Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2016-2021
Vervoerregio Amsterdam
Voor concessiehouders van openbaar vervoer in de Vervoerregio Amsterdam die via een speciaal daartoe opgerichte dochteronderneming (Concessiehouder Materieel B.V.) bussen willen verwerven.
Ook bekend als Bussenlening Vervoerregio Amsterdam
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor financiering van busaankopen door concessiehouders in de Vervoerregio Amsterdam. Maximaal subsidieplafond van €100 miljoen. Aanvragen mogelijk in de periode 1 januari tot 1 april van de jaren 2016 tot en met 2021.
Voor wie is het bedoeld?
Voor concessiehouders van openbaar vervoer in de Vervoerregio Amsterdam die via een speciaal daartoe opgerichte dochteronderneming (Concessiehouder Materieel B.V.) bussen willen verwerven.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering van busaankopen voor openbaar vervoer
- Vervanging van busfleet door concessiehouders
- Gefaseerde verwerving van bussen met lening
- Financiering van aankoop zero-emissiebussen
- Financiering van laadinfrastructuur voor elektrische bussen
- Financiering van stallingen voor bussen
- Financiering van zero-emissiebussen voor openbaar vervoer
- Lening voor verwerving van milieuvriendelijk vervoersmaterieel
- Concessiehouder zoekt subsidie voor busaankoop
- Lening voor vervoerders met concessie in Amsterdam-regio
- Financiering van aankoop van zero-emissiebussen
- Herfinanciering van reeds verworven zero-emissiebussen
- subsidie busaankoop Amsterdam regio
- financiering nieuwe bussen vervoer
- geld busaankoop concessiehouder
Voorwaarden
- Aanvrager moet Concessiehouder Materieel B.V. zijn (100%-dochter van concessiehouder)
- Minimale waarde van bussen: €5.000.000
- In beginsel eenmaal per concessie subsidie mogelijk
- Aanvragen ingediend op volgorde van binnenkomst (FCFS)
- Marktconformiteitstoets vereist
- Taxatie- en inspectierapport van gecertificeerde onderneming nodig
- Ratingcategorie-rapportage conform Commissiemededeling 2008/C 14/02 vereist
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
- Start
- 1 mei 2026
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: € 100.000.000,- (zegge: honderd miljoen euro).”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Toepassingsbereik Artikel 3. Activiteiten Artikel 4. Doelgroep:subsidieaanvrager en subsidieontvanger Artikel 5. De subsidie Artikel 6. Subsidieuitvoeringsovereenkomsten Artikel 7. Subsidieplafond Artikel 8. Aanvraag omtrent subsidieverlening Artikel 9. Wijze van verdeling Artikel 10. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden Artikel 12. Verplichtingen Artikel 13. Verantwoording en Controle Artikel 14. Subsidievaststelling en verantwoording Artikel 15. Bevoorschotting en verrekening Artikel 16. Slotbepalingen Algemene toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR407489 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR407489/2 sluiten Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2016-2021 Geldend van 21-07-2017 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2017 Intitulé Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2016-2021 Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. concessie: het bij besluit van het dagelijks bestuur verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000; b. concessiebesluit: het besluit van het dagelijks bestuur tot het verlenen van een concessie; c. concessiehouder: de vervoerder aan wie door het dagelijks bestuur een concessie is verleend na een aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000; d. Concessiehouder Materieel B.V.: 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder, welke vennootschap is opgericht overeenkomstig de oprichtingsakte en statuten van bijlage 3; e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; f. garantieovereenkomst: de tussen de uiteindelijke moedervennootschap en de Vervoerregio Amsterdam te sluiten garantieovereenkomst conform bijlage 5 van deze regeling; g. kredietovereenkomst: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten kredietovereenkomst conform bijlage 2 van deze regeling; h. oprichtingsakte: de oprichtingsakte van Concessiehouder Materieel B.V. conform bijlage 3 van deze regeling; i. pandakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten pandakte conform bijlage 4 van deze regeling; j. Regioraad: de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder a, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; k. Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; l. subsidieontvanger: Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder, als gedefinieerd onder c en d; m. subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ingevolge afdeling 4.2.5 van de Algemene wet bestuursrecht; n. subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit ingevolge afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht; o. subsidieverordening: Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015; p. subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling; q. uiteindelijke moedervennootschap: de uiteindelijke moedervennootschap in de groep (ultimate parent) als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek waarvan concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van bussen en de herfinanciering van reeds verworven bussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit wordt verricht. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een lening op basis van de kredietovereenkomst. Artikel 4. Doelgroep:subsidieaanvrager en subsidieontvanger Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. Artikel 5. De subsidie 1. De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten die bestaat uit een lening. 2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 4. De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de lening die wordt verstrekt en de looptijd van de lening. 