Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026
College van burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht
Voor gecertificeerde kinderopvangaanbieders en onderwijsstichtingen/verenigingen voor primair onderwijs in Maastricht die kinderen met risico op taal- of ontwikkelingsachterstand ondersteunen.
Ook bekend als VVE-regeling Maastricht, Voor- en Vroegschoolse Educatie
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor gecertificeerde voorschoolse voorzieningen en organisaties voor primair onderwijs in Maastricht ter ondersteuning van kinderen met risico op (taal)achterstand. Financiering voor kindgebonden voorschoolse educatie, locatiegebonden ondersteuning en vroegschoolse educatie via vastgestelde tarieven.
Voor wie is het bedoeld?
Voor gecertificeerde kinderopvangaanbieders en onderwijsstichtingen/verenigingen voor primair onderwijs in Maastricht die kinderen met risico op taal- of ontwikkelingsachterstand ondersteunen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie voor peuters met taalachterstanden
- Financiering voor coaching en ondersteuning op kinderopvanglocaties
- Subsidie voor vroegschoolse educatie in groep 1 en 2 van de basisschool
- Ondersteuning voor kinderen met ontwikkelingsvragen via gecertificeerde voorzieningen
Voorwaarden
- Aanvrager moet een gecertificeerde kinderopvangaanbieder of onderwijsstichting/vereniging voor primair onderwijs zijn
- Activiteiten moeten direct verbonden zijn met voor- en vroegschoolse educatie
- Kosten mogen niet eerder zijn gemaakt dan indiening van de aanvraag
- Kosten mogen niet reeds gesubsidieerd worden vanuit andere subsidie- of inkooprelatie met gemeente Maastricht
- Aanvraag dient uiterlijk 1 november voorafgaand aan het subsidiejaar te worden ingediend (voor 2026: uiterlijk 1 februari 2026)
- Verantwoording dient voor 1 juni na het subsidiejaar te worden ingediend
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
- Voor- en Vroegschoolse Educatie | SubsidiesGemeenteloket · subsidies.gemeentemaastricht.nl10 jul 2026
Toon brontekst
Overslaan en naar de inhoud gaan Menu Zoeken Subsidie aanvragen Lees eerst de subsidieregeling Mijn loket Voor wie? Kindgebonden subsidie: de subsidie is bedoeld voor de ouder(s) van een peuter die naar een gecertificeerde voorschoolse voorziening in Maastricht gaat. De subsidie dient te worden aangevraagd door het bestuur waar de voorziening onder valt. De subsidie wordt betaald aan het bestuur. Locatiegebonden subsidie: de subsidie is bedoeld voor besturen van gecertificeerde voorschoolse voorzieningen in Maastricht. De aanvrager geeft aan voor welke locaties in Maastricht de subsidie wordt aangevraagd. Vroegschoolse educatie: de subsidie is ook bedoeld de schoolbesturen van het basisonderwijs in Maastricht. De aanvrager geeft aan voor welke scholen in Maastricht de subsidie wordt aangevraagd. Waarvoor? Kindgebonden subsidie: subsidie kan worden aangevraagd voor het aanbieden van voorschoolse educatie aan peuters tussen 2 en 4 jaar in een gecertificeerde voorschoolse voorziening. Locatiegebonden subsidie: subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die een extra ondersteuning leveren aan kinderen met een (taal)achterstand ten aanzien van voorschoolse educatie, bestaande uit: Het extra inzetten van interne coaching op locatieniveau ter bevordering van de kennis en kunde van de