Gesloten

Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport

Wat is de Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport?

DKTI-transport (Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport) was een subsidieregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat die de marktintroductie van emissiearme en emissievrije transportoplossingen versnelde. Organisaties konden subsidie krijgen voor de ontwikkeling, demonstratie en praktijktoepassing van zero-emissie vrachtwagens, transportmiddelen, mobiele werktuigen en de bijbehorende tank- en laadinfrastructuur. De regeling kende zes projectsoorten: experimentele ontwikkeling, proeftuin, learning by using, haalbaarheidsstudie, innovatiecluster en cofinanciering.

Wie komt in aanmerking voor de Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport?

De eisen aan de aanvrager verschillen per projectsoort:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je sector valt onder SBI vervoer
De definitieve beoordeling ligt bij Rijk.
  • Experimentele ontwikkeling: een onderneming, een samenwerkingsverband van ondernemingen, of een samenwerkingsverband van een of meer ondernemingen met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie, waarbij een van de ondernemingen penvoerder is.
  • Proeftuin: alleen een samenwerkingsverband, bestaand uit ondernemingen of een onderneming met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie.
  • Learning by using: een samenwerkingsverband waarin minstens twee ondernemingen investeren in emissiearme vervoermiddelen (of in vervoermiddelen en tank- of laadinfrastructuur). Er mag maximaal één onderzoeksorganisatie deel uitmaken van het samenwerkingsverband.
  • Haalbaarheidsstudie: een onderneming, een samenwerkingsverband van ondernemingen, of een samenwerkingsverband van een onderneming met een onderzoeksorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie, met een onderneming als penvoerder.
  • Innovatiecluster: een onderneming of een niet-gouvernementele organisatie die het innovatiecluster opereert.
  • Cofinanciering: een onderneming of een samenwerkingsverband van ondernemingen, en alleen voor infrastructuurdelen waarvoor al subsidie vanuit een Europees programma is toegekend.

Voor alle projectsoorten geldt dat een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen geen aanvraag kan indienen. Een onderzoeksorganisatie mag geen aanvrager zijn, wel projectdeelnemer.

Waarvoor krijg je subsidie?

Per projectsoort gelden andere subsidiabele kostensoorten.

Experimentele ontwikkeling en haalbaarheidsstudie:

  • Loonkosten, via integrale kostensystematiek, loonkosten plus 50% opslag, of een vast uurtarief van € 60,00
  • Kosten van aangeschafte machines en apparatuur (niet bij haalbaarheidsstudie)
  • Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen
  • Kosten van uitbesteding (kosten derden)

Proeftuin, learning by using en cofinanciering (investeringen):

  • Investering milieubescherming: emissiearme vervoermiddelen en niet-openbare infrastructuur, op basis van de extra investeringskosten ten opzichte van een referentie-investering
  • Investering lokale infrastructuurvoorziening (openbare infrastructuur): aangeschafte apparatuur en benodigdheden, verbruikte materialen en hulpmiddelen, uitbestedingskosten. Per aanvraag is maximaal één lokale infrastructuurvoorziening toegestaan
  • Bij learning by using is de subsidie voor experimentele ontwikkeling gemaximeerd op € 45.000 per projectdeelnemer voor de gehele projectduur, en op maximaal 15% van de totaal verleende subsidie

Innovatiecluster: personeelskosten en administratieve kosten voor het aansturen, de marketing en het faciliteitenbeheer van het cluster, met dezelfde loonkostenmethodieken als bij experimentele ontwikkeling.

Niet subsidiabel of uitgesloten:

  • Tractoren (niet opgenomen in de voertuigcategorieën van de regeling)
  • Opleggers bij learning by using (bij proeftuin kan een oplegger wel in aanmerking komen als deze milieuvriendelijker is dan een gangbare oplegger)
  • Kosten van onderhoud en reparaties
  • Zowel aanschaf als operationele lease van dezelfde voertuigen tegelijk
  • Verplichtingen aangegaan vóór de startdatum van het project of vóór de indieningsdatum van de aanvraag
  • Specifieke infrastructuur die is aangelegd voor en toegesneden op de behoeften van vooraf identificeerbare ondernemingen (bij cofinanciering)
  • Kosten van projectmanagement die alleen in algemene termen zijn omschreven (overhead)

Bij learning by using moeten voertuigen na de startdatum van het project besteld worden en mogen alleen nieuwe voertuigen worden aangeschaft; ombouw of retrofit van gebruikte voertuigen is niet toegestaan.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidiepercentages en maximumbedragen verschillen per projectsoort en kostencategorie.