5. De subsidieverleningsbeschikking bevat het rentepercentage dat de subsidieontvanger moet betalen. Het dagelijks bestuur bepaalt het rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de subsidieverlening in overeenstemming met de wijze waarop het referentiepercentage als bedoeld in Commissiemededeling 2008/C 14/02 wordt vastgesteld, dan wel, in overeenstemming met de wijze zoals bepaald in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000. De in de subsidieverleningsbeschikking bepaalde rente is ook de rente die ingevolge de kredietovereenkomst is verschuldigd. 6. Concessiehouder Materieel B.V. wordt opgericht in overeenstemming met de oprichtingsakte. 7. De subsidieontvanger is verplicht zekerheden te verstrekken aan de Vervoerregio Amsterdam overeenkomstig de pandakte. 8. Indien concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek dan verbindt de uiteindelijke moedervennootschap zich tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft, alsmede verbindt zij ter zake haar hele vermogen tot zekerheid. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze uiteindelijke moedervennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 9. In afwijking van het vorige lid, kan het dagelijks bestuur een andere vennootschap uit de groep dan de uiteindelijke moedervennootschap aanwijzen die zich verbindt tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft en die ter zake haar hele vermogen tot zekerheid verbindt. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze door het dagelijks bestuur aangewezen vennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. Artikel 6. Subsidieuitvoeringsovereenkomsten 1. Ten behoeve van de subsidie worden in ieder geval de volgende drie overeenkomsten gesloten: a. de kredietovereenkomst; b. de pandakte; en c. de garantieovereenkomst. Artikel 7. Subsidieplafond 1. Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: € 100.000.000,- (zegge: honderd miljoen euro). 2. Het dagelijks bestuur kan bij besluit het subsidieplafond van lid 1 wijzigen of een nieuw subsidieplafond vaststellen. Artikel 8. Aanvraag omtrent subsidieverlening 1. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is opgenomen als bijlage 1. 2. De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt elektronisch ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres. 3. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening dient betrekking te hebben op het verwerven van bussen die samen een waarde van ten minste € 5.000.000,- (zegge: vijf miljoen euro) bedraagt. 4. Aan Concessiehouder Materieel B.V. kan gedurende de looptijd van een concessie slechts éénmaal subsidie worden verstrekt. 5. In gevallen waarin dat in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 Wet personenvervoer 2000 is bepaald en in bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen is bepaald in lid 4. 6. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: a. drie door Concessiehouder Materieel B.V. en de concessiehouder ondertekende exemplaren van de kredietovereenkomst; b. een door de notaris gepasseerde oprichtingsakte en statuten van de Concessiehouder Materieel B.V.; c. drie door de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. ondertekende exemplaren van de pandakte; d. twee door de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, ondertekende exemplaren van de garantieovereenkomst; e. een beschrijving van de verworven dan wel te verwerven bussen en het aantal verworven dan wel te verwerven bussen; f. bewijs dat Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen heeft verkregen dan wel bewijs op welke termijn en op welke wijze Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen zal verkrijgen; g. indien de bussen nog niet verworven zijn, een opgave van de verwachte werkelijke kosten en een financiële onderbouwing van deze opgave, een planning van de uitvoering van de verwerving, alsmede een onderbouwing van de kostenopgave, bijvoorbeeld in de vorm van een offerte; h. indien de bussen reeds verworven zijn, een opgave van de resterende financieringsbehoefte, alsmede een taxatie- en inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel een door het dagelijks bestuur aan te wijzen te goede naam en faam bekende staande onderneming, waaruit blijkt wat de waarde van de bussen is en wat de staat van onderhoud van de bussen is; i. overige in de kredietovereenkomst genoemde gegevens; j. een overzicht van de wijze waarop de aanvrager invulling zal geven aan de verplichtingen bij of krachtens artikel 8 van de subsidieverordening; k. een rapportage aan de hand waarvan de kredietwaardigheid van de aanvrager kan worden beoordeeld; l. eventuele andere gegevens waarvan het dagelijks bestuur het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd; 7. Een aanvraag om een subsidie kan uitsluitend tussen 1 januari en 1 april van de kalenderjaren 2016 tot en met 2021 worden ingediend. 8. Het dagelijks bestuur kan, in aanvulling op lid 7, extra periodes waarin aanvragen kunnen worden ingediend vaststellen. Artikel 9. Wijze van verdeling 1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. Voor het bepalen van de volgorde van indiening van de aanvraag als bedoeld in lid 1 is het moment waarop de aanvraag binnenkomt bij het dagelijks bestuur bepalend. 3. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 2. TOEPASSINGSBEREIK 3. ACTIVITEITEN 4. DOELGROEP: SUBSIDIEAANVRAGER EN SUBSIDIEONTVANGER 5. DE SUBSIDIE 6. SUBSIDIEUITVOERINGSOVEREENKOMSTEN 7. SUBSIDIEPLAFOND 8. AANVRAAG OMTRENT SUBSIDIEVERLENING 9. WIJZE VAN VERDELING 10. KOSTEN DIE VOOR SUBSIDIE IN AANMERKING KOMEN 11. AANVULLENDE WEIGERINGSGRONDEN 12. VERPLICHTINGEN 13. VERANTWOORDING EN CONTROLE 14. SUBSIDIEVASTSTELLING EN VERANTWOORDING 15. BEVOORSCHOTTING EN VERREKENING 16. SLOTBEPALINGEN Ondertekening Bijlage 1 Aanvraagformulier Bijlage 2. Modelkredietovereenkomst Bijlage 3. Modeloprichtingsakte en statuten Concessiehouder Materieel B.V. Bijlage 4. Modelpandakte Bijlage 5. Modelgarantieovereenkomst Bijlage 6. Modelhypotheekakte Bijlage 7. Modelopstalakte Algemene toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR635122 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR635122/1 sluiten Besluit van het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam houdende regels omtrent subsidie voor een bussenlening (Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2020-2024) Geldend van 28-12-2019 