Gesloten

Woningbouwimpuls

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Wat is de Woningbouwimpuls?

De Woningbouwimpuls (WBI) is een specifieke uitkering van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening waarmee gemeenten een bijdrage kunnen krijgen voor de bouw van woningen. De uitkering dekt een deel van het publieke financiële tekort dat ontstaat door noodzakelijke publieke maatregelen zoals infrastructuur, stikstofmaatregelen, bodemsanering of het verplaatsen van hinderactiviteiten, in projecten met minimaal 200 woningen waarvan minimaal de helft betaalbaar is.

Wie komt in aanmerking voor de Woningbouwimpuls?

De Woningbouwimpuls is bedoeld voor gemeenten. De gemeente is de aanvrager en ontvanger van de uitkering, ook als er bij de uitvoering wordt samengewerkt met woningcorporaties, bedrijven of andere organisaties.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een gemeente
Je rechtsvorm is Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Aanvullende mogelijkheden:

  • Gemeenten kunnen de bijdrage afzonderlijk of samen met andere gemeenten aanvragen. Bij een gemeente-overschrijdende aanvraag dient één gemeente de aanvraag in.
  • Een Gemeenschappelijke Regeling kan namens een gemeente aanvragen als het mandaat dit toestaat.
  • Per gemeente kunnen in deze ronde maximaal 3 projectaanvragen worden ingediend.

Als de gemeente de bijdrage doorgeeft aan derden zoals woningcorporaties, bedrijven of organisaties, moet de gemeente zelf beoordelen of aan de staatssteunregels wordt voldaan.

Waarvoor krijg je subsidie?

De bijdrage is bedoeld voor het dekken van een publiek financieel tekort (de publieke onrendabele top) op een woningbouwproject, veroorzaakt door noodzakelijke publieke maatregelen. Subsidiabel zijn maatregelen in de volgende categorieën:

  • Infrastructurele ontsluiting van de woningen, bijvoorbeeld wegen of bruggen (inclusief lokale aansluitingen op een bestaande weg of ov-infrastructuur en fietsinfrastructuur, ongeacht of het om gemeentelijke, provinciale of rijksinfrastructuur gaat).
  • Verlaging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
  • Bodemsanering (bij bodemsanering moeten de maatregelen binnen het projectgebied liggen).
  • Verplaatsing van activiteiten die hinder veroorzaken voor de woningbouw.

Bij het opvoeren van kosten geldt de kostensoortenlijst uit het Omgevingsbesluit (artikel 8.15 en Bijlage IV) en de plankostenscan uit de Omgevingsregeling als uitgangspunt. Kosten worden exclusief btw opgevoerd; niet-verrekenbare of niet-compensabele btw wordt als aparte post opgenomen.

Niet subsidiabel:

  • Kosten voor publieke functies zoals scholen, culturele centra en sportvoorzieningen.
  • Het wegvallen van baten van de bestaande vastgoedexploitatie.
  • Een tekort op een vastgoedexploitatie (alleen het tekort op een publieke grondexploitatie komt in aanmerking).
  • Rentekosten en andere financiële afboekingen die in het verleden op het project zijn gedaan.
  • Voorfinanciering van een project of het afdekken van risico's voor mogelijke toekomstige publieke tekorten.
  • Aparte kostenposten voor "de betaalbaarheid van woningen" zelf (dit werkt door via lagere opbrengsten, niet als losse kostenpost).
  • Het onrendabele deel van parkeervoorzieningen als losse kostenpost; parkeren loopt via de opbrengstenkant (grondverkoop of kostenverhaal).

Hoeveel subsidie krijg je?

De bijdrage van de Woningbouwimpuls bedraagt maximaal 50% van het aantoonbare publieke financiële tekort van het project. De overige minimaal 50% moet gedekt zijn door de gemeente en/of andere overheden (medeoverheden), waarbij op het moment van de aanvraag voldoende hardheid nodig is rondom deze toegezegde bijdragen.

Er is geen maximumbedrag dat een gemeente per aanvraag mag aanvragen. Voor de ronde geldt een totaalbudget; bij een gemeente-overschrijdende aanvraag wordt de uitkering, als een aanvragende gemeente middelen doorgeeft aan een betrokken gemeente, door beide gemeenten rechtstreeks verantwoord aan het ministerie.

Voor subsidies die op maatregelniveau bijdragen aan de financiële haalbaarheid (zoals de Regeling aandachtsgroepen, de Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen of Woningbouw op korte termijn) geldt dat deze niet samen met een Woningbouwimpuls-bijdrage voor dezelfde maatregel verstrekt worden. Een verwachte bijdrage uit de Realisatiestimulans wordt verrekend met de aanvraag voor de Woningbouwimpuls.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoort
€ 39.258.492Subsidieplafond

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
9e ronde15 sep 20268 okt 2026€ 39,3 mlnTender (rangschikking na sluiting)
Ronde 3-8 okt 2026€ 253 mln-
Ronde 6-8 okt 2026€ 301 mln-
Ronde 2-8 okt 2026€ 266 mln-
Ronde 4-8 okt 2026€ 112 mln-
Ronde 5-8 okt 2026€ 118 mln-
Ronde 1-8 okt 2026€ 335 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Woningbouwimpuls?

