Nadere regel subsidie investeringsbijdrage culturele broedplaatsen gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Voor beheerorganisaties die culturele broedplaatsen realiseren of uitbreiden met werkruimtes voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur (maximaal 5 medewerkers per bedrijf/organisatie).
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor de realisatie van nieuwe culturele broedplaatsen en werkruimtes in bestaande broedplaatsen in Utrecht. De gemeente verleent een investeringsbijdrage om de onrendabele top af te dekken, zodat huurprijzen betaalbaar blijven voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur. Het subsidiebedrag is afhankelijk van de exploitatieperiode en bedraagt maximaal €360 per m² BVO (bij 15+ jaar exploitatie).
Voor wie is het bedoeld?
Voor beheerorganisaties die culturele broedplaatsen realiseren of uitbreiden met werkruimtes voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur (maximaal 5 medewerkers per bedrijf/organisatie).
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil een culturele broedplaats bouwen of verbouwen met betaalbare werkruimtes voor kunstenaars
- Ik wil werkruimtes toevoegen aan een bestaande culturele broedplaats
- Ik wil subsidie voor investeringskosten van een culturele broedplaats in Utrecht
Voorwaarden
- Culturele broedplaats moet minimaal vijf kleinschalige bedrijven en organisaties in kunst en cultuur huisvesten
- Bedrijven en organisaties mogen maximaal 5 medewerkers hebben
- Exploitatieperiode minimaal 10 jaar (onder bepaalde voorwaarden 5-9 jaar)
- Gemiddelde huurtarieven voor vaste verhuur maximaal €125 per m² VVO per jaar (exclusief servicekosten en energiekosten, prijspeil 01-01-2024)
- Aanvraag ingediend via e-Herkenning op www.utrecht.nl/subsidie
- Financiële onderbouwing met investeringsbegroting en exploitatiebegroting vereist
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Het subsidiebedrag voor bekostiging van de investering is afhankelijk van de exploitatieperiode en bedraagt maximaal: [...] 15 en langer | € 360,00”
Toon brontekst
Nadere regel subsidie investeringsbijdrage culturele broedplaatsen gemeente Utrecht Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; - gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet; - gelet op artikel 3 lid 2 van de algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht (ASV); Gezien: - de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, de Cultuurvisie 2030 & Cultuurnota 2025-2028 “Kleur Bekennen” en de Uitvoeringsnota huisvesting culturele en creatieve sector Najaar 2021 “Kleur geven aan ruimte voor de culturele en creatieve sector”; Overwegende dat: - Voor een pluriform cultuuraanbod dat past bij de stad, het belangrijk is dat er voldoende betaalbare werkruimte is voor kunstenaars die pas houdt met de groei van de stad; - De gemeente samen met de sector een vastgestelde ambitie heeft om 80.000 m2 werkruimte toe te voegen voor creatieve makers; - De realisatie van nieuwe culturele broedplaatsen belangrijk is omdat betaalbare ruimte voor creatieve makers schaars is in de stad; - Broedplaatsen een verrijking zijn voor creatieve makers, de wijk waarin ze gelegen zijn en de stad Utrecht; Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel: Nadere regel subsidie investeringsbijdrage culturele broedplaatsen gemeente Utrecht Artikel 1 Definities Deze nadere regel verstaat onder: - Culturele broedplaats: een verzameling van werkruimten in één gebouw voor minimaal vijf kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur met daarbij eventueel ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen. - Kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur: bedrijven en organisaties actief in de cultuursector die maximaal 5 medewerkers hebben. De cultuursector omvat amateurkunst en cultuureducatie, archieven, architectuur en stedenbouw, beeldende kunst en vormgeving, dans, film, landschapsarchitectuur, letteren en bibliotheken, media, monumenten en archeologie, musea, muziek en muziektheater, en theater. - Beheerorganisatie: natuurlijke persoon of rechtspersoon met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel die werkruimtes, ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen verhuurt of gaat verhuren aan kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur. - Vaste verhuur: de looptijd van het huurcontract is minimaal 1 maand. - Losse verhuur: de looptijd van het huurcontract of gefactureerd gebruik bedraagt minder dan 1 maand. - VVO: Het verhuurbare vloeroppervlak van de zelfstandig te gebruiken, afsluitbare units zelf (niet vermeerderd met aan deze units eventueel toe te rekenen delen van algemene ruimten) conform de gebruikelijke rekenmethodes in de vastgoedsector (NEN 2580). - BVO: het bruto voeroppervlak, conform de gebruikelijke rekenmethodes in de vastgoedsector (NEN 2580). - Casco: de wind- en waterdichte oplevering van de ruwbouw. - Inbouw: alle aard- en nagelvaste onderdelen die aan het casco worden toegevoegd om het voor gebruik geschikt te maken. Artikel 2 Doel Deze nadere regel heeft als doel om de realisatie mogelijk te maken van nieuwe culturele broedplaatsen en nieuwe werkruimtes in bestaande culturele broedplaatsen, met daarbij eventueel ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen in de gemeente Utrecht. De ruimtes kunnen tegen een betaalbaar tarief (incidenteel of voor een langere periode) worden gehuurd door kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur. Door middel van deze Nadere regel levert de gemeente Utrecht een financiële bijdrage aan de investering om een onrendabele top in het investeringsbudget af te dekken voor de realisatie van nieuwe culturele broedplaatsen. Hierdoor kunnen de huurprijzen verlaagd worden waardoor deze betaalbaar worden voor professionele makers. Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager De subsidie kan worden aangevraagd door een beheerorganisatie. Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat. Artikel 5 Subsidiabele activiteiten 1.. Burgemeester en wethouders verlenen subsidie voor de volgende activiteit: - de realisatie van een nieuwe culturele broedplaats of het toevoegen van werkruimtes met daarbij eventueel ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen aan een bestaande culturele broedplaats voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur die zich bevindt binnen de gemeentegrenzen van de stad Utrecht. 2.. De volgende kosten zijn subsidiabel: - Verwervingskosten: dit zijn de koopsom, de overdrachtsbelasting en financieringskosten; - Bouw- en/of verbouwkosten: dit zijn arbeid- en materiaalkosten voor casco en inbouw; - Advies- en begeleidingskosten: dit zijn kosten voor bijvoorbeeld een architect of brandveiligheidsadviseur die zijn toe te rekenen aan de verwervingskosten en/of de bouw- en/of verbouwkosten; - Voorbereidingskosten: dit zijn opstartkosten voor de organisatie en voor projectmanagement; - Onvoorziene kosten. 3.. De volgende activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking: - de realisatie van een nieuwe of uitbreiding van een bestaande culturele broedplaats waar voor de te realiseren ruimtes al subsidie verleend is of kan worden verleend vanuit de Nadere regel Investeringsbijdrage muziekstudio’s gemeente Utrecht; - de realisatie van een nieuwe of uitbreiding van een bestaande culturele broedplaats waarbij reeds financiële afspraken gemaakt zijn tussen de gemeente Utrecht en de beheerorganisatie om tegen een betaalbaar tarief werkruimten te realiseren voor bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur. 4.. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: - Kosten voor niet aard- en nagelvaste inrichting; - Kosten voor eventuele (werk)ruimtes en ondergeschikte voorzieningen in het pand die niet beschikbaar worden gesteld voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur; - Kosten voor ondergeschikte voorzieningen die gebruikt worden voor commerciële horecafuncties. Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidie. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd: 1.. een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen die met die activiteiten worden beoogd. Dit overzicht moet de volgende onderdelen bevatten: - Het proces van verwerving, bouw en/of verbouwing, advies en begeleiding, inclusief planning en een overzicht. - Het totaalconcept van de broedplaats. - Een toelichting op de beoogde doelgroep die gebruik zal maken van de culturele broedplaats, en hoe dit aansluit bij de doelstellingen van deze nadere regel. - Een toelichting op de beoogde meerwaarde van de culturele broedplaats voor het gebied waar die zich in bevindt. - Een toelichting op de geschiktheid van de gekozen locatie om er een culturele broedplaats te kunnen realiseren en gebruiken, waarbij er naast bouwkundige geschiktheid in elk geval ook aandacht is voor parkeren en voorkoming van eventuele overlast voor omwonenden. - De hoogte van de huurtarieven, en een toelichting op hoe dit aansluit bij de doelstellingen van deze nadere regel. - De exploitatietermijn en een toelichting op de continuïteit. Bijgesloten een eigendomsakte, huurovereenkomst, intentieverklaring of andere documentatie die aannemelijk maakt dat er sprake kan zijn van de exploitatietermijn waarvoor subsidie wordt aangevraagd. - Een referentie van de aanvrager als ontwikkelaar en exploitant van culturele broedplaatsen en de samenstelling van de beheerorganisatie. De referentie moet een toelichting bevatten op de werkwijze met betrekking tot verhuren aan derden en het verwerven van huurders uit de beoogde doelgroep. - De aanvrager geeft aan of er één of meer vergunningen zijn vereist voor de realisatie van een nieuwe culturele broedplaats of het toevoegen van werkruimtes aan een bestaande culturele broedplaats. Wanneer één of meerdere vergunningen vereist zijn wordt (worden) waar mogelijk de verleende vergunning(en) overgelegd. - Jaarrekeningen en jaarverslagen tot drie jaar voorafgaand aan het jaar van aanvragen. Indien deze niet beschikbaar zijn de meest recente jaarrekeningen en jaarverslagen. 2.. Een financiële onderbouwing van de aanvraag aansluitend op het overzicht van de activiteiten, met een vertaling naar het format dat de gemeente Utrecht specifiek voor deze nadere regel heeft opgesteld. Dit format wordt op aanvraag per e-mail verstrekt via czbusinesscontrol@utrecht.nl. De financiële onderbouwing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een investeringsbegroting die is toegelicht, onderbouwd en gespecificeerd. De investeringsbegroting moet voldoen aan de volgende eisen:De kosten zijn berekend exclusief btw. Eventuele niet verrekenbare btw komt voor rekening van de aanvrager en mag niet in het projectplan worden verwerkt.De post onvoorziene kosten bedraagt max. 5% van de totale investeringsbegroting.De investeringsbegroting sluit per saldo op nihil. De geraamde investeringskosten minus de financiering daarvan komt dus uit op nul.Waar mogelijk zijn documenten bijgesloten die de subsidiabele kosten aantonen zoals offertes, en documenten die de status van de overige financiering en leningen aantonen.Indien niet subsidiabele functies onderdeel uitmaken van de businesscase zijn de investeringskosten onderverdeeld naar de verschillende functies aan de hand van een kostenverdeelstaat. Uit deze kostenverdeelstaat zijn de subsidiabele kosten en niet subsidiabele investeringskosten eenvoudig te herleiden. - Een exploitatiebegroting die is toegelicht, onderbouwd en gespecificeerd. Ten aanzien van de te subsidiëren activiteiten voldoet de exploitatiebegroting aan de volgende eisen:De jaarlijkse reservering voor leegstand mag max. 5% van de totale jaarlijkse omzet bedragen.De jaarlijks geraamde kosten voor onderhoud en organisatie voor vaste verhuur mag max. 10% van de jaarlijkse omzet vaste verhuur bedragen.De jaarlijks geraamde kosten voor onderhoud en organisatie voor eventuele losse verhuur mag max. 20% van de jaarlijkse geraamde omzet losse verhuur bedragen.De post onvoorzien op de exploitatiebegroting bedraagt max. 5% van de totale omzet.In de exploitatiebegroting mag een jaarlijkse reservering opgenomen worden met een max. van 2% van de netto-investeringssom (totale investeringskosten -/- verwachte bijdrage gemeente Utrecht). Alleen afschrijvingskosten op de netto-investeringssom (totale investeringskosten -/- verwachte bijdrage gemeente Utrecht) maken onderdeel uit van de exploitatiebegroting.Mogelijke overige exploitatielasten anders dan genoemd in punt 2b i t/m vi