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-11-2019 Intitulé Besluit van het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam houdende regels omtrent subsidie voor een bussenlening (Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2020-2024) Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam; gelet op de Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015, zoals gewijzigd bij besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam op 9 juli 2019; besluit vast te stellen de Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2020-2024: 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN In deze regeling wordt verstaan onder: a. concessie: het bij besluit van het dagelijks bestuur verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000; b. concessiebesluit: het besluit van het dagelijks bestuur tot het verlenen van een concessie Zaanstreek-Waterland 2022; c. concessiehouder: de vervoerder aan wie door het dagelijks bestuur de concessie Zaanstreek-Waterland 2022 is verleend na een aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000; d. Concessiehouder Materieel B.V.: 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder, welke vennootschap is opgericht overeenkomstig de oprichtingsakte en statuten van bijlage 3. e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; f. garantieovereenkomst: de tussen de uiteindelijke moedervennootschap en de Vervoerregio Amsterdam te sluiten garantieovereenkomst conform bijlage 5 van deze regeling; g. hypotheekakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. of de concessiehouder, enerzijds, en Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten overeenkomst tot het vestigen van een recht van hypotheek overeenkomstig de hypotheekakte conform bijlage 6 van deze regeling; h. kredietovereenkomst: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten kredietovereenkomst conform bijlage 2 van deze regeling; i. laadinfrastructuur: tank- en laadinfrastructuur behorende bij zero-emissiebussen, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen; j. oprichtingsakte: de oprichtingsakte van Concessiehouder Materieel B.V. conform bijlage 3 van deze regeling; k. opstalakte: de tussen de eigenaar van de grond waarop de laadinfrastructuur geplaatst is of gaat worden, enerzijds, en de Concessiehouder Materieel B.V., anderzijds, overeengekomen recht van opstal conform bijlage 7 van deze regeling; l. pandakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten pandakte conform bijlage 4 van deze regeling; m. programma van eisen: het bij besluit van het dagelijks bestuur ingevolge artikel 44 van de Wet personenvervoer 2000 vastgestelde programma van eisen Concessie Zaanstreek-Waterland 2022; n. Regioraad: de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder a, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; o. Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; p. subsidieontvanger: Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder, als gedefinieerd onder c en d; q. subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ingevolge afdeling 4.2.5 van de Algemene wet bestuursrecht; r. subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit ingevolge afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht; s. subsidieverordening: Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015; t. subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling; u. zero emissiebus: bus die geen schadelijke stoffen uitstoot, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen; v. uiteindelijke moedervennootschap: de uiteindelijke moedervennootschap in de groep (ultimate parent) als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek waarvan concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken. 2. TOEPASSINGSBEREIK Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. 3. ACTIVITEITEN 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van zero-emissiebussen en daarmee samenhangende laadinfrastructuur en de (her)financiering van reeds verworven zero-emissiebussen en daarmee samenhangende laadinfrastructuur waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit en een programma van eisen wordt verricht. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een lening op basis van de kredietovereenkomst. 4. DOELGROEP: SUBSIDIEAANVRAGER EN SUBSIDIEONTVANGER Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. 5. DE SUBSIDIE 1. De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten die bestaat uit een lening. 2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 4. De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de lening die wordt verstrekt en de looptijd van de lening. 5. De subsidieverleningsbeschikking bevat het rentepercentage dat de subsidieontvanger moet betalen. Het dagelijks bestuur bepaalt het rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de subsidieverlening in overeenstemming met de wijze waarop het referentiepercentage als bedoeld in Commissiemededeling 2008/C 14/02 wordt vastgesteld, dan wel, in overeenstemming met de wijze zoals bepaald in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000. De in de subsidieverleningsbeschikking bepaalde rente is ook de rente die ingevolge de kredietovereenkomst is verschuldigd. 6. Concessiehouder Materieel B.V. wordt opgericht in overeenstemming met de oprichtingsakte. 7. De subsidieontvanger is verplicht zekerheden te verstrekken aan de Vervoerregio Amsterdam overeenkomstig de pandakte en/of de hypotheekakte. 8. Indien concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek dan verbindt de uiteindelijke moedervennootschap zich tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft, alsmede verbindt zij ter zake haar hele vermogen tot zekerheid. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze uiteindelijke moedervennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 9. In afwijking van het vorige lid, kan het dagelijks bestuur een andere vennootschap uit de groep dan de uiteindelijke moedervennootschap aanwijzen die zich verbindt tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft en die ter zake haar hele vermogen tot zekerheid verbindt. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze door het dagelijks bestuur aangewezen vennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 6. SUBSIDIEUITVOERINGSOVEREENKOMSTEN 1. Ten behoeve van de subsidie worden in ieder geval de volgende drie overeenkomsten gesloten: a. de kredietovereenkomst; b. de pandakte en/of hypotheekakte; en c. de garantieovereenkomst. 7. SUBSIDIEPLAFOND 1. Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: € 145.000.000,- (zegge: honderd vijfenveertig miljoen euro). 2. Het dagelijks bestuur kan bij besluit het subsidieplafond van lid (1) wijzigen of een nieuw subsidieplafond vaststellen. 8. AANVRAAG OMTRENT SUBSIDIEVERLENING 1. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is opgenomen als bijlage 1. 2. De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt elektronisch ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres. 3. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening dient betrekking te hebben op het verwerven van zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur die samen een waarde van ten minste € 5.000.000,- (zegge: vijf miljoen euro) bedraagt. 4. Aan Concessiehouder Materieel B.V. kan gedurende de looptijd van een concessie slechts éénmaal subsidie worden verstrekt. 5. In gevallen waarin dat in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 Wet personenvervoer 2000 is bepaald en in bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen is bepaald in lid 4. 6. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: a. drie door Concessiehouder Materieel B.V. en de concessiehouder ondertekende exemplaren van de kredietovereenkomst; b. een door de notaris gepasseerde oprichtingsakte en statuten van de Concessiehouder Materieel B.V.; c. drie door de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. ondertekende exemplaren van de pandakte en/of hypotheekakte en/of de opstalakte die door de notaris gepasseerd kunnen worden; d. twee door de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, ondertekende exemplaren van de garantieovereenkomst; e. een beschrijving van de verworven dan wel te verwerven zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en het aantal verworven dan wel te verwerven zero-emissiebussen en/of daarmee samenhang […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2022-2038 Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam; gelet op de Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015, zoals gewijzigd bij besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam op 9 juli 2019; besluit vast te stellen de Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2022-2038: 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN In deze regeling wordt verstaan onder: - concessie: het bij besluit van het dagelijks bestuur verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000; - concessiebesluit: het besluit van het dagelijks bestuur tot het verlenen van een concessie Zaanstreek-Waterland 2024; - concessiehouder: de vervoerder aan wie door het dagelijks bestuur de concessie Zaanstreek-Waterland 2024 is verleend na een aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000; - Concessiehouder Materieel B.V.: 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder, welke vennootschap is opgericht overeenkomstig de oprichtingsakte en statuten van bijlage 3. - dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; - garantieovereenkomst: de tussen de uiteindelijke moedervennootschap en de Vervoerregio Amsterdam te sluiten garantieovereenkomst conform bijlage 5 van deze regeling; - hypotheekakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. of de concessiehouder, enerzijds, en Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten overeenkomst tot het vestigen van een recht van hypotheek overeenkomstig de hypotheekakte conform bijlage 6 van deze regeling; - kredietovereenkomst: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten kredietovereenkomst conform bijlage 2 van deze regeling; - laadinfrastructuur: tank- en laadinfrastructuur behorende bij zero-emissiebussen, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen - oprichtingsakte: de oprichtingsakte van Concessiehouder Materieel B.V. conform bijlage 3 van deze regeling; - opstalakte: de tussen de eigenaar van de grond waarop de laadinfrastructuur en/of stalling geplaatst is of gaat worden, enerzijds, en de Concessiehouder Materieel B.V., anderzijds, overeengekomen recht van opstal conform bijlage 7 van deze regeling; - pandakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten pandakte conform bijlage 4 van deze regeling; - programma van eisen: het bij besluit van het dagelijks bestuur ingevolge artikel 44 van de Wet personenvervoer 2000 vastgestelde programma van eisen Concessie Zaanstreek-Waterland 2024. - Regioraad: de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder a, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; - Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; - stalling: (al dan niet overdekte) ruimte voor het laden/tanken en stallen van zero emissiebussen, waaronder begrepen onroerende zaken die onlosmakelijk met de stalling zijn verbonden, zoals werkplaatsen, wasstraten en kantoorruimten, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen - ;subsidieontvanger: Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder, als gedefinieerd onder c en d; - subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ingevolge afdeling 4.2.5 van de Algemene wet bestuursrecht; - subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit ingevolge afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht; - subsidieverordening: Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015; - subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling - zero emissiebus: bus die geen schadelijke stoffen uitstoot, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen - uiteindelijke moedervennootschap: de uiteindelijke moedervennootschap in de groep (ultimate parent) als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek waarvan concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken. 2. TOEPASSINGSBEREIK Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. 