Open voor aanvragenSVOMRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Voor MKB-ondernemingen (maximaal 250 werknemers, omzet ≤ €50 miljoen of balans ≤ €43 miljoen) met activiteiten of vestiging in Nederland die maatschappelijk verantwoord ondernemen willen toepassen.

Ook bekend als SVOM

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via rvo.nl
Max. bedrag
€ 10k
per aanvraag
Percentage
50%
van de kosten
Eerstvolgende deadline
3 nov 2026
nog 17 weken
Budget
€ 525k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidie voor MKB-ondernemingen om due diligence toe te passen volgens OESO-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ondersteunt bedrijven bij het signaleren, voorkomen en beperken van risico's voor mens en milieu in de waardeketen. Subsidiebedrag tot € 10.000 voor activiteiten met maximaal 6 maanden looptijd.

Voor wie is het bedoeld?

Voor MKB-ondernemingen (maximaal 250 werknemers, omzet ≤ €50 miljoen of balans ≤ €43 miljoen) met activiteiten of vestiging in Nederland die maatschappelijk verantwoord ondernemen willen toepassen.

Mkb

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Risicoanalyse van de toeleveringsketen uitvoeren
  • Internationaal MVO-beleid opzetten
  • Stakeholderdialoog faciliteren
  • Klachtenmechanisme opzetten
  • Voorbereiding op MVO-wetgeving zoals CSRD en CSDDD

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten bijdragen aan minimaal één van de 6 stappen van OESO due diligence
  • Minimale subsidiabele kosten van € 20.000 voor aanvraag van € 10.000
  • Looptijd activiteiten maximaal 6 maanden
  • Eigen bijdrage minimaal 50% van niet-gesubsidieerde kosten
  • Eigen bijdrage mag niet gefinancierd worden met overheidssubsidie
  • Externe dienstverlener moet al bekend zijn bij aanvraag en passen bij activiteit
  • Maximaal 2 aanvragen per aanvrager in subsidieperiode 2025-2029
  • Geen subsidie voor activiteiten op FMO-uitsluitingslijst (tenzij gericht op tegengaan daarvan)
  • Activiteiten kunnen binnen of buiten Nederland plaatsvinden, mits gelinkt aan bedrijfsvoering/waardeketen

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
U bent een mkb
U bent een mkb-onderneming
Maximaal 250 fte
Jaaromzet tot € 50 mln
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Openstellingen en rondes

Ronde 2026Open
Start
3 mrt 2026
Sluit
3 nov 2026
Budget
€ 525k
Verdeling
Wie het eerst komt

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Documenten

  • 07c21323-nl.pdf · 104 pag.
    Toon documenttekst
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING
    VOOR MAATSCHAPPELIJK
    VERANTWOORD ONDERNEMEN
    -- 1 of 104 --
    -- 2 of 104 --
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING
    VOOR MAATSCHAPPELIJK
    VERANTWOORD ONDERNEMEN
    -- 3 of 104 --
    2
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    Dit document en de kaarten die er in opgenomen zijn, laten de status van of soevereiniteit over grondgebieden,
    demarcaties van internationale grenzen en de namen van grondgebieden, steden en regio’s onverlet.
    Oorspronkelijk door de OESO gepubliceerd in het Engels onder de titel: OECD Due Diligence Guidance for responsible
    business conduct © 2018 OECD.
    © 2019 Ministerie van Buitenlandse Zaken voor deze Nederlandse editie.
    Design: Peggy King Cointepas.
    Deze vertaling is gepubliceerd in overleg met de OESO. Het is geen officiële OESO-vertaling. De kwaliteit van de vertaling
    en de coherentie met de originele Engelse tekst vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de auteur(s) van
    de vertaling. In het geval van verschillen in interpretatie tussen de Engelse en de Nederlandse tekst is de Engelse tekst
    leidend.
    -- 4 of 104 --
    3
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    Deze OESO Due Diligence-Handreiking (de Handreiking) heeft als doel ondernemingen te
    ondersteunen bij het toepassen van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen,
    door de aanbevelingen uit die Richtlijnen op het gebied van due diligence en de bijbehorende
    voorwaarden uit te leggen in begrijpelijke taal. De praktische toepassing van deze aanbevelingen
    helpt ondernemingen om negatieve gevolgen (ook wel ongunstige effecten genoemd) op
    het gebied van werknemers, mensenrechten, het milieu, omkoping, consumenten en goed
    ondernemingsbestuur die verband kunnen houden met hun activiteiten, toeleveringsketens
    en andere zakelijke relaties te voorkomen en aan te pakken. In de bijlage bij deze Handreiking
    staan aanvullende toelichtingen, tips en verduidelijkende voorbeelden van due diligence
    (gepaste zorgvuldigheid).
    Doel van deze Handreiking is ook een gemeenschappelijk referentiekader te creëren voor
    overheden en belanghebbenden (“stakeholders”) op het gebied van due diligence voor
    verantwoord ondernemen. De UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de
    Tripartiete Beginselverklaring voor Multinationale Ondernemingen en Sociaal Beleid van de
    Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) bevatten ook due diligence aanbevelingen en deze
    Handreiking kan ondernemingen helpen bij de implementatie daarvan.
    De Handreiking vloeit voort uit de verklaring van de G7-leiders van 7 en 8 juni 2015 in
    Schloss Elmau, waarin zij het belang van een gemeenschappelijk referentiekader voor due
    diligence onderkennen, met name voor het midden- en kleinbedrijf en ondernemingen die
    in hun landen actief zijn of er hun hoofdkantoor hebben aanmoedigen om due diligence
    te implementeren in hun toeleveringsketens. G20 leiders hebben zich in hun op 8 juli 2017
    in Hamburg aangenomen verklaring gecommitteerd aan de implementatie van normen op
    het gebied van arbeid, maatschappij, milieu en mensenrechten in overeenstemming met
    internationaal erkende kaders met als doel duurzame en inclusieve toeleveringsketens te
    realiseren. In dat verband onderstreepten zij de verantwoordelijkheid van ondernemingen
    voor de toepassing van due diligence.
    Deze Handreiking is opgesteld onder toezicht van de OESO-werkgroep voor Maatschappelijk
    Verantwoord Ondernemen (WPRBC). Hierbij is een multistakeholder-proces gehanteerd met
    OESO-lidstaten en andere landen en vertegenwoordigers van bedrijfsleven, vakbonden en
    het maatschappelijk middenveld. In mei 2016 werd het eerste concept voor commentaar
    voorgelegd aan de WPRBC en institutionele stakeholders van de OESO. In februari 2017 werd
    het herziene concept van deze Handreiking voorgelegd voor publieke consultatie. In juni 2017
    werd er een multistakeholder-adviesgroep ingesteld om de WPRBC te ondersteunen bij het
    integreren van het commentaar van de stakeholders en afronden van de Handreiking. Ook de
    Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties was nauw betrokken bij dit proces.
    Deze Handreiking is op 6 maart 2018 goedgekeurd door de WPRBC en op 3 april 2018 door het
    OESO Investeringscomité. Op 30 mei 2018 werd een OESO-aanbeveling voor de Handreiking
    op ministerieel niveau aangenomen door de Raad.
    VOORWOORD
    -- 5 of 104 --
    4
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    VOORWOORD
    De OESO heeft ook richtlijnen uitgewerkt om ondernemingen te helpen bij de toepassing
    van due diligence voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in specifieke sectoren
    en toeleveringsketens, namelijk: mineralen, landbouw, kleding- en schoenenindustrie, de
    extractieve sector (mijnbouw, olie- en gaswinning) en de financiële sector.
