MOOI: Gebouwde omgeving

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Wat is de MOOI: Gebouwde omgeving?

MOOI: Gebouwde omgeving is een subsidie voor samenwerkingsverbanden die innovaties onderzoeken of ontwikkelen voor het verduurzamen van woningen, gebouwen, wijken of gebieden. De regeling richt zich op multidisciplinaire projecten die bijdragen aan een gebouwde omgeving zonder CO2-uitstoot en die binnen enkele jaren tot een eerste praktijktoepassing leiden. Aanvragen wordt beoordeeld en gerangschikt door een onafhankelijke adviescommissie, waarbij het budget wordt verdeeld op volgorde van score.

Wie komt in aanmerking voor de MOOI: Gebouwde omgeving?

MOOI: Gebouwde omgeving is bedoeld voor samenwerkingsverbanden die innovaties voor woningen, gebouwen, wijken of gebieden onderzoeken of ontwikkelen. Alleen samenwerkingsverbanden kunnen de subsidie aanvragen, individuele organisaties niet.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of onderzoeksinstelling of lokale overheid
Je bent een mkb-onderneming
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het samenwerkingsverband:

  • bestaat uit kleine, middelgrote of grote bedrijven, onderzoeksinstellingen, lokale overheden, leveranciers of afnemers van energie die samenwerken in één project;
  • bevat minimaal 3 ondernemingen die niet met elkaar verbonden zijn in een groep (zijn ze wel verbonden, dan is een extra deelnemer nodig om aan dit minimum te komen);
  • werkt multidisciplinair: verschillende kennisgebieden, vaardigheden, belangen en motieven komen samen in de aanpak.

Elke onderneming vraagt als eigen rechtspersoon zelf subsidie aan. Provincies en gemeentes mogen meedoen in het project, maar kunnen zelf geen subsidie ontvangen. De ondernemingen die subsidie aanvragen hebben een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland op het moment dat de subsidie wordt betaald; een postbus in Nederland is niet voldoende. Deelnemers mogen geen onderneming in moeilijkheden zijn (met een uitzondering onder het de-minimis steunkader, tot € 300.000).

Richt uw project zich op een specifieke technologie en werkt u daaraan met minstens één onderneming (niet noodzakelijk 3), dan kan de regeling EKOO: Gebouwde omgeving beter passen.

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidie is bedoeld voor projecten die op grote schaal bestaande woningen en utiliteitsgebouwen (gebouwen zonder woonfunctie) verduurzamen, op een betaalbare manier en met een betrouwbaar energiesysteem. Het project moet binnen 5 jaar na de start leiden tot een eerste toepassing: het laten zien van de innovatie in een omgeving waar deze gebruikt kan worden (bijvoorbeeld binnen een gebouw of deel van een woonwijk), zonder dat grootschalige uitrol al nodig is.

Subsidiabele innovatiethema's:

  • Verduurzaming van bestaande woningen en gebouwen: het ontwikkelen van een combinatie van producten, diensten en/of processen die verduurzamingsmaatregelen makkelijker, sneller en goedkoper maken, of branchebrede oplossingen daarvoor.
  • Toekomstbestendig energiesysteem voor woonwijken, bedrijventerreinen, kantoor- of winkelgebieden: een energiesysteem met installaties die hernieuwbare energie (elektriciteit, warmte, koude) produceren, verdelen, afleveren en opslaan, dat inspeelt op de toekomstige energievraag van gebouwen en andere functies.

Subsidiabele kostensoorten:

  • Kosten voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling, zoals projectactiviteiten en pilots.
  • Andere projectkosten die bijdragen aan de doelen van de innovatie en die in het projectplan staan (overige projectactiviteiten), met een maximum van 5% van de totale subsidiabele projectkosten, niet meer dan € 350.000 per project en niet meer dan € 300.000 per onderneming.

Binnen industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling komen in aanmerking:

  • Loonkosten (via integrale kostensystematiek, loonkosten + 50% opslag, of een vast uurtarief van € 80).
  • Kosten van aangeschafte machines en apparatuur (met afschrijving en eventuele restwaarde).
  • Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
  • Kosten van uitbesteding (kosten derden).

Een post voor onvoorziene activiteiten mag worden opgenomen tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten, alleen voor onvoorziene vraagstukken en na voorafgaande goedkeuring.