Percentages:

  • Experimentele ontwikkeling: 25% van de subsidiabele kosten (proeftuin, experimentele ontwikkeling en learning by using)
  • Haalbaarheidsstudie: 50% van de subsidiabele kosten
  • Exploitatiekosten: 50%
  • Investering lokale infrastructuurvoorzieningen: 100% (proeftuin en learning by using), 90% (cofinanciering)
  • Investering milieubescherming: 28% voor voertuigcategorieën N1, N2, N3, M2, M3; 40% voor overige categorieën; 28% bij cofinanciering
  • Niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties en niet-gouvernementele organisaties: 100%

Opslagen op de subsidiabele activiteiten (behalve investeringen in openbare infrastructuur):

  • 20% extra voor kleine ondernemers
  • 10% extra voor middelgrote ondernemers
  • 15% extra op experimentele ontwikkeling bij samenwerking met een onderzoeksorganisatie die minimaal 10% van de subsidiabele projectkosten draagt, of bij samenwerking tussen ondernemers waarbij geen van hen meer dan 70% van de kosten draagt en minimaal één deelnemer MKB is, of bij ruime verspreiding van projectresultaten

Maximale subsidiebedragen per project (afhankelijk van voertuigcategorie en projectsoort):

  • Proeftuin: € 2.000.000 (o.a. goederenvervoer N1/N2/N3, bussen, mobiele machines), € 1.800.000 (vaartuigen), € 150.000 (twee- en driewielers L1, L2)
  • Experimentele ontwikkeling: € 500.000 (o.a. goederenvervoer, bussen, mobiele machines, vaartuigen), € 250.000 (mobiele machines luchthaventerreinen), € 150.000 (twee- en driewielers)
  • Learning by using: € 3.000.000 (goederenvervoer N2 >4250 kg, N3), met maximaal € 45.000 per projectdeelnemer voor experimentele ontwikkeling en maximaal 15% van de totaal verleende subsidie
  • Haalbaarheidsstudie: € 50.000, of € 80.000 voor vliegtuigen
  • Cofinanciering: € 1.000.000, of € 1.620.000 bij tank- of laadinfrastructuur met lokale productie uit hernieuwbare energiebronnen
  • Innovatiecluster: € 150.000
  • Investering lokale infrastructuurvoorziening binnen proeftuin/learning by using: maximaal € 900.000, of € 75.000 voor twee- en driewielers (L1, L2)

Bij een haalbaarheidsstudie in samenwerking met een onderzoeksorganisatie of niet-gouvernementele organisatie ontvangt de onderneming (of de ondernemingen) minimaal 20% van de totale subsidieverlening.

Deelnemers die € 25.000 of meer subsidie krijgen, ontvangen tijdens de looptijd 90% van de subsidie aan voorschotten; de resterende 10% wordt uitgekeerd bij de vaststelling.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202123 mrt 20216 apr 2023€ 36,6 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport?

Belangrijke voorwaarden en afwijzingsgronden:

  • Bij learning by using geldt een minimum aantal aan te schaffen voertuigen per categorie: N2 (>4250 kg) 10 stuks bij BEV of 5 bij H2-EV; N3 5 stuks bij PHEV, 5 bij BEV of 3 bij H2-EV. Een combinatie van categorieën is toegestaan zolang voor minstens één categorie het minimum wordt gehaald.
  • Learning by using vereist minstens twee ondernemingen die investeren in voertuigen (of voertuigen en lokale infra); maximaal één onderzoeksorganisatie mag deelnemen, en die mag zelf niet investeren.
  • Werkzaamheden of verplichtingen die zijn aangegaan vóór de indiening van de aanvraag of vóór de startdatum van het project maken de aanvraag afwijsbaar.
  • Voor proeftuin en learning by using is een rechtsgeldig ondertekende samenwerkingsovereenkomst verplicht bij de aanvraag.
  • De regeling kent een subsidieplafond; is dat bereikt, dan komen aanvragen niet meer in aanmerking (bij tenders) of worden afgewezen na loting op de sluitingsdag (bij volgorde van binnenkomst).
  • Bij tenders (experimentele ontwikkeling, proeftuin, innovatiecluster) worden aanvragen beoordeeld op excellentie, impact en uitvoering. Voor proeftuin en experimentele ontwikkeling geldt: excellentie 30/40 punten, impact 50/40 punten, uitvoering 20/20 punten (totaal 100). Voor innovatiecluster: excellentie 40, impact 40, uitvoering 20 (totaal 100). Een project dat minder dan 70 punten scoort, wordt afgewezen; daarna volgt toekenning op rangschikking naar hoogste score tot het budget op is.
  • Learning by using en overige projectsoorten op volgorde van binnenkomst worden beoordeeld op basiskwaliteit (aanpak en methodiek, gegevensverzameling en kennisverspreiding, risicobeheer, effectieve inzet van middelen), niet op een rangschikking met punten.
  • Maximale projectduur: experimentele ontwikkeling 2 jaar, proeftuin 3 jaar, learning by using 3 jaar, haalbaarheidsstudie 6 maanden, innovatiecluster 1 jaar, cofinanciering de duur van het onderliggende Europese project.
  • Er mag geen sprake zijn van ongeoorloofde cumulatie van steun, een onderneming in moeilijkheden, of een lopend bevel tot terugvordering.
  • Een zeer onevenwichtige samenwerking in financiële of inhoudelijke bijdragen kan leiden tot afwijzing of een lagere beoordeling.
  • Voor investeringen in openbare infrastructuur moet de infrastructuur op open en niet-discriminerende wijze ter beschikking worden gesteld; exploitatie door derden mag niet onderhands worden vergund.