3. ACTIVITEITEN 1.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van zero-emissiebussen en daarmee samenhangende laadinfrastructuur en stallingen en de (her)financiering van reeds verworven zero-emissiebussen en daarmee samenhangende laadinfrastructuur en stallingen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit en een programma van eisen wordt verricht. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een lening op basis van de kredietovereenkomst. 4. DOELGROEP: SUBSIDIEAANVRAGER EN SUBSIDIEONTVANGER Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. 5. DE SUBSIDIE 1.. De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten die bestaat uit een lening. 2.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3.. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 4.. De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de lening die wordt verstrekt en de looptijd van de lening. 5.. De subsidieverleningsbeschikking bevat het rentepercentage dat de subsidieontvanger moet betalen. Het dagelijks bestuur bepaalt het rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de subsidieverlening in overeenstemming met de wijze waarop het referentiepercentage als bedoeld in Commissiemededeling 2008/C 14/02 wordt vastgesteld, dan wel, in overeenstemming met de wijze zoals bepaald in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000. De in de subsidieverleningsbeschikking bepaalde rente is ook de rente die ingevolge de kredietovereenkomst is verschuldigd. 6.. Concessiehouder Materieel B.V. wordt opgericht in overeenstemming met de oprichtingsakte. 7.. De subsidieontvanger is verplicht zekerheden te verstrekken aan de Vervoerregio Amsterdam overeenkomstig de pandakte en/of de hypotheekakte. 8.. Indien concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek dan verbindt de uiteindelijke moedervennootschap zich tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft, alsmede verbindt zij ter zake haar hele vermogen tot zekerheid. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze uiteindelijke moedervennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 9.. In afwijking van het vorige lid, kan het dagelijks bestuur een andere vennootschap uit de groep dan de uiteindelijke moedervennootschap aanwijzen die zich verbindt tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft en die ter zake haar hele vermogen tot zekerheid verbindt. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze door het dagelijks bestuur aangewezen vennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 6. SUBSIDIEUITVOERINGSOVEREENKOMSTEN 1.. Ten behoeve van de subsidie worden in ieder geval de volgende drie overeenkomsten gesloten: - de kredietovereenkomst; - de pandakte en/of hypotheekakte; en - de garantieovereenkomst. 7. SUBSIDIEPLAFOND 1.. Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: € 183.000.000,- (zegge: honderd drieëntachtig miljoen euro). 2.. Het dagelijks bestuur kan bij besluit het subsidieplafond van lid (1) wijzigen of een nieuw subsidieplafond vaststellen. 8. AANVRAAG OMTRENT SUBSIDIEVERLENING 1.. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is opgenomen als bijlage 1. 2.. De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt elektronisch ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres. 3.. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening dient betrekking te hebben op het verwerven van zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen die samen een waarde van ten minste € 5.000.000,- (zegge: vijf miljoen euro) bedraagt. 4.. Aan Concessiehouder Materieel B.V. kan gedurende de looptijd van een concessie slechts éénmaal subsidie worden verstrekt. 5.. In gevallen waarin dat in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 Wet personenvervoer 2000 is bepaald en in bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen is bepaald in lid 4. 6.. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: - drie door Concessiehouder Materieel B.V. en de concessiehouder ondertekende exemplaren van de kredietovereenkomst; - een door de notaris gepasseerde oprichtingsakte en statuten van de Concessiehouder Materieel B.V.; - drie door de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. ondertekende exemplaren van de pandakte en/of hypotheekakte en/of de opstalakte die door de notaris gepasseerd kunnen worden; - twee door de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, ondertekende exemplaren van de garantieovereenkomst; - een beschrijving van de verworven dan wel te verwerven zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen en het aantal verworven dan wel te verwerven zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen; - bewijs dat Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen heeft verkregen dan wel bewijs op welke termijn en op welke wijze Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen zal verkrijgen; - indien zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen nog niet verworven zijn, een opgave van de verwachte werkelijke kosten en een financiële onderbouwing van deze opgave, een planning van de uitvoering van de verwerving, alsmede een onderbouwing van de kostenopgave, bijvoorbeeld in de vorm van een offerte; - indien zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen reeds verworven zijn, een opgave van de resterende financieringsbehoefte, alsmede een taxatie- en inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel een door het dagelijks bestuur aan te wijzen te goede naam en faam bekende staande onderneming, waaruit blijkt wat de waarde van de zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen is en wat de staat van onderhoud van de zero-emissiebussen en/of daarmee samenhangende laadinfrastructuur en/of stallingen is; - overige in de kredietovereenkomst genoemde gegevens; - een overzicht van de wijze waarop de aanvrager invulling zal geven aan de verplichtingen bij of krachtens artikel 8 van de subsidieverordening; - een rapportage […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Toepassingsbereik Artikel 3. Activiteiten Artikel 4. Doelgroep: subsidieaanvrager en subsidieontvanger Artikel 5. De subsidie Artikel 6. Subsidieuitvoeringsovereenkomsten Artikel 7. Subsidieplafond Artikel 8. Aanvraag omtrent subsidieverlening Artikel 9. Wijze van verdeling Artikel 10. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden Artikel 12. Verplichtingen Artikel 13. Verantwoording en controle Artikel 14. Subsidievaststelling en verantwoording Artikel 15. Bevoorschotting en verrekening Artikel 16. Slotbepalingen Algemene toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR453737 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR453737/2 sluiten Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015 Geldend van 21-07-2017 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2017 Intitulé Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015 Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. concessie: het bij besluit van het dagelijks bestuur verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000; b. concessiebesluit: het besluit van het dagelijks bestuur tot het verlenen van een concessie; c. concessiehouder: de vervoerder aan wie door het dagelijks bestuur een concessie is verleend na een aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000; d. Concessiehouder Materieel B.V.: 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder, welke vennootschap is opgericht overeenkomstig de oprichtingsakte en statuten van bijlage 3; e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; f. garantieovereenkomst: de tussen de uiteindelijke moedervennootschap en de Vervoerregio Amsterdam te sluiten garantieovereenkomst conform bijlage 5 van deze regeling; g. kredietovereenkomst: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten kredietovereenkomst conform bijlage 2 van deze regeling; h. oprichtingsakte: de oprichtingsakte van Concessiehouder Materieel B.V. conform bijlage 3 van deze regeling; i. pandakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten pandakte conform bijlage 4 van deze regeling; j. Regioraad: de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder a, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; k. Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die in ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke Regeling Vervoerregio Amsterdam; l. subsidieontvanger: Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder, als gedefinieerd onder (c) en (d); m. subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ingevolge afdeling 4.2.5 van de Algemene wet bestuursrecht; n. subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit ingevolge afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht; o. subsidieverordening: Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015; p. subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling; q. uiteindelijke moedervennootschap: de uiteindelijke moedervennootschap in de groep (ultimate parent) als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek waarvan concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van bussen en de herfinanciering van reeds verworven bussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit wordt verricht. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een lening op basis van de kredietovereenkomst. Artikel 4. Doelgroep: subsidieaanvrager en subsidieontvanger Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. Artikel 5. De subsidie 1. De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten die bestaat uit een lening. 2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 4. De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de lening die wordt verstrekt en de looptijd van de lening. 5. De subsidieverleningsbeschikking bevat het rentepercentage dat de subsidieontvanger moet betalen. Het dagelijks bestuur bepaalt het rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de subsidieverlening in overeenstemming met de wijze waarop het referentiepercentage als bedoeld in Commissiemededeling 2008/C 14/02 wordt vastgesteld. De in de subsidieverleningsbeschikking bepaalde rente is ook de rente die ingevolge de kredietovereenkomst is verschuldigd. 6. Concessiehouder Materieel B.V. wordt opgericht in overeenstemming met de oprichtingsakte. 7. De subsidieontvanger is verplicht zekerheden te verstrekken aan de Vervoerregio Amsterdam overeenkomstig de pandakte. 8. Indien concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek dan verbindt de uiteindelijke moedervennootschap zich tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft, alsmede verbindt zij ter zake haar hele vermogen tot zekerheid. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze uiteindelijke moedervennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 9. In afwijking van het vorige lid, kan het dagelijks bestuur een andere vennootschap uit de groep dan de uiteindelijke moedervennootschap aanwijzen die zich verbindt tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft en die ter zake haar hele vermogen tot zekerheid verbindt. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze door het dagelijks bestuur aangewezen vennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. Artikel 6. Subsidieuitvoeringsovereenkomsten 1. Ten behoeve van de subsidie worden in ieder geval de volgende drie overeenkomsten gesloten: a. de kredietovereenkomst; b. de pandakte; en c. de garantieovereenkomst. Artikel 7. Subsidieplafond 1. Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: €60.000.000,- (zegge: zestig miljoen euro). 2. Het dagelijks bestuur kan bij besluit het subsidieplafond van lid (1) wijzigen of een nieuw subsidieplafond vaststellen. Artikel 8. Aanvraag omtrent subsidieverlening 1. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is opgenomen als bijlage 1. 2. De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt elektronisch ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres. 3. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening dient betrekking te hebben op het verwerven van bussen die samen een waarde van ten minste €5.000.000,- (zegge: vijf miljoen euro) bedraagt. 4. Aan Concessiehouder Materieel B.V. kan gedurende de looptijd van een concessie slechts éénmaal subsidie worden verstrekt. 5. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen is bepaald in lid (4). 6. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: a. drie door Concessiehouder Materieel B.V. en de concessiehouder ondertekende exemplaren van de kredietovereenkomst; b. een door de notaris gepasseerde oprichtingsakte en statuten van de Concessiehouder Materieel B.V.; c. drie door de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. ondertekende exemplaren van de pandakte; d. twee door de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, ondertekende exemplaren van de garantieovereenkomst; e. een beschrijving van de verworven dan wel te verwerven bussen en het aantal verworven dan wel te verwerven bussen; f. bewijs dat Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen heeft verkregen dan wel bewijs op welke termijn en op welke wijze Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen zal verkrijgen; g. indien de bussen nog niet verworven zijn, een opgave van de verwachte werkelijke kosten en een financiële onderbouwing van deze opgave, een planning van de uitvoering van de verwerving, alsmede een onderbouwing van de kostenopgave, bijvoorbeeld in de vorm van een offerte; h. indien de bussen reeds verworven zijn, een opgave van de resterende financieringsbehoefte, alsmede een taxatie- en inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel, dan wel een door het dagelijks bestuur aan te wijzen te goede naam en faam bekende staande onderneming, waaruit blijkt wat de waarde van de bussen is en wat de staat van onderhoud van de bussen is; i. overige in de kredietovereenkomst genoemde gegevens; j. een overzicht van de wijze waarop de aanvrager invulling zal geven aan de verplichtingen bij of krachtens artikel 8 van de subsidieverordening; k. een rapportage aan de hand waarvan de kredietwaardigheid van de aanvrager kan worden beoordeeld; l. eventuele andere gegevens waarvan het dagelijks bestuur het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd. 7. Een aanvraag om een subsidie kan uitsluitend worden ingediend tussen 1 april en 1 juni van het jaar 2015. 8. Het dagelijks bestuur kan, in aanvulling op lid (7), extra periodes waarin aanvragen kunnen worden ingediend vaststellen. Artikel 9. Wijze van verdeling 1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. Voor het bepalen van de volgorde van indiening van de aanvraag als bedoeld in lid (1) is het moment waarop de aanvraag binnenkomt bij het dagelijks bestuur bepalend. 3. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. 4. Indien twee of meer aanvragen op hetzelfde moment ingediend worden, maar verlening van deze aanvragen in verband met het subsidieplafond niet mogelijk is, dan zal als subsidiaire […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2027 Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam; gelet op de Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015, zoals gewijzigd bij besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam op 9 juli 2019; besluit vast te stellen de Subsidieregeling voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2027: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. concessie: het bij besluit van het dagelijks bestuur verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000; b. concessiebesluit: het besluit van het dagelijks bestuur tot het verlenen van de concessie Amstelland-Meerlanden 2018; c. concessiehouder: de vervoerder aan wie door het dagelijks bestuur de concessie Amstelland-Meerlanden 2018 is verleend na een aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000; d. Concessiehouder Materieel B.V.: 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder, welke vennootschap is opgericht overeenkomstig de oprichtingsakte en statuten van bijlage 3. e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; f. garantieovereenkomst: de tussen de uiteindelijke moedervennootschap en de Vervoerregio Amsterdam te sluiten garantieovereenkomst conform bijlage 5 van deze regeling; g. kredietovereenkomst: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten kredietovereenkomst conform bijlage 2 van deze regeling; h. oprichtingsakte: de oprichtingsakte van Concessiehouder Materieel B.V. conform bijlage 3 van deze regeling; i. pandakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Vervoerregio Amsterdam anderzijds te sluiten pandakte conform bijlage 4 van deze regeling; j. programma van eisen: het bij besluit van het dagelijks bestuur ingevolge artikel 44 van de Wet personenvervoer 2000 vastgestelde programma van eisen Concessie Amstelland-Meerlanden 2018. k. Regioraad: de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder a, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; l. subsidieontvanger: Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder, als gedefinieerd onder c en d; m. subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ingevolge afdeling 4.2.5 van de Algemene wet bestuursrecht; n. subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit ingevolge afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht; o. subsidieverordening: Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015; p. subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling q. zero emissiebus: bus die geen schadelijke stoffen uitstoot, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen r. uiteindelijke moedervennootschap: de uiteindelijke moedervennootschap in de groep (ultimate parent) als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek waarvan concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken; s. Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3 Activiteiten 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van zero- emissiebussen en de (her)financiering van reeds verworven zero-emissiebussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit en een programma van eisen wordt verricht. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een lening op basis van de kredietovereenkomst. Artikel 4 Doelgroep: subsidieaanvrager en subsidieontvanger Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. Artikel 5 De subsidie 1. De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten die bestaat uit een lening. 