Gesloten

Proeftuinen 2016 ronde 2

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) (via SNN)

Wat is de Proeftuinen 2016 ronde 2?

Proeftuinen 2016 ronde 2 is een subsidie van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), via het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), voor het opzetten, uitbouwen, verbeteren of onderling verbinden van proeftuinen in Noord-Nederland. Een proeftuin is een open innovatie-omgeving waar ondernemers, met name uit het mkb, over een langere periode prototypen en nieuwe of vernieuwde producten en diensten kunnen testen. De regeling kent twee sporen: Proeftuinen C (gericht op de maatschappelijke uitdagingen uit de RIS3) en Proeftuinen D (gericht op CO2-reductie).

Wie komt in aanmerking voor de Proeftuinen 2016 ronde 2?

De subsidie kan worden aangevraagd door het innovatiecluster dat een proeftuin beheert en beschikbaar stelt. Daarbij geldt:

Je bent actief in Drenthe, Friesland, Groningen
Regionale regeling.
Je bent een innovatiecluster
De definitieve beoordeling ligt bij Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) (via SNN).
  • Het innovatiecluster is één juridische entiteit; alleen die organisatie die de proeftuin (en daarmee het innovatiecluster) exploiteert komt in aanmerking.
  • Subsidie wordt verstrekt aan de rechtspersoon die het innovatiecluster opereert en aan rechtspersonen die activiteiten uitvoeren die een link hebben met het innovatiecluster.
  • Degene die het innovatiecluster opereert mag geen natuurlijke persoon zijn.
  • De proeftuin is gevestigd in Drenthe, Fryslân en/of Groningen.
  • Wanneer het gaat om het verbinden van verschillende proeftuinen, bevindt zich in ieder geval één proeftuin in Noord-Nederland.
  • De aanvrager mag niet in financiële moeilijkheden verkeren en er mag geen bevel tot terugvordering tegen de aanvrager uitstaan op grond van een eerder besluit over onrechtmatige staatssteun.

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidiabel is het opereren van een innovatiecluster waarin een proeftuin in Noord-Nederland wordt opgezet, uitgebouwd of verbeterd, of waarbij proeftuinen (waarvan minstens één in Noord-Nederland) onderling worden verbonden of de verbinding wordt verbeterd. Het innovatiecluster moet vooral gericht zijn op het versnellen van de marktintroductie van nieuwe diensten of producten door mkb-ondernemingen.

Subsidiabele kostensoorten:

  • Investeringen in immateriële en materiële activa van de proeftuin.
  • Personeelskosten en administratieve kosten, inclusief algemene kosten, voor zover deze betrekking hebben op de exploitatie in de aanloopfase van de proeftuin.
  • Kosten voor het aansturen van het innovatiecluster ter bevordering van samenwerking, informatiedeling en het verschaffen of toeleiden van gespecialiseerde zakelijke ondersteuningsdiensten voor de proeftuin.
  • Marketingkosten om nieuwe ondernemingen of organisaties aan te trekken en de zichtbaarheid van de proeftuin te verhogen.
  • Kosten voor het beheer van de proeftuinfaciliteiten en de organisatie van opleidingsprogramma's, workshops en conferenties.
  • Algemene activiteiten die een link hebben met de proeftuin.

Niet subsidiabel zijn onder meer: administratieve en financiële sancties en boetes, winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband, fooien en geschenken, representatiekosten en -vergoedingen, kosten van personeelsactiviteiten, kosten van overboekingen en annuleringen, gratificaties en bonussen, en kosten van outplacementtrajecten. Ook kosten voor het verrichten van test- en ontwikkelwerkzaamheden met en voor de gebruikers van de proeftuin zijn niet subsidiabel. Alleen projectkosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project komen in aanmerking.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de subsidie verschilt per spoor:

  • Proeftuinen C: 40% van de totale subsidiabele kosten.
  • Proeftuinen D: 45% van de totale subsidiabele kosten.
  • Bij beide sporen bedraagt de subsidie minimaal € 200.000 per project en maximaal € 2.000.000 per project.
  • Bij Proeftuinen C geldt: zijn de totale subsidiabele kosten hoger dan € 5.000.000 (waardoor 40% boven het maximum zou uitkomen), dan geldt het maximum van € 2.000.000 en valt het feitelijke subsidiepercentage lager uit.
  • Bij Proeftuinen D geldt hetzelfde bij totale subsidiabele kosten boven € 4.444.445.
  • De hoogte van de subsidie kan lager uitvallen als de Algemene Groepsvrijstellingsverordening daartoe noopt.
  • Een innovatiecluster mag in totaal maximaal € 7,5 miljoen aan staatssteun ontvangen, en maximaal 50% steun op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (eventueel 55% in een zogenoemd steunkaartgebied); hierbij wordt alle ontvangen steun bij elkaar opgeteld.
  • Bij vaststelling wordt de subsidie lager vastgesteld wanneer de gerealiseerde subsidiabele kosten lager zijn dan begroot, met toepassing van hetzelfde subsidiepercentage.

Wat zijn de voorwaarden van de Proeftuinen 2016 ronde 2?

  • Het innovatiecluster is één juridische entiteit
  • De proeftuin is open voor derden en gericht op midden- en kleinbedrijven
  • De vergoeding voor deelnemers is marktconform
  • Proeftuin gericht op innovaties in energie, water, gezondheid, voedselzekerheid of bio-economie
  • Subsidie verleend voor maximaal 3 jaar
  • Kosten voor test- en ontwikkelwerkzaamheden zijn niet subsidiabel

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na indiening controleert het SNN eerst of de aanvraag volledig is en voldoet aan de belangrijkste subsidievoorwaarden; is dit niet het geval, dan wordt de aanvraag afgewezen. Vervolgens beoordeelt een onafhankelijke deskundigencommissie de aanvraag inhoudelijk en geeft advies over de puntentoekenning. Behaalt een project 70 punten of meer, dan adviseert de deskundigencommissie het SNN om subsidie toe te kennen. De aanvraag wordt behandeld in de eerstvolgende vergadering van de bestuurscommissie Economische Zaken van het SNN. Toekenning is afhankelijk van het nog beschikbare budget. Stemt de bestuurscommissie in, dan voert het SNN nog een laatste controle uit op naleving van de (Europese) regelgeving en de uitvoeringsregeling, waarna eventueel subsidie wordt verleend. Het besluit wordt gepubliceerd in het EFRO Webportal.

Tijdens de looptijd gelden onder meer deze verplichtingen:

  • Twee keer per jaar dient een voortgangsrapportage te worden ingediend over de financiële en inhoudelijke voortgang, in een door SNN verstrekt format.
  • Een voorschot van 20% van de maximaal verleende subsidie kan worden verstrekt zodra met de subsidiabele activiteiten is gestart, mits het SNN geen obstakel constateert.
  • Een extra voorschot kan worden verstrekt op basis van gemaakte en betaalde kosten, gekoppeld aan het indienen van een voortgangsrapportage; de voorschotten samen bedragen in de regel maximaal 80% van de maximaal verleende subsidie, of tot 100% als het voorschot alleen ziet op gemaakte en betaalde kosten.
  • Blijft de aanvrager in gebreke met het indienen van een deugdelijke voortgangsrapportage, dan kan de subsidie worden ingetrokken of verlaagd.
  • Na afronding van de werkzaamheden dient een verklaring te worden afgegeven dat het project fysiek is afgerond of alle activiteiten ten uitvoer zijn gelegd.

Het verzoek om definitieve vaststelling (de einddeclaratie) dient uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project te worden ingediend, volgens een door SNN beschikbaar gesteld format, eventueel vergezeld van een rapport van bevindingen van een accountant. Het SNN controleert of de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens het projectplan en welke kosten daarvoor zijn gemaakt, en stelt aan de hand daarvan het definitieve subsidiebedrag vast. De subsidie wordt lager vastgesteld wanneer de gerealiseerde subsidiabele kosten lager zijn dan begroot.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 12 documenten bij deze regeling, waarvan er 2 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Welke documenten heb je nodig voor Proeftuinen 2016 ronde 2?

Vraag het dossier

Stel een vraag over Proeftuinen 2016 ronde 2. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) (via SNN); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.