medewerkers; Extra (wijkgerichte) inzet op samenwerking tussen en aansluiting bij ketenpartners, om zo sneller passende ondersteuning te vinden bij de hulpvraag van de kinderen; De inzet van een ambulante pedagogisch medewerker op locatieniveau met (extra) expertise ten aanzien van voorschoolse educatie ter ondersteuning van de kinderen; Het inzetten van externe zorg op kindniveau voor de ondersteuning van de kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. Vroegschoolse educatie: subsidie kan worden aangevraagd voor: De extra inzet van een aandachtfunctionaris VVE die aantoonbaar zorgt voor verbinding met voorschoolse voorzieningen en de samenwerking tussen de kinderopvang en het primair onderwijs; Activiteitenbudget ten behoeve van het IKC in het kader van VVE, de doorgaande lijn en de bevordering van de samenwerking tussen kinderopvang en school. Het budget is bedoeld voor het IKC, dus zowel voor- als vroegschool. Voorwaarden Voor kinderopvangorganisaties geldt dat de subsidie wordt aangevraagd op basis van het aantal peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar dat op teldatum 1 oktober in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd staat ingeschreven op de gecertificeerde voorschoolse voorziening. De aanvrager moet inzichtelijk maken of deze peuters wel of geen doelgroeppeuters zijn en wel of geen ouder(s)/verzorger(s) hebben met recht op kinderopvangtoeslag. De voorschoolse voorziening dient te voldoen aan de wettelijke vereisten opgenomen in de Wet Kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en alle hieruit voortvloeiende regelgeving. Voor besturen voor basisonderwijs geldt dat het activiteitenbudget wordt aangevraagd voor scholen die onderdeel zijn van een kindcentrum waar wordt samengewerkt met peuter- of kinderopvang. Voor alle aanvragers geldt dat zij inzichtelijk maken hoe de activiteiten aansluiten bij de Nota Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2027. Wanneer uiterlijk indienen? De aanvraag dient conform artikel 9 van de regeling te worden aangevraagd. Hoogte van de subsidie Kindgebonden subsidie: de subsidie per geplaatste peuter wordt bepaald door twee componenten: De landelijk vastgestelde maximumprijs uurprijs voor dagopvang (normtarief kinderopvang); Een opslag van € 2,26 per uur voor activiteiten in het kader van VVE. Locatiegebonden subsidie: de maximumhoogte van de subsidie is opgenomen in de Tarieventabel VVE. Vroegschoolse educatie: de maximumhoogte van de subsidie is opgenomen in de Tarieventabel VVE. Meesturen? Bij de subsidieaanvraag stuurt u de onderstaande gegevens mee: Het (digitale) aanvraagformulier; De begroting oftewel verplichte Excelbijlage Subsidie VVE kinderopvang (indien de aanvraag wordt gedaan door het bestuur van een gecertificeerde voorschoolse voorziening in Maastricht); De begroting oftewel verplichte Excelbijlage Subsidie VVE basisonderwijs (indien de aanvraag wordt gedaan door het bestuur van basisonderwijs in Maastricht). Contact Heeft u inhoudelijke vragen? Neem dan contact op met de beleidsmedewerker Maren Slangen via +31 (0) 6 14 67 76 56 of maren.slangen [at] maastricht.nl (maren[dot]slangen[at]maastricht[dot]nl). Heeft u vragen over de procedure? Dan kunt u contact opnemen met de subsidieverlener Palmyre Partouns via +31 (0) 43 350 3134 of palmyre.partouns [at] maastricht.nl (palmyre[dot]partouns[at]maastricht[dot]nl).