    -- 6 of 104 --
    5
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    MER 	Milieueffectrapportage
    ZEV 	Zone voor exportverwerking
    MMER 	Maatschappelijke en milieueffectrapportage
    ERM 	Effectrapportage mensenrechten
    GON 	Geschillenbeslechtingsmechanisme op operationeel niveau
    KYC 	Know your counterparty [Ken uw wederpartij]
    MNO 	Multinationale onderneming
    NMRI 	Nationaal mensenrechteninstituut
    NCP 	Nationaal Contactpunt voor de OESO-richtlijnen voor Multinationale
    Ondernemingen
    MVO 	Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
    MVO-thema’s Mensenrechten, werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen, milieu, omkoping
    en corruptie, informatieverstrekking en consumentenbelangen
    MKB 	Midden- en kleinbedrijf
    WPRBC 	OESO-werkgroep voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
    DUE DILIGENCE
    Onder due diligence (ook wel: gepaste zorgvuldigheid) wordt het proces verstaan
    waarin bedrijven de daadwerkelijke en potentiële negatieve gevolgen van hun handelen
    identificeren, voorkomen en verminderen, en waarmee zij verantwoording kunnen afleggen
    over hun aanpak van die gevolgen als integraal onderdeel van hun besluitvormingsproces
    en risicobeheerssystemen. Bij de uitwerking van due diligence staan niet de risico’s voor het
    bedrijf centraal, maar de rechten van, en de daadwerkelijke en potentiële risico’s op, negatieve
    gevolgen voor andere stakeholders, zoals werknemers en lokale gemeenschappen.
    WERKNEMER
    Het Engelse woord “worker” kent geen goede Nederlandse vertaling. In deze Handreiking is
    het vertaald met de term “werknemer”. Met “werknemer” worden alle werkenden bedoeld
    die in opdracht voor het bedrijf werk verrichten. De Handreiking gaat dus ook over hoe
    onderaannemerschap behoort te worden ingericht, en over werk dat min of meer in
    zelfstandigheid wordt uitgevoerd. Dit heeft betrekking op de gehele waardeketen van de
    onderneming.
    ACRONIEMEN, AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN
    -- 7 of 104 --
    6
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    INLEIDING 	11
    I. 	OVERZICHT VAN DUE DILIGENCE VOOR MAATSCHAPPELIJK
    VERANTWOORD ONDERNEMEN 	16
    Negatieve gevolgen en risico’s 	17
    Waarom due diligence? 	18
    Kenmerken van due diligence - de essentiële punten 	18
    II. 	HET DUE DILIGENCE-PROCES 	24
    1. 	Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en
    managementsystemen 	26
    2. 	Identificeer en beoordeel daadwerkelijke en potentiële negatieve gevolgen
    van de activiteiten, producten of diensten van de onderneming 	29
    3. 	Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen 	33
    4. 	Monitor de praktische toepassing en resultaten 	36
    5. 	Communiceer hoe negatieve gevolgen worden aangepakt 	37
    6. 	Zorg voor herstelmaatregelen of werk hieraan mee wanneer dit van toepassing is 	38
    BIJLAGE: Vragen bij het overzicht van due diligence voor maatschappelijk
    verantwoord ondernemen 	41
    V1. 	Wat zijn voorbeelden van negatieve gevolgen voor thema’s waarop de
    oeso-richtlijnen voor mno’s van toepassing zijn? 	42
    V2. 	Hoe kan een onderneming genderkwesties integreren in haar due diligence? 	45
    V3. 	Hoe kan een onderneming beslissingen nemen bij het prioriteren? 	46
    V4. 	In welke stadia van het due diligence-proces is prioriteren relevant? 	49
    V5. 	Waarin verschilt prioriteren voor mensenrechtenrisico’s van het prioriteren voor
    andere negatieve gevolgen? 	49
    V6. 	Hoe om te gaan met beperkte middelen? 	50
    V7. 	Hoe kan due diligence aansluiten bij de situatie van een onderneming? 	50
    V8. 	Wie zijn de stakeholders van een onderneming? 	52
    V9. 	Wat wordt bedoeld met “betekenisvolle betrokkenheid van stakeholders”? 	53
    V10. Wanneer is betrokkenheid van stakeholders belangrijk in de context van due diligence? 54
    V11. Hoe kan een onderneming potentieel kwetsbare stakeholders betrekken? 	55
    V12. Hoe kunnen ondernemingen samenwerken bij de toepassing van due diligence? 	55
    V13. Kan samenwerking risico’s opleveren in het kader van de mededingingswetgeving? 	57
    -- 8 of 104 --
    7
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    Vragen over het due diligence-proces 	59
    A.1 Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en
    managementsystemen 	60
    V14. Wat komt er kijken bij mvo-beleid? 	60
    V15. Welke expertise is beschikbaar voor het formuleren van mvo-beleid? 	60
    V16. Welke teams of bedrijfsonderdelen zijn relevant bij het formuleren en
    afstemmen van doelstellingen voor het mvo-beleid van de onderneming? 	61
    V17. Waarin verschillen de rollen van de directie en het management bij het
    waarborgen van de integratie van mvo? 	63
    V18. Hoe kunnen mvo-verwachtingen verweven worden in zakelijke relaties? 	64
    A.2 Identificeer en beoordeel daadwerkelijke en potentiële negatieve
    gevolgen van de activiteiten, producten of diensten van de onderneming 	65
    V19. Wat wordt er bedoeld met inventariseren en hoe ruim moet de inventarisatie
    door de onderneming worden opgezet? 	65
    V20. Wat wordt er verstaan onder risico’s op het niveau van de sector, het product,
    het gebied en de onderneming? 	66
    V21. Wat zijn goede bronnen voor schriftelijk onderzoek? 	67
    V22. Hoe kunnen tekortkomingen in de informatievoorziening worden aangepakt? 	69
    V23. Hoe kan een onderneming het risico op negatieve gevolgen bij haar eigen
    activiteiten beoordelen? 	69
    V24. Hoe kan een onderneming bepalen welke activiteiten of zakelijke relaties het eerst
    beoordeeld moeten worden? 	70
    V25. Hoe beoordeelt de onderneming de zakelijke relaties die geprioriteerd zijn
    tijdens de inventarisatie? 	70
    V26. Op welke punten moeten zakelijke relaties beoordeeld worden en wie moet dat doen? 71
    V27. Wanneer moeten zakelijke relaties beoordeeld worden? 	72
    V29. Wat wordt er bedoeld met negatieve gevolgen die “veroorzaakt” worden door de
    onderneming, of “waar de onderneming aan bijdraagt” of die “direct verband
    houden” met de activiteiten, producten of diensten van een zakelijke relatie? 	74
    V30. Waarom is het van belang op welke manier een onderneming betrokken is bij
    negatieve gevolgen? 	76
    V31. Hoe kan een onderneming haar maatregelen prioriteren wanneer ze negatieve
    gevolgen van al haar activiteiten en zakelijke relaties probeert te voorkomen en te
    beperken? 	77
    -- 9 of 104 --
    8
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    A.3 Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen 	78
    V32. Wat is het verschil tussen het voorkomen en het beperken van negatieve gevolgen? 	78
    V33. Hoe moet een onderneming daadwerkelijke of potentiële negatieve gevolgen
    die zij mogelijk veroorzaakt of waaraan ze bijdraagt, voorkomen en beperken? 	79
    V34. Hoe kan een onderneming daadwerkelijke of potentiële negatieve gevolgen, die via
    zakelijke relaties direct verbonden zijn met haar activiteiten, producten of diensten,
    proberen te voorkomen en te beperken? 	81
    V35. Hoe kan een onderneming haar operaties of activiteiten aanpassen om negatieve
    gevolgen die verband houden met haar zakelijke relaties te voorkomen en te beperken? 	81
    V36. Hoe kan een onderneming haar invloed aanwenden? 	82
    V38. Hoe kan een onderneming een zakelijke relatie ondersteunen bij het voorkomen of
    beperken van negatieve gevolgen? 	84
    V39. Hoe kan een onderneming te werk gaan bij het beëindigen van de betrekkingen? 	84
    V40. Hoe kan een onderneming proberen negatieve gevolgen te voorkomen en te beperken
    die verband houden met zakelijke relaties waarmee zij geen contractuele banden heeft? 	85
    A.4 Monitor de praktische toepassing en resultaten 	86
    V41. Welke informatie wordt gemonitord in het kader van due diligence? 	86
    V42. Hoe kan een onderneming de praktische toepassing en resultaten monitoren? 	86
    V43. Wie is betrokken bij het monitoren van de praktische toepassing en resultaten
    bij een onderneming? 	87
    V44. Hoe kan een onderneming reageren op de resultaten van de monitoring? 	88
    V45. Hoe moet er geprioriteerd worden bij monitoringactiviteiten? 	88
    A.5 Communiceer hoe negatieve gevolgen worden aangepakt 	89
    V46. Wat zijn de juiste manieren om te communiceren met het publiek en met
    getroffen stakeholders? 	89
    V47. Als het om commercieel gevoelige informatie gaat, hoe kan relevante informatie
    dan toch gecommuniceerd worden? 	90
    -- 10 of 104 --
    9
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    A.6 Zorg voor herstelmaatregelen of werk hieraan mee wanneer dit van toepassing is 	92
    V48. Wat is de relatie tussen herstelmaatregelen en due diligence? 	92
    V49. Wat wordt er verstaan onder “herstelmaatregelen” en “herstel”? 	92
    V50. Hoe kan een onderneming de juiste vormen van herstel identificeren? 	92
    V51. Wat zijn “officiële herstelmechanismen”? 	93
    V52. Wat houdt “meewerken aan officiële herstelmechanismen” in? 	94
    V53. Onder welke omstandigheden komen de verschillende herstelprocessen in aanmerking? 	94
    V54. Wat is het verschil tussen een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en een proces
    om herstel mogelijk te maken? 	95
    AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE OESO DUE DILIGENCE
    HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN 	96
    BRONVERMELDINGEN 	99
    -- 11 of 104 --
    -- 12 of 104 --
    11
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INLEIDING
    TABEL 1. REIKWIJDTE VAN DE OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MVO
    Ondernemingen
    zijn:
    ●● Alle multinationale ondernemingen (MNO’s), ongeacht hun
    eigendomsstructuur, uit alle sectoren en van elke omvang, die actief
    en/of gevestigd zijn in landen die de OESO-richtlijnen voor MNO’s hebben
    aanvaard, inclusief multinationale middelgrote en kleinere bedrijven (MKB).