zijn onderbouwd op nut, noodzaak en omvang.De huurtarieven die gerekend worden voor de vaste verhuur zijn gemiddeld maximaal €125 per m2 VVO per jaar exclusief servicekosten en exclusief energiekosten (prijspeil 01-01-2024, daarna jaarlijks opgehoogd aan de hand van de CPI).Een verwacht positief financieel saldo over de exploitatieperiode wordt in mindering gebracht op het aangevraagde subsidiebedrag.In de exploitatiebegroting is sprake van een exploitatietermijn van minimaal 10 jaar. Een op voorhand gegeven exploitatietermijn van 5 tot en met 9 jaar is uitsluitend mogelijk als deze wordt onderbouwd met bijlagen waaruit blijkt dat de vereiste minimale exploitatietermijn door toedoen van derden of andere externe omstandigheden niet haalbaar is en deze de aanvrager niet tegengeworpen kunnen worden. In de exploitatiebegroting kan rekening gehouden worden met een verwacht jaarlijks inflatiepercentage van 2,5% (inkomsten en kosten).In aansluiting op de opgevoerde bedragen in het begrotingsformat wordt de totale huursom van de vaste en flexibele verhuur per exploitatiejaar onderbouwd. c.. Een begroting van de voorbereidingskosten die is gespecificeerd en onderbouwd op nut en noodzaak. 3.. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevr […tekst ingekort]
Toon brontekst
Nadere regel subsidie culturele broedplaatsen stedelijke regio Utrecht Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet; gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht; Overwegende dat: Voor een pluriform cultuuraanbod dat past bij de regio, het belangrijk is dat er voldoende betaalbare werkruimte is voor kunstenaars die pas houdt met de groei van de regio; Betaalbare ruimte voor creatieve makers schaars is in de regio; Broedplaatsen een verrijking zijn voor creatieve makers en de plaats waarin ze gelegen zijn; Besluitvorming door de taskforce van de Culturele Stedelijke regio Utrecht over claims voor een bijdrage om culturele broedplaatsen te realiseren in de regio Utrecht weloverwogen dient te geschieden. Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie culturele broedplaatsen stedelijke regio Utrecht. Op deze nadere regel subsidie is van toepassing de Algemene Subsidieverordening (ASV) gemeente Utrecht, met uitzondering van Artikel 6.lid 3.sub a. onder 1; Artikel 8.lid 1. sub a; Artikel 8.lid 1.sub g Artikel 1 Definities Deze nadere regel verstaat onder: - Beheerorganisatie: een stichting, vereniging of onderneming die werkruimtes, ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen verhuurt aan kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur. - BVO: het bruto voeroppervlak, conform de gebruikelijke rekenmethodes in de vastgoedsector (NEN 2580). - Casco: de wind- en waterdichte oplevering van de ruwbouw. - Culturele broedplaats: een verzameling van werkruimten in één gebouw voor meerdere kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur met daarbij eventueel ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen. - Inbouw: alle aard- en nagelvaste onderdelen die aan het casco worden toegevoegd om het voor gebruik geschikt te maken. - Kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur: bedrijven en organisaties actief in de cultuursector die maximaal 5 medewerkers hebben. De cultuursector omvat amateurkunst en cultuureducatie, archieven, architectuur en stedenbouw, beeldende kunst en vormgeving, dans, film, landschapsarchitectuur, letteren en bibliotheken, media, monumenten en archeologie, musea, muziek en muziektheater, en theater. - Kwartiermaker: partij die maatwerk, ondersteuning en advies biedt en bijeenkomsten organiseert om het regionale broedplaatsen netwerk te versterken en uit te breiden. - Losse verhuur: de looptijd van het huurcontract of gefactureerd gebruik bedraagt minder dan 1 maand. - Taskforce: orgaan met beslissingsbevoegdheid bestaande uit een ambtenaar van gemeente Amersfoort, gemeente Utrecht en provincie Utrecht - Vaste verhuur: de looptijd van het huurcontract is minimaal 1 maand. - VVO: Het verhuurbare vloeroppervlak van de zelfstandig te gebruiken, afsluitbare units zelf (niet vermeerderd met aan deze units eventueel toe te rekenen delen van algemene