2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 4. De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de lening die wordt verstrekt en de looptijd van de lening. 5. De subsidieverleningsbeschikking bevat het rentepercentage dat de subsidieontvanger moet betalen. Het dagelijks bestuur bepaalt het rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de subsidieverlening in overeenstemming met de wijze waarop het referentiepercentage als bedoeld in Commissiemededeling 2008/C 14/02 wordt vastgesteld, dan wel, in overeenstemming met de wijze zoals bepaald in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000. In geval de Vervoerregio Amsterdam voor de verstrekking van de subsidie zelf een lening aangaat, is het basisrentepercentage gelijk aan de rente die de Vervoerregio onder deze lening betaalt. De in de subsidieverleningsbeschikking bepaalde rente is ook de rente die ingevolge de kredietovereenkomst is verschuldigd. 6. Concessiehouder Materieel B.V. wordt opgericht in overeenstemming met de oprichtingsakte. 7. De subsidieontvanger is verplicht zekerheden te verstrekken aan de Vervoerregio Amsterdam overeenkomstig de pandakte. 8. Indien concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek dan verbindt de uiteindelijke moedervennootschap zich tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft, alsmede verbindt zij ter zake haar hele vermogen tot zekerheid. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze uiteindelijke moedervennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. 9. In afwijking van het vorige lid, kan het dagelijks bestuur een andere vennootschap uit de groep dan de uiteindelijke moedervennootschap aanwijzen die zich verbindt tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft en die ter zake haar hele vermogen tot zekerheid verbindt. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze door het dagelijks bestuur aangewezen vennootschap de garantieovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam. Artikel 6 Subsidieuitvoeringsovereenkomsten 1. Ten behoeve van de subsidie worden in ieder geval de volgende drie overeenkomsten gesloten: a. de kredietovereenkomst; b. de pandakte; en c. de garantieovereenkomst. Artikel 7 Subsidieplafond 1. Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: € 40.000.000,- (zegge: veertig miljoen euro). 2. Het dagelijks bestuur kan bij besluit het subsidieplafond van lid 1 wijzigen of een nieuw subsidieplafond vaststellen. Artikel 8 Aanvraag omtrent subsidieverlening 1. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is opgenomen als bijlage 1. 2. De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres. 3. Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening dient betrekking te hebben op het verwerven van zero-emissiebussen die samen een waarde van ten minste € 5.000.000,- (zegge: vijf miljoen euro) vertegenwoordigen. 4. Concessiehouder Materieel B.V. kan gedurende de looptijd van een concessie slechts éénmaal subsidie worden verstrekt. 5. In gevallen waarin dat in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 Wet personenvervoer 2000 is bepaald en in bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen is bepaald in lid 4. 6. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: a. drie door Concessiehouder Materieel B.V. en de concessiehouder ondertekende exemplaren van de kredietovereenkomst; b. een door de notaris gepasseerde oprichtingsakte en statuten van de Concessiehouder Materieel B.V.; c. drie door de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. ondertekende exemplaren van de pandakte die door de notaris gepasseerd kunnen worden; d. twee door de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, ondertekende exemplaren van de garantieovereenkomst; e. een beschrijving van de verworven dan wel te verwerven zero-emissiebussen en het aantal verworven dan wel te verwerven zero-emissiebussen; f. bewijs dat Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van zero-emissiebussen heeft verkregen dan wel bewijs op welke termijn en op welke wijze Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van zero- zal verkrijgen; g. indien zero-emissiebussen nog niet verworven zijn, een opgave van de verwachte werkelijke kosten en een financiële onderbouwing van deze opgave, een planning van de uitvoering van de verwerving, alsmede een onderbouwing van de kostenopgave, bijvoorbeeld in de vorm van een offerte; h. indien zero-emissiebussen reeds verworven zijn, een opgave van de resterende financieringsbehoefte, alsmede een taxatie- en inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel een door het dagelijks bestuur aan te wijzen te goede naam en faam bekende staande onderneming, waaruit blijkt wat de waarde van de zero-emissiebussen is en wat de staat van onderhoud van de zero-emissiebussen is; i. overige in de kredietovereenkomst genoemde gegevens; j. een overzicht van de wijze waarop de aanvrager invulling zal geven aan de verplichtingen bij of krachtens artikel 8 van de subsidieverordening; k. een rapportage aan de hand waarvan de kredietwaardigheid van de aanvrager kan worden beoordeeld; l. eventuele andere gegevens waarvan het dagelijks bestuur het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd. 7. Een aanvraag om een subsidie kan in de periode 1 mei 2026 tot 1 juli 2027 worden ingediend. 8. Het dagelijks bestuur kan, in aanvulling op lid 7, extra periodes waarin aanvragen kunnen worden ingediend vaststellen. Artikel 9 Wijze van verdeling 1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2. Voor het bepalen van de volgorde van indiening van de aanvraag als bedoeld in lid 1 is het moment waarop de aanvraag binnenkomt bij het dagelijks bestuur bepalend. 3. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. 4. Indien twee of meer aanvragen op hetzelfde moment ingediend worden, maar verlening van deze aanvragen in verband met het subsidieplafond niet mogelijk is, dan zal als subsidiaire verdelingsmethode geloot worden. Artikel 10 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidie komen in aanmerking de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.