Om in aanmerking te komen moet de aanvraag aan deze voorwaarden voldoen:

  • Het gaat om een afgebakend, samenhangend projectgebied. Samenhang moet op minimaal 2 van de 3 volgende indicatoren aangetoond worden: organisatorische samenhang, geografische samenhang, financiële samenhang.
  • Er worden minimaal 200 woningen (netto toevoeging: nieuwbouw minus sloop) gebouwd.
  • Minimaal 50% van de woningen is betaalbaar: sociale huurwoningen, huurwoningen voor middeninkomens, of betaalbare koopwoningen met een verkoopprijs tot en met de betaalbare koopgrens.
  • De bouw van het project is nog niet begonnen.
  • De bouw van de eerste woningen start binnen 3 kalenderjaren na toekenning; de bouw van de laatste woningen start binnen 10 kalenderjaren na toekenning.
  • Het project kent een aantoonbaar publiek financieel tekort, veroorzaakt door noodzakelijke publieke maatregelen (infrastructuur, stikstof, bodemsanering, uitplaatsing hinderactiviteiten).
  • De gevraagde bijdrage is maximaal 50% van dat tekort; het restant wordt gedekt door de gemeente en/of andere medeoverheden.
  • De regeling is niet bedoeld voor voorfinanciering of het afdekken van toekomstige publieke risico's.
  • Onzelfstandige woningen tellen niet mee als woning.

Beoordeling gebeurt niet op volgorde van binnenkomst maar op kwaliteit: een onafhankelijke toetsingscommissie rangschikt aanvragen aan de hand van vier hoofdcriteria met weging: noodzaak (30%), effectiviteit (30%), efficiëntie (15%) en urgentie (25%).

Het urgentiecriterium bestaat uit twee vaststaande subcriteria: de relatieve omvang van de woningbouwopgave in het functioneel woningmarktgebied (2 tot 8 punten) en de locatiespecifieke opgave (maximaal 2 punten, voor ligging in een gebied van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en/of een regionale grootschalige woningbouwlocatie).

Hoe vraag je de Woningbouwimpuls aan?

De gemeente dient de aanvraag in; bij een gemeente-overschrijdend project doet één gemeente dit namens de betrokken gemeenten. De aanvraag wordt digitaal ingediend via een online invulformulier van RVO en gaat vergezeld van verplichte bijlagen:

  • Aanbiedingsbrief, ondertekend namens het college van burgemeester en wethouders. Hierin staan de gevraagde bijdrage, een toezegging over het langer betaalbaar houden van de woningen, een uitspraak over het voldoen aan de voorwaarden en een toezegging dat de cofinanciering wordt geregeld. Er is een format beschikbaar.
  • Kaartmateriaal (maximaal 2 A4 pagina's) met de huidige en toekomstige situatie en de plangrenzen.
  • Indieningsspreadsheet met de publieke kosten en opbrengsten van het project, verdeeld over meerdere tabbladen (begroting en prognose, plangebied en ruimtegebruik, opbrengsten uit grondverkoop, onderbouwing kostenverhaal, specificatie maatregelen, planning startbouw).
  • Toelichting op de begroting en maatregelen (maximaal 15 pagina's voor de toelichting op de businesscase, richtlijn van maximaal 10 pagina's voor de bijlage zelf), met een reflectie op de meegeleverde taxatie en per maatregel een onderbouwing van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit.
  • Recent taxatierapport of waardebepaling, opgesteld door een onafhankelijke deskundige, ter onderbouwing van de inbreng- of verwervingswaarde. Dit document mag niet ouder zijn dan één jaar en moet zo nodig geïndexeerd worden.
  • Plankostenraming.
  • Vragenlijst planning en hardheid, met vragen over de voortgang van het plan richting startbouw.
  • Optioneel: overige onderbouwende documenten, verklaringen van betrokken partijen, een vrije bijlage (maximaal 10 pagina's) en een overzicht van op te vragen documenten.

Na sluiting van het aanvraagloket beoordeelt RVO de aanvragen op volledigheid en stuurt deze door naar het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening legt de aanvragen voor aan een onafhankelijke toetsingscommissie, die de aanvragen rangschikt naar kwaliteit. De toetsingscommissie adviseert de minister, die de uiteindelijke beslissing neemt.

De aanvrager krijgt binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagloket bericht over de uitkomst van de aanvraag. De minister kan deze behandeltermijn met 13 weken verlengen.

De gemeente ontvangt 100% van het bedrag als voorschot. De definitieve vaststelling vindt plaats bij de eindverantwoording, na verantwoording van het 10e jaar (uiterlijk in het 11e jaar) of eerder als het project eerder is afgerond. Daarbij worden onder meer de geleverde prestaties (het gerealiseerde woningbouwprogramma), de gerealiseerde publieke kosten en opbrengsten en het gerealiseerde kostenverhaal beoordeeld. Blijkt het publieke tekort bij de eindverantwoording kleiner dan oorspronkelijk geraamd, dan kan de minister middelen terugvorderen; blijkt niet meer aan de minimale vereisten over projectomvang en aandeel betaalbaar te worden voldaan, dan is terugvordering eveneens aan de orde.

Tijdens de looptijd gelden verplichtingen:

  • Jaarlijkse verantwoording via de SiSa-systematiek (single information, single audit).
  • Een jaar na toekenning, en vervolgens jaarlijks herhaald, vindt een gesprek plaats over de voortgang van het project.
  • Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de beschikking moeten gemeld worden, onder meer als het aantal (betaalbare) woningen lager uitvalt dan bepaald in de beschikking, als de startdatum van de bouw meer dan 3 jaar na toekenning vertraagd is, of als er wijzigingen in de maatregelen worden verwacht.
  • Het woningbouwprogramma kan niet naar beneden worden bijgesteld; dit kan leiden tot aanpassing van de beschikking en proportionele terugvordering.
  • De bijdrage kan achteraf niet naar boven worden bijgesteld als de business case tegenvalt; gemeenten staan zelf aan de lat voor projectbeheersing.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 11 documenten bij deze regeling, waarvan er 4 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 3 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Woningbouwimpuls. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.