacht te brengen en kennis en deskundigheid te verspreiden zodat dit zoveel mogelijk tijdig gesignaleerd wordt en hier adequaat op gehandeld wordt. U zet daarbij ervaringsdeskundigheid in. Een deel van de activiteiten worden georganiseerd tijdens de week tegen de kindermishandeling. - Uw aanpak richt zich op één of meer van de volgende doelgroepenInwoners van de regio Hart van Brabant die het contact met de hulpverlening zijn kwijtgeraakt, of niet hebben kunnen vinden (zorgmijders). Er zijn meestal structurele problemen op verschillende levensgebieden en de problemen zijn complex. Denk hierbij aan psychiatrie, lichamelijke, psychosociale en/of verslavingsproblemen, maar ook aan ernstige vervuiling en/of schulden.Kwetsbare of overbelaste jongeren (en hun gezinnen) in Tilburg met een migratieachtergrond in de leeftijd van 10-23 jaar. De doelgroep is een groep die moeilijk bereikbaar is, waar motivatie een belangrijke rol speelt en waarin hulpverlening noodzakelijk lijkt te zijn vanwege het probleemgedrag en de overlast. Huishoudens in Tilburg waar sprake is van samenloop zorg en veiligheid, justitiële inzet, gevaar voor de openbare orde, maatschappelijke onrust en waar, in ieder geval bij aanvang, een hele hoge intensiteit van ondersteuning en coördinatie noodzakelijk is. Huishoudens in regio Hart van Brabant waar sprake is van structureel langdurig huiselijk geweld of kindermishandeling wat in de afgelopen jaren, ondanks alle inspanningen, niet heeft geleid tot duurzame veiligheid en perspectief.Professionals, vrijwilligers en inwoners in regio Hart van Brabant die een rol kunnen spelen in het signaleren, stoppen en/of duurzaam oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling. - Bijdragen aan een inclusieve stad waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Artikel 4. Subsidieaanvrager Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3. 2.. In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 en de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 3. Artikel 6. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor: 1.. Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen. 2.. Activiteiten met een partijpolitiek of godsdienstig karakter. 3.. Kosten voor het opstellen van de subsidieaanvraag door derden. 4.. Kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen. 5.. Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen en lasten. 6.. Kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties. Artikel 7. Vereisten subsidieaanvraag 1.. Subsidieaanvragen dienen uiterlijk 1 september 2025 volledig te zijn ingediend via het online aanvraagformulier. 2.. Onvolledige aanvragen kunnen door het college buiten behandeling worden gelaten. 3.. Aanvragen worden ingediend volgens de methodiek Impactgericht subsidiëren en de daarbij behorende formats. Zie voor de formats en een handleiding: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/ 4.. De aanvraag voor subsidie omvat: - Een volledig ingevuld online aanvraagformulier met voldoende informatie over op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria (artikel 10) - Voor welk deelplafond de subsidie wordt aangevraagd - Een activiteitenplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 - Bij aanvragen boven de € 30.000 een verandertheorie en onderzoeksplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 - Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten per activiteit/activiteitengroep en uitgesplitst per deelplafond waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze wordt weergegeven en voldoende wordt onderbouwd, met inachtneming van wat gesteld is in [artikel 5]. Zie voor een handreiking voor het uitwerken van de begroting de modellen A en B op www.tilburg.nl/subsidies - Indien van toepassing geeft u een toelichting op afwijkingen tussen de begroting en de meest recente realisatiecijfers - Indien wij nog niet beschikken over uw meest recente jaarrekening, dan voegt u die toe als bijlage bij uw aanvraag. 5.. Indien u voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt u aan het online aanvraagformulier de volgende bijlagen toe: een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Daarnaast voegt u een kopie bankafschrift toe om te controleren dat uw opgegeven banknummer juist is. U kunt uiteraard alle overbodige informatie weghalen; minimaal zichtbaar moet zijn uw tenaamstelling en banknummer. 6.. Een subsidieaanvraag bedraagt minimaal € 100.000. 7.. Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 10 werkdagen te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. In het geval van deze regeling zal dat zijn eind september/ begin oktober 2025. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen. Artikel 8. Subsidievorm Het college verstrekt op grond van deze regeling een subsidie voor de duur van 1 jaar. Artikel 9. Subsidieplafond 1.. Het subsidieplafond voor deelplafond a bedraagt voor het jaar 2026 € 2.282.983(prijspeil 2025). Het college kan het subsidieplafond conform artikel 5.2 uit de ASVT verlagen. 2.. Het subsidieplafond voor deelplafond b bedraagt voor het jaar 2026 € 955.293 (prijspeil 2025). Het college kan het subsidieplafond conform artikel 5.2 uit de ASVT verlagen. 3.. Indien het subsidieplafond zoals genoemd onder art. 9 lid 1 of 2 niet bereikt wordt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond genoemd onder art. 9 lid 1 of 2. Artikel 10. Wijze van verdeling 1.. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2.. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie en vervolgens de opeenvolgende gerangschikte aanvragen, tot het subsidieplafond wordt bereikt. 3.. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingsitems (zie bijlage I voor het beoordelingskader): - Aanpak & kwaliteit (maximaal 24 punten) - Impact (maximaal 30 punten) - Beoordelingscriteria specifiek voor deze regeling (maximaal 25 punten) - Samenwerking & toegevoegde waarde (maximaal 10 punten) - Prijs/kwaliteit (maximaal 24 punten) 4.. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item II. Impact, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 5.. Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item III, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 6.. Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item I, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 7.. Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item V, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 8.. Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item IV, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. 9.. Indien toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de aanvraag als eerste is b […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.