Status onbekendProvincie · Subsidie

Subsidieregeling Innovatiecampussen Zuid-Holland

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

Voor kennisinstellingen, ondernemingen en organisaties die deel uitmaken van erkende innovatiecampussen in Zuid-Holland en samenwerken aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

Ook bekend als Subsidieregeling Campussen Zuid-Holland

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 1 mln
per aanvraag

Waar is deze subsidie voor?

Provinciale subsidieregeling voor versterking van innovatiecampussen in Zuid-Holland door financiering van onderzoeksinfrastructuur, campusfaciliteiten en exploitatie. Gericht op kennisinstellingen en ondernemingen die samenwerken op innovatie. Subsidiebedragen tussen €100.000 en €1.000.000.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kennisinstellingen, ondernemingen en organisaties die deel uitmaken van erkende innovatiecampussen in Zuid-Holland en samenwerken aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

KennisinstellingOndernemingenOnderzoeksorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Financiering van onderzoeksinfrastructuur op een innovatiecampus
  • Bouw en upgrading van campusfaciliteiten
  • Exploitatie van een innovatiecampus
  • Samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen op innovatie

Voorwaarden

  • Bouw en upgrading van onderzoeksinfrastructuur vindt plaats op het grondgebied van de campus
  • Toegang tot onderzoeksinfrastructuur staat open voor meerdere gebruikers op transparante en niet-discriminerende basis
  • Aanvraag heeft voldoende draagvlak binnen de campus, blijkend uit schriftelijke verklaring van campusdirecteur
  • Projectplan is van voldoende kwaliteit
  • Business case biedt voldoende inzicht in duurzame borging van voorgenomen activiteiten
  • Aanvrager mag geen onderneming in moeilijkheden zijn volgens artikel 2, onderdeel 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening
  • Voor exploitatie geldt maximale subsidiëringsduur van 10 jaar

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kennisinstelling of onderneming of onderzoeksorganisatie
U vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist een consortium of meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Staatssteun en de-minimis