Niet subsidiabel: routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen of diensten, ook niet als deze verbeteringen zijn. Projecten mogen niet volledig worden uitbesteed: inhuur van derden telt niet als samenwerking voor eigen rekening en risico. Alleen projecten met minimaal € 2 miljoen aan subsidiabele kosten krijgen subsidie, en onderzoeksorganisaties mogen maximaal 50% van die kosten voor hun rekening nemen.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedraagt maximaal € 4.000.000 per project, met minimaal € 25.000 subsidie per deelnemer.

Het subsidiepercentage hangt af van het type organisatie:

  • 80% van de subsidiabele kosten voor een onderzoeksorganisatie die niet-economische activiteiten uitvoert;
  • 60% van de subsidiabele kosten voor een klein bedrijf;
  • 50% van de subsidiabele kosten voor een middelgroot bedrijf;
  • 40% van de subsidiabele kosten voor een groot bedrijf.

Is er geen daadwerkelijk samenwerkingsverband, dan wordt 15 procentpunten afgetrokken van het subsidiepercentage voor de onderneming(en). Van een daadwerkelijk samenwerkingsverband is sprake bij samenwerking tussen ondernemingen waarvan ten minste één klein of middelgroot is en geen enkele onderneming meer dan 70% van de subsidiabele kosten draagt, of bij samenwerking tussen een onderneming en één of meer onderzoeksorganisaties die ten minste 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.

Kwalificeert een deelnemende onderneming als onderneming in moeilijkheden, dan kan zij tot € 300.000 subsidie krijgen onder het de-minimis steunkader, mits er voldoende de-minimis steunruimte is.

De subsidiabele kosten van het project zijn minimaal € 2.000.000. Onderzoeksorganisaties nemen niet meer dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten voor hun rekening. De subsidie voor overige projectactiviteiten is maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.

De financiering van het eigen aandeel in de projectkosten (het deel dat niet gesubsidieerd wordt) moet rond zijn op het moment van indienen van de aanvraag. Ontving het project al subsidie van een bestuursorgaan of de Europese Commissie, dan wordt dat bedrag verrekend met de te ontvangen subsidie of met de subsidiabele kosten.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoort
€ 25.000Minimaal
€ 2.000.000Minimaal
€ 20.000.000Subsidieplafond

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20262 jun 20263 sep 2026€ 20 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de MOOI: Gebouwde omgeving?

De belangrijkste eisen die een aanvraag maken of breken:

Waarop wordt beoordeeld

  1. Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie: 22,50%
  2. Mate van vernieuwing: 16,25%
  3. Slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij: 22,50%
  4. Kwaliteit van het projectplan: 16,25%
  5. Kwaliteit van het samenwerkingsverband: 22,50%

Samenwerking:

  • Het project wordt uitgevoerd binnen een samenwerkingsverband met minimaal 3 ondernemingen die niet met elkaar in een groep verbonden zijn.
  • Samenwerken betekent voor eigen rekening en risico deelnemen; volledige uitbesteding is niet toegestaan, inhuur van derden telt niet als samenwerking.
  • Alle deelnemers dragen financieel en inhoudelijk ongeveer evenveel bij aan het project.
  • Bij deelname van een onderzoeksorganisatie is een getekende samenwerkingsovereenkomst verplicht vóór de start van de projectactiviteiten.

Omvang en financiering:

  • De subsidiabele kosten van het project zijn minimaal € 2 miljoen.
  • Het aandeel per deelnemer in de subsidiabele kosten moet substantieel zijn; de subsidie per deelnemer bedraagt minimaal € 25.000.
  • De financiering van het eigen aandeel in de projectkosten is rond bij het indienen van de aanvraag.

Overige voorwaarden:

  • Het project past binnen de beschreven innovatiethema's.
  • De looptijd van het project is maximaal 4 jaar.
  • De innovatie is binnen 5 jaar klaar voor een eerste toepassing.
  • Start binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking; vóór het indienen van de aanvraag mag nog niet gestart worden, mogen geen verplichtingen worden aangegaan en geen kosten worden gemaakt.
  • Het project is technisch en economisch haalbaar; de werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt worden goed onderbouwd met marktkennis, bronnen en argumenten.
  • Het projectplan bevat SMART-opgestelde mijlpalen en go/no go-momenten.