    ●● Alle entiteiten binnen de MNO-groep: moederbedrijf en lokale entiteiten,
    inclusief dochterbedrijven.
    ●● Van multinationale en nationale ondernemingen wordt op het gebied van
    maatschappelijk verantwoord ondernemen hetzelfde verwacht, in het
    geval dat de OESO-richtlijnen voor MNO’s op beiden van toepassing zijn.
    BASIS
    Deze Due Diligence Handreiking voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (de Handreiking)
    is gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (OESO-richtlijnen voor
    MNO’s). De OESO-richtlijnen voor MNO’s zijn niet-bindende aanbevelingen van overheden aan
    multinationale ondernemingen op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
    Ze geven aan dat ondernemingen een positieve bijdrage kunnen leveren aan de vooruitgang op
    economisch, milieu- en sociaal gebied en willen hen aanmoedigen om een positieve bijdrage
    te leveren. Ze geven ook aan dat zakelijke activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor
    werknemers, mensenrechten, milieu, corruptie, consumenten en goed ondernemingsbestuur. De
    OESO-richtlijnen voor MNO’s adviseren ondernemingen daarom due diligence toe te passen die
    op risicoanalyse gebaseerd is, om negatieve gevolgen die verband houden met hun activiteiten,
    toeleveringsketens en andere zakelijke relaties te voorkomen en aan te pakken.
    DOEL
    Deze Handreiking biedt bedrijven (ondernemingen) inzicht in due diligence voor MVO met als
    doel dat zij dit kunnen toepassen zoals beoogd in de OESO-richtlijnen voor MNO’s. Doel van
    deze Handreiking is ook om bij te dragen aan een gemeenschappelijk referentiekader tussen
    overheden en stakeholders op het gebied van due diligence voor MVO.
    De OESO-richtlijnen voor MNO’s bieden ondernemingen de ruimte om de kenmerken, specifieke
    maatregelen en processen van due diligence aan te passen aan hun eigen situatie. De Handreiking
    dient voor ondernemingen als een kader voor het op maat ontwikkelen en versterken van hun
    eigen due diligence-systemen en –processen. Als dat nodig blijkt te zijn, dan dienen zij vervolgens
    aanvullende middelen te zoeken om zich verder in de materie te verdiepen.
    De OESO-richtlijnen voor MNO’s voorzien in een uniek promotie- en geschillenbeslechtings-
    mechanisme – de Nationale Contactpunten (NCP’s). Deze Handreiking is een nuttig hulpmiddel
    voor NCP’s om inzicht te krijgen in de OESO-richtlijnen voor MNO’s en om de Richtlijnen te
    promoten. u Zie box 8 voor meer informatie over NCP’s
    -- 13 of 104 --
    12
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INLEIDING
    TABEL 1. REIKWIJDTE VAN DE OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MVO
    Onderwerpen
    die onder due
    diligence vallen*
    (MVO-thema’s)
    ●●●●●Mensenrechten (OESO, 2011, hoofdstuk IV)
    ●●●●●Werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen (OESO, 2011, hoofdstuk V)
    ●●●●●Milieu (OESO, 2011, hoofdstuk VI)
    ●●●●●●Bestrijding van corruptie, omkopingsverzoeken en afpersing (OESO, 2011,
    hoofdstuk VII)
    ●●●●●Consumentenbelangen (OESO, 2011, hoofdstuk VIII)
    ●●●●●Informatieverstrekking (OESO, 2011, hoofdstuk III)
    Due diligence en
    zakelijke relaties
    Zakelijke relaties zijn alle soorten zakelijke relaties van de onderneming met
    leveranciers, franchisenemers, licentiehouders, joint-ventures, investeerders,
    klanten, aannemers, cliënten, consultants, financiële, juridische en overige
    adviseurs. Zakelijke relaties zijn ook relaties van de onderneming met alle
    overige statelijke of niet-statelijke entiteiten die op enige wijze betrokken
    zijn bij haar zakelijke activiteiten, producten of diensten.
    * Drie hoofdstukken van de OESO-richtlijnen voor MNO’s vallen buiten de Handreiking: Wetenschap en
    technologie; Mededinging en Belastingen.
    DOELGROEPEN
    De Handreiking is hoofdzakelijk bedoeld voor hen die in de praktijk belast zijn met de toepassing
    van due diligence binnen een onderneming. Omdat de OESO-richtlijnen voor MNO’s van
    toepassing zijn op een breed scala aan onderwerpen en omdat de praktische toepassing van
    due diligence binnen de uiteenlopende activiteiten en zakelijke relaties van een onderneming
    een interdisciplinair karakter heeft, is de kans groot dat er verschillende bedrijfsonderdelen,
    functiegebieden en mensen verantwoordelijk zullen zijn voor de praktische toepassing van due
    diligence. Deze Handreiking kan ook nuttig zijn voor andere partijen, bijv. voor sectorbrede en
    multistakeholder-initiatieven die samenwerking bij due diligence-activiteiten faciliteren, voor
    werknemers, vertegenwoordigers van werknemers, vakbonden1 en maatschappelijke organisaties.
    OPZET
    De Handreiking begint met een kort overzicht van elk hoofdstuk van de OESO-richtlijnen voor MNO’s.
    Hierna volgt een overzicht van due diligence. Om de due diligence-aanbevelingen uit de OESO-richtlijnen
    voor MNO’s begrijpelijker te maken, wordt een aantal sleutelbegrippen en kenmerken toegelicht.