Toon brontekst
Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026 Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op het bieden van financiële ondersteuning voor Maastrichtse gecertificeerde voorschoolse voorzieningen dan wel organisaties voor primair onderwijs, zodat zij kinderen met een risico op (taal)achterstand kunnen ondersteunen en begeleiden, door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026. Artikel 1. Definities - ASV: algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; - College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht; - Doelgroeppeuter: een kind tussen 2 en 4 jaar dat een (verhoogd risico heeft op) ontwikkelingsachterstand kan hebben op het gebied van taal of in de bredere ontwikkeling; - Doelgroepdefinitie: kenmerken die door de overheid worden gebruikt om te bepalen welke kinderen het meeste risico lopen op een taal- of ontwikkelingsachterstand, desgewenst aangevuld met lokale criteria; - GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst. De GGD voert de inspecties uit in de voorschool op basis van de Wet Kinderopvang een indien aanwezig aanvullend gemeentelijke criteria; - Gecertificeerde voorschoolse voorziening: een locatie voor kinderopvang plaatsvindt die voldoet aan de wettelijke vereisten opgenomen in de Wet Kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en alle hieruit voortvloeiende regelgeving; - IKC: Integraal Kindcentrum, waar kinderen van 0 tot 13 jaar terecht kunnen. In het kindcentrum zijn onderwijs, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuteropvang samengevoegd, waar van toepassing aangevuld door organisaties voor welzijnswerk, jeugdhulp of zorg; - JGZ: jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar, oftewel het consultatiebureau, waar jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen verantwoordelijk zijn voor de beoordeling en afgifte van een VVE-indicatie; - Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming voor ouders in de kosten van de kinderopvang op basis van bepaalde voorwaarden, uitgekeerd aan de ouders door het Rijk; - Kleine zaal; een locatie waar VVE wordt aangeboden met een structureel laag aantal doelgroeppeuters; - OAB: onderwijsachterstandenbeleid; - Peutermonitor: de gemeente monitort het bereik en toeleiding in de Peutermonitor; - Reguliere peuter: een peuter zonder VVE-indicatie; - Voorschoolse educatie: een voorschool is een locatie voor kinderopvang die VVE aanbiedt. De voorschol betreft de periode 2 tot en met 4 jaar. De gemeente bepaalt welke programma’s op de voorschool gebruikt mogen worden; - Vroegschoolse educatie: voor kleuters uit groep 1 en groep 2 van de basisschool. De basisschool is verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie; - VVE: voor- en vroegschoolse educatie; - VVE-indicatie: een door het consultatiebureau afgegeven indicatie waarmee wordt aangegeven of de peuter een doelgroeppeuter is; - Zware zaal; een locatie waar VVE wordt aangeboden met een gemiddelde bezetting van meer dan de helft doelgroeppeuters. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten 1.. Kindgebonden voorschoolse educatie: Subsidie kan worden aangevraagd voor het aanbieden van voorschoolse educatie aan: - De peuter tussen 2,5 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) met recht op kinderopvangtoeslag; - De peuter tussen 2,5 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag; - De doelgroeppeuter tussen 2 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) met recht op kinderopvangtoeslag; - De doelgroeppeuter tussen 2 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag; - De kleuter van 4 jaar voor wie een gemeentelijk besluit tot verlenging van de kinderopvang is genomen tot een maximum van 10 weken; - De peuter die in een schoolvakantie 4 jaar wordt en nog niet naar school kan vóór aanvang van de betreffende vakantie en derhalve pas op de eerste dag na de schoolvakantie start op de basisschool. 2.. Locatiegebonden voorschoolse educatie: Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die een extra ondersteuning leveren aan kinderen met een (taal)achterstand ten aanzien van voorschoolse educatie, bestaande uit: - Het extra inzetten van interne coaching op locatieniveau ter bevordering van de kennis en kunde van de medewerkers; - Extra (wijkgerichte) inzet op samenwerking tussen en aansluiting bij ketenpartners, om zo sneller passende ondersteuning te vinden bij de hulpvraag van de kinderen; - De inzet van een ambulante pedagogisch medewerker op locatieniveau met (extra) expertise ten aanzien van voorschoolse educatie ter ondersteuning van de kinderen; - Het inzetten van externe zorg op kindniveau voor de ondersteuning van de kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. 3.. Vroegschoolse educatie: Subsidie kan worden aangevraagd voor: - De extra inzet van een aandachtfunctionaris VVE die aantoonbaar zorgt voor verbinding met voorschoolse voorzieningen en de samenwerking tussen de kinderopvang en het primair onderwijs; - Activiteitenbudget ten behoeve van het IKC in het kader van VVE, de doorgaande lijn en de bevordering van de samenwerking tussen kinderopvang en school. Het budget is bedoeld voor het IKC, dus zowel voor- als vroegschool. Artikel 4. Doelgroep 1.. Subsidie voor de Kindgebonden voorschoolse educatie en de Locatiegebonden voorschoolse educatie kan worden aangevraagd door het bestuur van een gecertificeerde kinderopvangaanbieder in de gemeente Maastricht die voldoet aan de wettelijke vereisten opgenomen in de Wet Kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en alle hieruit voortvloeiende regelgeving. 