Geen de-minimis van toepassing volgens onze registratie.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 100.000, - of meer dan € 1.000.000, - bedraagt
Subsidieregeling innovatiecampussen Zuid-Holland
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule § 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1.2 Openstellingsbesluiten Artikel 1.3 Subsidiehoogte Artikel 1.4 Verdelingswijze Artikel 1.5 Bevoorschotting en betaling Artikel 1.6 Verantwoording § 2 Onderzoeksinfrastructuur Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.2. Doelgroep Artikel 2.3 Weigeringsgronden Artikel 2.4 Subsidievereisten Artikel 2.5 Subsidiabele kosten Artikel 2.6 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 2.7 Staatssteun § 3 Bouw, upgrade en exploitatie van innovatieclusters op campussen Artikel 3.1 Subsidiabele activiteiten Artikel 3.2 Doelgroep Artikel 3.3 Weigeringsgronden Artikel 3.4 Subsidievereisten Artikel 3.5 Subsidiabele kosten Artikel 3.6 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 3.7 Staatssteun § 4 Slotbepalingen Artikel 4.1 Intrekking Artikel 4.2 Overgangsrecht Artikel 4.3 Inwerkingtreding Artikel 4.4. Werkingsduur en overgangsrecht Artikel 4.5. Citeertitel Ondertekening Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Innovatiecampussen Zuid-Holland Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743084 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743084/1 sluiten Regeling vervalt per 31-12-2031 Subsidieregeling innovatiecampussen Zuid-Holland Geldend van 31-07-2025 t/m 30-12-2031 Intitulé Subsidieregeling innovatiecampussen Zuid-Holland Gedeputeerde staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; Overwegende dat het wenselijk is campussen in Zuid-Holland als brandpunten voor innovatie en ondernemerschap binnen het regionale innovatie ecosysteem te versterken; Overwegende dat de te subsidiëren activiteiten in overeenstemming zijn met hoofdstuk I, artikel 26 of artikel 27 van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling innovatiecampussen Zuid-Holland § 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; - campus: ruimtelijk begrensd gebied met hoogwaardige vestigingsmogelijkheden en onderzoeksfaciliteiten waarin onderzoekers van kennisinstellingen en bedrijven intensief samenwerken op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en innovatie met als magneet een manifeste kennisdrager; - immateriële activa: fysiek of financieel niet-tastbare activa, zoals octrooien, licenties, knowhow of andere intellectuele-eigendomsrechten; - innovatie: het voor de voorzienbare toekomst ontwikkelen van producten, diensten of procedés die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden; - innovatiecluster: structuren of georganiseerde groeperingen van onafhankelijke partijen (zoals innovatieve start-ups, kleine, middelgrote en grote ondernemingen, maar ook organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, onderzoeksinfrastructuur, en test- en experimenteerinfrastructuur) die zijn opgezet om innovatieve activiteiten en nieuwe vormen van samenwerking te stimuleren , zoals door digitale middelen, door het delen en/of bevorderen van faciliteiten en het uitwisselen van kennis en deskundigheid, en door daadwerkelijk bij te dragen aan kennisoverdracht, netwerking, informatieverspreiding en samenwerking tussen de ondernemingen en andere organisaties binnen het cluster; - materiële activa: activa bestaande uit gronden, gebouwen en installaties, machines en uitrusting; - onderzoeksinfrastructuur: faciliteiten, middelen en verwante diensten die door de wetenschappelijke gemeenschap worden gebruikt om op hun respectieve vakgebied onderzoek te verrichten, waarbij het gaat om wetenschappelijke uitrusting of sets wetenschappelijke instrumenten; kennisgebaseerde hulpbronnen zoals verzamelingen, archieven of gestructureerde wetenschappelijke informatie; ict-gebaseerde enabling infrastructuur zoals gridnetwerken, computers, software en communicatie, of iedere andere entiteit met een uniek karakter die onontbeerlijk is om onderzoek te kunnen verrichten; - personeelskosten: de kosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het betrokken project of de betrokken activiteiten bezighouden. Artikel 1.2 Openstellingsbesluiten 1. Gedeputeerde staten stellen nadere regels in de vorm van openstellingsbesluiten vast voor projecten waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend. 2. Gedeputeerde staten kunnen in de openstellingsbesluiten, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval nadere regels opnemen met betrekking tot: a. aanvraagperiode; b. subsidieplafond en deelplafonds. 3. In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, kan een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling worden ingediend binnen de periode genoemd in het openstellingsbesluit, bedoeld in het tweede lid, onder a. Artikel 1.3 Subsidiehoogte 1. De hoogte van de subsidie, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 3.1, eerste lid, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 1.000.000, -. 2. In afwijking van het eerste lid worden, indien er sprake is van cumulering als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, het percentage en het maximum, genoemd in het eerste lid, zodanig naar beneden bijgesteld dat de hoogste steunintensiteit of het hoogste steunbedrag die krachtens artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor deze regeling gelden, niet worden overschreden. 3. Indien toepassing van dit artikel ertoe leidt dat de te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 100.000, - wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel 1.4 Verdelingswijze Als de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, verdelen gedeputeerde staten de subsidie naar evenredigheid over de subsidieaanvragers die in aanmerking komen voor subsidie. Artikel 1.5 Bevoorschotting en betaling 1. Het voorschot bedraagt maximaal 90% van het verleende bedrag. Met uitzondering, en onder bepaalde voorwaarden, kan er in overleg 100% beschikt kan worden als dit ten goede komt aan de uitvoering van het project. 2. Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. Artikel 1.6 Verantwoording Gelet op de toepasselijke Europese regelgeving is artikel 4.3, eerste en tweede lid, van de Asv van overeenkomstige toepassing op subsidies tot € 125.000, - met uitzondering van een door een onafhankelijke accountant afgegeven verklaring. § 2 Onderzoeksinfrastructuur Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie kan worden verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur op een campus. 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, dragen bij aan de versterking en de doorontwikkeling van campussen in Zuid-Holland. Artikel 2.2. Doelgroep Subsidie als bedoeld in artikel 2.1 kan uitsluitend worden aangevraagd door privaatrechtelijke rechtspersonen. Artikel 2.3 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als: a. het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 100.000, - of meer dan € 1.000.000, - bedraagt; b. gedeputeerde staten voor dezelfde activiteiten eerder al subsidie hebben verleend of anderszins middelen ter beschikking hebben gesteld; c. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is, bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Artikel 2.4 Subsidievereisten Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.1 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a. de bouw en het upgraden van de onderzoeksinfrastructuur vindt plaats op het grondgebied van de campus; b. de toegang tot de onderzoeksinfrastructuur staat open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend; c. de aanvraag heeft voldoende draagvlak binnen de campus of bij erkende (kennis)instellingen blijkend uit een schriftelijke verklaring van de campusdirecteur waaruit blijkt dat hij/zij op de hoogte is van de activiteit en aangeeft dat deze aansluit bij de visie of het programma van de campus; d. het projectplan is van voldoende kwaliteit; e. de business case biedt voldoende inzicht in de duurzame borging van de voorgenomen activiteiten. Artikel 2.5 Subsidiabele kosten a. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in aanmerking de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa. b. Bij de berekening van de subsidiehoogte en de subsidiabele kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt, de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. c. De subsidiabele kosten worden gestaafd met bewijsstukken, die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Artikel 2.6 Verplichtingen van de subsidieontvanger In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen: a. met de uitvoering van de activiteit wordt gestart binnen 1 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; b. de activiteit wordt binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening uitgevoerd; c. wanneer met onderzoeksinfrastructuur zowel economische als niet-economische activiteiten worden verricht, wordt voor de financiering, kosten en inkomsten van elk soort activiteit een gescheiden boekhouding gevoerd, op basis van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen van kostprijsadministratie; d. toegang tot de infrastructuur staat open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden. Om overcompensatie te vermijden, is deze toegang evenredig aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden deze voorwaarden publiek beschikbaar gesteld; e. de prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, stemt overeen met een marktprijs. Artikel 2.7 Staatssteun Subsidie die krachtens deze paragraaf wordt verleend bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door Hoofdstuk I en artikel 26 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. § 3 Bouw, upgrade en exploitatie van innovatieclusters op campussen Artikel 3.1 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie kan worden verstrekt: a. voor de bouw en het upgraden van innovatieclusters op een campus; b. de exploitatie van innovatieclusters op een campus. 2. Subsidie als bedoeld in het
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.