Op elk criterium is een score van minimaal 6 (op een schaal van 1 tot 10) vereist; bij een lagere score wordt de aanvraag afgewezen als kwalitatief onvoldoende. Aanvragen worden op volgorde van gewogen totaalscore gerangschikt en het budget wordt in die volgorde verdeeld, totdat het op is.

Hoe vraag je de MOOI: Gebouwde omgeving aan?

De aanvraag verloopt in stappen, via een verplichte vooraanmelding gevolgd door een definitieve aanvraag.

  • Vooraanmelding: het samenwerkingsverband dient een vooraanmelding in via de website, met een beknopte beschrijving van de bijdrage aan de doelstelling, gewenste resultaten, uitvoerende partijen, verwachte kosten en de waarschijnlijk benodigde subsidie. Eén vooraanmelding geldt voor één subsidieaanvraag; splitsing in meerdere aanvragen na de vooraanmelding is niet toegestaan.
  • Advies: een onafhankelijke adviescommissie (Adviescommissie MOOI) beoordeelt de vooraanmelding en geeft niet-bindend advies over het plan en de samenwerking.
  • Definitieve aanvraag: u verwerkt het advies en dient de aanvraag in via de website. Deze bevat een projectplan (inclusief plan voor kennisverspreiding, opgesteld volgens het verplichte model projectplan) en een begroting op basis van resultaten (volgens het model begroting).

Verplichte bijlagen bij de aanvraag zijn onder meer:

  • Deelnemersformulier: elke deelnemer ondertekent dit en machtigt daarmee de penvoerder voor de aanvraag en verdere correspondentie.
  • Advies van de Adviescommissie MOOI op de vooraanmelding.
  • Projectplan met plan voor kennisverspreiding.
  • Begroting.
  • Beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten.
  • MKB-toets (verplicht als het opslagpercentage wordt aangevraagd).
  • De-minimisverklaring(en) (verplicht bij overige projectactiviteiten of bij een deelnemer die onderneming in moeilijkheden is), waarin ook wordt aangegeven of het om een klein, middelgroot of groot bedrijf gaat.
  • Getekende samenwerkingsovereenkomst (verplicht bij deelname van een onderzoeksorganisatie én als de startdatum gelijk is aan de indieningsdatum). Deze bevat afspraken over kostenbijdrage, verdeling van risico's en uitkomsten, verspreiding van resultaten en intellectuele eigendomsrechten.
  • Verklaring in-kind bijdrage (indien van toepassing).
  • Verklaring 'Geen onderneming in moeilijkheden', inclusief beslisschema, recente jaarcijfers en organogrammen.

U logt in met eHerkenning, met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. De aanvraag wordt digitaal ondertekend door de aanvrager of intermediair; bij een intermediair moet de machtiging apart worden toegevoegd.

Toetsing van projectideeën vooraf is mogelijk: u kunt zonder verplichtingen een projectideeformulier invullen en advies krijgen van een projectadviseur, voordat u een vooraanmelding of aanvraag indient.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

De ingediende aanvragen worden eerst getoetst aan de voorwaarden van de regeling. Voldoet een aanvraag hieraan, dan beoordeelt en rangschikt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI de aanvraag aan de hand van de rangschikkingscriteria. Het subsidiebudget wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, van hoogste naar laagste totaalscore, totdat het budget op is.

De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode. Deze termijn kan één keer worden verlengd met nog eens 13 weken. Ingrijpende correcties op de begroting worden besproken voordat de beschikking wordt verstuurd.

Bij goedkeuring levert u tijdens de looptijd voortgangsrapportages aan en vraagt u na afloop vaststelling van de subsidie aan. Verplichtingen tijdens de looptijd zijn onder meer:

  • Starten met het project binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
  • Bijdragen aan kennisverspreiding, onder meer door al tijdens de looptijd actief te communiceren over resultaten richting belanghebbenden buiten het project (concurrentiegevoelige informatie hoeft niet gedeeld te worden).
  • Bij deelname van een onderzoeksorganisatie: tijdig een getekende samenwerkingsovereenkomst aanleveren. Ontbreekt deze, dan kan de betaling van voorschotten worden opgeschort en, als deze na 3 maanden nog ontbreekt, het project worden stopgezet en de subsidie op € 0 worden vastgesteld, met terugbetaling van eventueel al verleende voorschotten.
  • Wijzigingen in het project, de uitvoering of de deelnemers doorgeven.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over MOOI: Gebouwde omgeving. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.