2.. Subsidie voor de vroegschoolse educatie kan worden aangevraagd door het bevoegd bestuur van een onderwijsstichting of een vereniging van het primair onderwijs in gemeente Maastricht. Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.. Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de activiteit zoals bedoeld in artikel 3. 2.. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de tarieven vast voor de berekening van de subsidie voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3. 3.. Niet voor subsidie in aanmerking komen: - kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag; - kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met de gemeente Maastricht. Artikel 6. Hoogte van de subsidie 1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de tarieventabel zoals in bijlage 1 bij deze regeling gevoegd. 2.. In het geval van een aanvraag van gecertificeerde voorschoolse voorzieningen of organisaties voor primair onderwijs, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen, zoals bedoeld in art. 9 lid 2, wordt de subsidie verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd vanaf de datum die – in geval van een voorschoolse voorziening – door het Landelijk Register Kinderopvang als registratiedatum is opgenomen of vanaf de openingsdatum van de school – in geval van een organisatie voor primair onderwijs. Artikel 7. Wijze van verdeling 1.. Verdeling van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen. 2.. De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in artikel 3. 3.. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. Artikel 8. De aanvraag 1.. De aanvraag om een subsidie Kindgebonden voorschoolse educatie dient: - inzichtelijk te maken voor hoeveel peuters subsidie wordt aangevraagd; - inzichtelijk te maken of deze peuters wel of geen doelgroeppeuters zijn en wel of geen ouder(s)/verzorger(s) hebben met recht op kinderopvangtoeslag. 2.. De aanvraag om een subsidie Locatiegebonden voorschoolse educatie dient: - inzichtelijk te maken hoe de activiteiten worden uitgevoerd; - inzichtelijk te maken hoe de activiteiten aansluiten bij de Nota Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2027. 3.. De aanvraag om een subsidie Vroegschoolse educatie dient: - inzichtelijk te maken hoe de activiteiten worden uitgevoerd; - inzichtelijk te maken hoe de activiteiten aansluiten bij de Nota Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2027; 4.. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Artikel 9. Aanvraagtermijn 1.. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Asv, wordt een aanvraag om subsidie uiterlijk 1 november voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar ingediend. 2.. In afwijking van het eerste lid kunnen gecertificeerde voorschoolse voorzieningen of organisaties voor primair onderwijs, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen, eenmalig een subsidieaanvraag indienen op een later moment. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanvraag voor kalenderjaar 2026 een termijn gehanteerd van uiterlijk 1 februari 2026. Artikel 10. Beslistermijn 1.. Het college beslist uiterlijk 31 december van het jaar waarin de aanvraag om subsidie is ingediend. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt voor kalenderjaar 2026 dat het college uiterlijk 1 april 2026 beslist. Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden Subsidieverlening kan worden geweigerd als: - voor de activiteit reeds subsidie is verleend door het college; - de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde; - […]. Artikel 12. Verplichtingen Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen. Artikel 13. Verantwoording en vaststelling 1.. In afwijking van de Asv dient de aanvrager voor 1 juni na het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling in. 2.. Bij subsidies van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 75.000,- overlegt de aanvrager de volgende gegevens: - een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; - een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3.. Bij subsidies van meer dan €75.000,- overlegt de aanvrager de volgende gegevens: - een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; - een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); - een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en - een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant. Artikel 14. Hardheidsclausule 1.. In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college. 2.. Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 15. Slotbepaling 1.. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026. 2.. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027. 3.. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026. Aldus besloten door […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.