    In de hoofdtekst worden het due diligence-proces en de ondersteunende maatregelen stap
    voor stap beschreven. In de praktijk is due diligence een continu proces, waarin stappen soms
    1. In deze Handreiking worden de begrippen vertegenwoordigers van werknemers, vakbonden en
    vertegenwoordigende organisaties gehanteerd conform de internationale arbeidsnormen: ILO-verdrag nr. 87
    (betreffende de Vrijheid tot het Oprichten van Vakverenigingen en de Bescherming van het Vakverenigingsrecht),
    nr. 98 (betreffende het Recht zich te Organiseren en Collectief te Onderhandelen) en nr. 135 (Vertegenwoordigers
    van Werknemers).
    -- 14 of 104 --
    13
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INLEIDING
    opnieuw moeten worden gezet en niet altijd in dezelfde volgorde verlopen. Sommige stappen kunnen
    ook tegelijkertijd worden uitgevoerd, waarbij de resultaten elkaar over en weer kunnen beïnvloeden.
    In el
    
    […tekst ingekort]
  • MVO_stappenplan_MVO-steunpunt.pdf · 21 pag.
    Toon documenttekst
    Het MVO-stappenplan
    Een praktische handleiding voor het toepassen van due diligence
    voor maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van de
    OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen
    -- 1 of 21 --
    Waarover gaat dit MVO-stappenplan?
    Als bedrijf krijgt u waarschijnlijk door opkomende wetgeving of door toeleveranciers, afnemers,
    investeerders of het eigen personeel steeds meer vragen over wat u doet op het gebied van
    maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Met dit stappenplan kunt u hier als
    bedrijf mee aan de slag. MVO betekent dat u de negatieve gevolgen van uw activiteiten op
    mensenrechten, klimaat en milieu aanpakt in uw eigen organisatie én in uw (internationale)
    waardeketens. Dit stappenplan geeft u inzicht in hoe u dit kunt doen. Het stappenplan is
    gebaseerd op de OESO- richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Deze richtlijnen zijn niet
    alleen de basis voor het Nederlandse MVO-beleid maar ook voor veel duurzaamheidswetgeving
    die zowel in Europa als daarbuiten ontwikkeld is en wordt.
    Dit stappenplan is ontwikkeld door het MVO-steunpunt van de Nederlandse overheid. Het
    is gebaseerd op de digitale introductie training die het steunpunt heeft ontwikkeld over
    (internationale) ketenverantwoordelijkheid.
    Het stappenplan kan gelezen worden als extra uitleg bij het MVO-assessment van het steunpunt.
    Dit assessment geeft u inzicht in waar uw bedrijf staat met betrekking tot maatschappelijk
    verantwoord ondernemen.
    Leeswijzer
    • In Waarom MVO in uw ketens leest u over de voordelen van maatschappelijk verantwoord
    ondernemen.
    • Due diligence in 6 stappen stipt een aantal belangrijke uitgangspunten aan.
    • Stap 1 t/m Stap 6 bevatten het eigenlijke stappenplan op basis van de OESO-richtlijnen.
    • In Informatiebronnen en hulpmiddelen vindt u onder andere digitale tools die u tijdens de
    6 stappen kunt gebruiken.
    Inhoud
    Stap 1: Integreer MVO in uw beleid en bedrijfsvoering
    Stap 2: Identificeer en beoordeel negatieve gevolgen
    2A: Breng uw ketens in kaart
    2B: Identificeer en beoordeel (potentiële) negatieve gevolgen
    Prioriteer (potentiële) negatieve gevolgen
    Stap 3: Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen
    3A: Bepaal uw betrokkenheid bij de risico's
    3B: Maak een actieplan met uw ketenpartners
    Stap 4: Monitor de doeltreffendheid van uw acties
    Stap 5: Communiceer over uw beleid, risico's, acties en resultaten
    Stap 6: Herstel schade of werk hieraan mee
    2
    3	4
    5
    6
    1
    Herstel schade
    of werk hieraan mee
    4
    6
    9
    9
    10
    15
    15
    16
    18
    21
    21
    22
    27
    31
    35
    38
    40
    6
    -- 2 of 21 --
    5	4
    Waarom MVO in uw ketens?
    Veel ondernemers vinden het belangrijk om vanuit morele redenen bij te dragen aan een
    duurzame wereld. Daarnaast zijn er veel andere voordelen:
    → U verbetert uw reputatie
    Het uitsluiten van risico’s en het bijdragen aan positieve effecten in de keten heeft een
    voordeel voor de reputatie van het bedrijf.
    → U verkrijgt toegang tot financiële diensten
    Banken en andere financiers hechten veel waarde aan goed risicomanagement. Ook van
    risico’s op mens en milieu. Wanneer bedrijven aantonen dat ze inzicht hebben in hun keten en
    risico’s effectief uitsluiten, wordt dit in toenemende mate beloond.
    → U verstevigt uw marktpositie
    Bedrijven die op een serieuze manier in gesprek zijn met hun leveranciers en klanten, bouwen
    vertrouwen op. Dat vertrouwen kan in onverwachte omstandigheden (bijvoorbeeld de
    coronapandemie, handelsoorlogen, misoogst) goed van pas komen.
    → U borgt leveringszekerheid
    Door op een constructieve manier samen te werken met leveranciers wordt de
    leveringszekerheid beter geborgd.
    → U trekt talent aan
    Steeds meer medewerkers vinden het belangrijk dat het bedrijf waar ze werken haar
    verantwoordelijkheid neemt in landen waar zij zakendoet.
    → U verbetert productiviteit in de keten
    MVO draagt bij aan verhoging van de productiviteit; bijvoorbeeld omdat werknemers beter
    betaald krijgen en daardoor minder snel weggaan, zich minder snel ziekmelden en onder
    veiligere omstandigheden werken. Hierdoor is er minder verloop van werknemers, neemt de
    productiviteit toe en zijn er ook minder defecte producten.
    → U krijgt beter inzicht in de keten
    Een beter inzicht in de keten biedt vaak kansen voor verbetering en innovatie van product,
    proces en/of keten. Dit kan leiden tot kwalitatief betere producten, efficiëntere processen en/
    of het aanboren van nieuwe markten.
    → U zorgt voor trots personeel
    Medewerkers van bedrijven die, aantoonbaar, het ‘goede’ doen, zullen meer gecommitteerd
    zijn om bij het bedrijf te blijven en zich in te zetten voor de gezamenlijke missie.
    Wetgeving
    Ook is er wetgeving die u verplicht tot maatschappelijk verantwoord ondernemen.
    Veel landen hebben al wetgeving die bedrijven verplicht risico’s in hun keten te kennen en aan
    te pakken, zoals Duitsland (de Supply Chain Due Diligence Act) en Frankrijk (de Duty of Vigilance
    Law). Daarnaast zal EU Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) wetgeving
    grote bedrijven die actief zijn in de EU verplicht stellen om due diligence toe te passen. Ook de EU
    Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) gaat bepaalde bedrijven verplichten een
    duurzaamheidsrapportage te maken.
    Mkb-bedrijven vallen vooralsnog niet onder de meeste wetten maar kunnen door grote bedrijven
    in hun keten meer vragen verwachten of gevraagd worden om ook aan de eisen te voldoen. Ook
    klanten, consumenten, financiers en maatschappelijke organisaties verwachten dat bedrijven hun
    maatschappelijke rol serieus nemen. Verder zijn er hele specifieke duurzaamheidswetten, zoals
    de ontbossings- of de conflict mineralen verordening, waar het mkb soms aan moet voldoen. Het
    doen van due diligence zal het makkelijker maken om aan deze wetgeving te voldoen.
    Meer informatie over wetgeving kunt u vinden op onze site vinden. Ook kunt u de MVO
    Wetchecker gebruiken om inzicht te krijgen welke wetten uw bedrijf mee te maken kan krijgen.
    Due diligence helpt!
    Als bedrijf kunt u negatieve gevolgen veroorzaken op mens en milieu in uw (internationale)
    ketens. Denk aan risico’s zoals kinderarbeid, (te) lage lonen van arbeiders of milieuvervuiling.