ruimten) conform de gebruikelijke rekenmethodes in de vastgoedsector (NEN 2580). Definities in geval van een samenwerkingsverband als subsidieaanvrager: - samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van uitvoering van activiteiten; - penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die als gemachtigde van het samenwerkingsverband optreedt; Artikel 2 Doel Deze nadere regel draagt bij aan het bevorderen van het initiatief tot en de realisatie van nieuwe culturele broedplaatsen voor de looptijd van deze nadere regel, met daarbij eventueel ruimten voor tentoonstellingen en uitvoering en andere ondergeschikte voorzieningen verspreid over de provincie Utrecht. De ruimtes kunnen tegen een betaalbaar tarief (incidenteel of voor een langere periode) worden gehuurd door kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst- en cultuursector. Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager De subsidie kan worden aangevraagd door: - een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid; - natuurlijke personen met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel; - een samenwerkingsverband tussen rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid en/of natuurlijke personen met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond Voor deze subsidie is een totaalbedrag beschikbaar van €115.000,-. Artikel 5 Subsidiabele activiteiten 1.. De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking: - Activiteiten die plaatsvinden uiterlijk één jaar na indiening van de subsidieaanvraag; - Activiteiten behorende tot de initiatieffase, zoals beoordeeld in artikel 7, lid 4, waaronder:Opstellen van een concept-/visiedocument, stakeholderanalyse, project-/ondernemingsplan, exploitatiebegroting en/of opzetten van een beheerinstelling;Voorbereidingskosten: dit zijn opstartkosten voor de organisatie en voor projectmanagement; - Activiteiten behorende tot de realisatiefase, zoals beoordeeld in artikel 7, lid 5, waaronder:Verwervingskosten: dit zijn de koopsom, de overdrachtsbelasting en financieringskosten;Bouw- en/of verbouwkosten: dit zijn arbeid- en materiaalkosten voor casco en inbouw;Advies- en begeleidingskosten: dit zijn kosten voor een architect of brandveiligheidsadviseur die zijn toe te rekenen aan de verwervingskosten en/of de bouw- en/of verbouwkosten; Voorbereidingskosten: dit zijn opstartkosten voor de organisatie en voor projectmanagement;Onvoorziene kosten. 2.. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: - die plaatsvinden later dan één jaar na indiening van de subsidieaanvraag; - Kosten voor niet aard- en nagelvaste inrichting; - Kosten voor eventuele (werk)ruimtes en ondergeschikte voorzieningen in het pand die niet beschikbaar worden gesteld voor kleinschalige bedrijven en organisaties in de kunst en cultuur; - Kosten voor functies die in het kader van de Wet Markt en Overheid niet voor subsidie in aanmerking komen zoals horeca. Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag 1.. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via www.utrecht.nl/subsidie. 2.. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd: - Een overzicht van de activiteiten, zoals bedoeld onder artikel 5, met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen die met die activiteiten worden beoogd; - Een investeringsbegroting en meerjarige exploitatiebegroting (businesscase). Een financiële onderbouwing van de aanvraag aansluitend op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiele middelen nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij – indien van toepassing – een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten; - als de subsidie door een penvoerder wordt aangevraagd namens een samenwerkingsverband: een machtiging aan de penvoerder door alle aanvragers; 3.. Een huurovereenkomst, intentieverklaring of andere documentatie die aannemelijk maakt dat er sprake kan zijn van een exploitatietermijn. 4.. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan: - Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn; - Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; - De statuten, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is. Artikel 7 Beoordeling Subsidieaanvragen Bij beoordeling op volgorde van binnenkomst: 1.. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders het budget op de volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. 2.. Als een aanvraag krachtens een verzoek conform artikel 4:5 van de Awb is aangevuld, geldt het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld als het moment van binnenkomst. 3.. De aanvragen worden beoordeeld door een taskforce bestaande uit een ambtenaar van de gemeente Utrecht, gemeente Amersfoort en provincie Utrecht. 4.. Subsidie aanvragen voor subsidiabele activiteiten behorende tot de initiatieffase, zoals gespecificeerd onder artikel 5, lid 1 sub b, worden beoordeeld op basis van de volgende criteria: - Is de bijdrage bedoeld voor het opstellen van een concept- /visiedocument, stakeholderanalyse, project-/ondernemingsplan, exploitatiebegroting en/of opzet organisatie? - Draagt het voorgestelde initiatief bij aan de ontwikkeling en verrijking van creatieve makers en het culturele broedplaatsenlandschap in de regio Utrecht? - Draagt het voorgestelde initiatief bij aan spreiding van culturele broedplaatsen over de gehele provincie Utrecht? - Is het initiatief financieel realistisch en duurzaam? - Heeft het initiatief sociale en maatschappelijke impact binnen de gemeente? Beschikt het initiatief over voldoende expertise en ervaring om het project succesvol te realiseren? 5.. Subsidie aanvragen voor subsidiabele activiteiten behorende tot de realisatiefase, zoals gespecificeerd onder artikel 5, lid 1 sub c, worden beoordeeld op basis van de volgende criteria: - Artistieke kwaliteit en bijdrage aan het culturele landschapDraagt het voorgestelde initiatief bij aan de ontwikkeling en verrijking van creatieve makers en het culturele broedplaatsenlandschap in de regio Utrecht?Draagt het voorgestelde initiatief bij aan spreiding van culturele broedplaatsen over de gehele provincie Utrecht?Heeft de aanvrager een duidelijke visie en doelstelling? Sluit het initiatief aan bij de culturele identiteit, diversiteit en behoeften van de gemeente?Is er sprake van een open en toegankelijke plek en stimuleert het initiatief interactie en kruisbestuiving tussen de huurders (en gebruikers)? Wordt er rekening gehouden met duurzaamheidsprincipes in het ontwerp, de exploitatie en het beheer van de broedplaats? - Maatschappelijke impact en participatieHeeft het initiatief sociale en maatschappelijke impact binnen de gemeente?Is het duidelijk voor wie deze plek is en hoe deze doelgroep bereik wordt? Wordt het initiatief gedragen door de omgeving en/of is er samenwerking met lokale partijen?Steunt de gemeente integraal het initiatief (financieel en/of inhoudelijk en/of faciliterend)? - HaalbaarheidFinancieel haalbaar (sluitende businesscase/exploitatie (investerings- en exploitatiekosten en dekkingsplan)?Is het initiatief financieel realistisch en duurzaam?Is er een gezonde financieringsmix waarmee de broedplaats geëxploiteerd kan worden?Is de gevraagde bijdrage in verhouding tot output en de looptijd/duur van het initiatief? Beschikt het initiatief over een solide organisatiestructuur, voldoende expertise en ervaring om het project succesvol te realiseren? Artikel 8 Indieningstermijn aanvraag Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tot het moment waarop het beschikbare subsidiebudget is uitgeput. Artikel 9 Maximale subsidie Per aanvraag wordt maximaal € 25.000 subsidie verleend. Artikel 10 Beslistermijn Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht beslissen binnen 13 weken over de aanvraag. Artikel 11 Evaluatie 1.. Het beleid waarvoor de subsidie (omschrijving) wordt ingezet, wordt periodiek geëvalueerd. 2.. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze nadere regel. Artikel 12 Inwerkingtreding Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking. Artikel 13 Citeertitel Deze nadere regel wordt aangehaald als Nadere regel subsidie culturele broedplaatsen stedelijke regio Utrecht. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 24 juni 2024. De burgemeester Sharon A.M. Dijksma De secretaris, Michiel J. Ruis
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.