Hoe vraag je de Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport aan?

De aanvraag verloopt via het eLoket van RVO, met een eHerkenningsmiddel van minimaal betrouwbaarheidsniveau 1. De penvoerder (of een gemachtigde intermediair) dient de aanvraag in en ondertekent het aanvraagformulier digitaal.

Voorafgaand kan een projectidee vrijblijvend worden voorgelegd aan RVO ter toetsing.

Verplichte bijlagen verschillen per projectsoort, maar bevatten in elk geval:

  • Aanvraagformulier, ondertekend door de penvoerder
  • Machtigingsformulier per deelnemer bij een samenwerkingsverband, ondertekend door elke deelnemer, waarmee deze de penvoerder machtigt
  • Projectplan
  • Begroting, met een apart werkblad per deelnemer

Aanvullend per projectsoort:

  • Proeftuin en learning by using: een samenwerkingsovereenkomst, rechtsgeldig ondertekend door alle deelnemende partijen (vormvrij, geen verplicht format)
  • Learning by using: daarnaast offertes van de aan te schaffen voertuigen én van de referentievoertuigen, en een plan van aanpak voor gegevensverzameling, -verwerking en kennisverspreiding
  • Proeftuin, learning by using (bij openbare infrastructuur) en cofinanciering: een berekening van de verwachte exploitatiewinsten en -verliezen over 5 jaar vanaf ingebruikname
  • Cofinanciering: een afschrift van het toekenningsbesluit van het Europese programma met bijlagen, en een rechtsgeldig ondertekende verklaring dat nog niet met het project is gestart

Beoordeling gebeurt op twee manieren:

  • Op volgorde van binnenkomst voor learning by using, haalbaarheidsstudie en cofinanciering. Bij overschrijding van het subsidieplafond op dezelfde dag van binnenkomst wordt de volgorde door loting bepaald.
  • Door rangschikking (tender) voor experimentele ontwikkeling, proeftuin en innovatiecluster, waarbij een onafhankelijke adviescommissie (of, bij innovatiecluster, experts van RVO) de aanvragen beoordeelt op de vastgestelde criteria. Bij een gelijke score wordt de volgorde door loting bepaald.

Bij een tender is aanvulling van ontbrekende gegevens na sluiting niet mogelijk; een incomplete aanvraag wordt afgewezen. Bij beoordeling op volgorde van binnenkomst kan een incomplete aanvraag, zolang de aanvraagtermijn nog loopt, opnieuw compleet worden ingediend, maar sluit dan achteraan in de rij aan.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 4 documenten bij deze regeling, waarvan er 2 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Format Eindrapportage DKTI-transport Word document | 77.75 KB
    Word · 3 pagina'sVerplicht

    Format waarmee je na afloop van je DKTI 2019- of 2021-project een eindrapport opstelt dat je meestuurt met je vaststellingsaanvraag om de subsidie definitief te laten vaststellen.

    Download
  • Format Voortgangsrapportage DKTI-transport Word document | 72.58 KB
    Word · 2 pagina'sVerplicht

    Format waarmee penvoerders van lopende DKTI 2019- of 2021-projecten jaarlijks schriftelijk moeten rapporteren over de voortgang van hun project, zoals verplicht is gesteld in de subsidiebeschikking.

    Download
  • DKTI uitgelicht 2017-2020
    PDF · 25 pagina'sAanbevolen

    Magazine met een terugblik op de DKTI-projecten uit 2017-2020, inclusief cijfers, interviews en geleerde lessen, bedoeld als achtergrondinformatie en inspiratie voor (toekomstige) aanvragers.

    Download
  • Handleiding DKTI-transport 2021
    PDF · 31 pagina'sAanbevolen

    Uitgebreide handleiding bij de DKTI-transportregeling 2021 met alle voorwaarden, projectsoorten, beoordelingscriteria, subsidiabele kosten en de aanvraagprocedure, die je nodig hebt om een goede en complete aanvraag samen te stellen.

    Download

Vraag het dossier

Stel een vraag over Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van de verstrekker; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.