    Afhankelijk van de mate waarin uw bedrijf betrokken is onderneemt u acties. Deze acties zijn
    onderdeel van due diligence, een belangrijk kernproces van MVO. Bij MVO houdt uw bedrijf
    rekening met de gevolgen van zakendoen voor mens, dier en milieu. Dat betekent dat bedrijven
    met due diligence handelen - in Nederland gebruiken we ook de term ‘gepaste zorgvuldigheid’.
    -- 3 of 21 --
    7	6
    Due diligence in 6 stappen
    Het proces van due diligence bestaat uit zes stappen. Door uitvoering van deze stappen neemt u
    verantwoordelijkheid voor (mogelijke) negatieve gevolgen van uw eigen acties in de keten. De zes
    stappen volgen elkaar logisch op, maar hoeven niet in dezelfde volgorde te worden uitgevoerd.
    Due diligence is een doorgaand, lerend en flexibel proces dat nooit klaar is en integraal onderdeel
    is van de bedrijfsprocessen.
    Figuur 1 – Due diligence in 6 stappen
    Bron: MVO-steunpunt
    2
    3	4
    5
    6
    1
    Herstel schade
    of werk hieraan mee
    In 2019 is de OESO Due Diligence Handreiking voor IMVO gepubliceerd. Dit uitgebreide document
    geeft bedrijven praktische handvatten om MVO toe te passen. In 2023 heeft de OESO in een
    update van de richtlijnen bepaald dat onder andere klimaat nu ook expliciet onderwerp van het
    due diligence proces dient te zijn.
    De kernelementen van due diligence
    → Bevat de hele waardeketen
    Bij due diligence gaat om de hele waardeketen (dus zowel up- als downstream). De keten
    houdt dus niet op bij directe leveranciers of afnemers. Het is essentieel om meer te leren over
    de schakels daarvoor of daarna, zoals de recycling. Door zorgvuldig te controleren met wie u
    zakendoet en of er geen misstanden zijn in de keten, komt u niet voor verrassingen te staan.
    Dit klinkt eenvoudig, maar is het niet altijd. Met name mkb-bedrijven hebben vaak contact met
    groothandels of tussenleveranciers. Wat de partijen in de schakels daarvoor precies doen, is
    niet altijd duidelijk. Dat vraagt om een proactieve houding. Vragen stellen en samenwerken is
    de kunst.
    → Betrek belanghebbenden
    Omdat due diligence gaat om het identificeren en voorkomen van (mogelijke) negatieve
    gevolgen van bedrijfsactiviteiten op anderen, is het belangrijk om in elke stap van due
    diligence belanghebbenden te betrekken. Dit kunnen toeleveranciers zijn, afnemers,
    investeerders, werknemers, maar ook vakbonden en maatschappelijke organisaties
    omdat zij lokale gemeenschappen en werknemers verderop in de keten (of zelfs natuur/
    klimaat) vertegenwoordigen. Hierbij gaat het om een oprechte, constructieve en effectieve
    communicatie tussen uw bedrijf en belanghebbenden voorafgaand aan belangrijke
    beslissingen waaraan beide partijen te goeder trouw deelnemen. Uw bedrijf laat
    belanghebbenden ook weten wat er met hun input is gebeurd.
    → Heb oog voor de rechten van vrouwen en kwetsbare groepen
    De effecten van bedrijfsactiviteiten op de rechten van vrouwen en kwetsbare groepen (zoals
    kinderen, migranten en gehandicapten) zijn vaak negatiever en anders. Daarom is het goed in
    uw hele due diligence proces hier extra oog voor te hebben.
    → Proportionaliteit en steun van ketenpartners
    Het doen van due diligence kan in eerste instantie best overweldigend overkomen. Maar
    hoever u moet gaan in uw due diligence, is proportioneel, dit betekent dat het bijvoorbeeld
    ook afhankelijk van hoe groot uw onderneming is en hoe groot de (mogelijke) negatieve
    gevolgen zijn in uw ketens. De overheid verwacht van multinationals dat hun due diligence
    proces verder reikt dan dat van een mkb’er. Ook verwacht de overheid dat ketenpartners elkaar
    ondersteunen in hun due diligence proces.
    → Groei in het due diligence proces
    Tenslotte is het vooral de bedoeling dat het bedrijf start, en zichzelf elke keer verbetert. Het
    is een proces dat elke keer weer opnieuw doorlopen moet worden om nieuwe (mogelijke)
    negatieve gevolgen uit te sluiten. Maar u mag in dit proces groeien. U kunt klein, met een
    beperkt aantal ketens, beginnen en dit jaarlijks uitbreiden totdat uiteindelijk alle waardeketens
    onderdeel zijn van het MVO-risicomanagement. Dus schroom niet te beginnen, fouten te
    maken en gaandeweg te leren!
    -- 4 of 21 --
    8 	9
    Stap 1: Integreer MVO in uw beleid en
    bedrijfsvoering
    Stap 1 van het due diligence proces is het integreren van MVO in uw beleid en bedrijfsvoering. Om
    dit te kunnen doen heeft u een duidelijk beleid nodig. Alle afdelingen en functies in uw bedrijf
    moeten begrijpen wat hun verantwoordelijkheid is in het hele proces.
    Stap 1A: Check uw huidige MVO beleid en activiteiten
    Maak duidelijke afspraken en leg vast wie welke verantwoordelijkheid heeft. Het werkt het
    best als u deze afspraken in bestaande procedures of beleid opneemt. Denk bijvoorbeeld aan
    inkoop- en verkoopprocedures, de reguliere risico-inventarisatie en evaluatie, de procedures voor
    leveranciersselectie en de gedragscode. Medewerkers zijn hier vaak al goed mee bekend. Denk bij
    het ontwikkelen van een MVO-beleid voor uw ketens aan de volgende stappen:
    → Analyseer het huidige beleid
    Vraag aan elke afdeling in uw bedrijf hoe zij kunnen bijdragen aan due diligence en wat er
    momenteel al gebeurt op dit vlak. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen aan de gedragscode,
    de leveranciersselectie, inkoopprocedures, afspraken rondom betalingstermijnen, scholing van
    medewerkers op dit vlak, beloningsbeleid, communicatie op de website enzovoorts.
    → Creëer een MVO-beleid
    U moet een MVO-beleid hebben dat expliciet gebaseerd is op de richtlijnen van de VN en de
    OESO voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dit beleid moet u duidelijk maken
    hoe uw bedrijf mensenrechten, milieu en klimaat respecteert. Hierbij erkent u ook dat uw
    bedrijfsactiviteiten negatieve gevolgen kunnen hebben op mensenrechten, milieu en/of klimaat.
    Op basis van de risicoanalyse die u doet in stap 2 van due diligence, vermeldt het beleid ook de
    geprioriteerde risico’s die uw bedrijf aan wil pakken en hoe u dit wilt doen, inclusief meetbare
    doelen. U past uw beleid aan wanneer nodig, bijvoorbeeld wanneer de context in uw ketens
    verandert, u doelen heeft behaald, of uit nadere analyse blijkt dat u uw doelen aan moet passen.
    Het beleid moet beschrijven wat u verwacht van uw medewerkers en leveranciers, wie waarvoor
    verantwoordelijk is op het gebied van MVO, en hoe de besluitvorming plaatsvindt. Ook moet
    u duidelijk maken welke rol certificeringen, sectorovereenkomsten of andere instrumenten uw
    bedrijf gebruikt, en dat u belanghebbenden doorlopend bij alle 6 stappen van due diligence
    betrekt.
    U schrijft dit beleid ná consultatie in- en extern met belanghebbenden en deskundigen. Het beleid
    moet goedgekeurd worden door senior management en gepubliceerd worden op bijvoorbeeld de
    website.
    -- 5 of 21 --
    11	10
    → Deel het MVO-beleid intern en extern
    Zorg ervoor dat alle collega’s op de hoogte zijn van wijzigingen in bestaande
    bedrijfsprocessen en dat ze kennis hebben van de aanpak voor MVO. Dat kan door er
    aandacht aan te besteden in reguliere communicatie met alle medewerkers, maar ook
    door betrokken organisatieonderdelen te trainen. Breng ook externe partijen, zoals
    toeleveranciers en afnemers, op de hoogte en benadruk de voordelen van het uitsluiten van
    mensenrechtenschendingen en milieuschade in gezamenlijke ketens.
    Stap 1B: Integreer MVO in uw bedrijfsvoering
    Naast het ontwikkelen van beleid, is het van belang dat MVO een integraal onderdeel wordt van
    uw hele bedrijfsvoering. Dat het medewerkers niet alleen duidelijk is welke verantwoordelijkheden
    zij hebben, maar dat zij ook in staat zijn deze uit te voeren. Het helpt als er een koppeling wordt
    gemaak met het beloningsbeleid en de functieomschrijvingen of -profielen. Wanneer uw bedrijf
    inkopers niet alleen op financiële targets afrekent, zullen zij meer gemotiveerd zijn om over
    andere onderwerpen het gesprek aan te gaan met leveranciers. Wanneer u bijvoorbeeld de
    verkoopafdeling aanspreekt als orders regelmatig op het laatste moment worden gewijzigd, een
    praktijk die grote consequenties heeft in de keten, zullen zij eerder met de klant kijken of er andere
    oplossingen mogelijk zijn. Op die manier wordt verantwoord ondernemen de logische werkwijze.
    Randvoorwaarden
    Om due diligence goed in de organisatie te verankeren, zijn een aantal zaken van belang:
    → Betrokkenheid directie
    Het is ontzettend belangrijk dat de directie het belang van MVO, en specifiek due
    diligence, inziet en daar actief over overlegt met de medewerkers. Naast commitment
    van topmanagement is het aan de directie om mensen en middelen vrij te maken voor de
    implementatie van het proces van due diligence.
    → Draagvlak creëren in de organisatie
    Om draagvlak te krijgen voor veranderingen in het bedrijf, die bijdragen aan due diligence, is
    het belangrijk om goed uit te leggen waarom het zo belangrijk is dat mensenrechten, milieu en
    klimaat worden beschermd. Maak dit onderwerp een terugkerend thema in de communicatie
    met de medewerkers. Actieve communicatie over de inzet van het bedrijf op mens en milieu,
    zorgt ook voor betrokken medewerkers.
    → Beschikbaarheid van capaciteit en middelen
    Het reserveren van tijd en geld voor MVO is essentieel om initiatieven te ontwikkelen en uit
    te voeren die verder gaan dan uw basisactiviteiten. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om
    investeringen in nieuwe technologieën en processen, de ondersteuning van projecten in
    de keten, investeringen in training en bewustwording van werknemers en ketenpartners,
    en het samenwerken met betrokkenen. Op lange termijn kunnen deze investeringen juist
    kostenbesparingen opleveren, bijvoorbeeld omdat de arbeidsproductiviteit hoger wordt en
    het gebruik van grondstoffen efficiënter. Juist omdat kleine bedrijven vaak beperkte capaciteit
    hebben, is het voor hen belangrijk om slim om te gaan met de bestaande mensen en middelen.
    Door rollen en verantwoordelijkheden duidelijk te definiëren en due diligence een integraal
    onderdeel van de werkwijze te maken ontstaat ruimte om due diligence uit te rollen.
    → Nieuwe vaardigheden
    Het proces van due diligence vraagt om nieuwe vaardigheden, waarbij u met een nieuwe blik
    kijkt naar uw bedrijfsprocessen. Het zal soms nodig zijn om medewerkers bij te scholen of te
    ondersteunen in de nieuwe taken die op hun bordje liggen. Denk bijvoorbeeld aan het voeren
    van gesprekken met leveranciers of klanten over lastige onderwerpen als kinderarbeid.
    Hoe integreert u het MVO-beleid in uw bedrijf?
    Elk bedrijf is anders en daarmee zijn er ook verschillende manieren om MVO in een bedrijf te
    organiseren. Toch zijn er wel een aantal algemene tips.
    → Bevorder afstemming tussen teams en bedrijfsprocessen
    Bij kleinere organisaties is afstemming tussen afdelingen meestal vanzelfsprekend. Dat
    helpt bij het integreren van due diligence in de organisatie. Als verschillende functies en
    afdelingen regelmatig overleg voeren kan uw bedrijf snel inspelen op nieuwe uitdagingen.
    Denk bijvoorbeeld aan het opkomen van nieuwe risico’s zoals mensenrechtenschendingen in
    de tomatensector of kinderarbeid in elektronicafabrieken, of aan nieuwe wetgeving waar het
    bedrijf mee te maken krijgt.
    → Definieer duidelijke rollen en verantwoordelijkheden
    Zorg ervoor dat iedereen die een rol speelt binnen de due diligence cyclus, precies weet wat
    zij moeten doen, waar zij op worden beoordeeld en met wie zij moeten samenwerken om due
    diligence goed te implementeren. Binnen het bedrijf heeft vrijwel iedereen een rol te spelen.
    Bijvoorbeeld:
    • Inkoop bepaalt met welke leveranciers uw bedrijf in zee gaat, en heeft contact met hen
    over sociale en milieuthema’s.
    • Verkoop kent de verwachtingen van afnemers en kan die ook temperen of juist vertalen in
    meer duurzame vragen intern.
    • Juridische zaken stelt de contracten en gedragscodes op, waarin u opneemt wat uw
    berdrijf verwacht van toeleveranciers, en wat zij van u mogen verwachten op het gebied
    van mensenrechten en milieu.
    • Vanuit financiën moet er voldoende budget beschikbaar komen voor bijvoorbeeld het
    uitvoeren van actieplannen.
    • HR draagt bij door te zorgen dat het personeel voldoende geschoold is en weet wat uw
    bedrijf van hen verwacht.
    -- 6 of 21 --
    13	12
    • Marketing & Communicatie speelt een cruciale rol omdat zij verantwoordelijk zijn voor
    zowel de externe communicatie als de interne bewustwording rondom MVO.
    • ICT ondersteunt MVO door met systemen voor bijvoorbeeld het opzetten van een
    leveranciersscreeningsystemen, data-analyse en risicomanagement
    • De afdeling Kwaliteit is een belangrijk omdat zij MVO kan koppelen aan
    kwaliteitsmanagement waardoor verantwoord en duurzaam ondernemen standaard
    onderdeel wordt van de bedrijfsvoering
    • Research & Development moet de (potentiële) negatieve gevolgen al in de ontwerpfase
    meenemen zodat uw bedrijf eventueel andere materialen kan kiezen.
    • Logistiek berekent of er ook andere vervoersopties zijn die wellicht minder vervuilend zijn.
    • Mocht er een duurzaamheidsafdeling zijn dan is die de spin in het web die alle
    inspanningen coördineert en samenbrengt.
    • Tenslotte benadrukken we nogmaals dat de directie een cruciale rol speelt. Hun steun en
    actieve inzet is nodig om het due diligence proces goed te implementeren in het bedrijf.
    Zorg ervoor dat uw medewerkers begrijpen wat hun verantwoordelijkheden zijn en dat dit
    meetbaar is. Ook is het goed MVO-verantwoordelijkheden op te nemen in de functieprofielen.
    → Maak het monitoren van uw leveranciers onderdeel van beleid
    Zorg ervoor dat uw bedrijf zowel bestaande als nieuwe leveranciers niet alleen beoordeelt
    op kwaliteit en prijs, maar dat u in de overweging met leveranciers in zee te gaan ook
    duurzaamheidsprestaties meeneemt. Mochten er uit deze monitoring risico op negatieve
    impacts komen, dan is het van belang met een leverancier in gesprek te gaan, en samen te
    proberen de situatie te verbeteren.
    → Zorg voor een ‘2-way code of conduct’ (gedragscode)
    Het is belangrijk om bij het opstellen van een gedragscode ook rekening te houden met de
    belangen van uw leveranciers. Een goed voorbeeld om dit in de praktijk te brengen is een
    buyer-supplier mutual w
    
    […tekst ingekort]
  • De-minimisverklaring-format-2026.pdf · 5 pag.
    Toon documenttekst
    Versie 2025 Verklaring A
    Algemene de-minimisverklaring
    Lees eerst de uitleg voordat u de verklaring invult.
    Gegevens
    Informatie over de onderneming
    Bedrijfsnaam
    Inschrijfnummer KvK
    NACE-classificatie
    Informatie over verbonden ondernemingen1
    Bedrijfsnaam
    Inschrijfnummer KvK
    NACE-classificatie
    Bij meerdere verbonden ondernemingen voegt u een overzicht met informatie over de verbonden
    ondernemingen bij de verklaring.
    1 De NACE-classificatie bestaat uit de eerste vier cijfers van de SBI-code. Vul bij meerdere SBI-codes de code in van de specifieke activiteit
    waarvoor de minimis steun wordt aangevraagd met behulp van deze verklaring.
    1 Zie uitleg onder: Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening).
    -- 1 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    Verklaring
    Hierbij verklaart ondergetekende dat aan de genoemde onderneming en eventueel verbonden
    ondernemingen als bedoeld in de de-minimisverordening
    ☐ 	geen de-minimissteun is verleend
    - 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is
    niet eerder de-minimissteun verleend.
    ☐ 	wel de-minimissteun is verleend, maar het drempelbedrag niet wordt
    overschreden
    - 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is
    eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag
    van in totaal €
    - 	Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.
    - 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt
    gevraagd.
    ☐ 	al andere staatssteun is verleend voor dezelfde in aanmerking komende kosten
    - 	Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van
    in totaal €
    - 	Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling of
    een besluit van de Europese Commissie d.d.
    - 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt
    gevraagd.
    Daarnaast verklaart ondergetekende om onmiddellijk melding te doen bij de overheidsinstantie
    waar de steunaanvraag is ingediend, indien de onderneming vóór de ontvangst van de aan deze
    verklaring verbonden verleningsbeschikking/overeenkomst etc.2 alsnog de-minimissteun, of voor
    dezelfde in aanmerking komende kosten andere staatssteun, ontvangt.
    Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:
    Naam functionaris en functie
    Naam functionaris en functie
    Handtekening 	Datum
    Handtekening 	Datum
    2 De-minimissteun kan op diverse manieren verleend worden, niet alleen in de vorm van direct geld/een subsidie. Zo kan ook (de-
    minimis)staatssteun verleend worden in de vorm van leningen of garanties met bijbehorende overeenkomsten i.p.v.
    besluiten/beschikkingen.
    2 Bij private rechtspersonen is het bestuur in beginsel in zijn geheel tekenbevoegd (zie bijvoorbeeld art. 2:292 BW voor stichtingen). De
    statuten van een privaatrechtelijke rechtspersoon kunnen echter bepalen dat één bestuurder zelfstandig bevoegd is om te tekenen of dat er
    een gezamenlijke handtekening van twee of meer bestuurders is vereist om te tekenen. Voor dat laatste geval is een extra naam en
    handtekeningregel toegevoegd.
    2 Idem.
    -- 2 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    Adres onderneming
    Postcode en plaatsnaam
    Uitleg de-minimisverklaring
    Deze uitleg is een hulpmiddel bij het invullen van een de-minimisverklaring. Aan deze uitleg
    kunnen geen rechten worden ontleend. De Verordening (EU) Nr. 2023/2831 (hierna: de algemene
    de-minimisverordening) is bepalend.3
    Wanneer wordt de algemene de-minimisverordening gebruikt?
    De algemene de-minimisverordening is in beginsel van toepassing op steun aan ondernemingen4 in
    alle sectoren, maar er gelden enkele specifieke regels voor bepaalde sectoren met name voor de
    landbouw- en visserijsector. Zo is de de-minimisverordening voor de landbouwsector van
    toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van
    landbouwproducten, Steun aan ondernemingen in de landbouw- of visserijsector valt dus in
    beginsel buiten het bereik van deze verordening. De algemene de-minimisverordening is in
    bepaalde gevallen ook niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de
    verwerking en afzet van landbouwproducten, steun voor werkzaamheden die verband houden met
    de uitvoer naar derde landen of lidstaten en steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse in
    plaats van ingevoerde goederen. Daarnaast valt compensatiesteun voor ondernemingen die
    activiteiten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) uitvoeren buiten de reikwijdte van
    deze verordening.
    Steun kan verleend worden op basis van de algemene de-minimisverordening als:
    - 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren in het geheel geen de-
    minimissteun heeft ontvangen.
    - 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren de-minimissteun heeft ontvangen,
    opgeteld bij het bedrag van de huidige voorgenomen steun wordt hiermee echter het bedrag van
    € 300.000,- niet overschreden.
    - 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren voor dezelfde kosten die in
    aanmerking komen voor de huidige voorgenomen steun reeds andere vormen van staatssteun
    heeft ontvangen. Deze andere steun, opgeteld met de huidige verlening mag er niet toe leiden
    dat de hoogste toepasselijke steunintensiteit of het hoogste toepasselijke steunbedrag wordt
    overschreden.
    De algemene de-minimisverordening en staatssteun
    De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikel 107 en
    108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen.
    Deze de-minimisverklaring is nodig voor een overheidsinstantie5 om na te gaan of het voordeel dat
    uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese
    staatssteunregels stellen.
    3 Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2024 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het
    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
    4 Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een economische activiteit is het
    aanbieden van goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet
    van belang. Daarbij kunnen zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen
    winstoogmerk is (zoals bij een stichting) is niet relevant.
    5 Hier valt onder: de centrale overheid (een ministerie), de provincie, gemeente, waterschap of een van de (uitvoerings)organisaties die
    (namens hen) steun verlenen.
    -- 3 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    In de de-minimisverordening regelt de Europese Commissie dat steunmaatregelen (zoals
    subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig
    beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun
    in de zin van het VWEU. Deze drempel is bij de algemene de-minimisverordening gesteld op een
    bedrag van € 300.000,-. Dit bedrag geldt per onderneming voor een periode van drie jaren. Steun
    die de genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.
    Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening)
    Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Het kan voorkomen dat twee (of meer)
    ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één
    onderneming worden gezien. Onder de algemene de-minimisverordening wordt als één
    onderneming beschouwd alle ondernemingen die enige zeggenschapsband met elkaar
    onderhouden. Het gaat om één van de volgende banden (artikel 2, tweede lid, van de algemene
    de-minimisverordening):
    - 	één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of
    vennoten van een andere onderneming;
    - 	één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-,
    leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te
    ontslaan;
    - 	één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming
    uit te oefenen op grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een
    bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
    - 	één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op
    grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming
    gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten
    van de aandeelhouders of vennoten van die onderneming.
    - 	Ondernemingen die indirect (via een of meer andere ondernemingen) een van de
    bovenstaande banden onderhouden, worden ook als één onderneming beschouwd.
    Bedrag van de de-minimissteun
    Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw
    onderneming de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of
    gedurende de drie voorafgaande jaren enige vorm van de-minimissteun door een
    overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent u hierover door de
    overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat niet alleen om steun die u heeft ontvangen van een
    gemeente of een ministerie: alle de-minimissteun telt mee. Bij overschrijding van de drempel kan
    geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de
    staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun. Een onjuist ingevulde
    verklaring kan daarom als gevolg hebben dat de subsidiebeschikking wordt ingetrokken en
    eventueel verleende steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevorderd, wanneer blijkt
    dat andere steun is verleend waardoor het de-minimisplafond wordt overschreden.
    Bij het invullen van de verklaring worden brutobedragen vóór aftrek van belastingen gebruikt.
    Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de
    verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of
    kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de
    verordening toe te passen op leningen en garanties. Als u twijfelt of andere steun die u hebt
    ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de
    overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
    De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een
    wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de
    onderneming wordt betaald. Dit betekent concreet de datum waarop een besluit tot
    subsidieverlening (of verlening van een voordeel door bijvoorbeeld het aangaan van een lening of
    garantstelling) aan uw onderneming is genomen.
    -- 4 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    Samenloop met andere staatssteun
    Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-
    minimissteun al staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen
    het toepassingsgebied van de algemene groepsvrijstellingsverordening,6 de
    landbouwgroepsvrijstellingsverordening,7 de visserijvrijstellingsverordening8 of het
    vrijstellingsbesluit over de compensatie van kosten voor het beheer van DAEB’s9 valt. Het
    totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maximale percentages en
    bedragen niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of
    de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan. Een onjuist ingevulde verklaring kan
    daarom als gevolg hebben dat de subsidiebeschikking wordt ingetrokken en eventueel verleende
    steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevorderd, wanneer blijkt dat andere steun is
    verleend waardoor in strijd met de cumulatieregels wordt gehandeld. Als u twijfelt of bepaalde
    steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact
    opnemen met de overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
    Het bewaren van gegevens
    De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening terug
    laten vorderen. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de)
    Nederland(se overheidsinstantie) informatie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te
    kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige steun. De overheidsinstantie van wie u de
    steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt – in een dergelijk geval
    aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan die
    activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u ook op grond
    van de algemene administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren.10 Let wel,
    in afwijking van de voornoemde artikelen hanteert de Europese Commissie een langere termijn van
    tien jaar.11
    De-minimis register (eAidregister)
    Nederland is verplicht om bij het verlenen van de-minimis steun bepaalde informatie, zoals het
    toegekende steunbedrag en de identificatie van de begunstigde, vast te leggen in een openbaar
    toegankelijk centraal Europees register: het eAidregister. De informatie moet uiterlijk twintig
    werkdagen na de verlening van de steun worden ingevoerd en blijft tien jaar in het register staan.
    Door middel van dit register controleert de overheidsinstantie of het plafond van €300.000,- per
    onderneming per drie jaar niet wordt overschreden voor de verlening van staatssteun op grond van
    de algemene de-minimisverordening. Voor steun verleend op basis van de algemene de-
    minimisverordening en op basis van de DAEB de-minimisverordening geldt de registratieplicht
    voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2026. Voor steun verleend op basis van de de-
    minimisverordening voor de landbouwsectorlandbouw de-minimisverordening geldt de
    registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2027.
    Deze verklaring is bedoeld voor het verzamelen van informatie die nodig is voor de registratie van
    de-minimissteunverleningen in het register, in het bijzonder informatie over verbonden
    ondernemingen.
    6 Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en
    108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    7 Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de
    bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
    Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    8 Verordening (EU) Nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 December 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die
    actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het
    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    9 Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking
    van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van
    diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
    10 Artikel 2:10, eerste lid, BW (rechtspersonen) en artikel 3:15i BW (ondernemingen en vrije beroepsbeoefenaren).
    11 Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van
    het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
    -- 5 of 5 --
  • 07c21323-nl.pdf · 104 pag.
    Toon documenttekst
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING
    VOOR MAATSCHAPPELIJK
    VERANTWOORD ONDERNEMEN
    -- 1 of 104 --
    -- 2 of 104 --
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING
    VOOR MAATSCHAPPELIJK
    VERANTWOORD ONDERNEMEN
    -- 3 of 104 --
    2
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    Dit document en de kaarten die er in opgenomen zijn, laten de status van of soevereiniteit over grondgebieden,
    demarcaties van internationale grenzen en de namen van grondgebieden, steden en regio’s onverlet.
    Oorspronkelijk door de OESO gepubliceerd in het Engels onder de titel: OECD Due Diligence Guidance for responsible
    business conduct © 2018 OECD.
    © 2019 Ministerie van Buitenlandse Zaken voor deze Nederlandse editie.
    Design: Peggy King Cointepas.
    Deze vertaling is gepubliceerd in overleg met de OESO. Het is geen officiële OESO-vertaling. De kwaliteit van de vertaling
    en de coherentie met de originele Engelse tekst vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de auteur(s) van
    de vertaling. In het geval van verschillen in interpretatie tussen de Engelse en de Nederlandse tekst is de Engelse tekst
    leidend.
    -- 4 of 104 --
    3
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    Deze OESO Due Diligence-Handreiking (de Handreiking) heeft als doel ondernemingen te
    ondersteunen bij het toepassen van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen,
    door de aanbevelingen uit die Richtlijnen op het gebied van due diligence en de bijbehorende
    voorwaarden uit te leggen in begrijpelijke taal. De praktische toepassing van deze aanbevelingen
    helpt ondernemingen om negatieve gevolgen (ook wel ongunstige effecten genoemd) op
    het gebied van werknemers, mensenrechten, het milieu, omkoping, consumenten en goed
    ondernemingsbestuur die verband kunnen houden met hun activiteiten, toeleveringsketens
    en andere zakelijke relaties te voorkomen en aan te pakken. In de bijlage bij deze Handreiking
    staan aanvullende toelichtingen, tips en verduidelijkende voorbeelden van due diligence
    (gepaste zorgvuldigheid).
    Doel van deze Handreiking is ook een gemeenschappelijk referentiekader te creëren voor
    overheden en belanghebbenden (“stakeholders”) op het gebied van due diligence voor
    verantwoord ondernemen. De UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de
    Tripartiete Beginselverklaring voor Multinationale Ondernemingen en Sociaal Beleid van de
    Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) bevatten ook due diligence aanbevelingen en deze
    Handreiking kan ondernemingen helpen bij de implementatie daarvan.
    De Handreiking vloeit voort uit de verklaring van de G7-leiders van 7 en 8 juni 2015 in
    Schloss Elmau, waarin zij het belang van een gemeenschappelijk referentiekader voor due
    diligence onderkennen, met name voor het midden- en kleinbedrijf en ondernemingen die
    in hun landen actief zijn of er hun hoofdkantoor hebben aanmoedigen om due diligence
    te implementeren in hun toeleveringsketens. G20 leiders hebben zich in hun op 8 juli 2017
    in Hamburg aangenomen verklaring gecommitteerd aan de implementatie van normen op
    het gebied van arbeid, maatschappij, milieu en mensenrechten in overeenstemming met
    internationaal erkende kaders met als doel duurzame en inclusieve toeleveringsketens te
    realiseren. In dat verband onderstreepten zij de verantwoordelijkheid van ondernemingen
    voor de toepassing van due diligence.
    Deze Handreiking is opgesteld onder toezicht van de OESO-werkgroep voor Maatschappelijk
    Verantwoord Ondernemen (WPRBC). Hierbij is een multistakeholder-proces gehanteerd met
    OESO-lidstaten en andere landen en vertegenwoordigers van bedrijfsleven, vakbonden en
    het maatschappelijk middenveld. In mei 2016 werd het eerste concept voor commentaar
    voorgelegd aan de WPRBC en institutionele stakeholders van de OESO. In februari 2017 werd
    het herziene concept van deze Handreiking voorgelegd voor publieke consultatie. In juni 2017
    werd er een multistakeholder-adviesgroep ingesteld om de WPRBC te ondersteunen bij het
    integreren van het commentaar van de stakeholders en afronden van de Handreiking. Ook de
    Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties was nauw betrokken bij dit proces.
    Deze Handreiking is op 6 maart 2018 goedgekeurd door de WPRBC en op 3 april 2018 door het
    OESO Investeringscomité. Op 30 mei 2018 werd een OESO-aanbeveling voor de Handreiking
    op ministerieel niveau aangenomen door de Raad.
    VOORWOORD
    -- 5 of 104 --
    4
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    VOORWOORD
    De OESO heeft ook richtlijnen uitgewerkt om ondernemingen te helpen bij de toepassing
    van due diligence voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in specifieke sectoren
    en toeleveringsketens, namelijk: mineralen, landbouw, kleding- en schoenenindustrie, de
    extractieve sector (mijnbouw, olie- en gaswinning) en de financiële sector.
    -- 6 of 104 --
    5
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    MER 	Milieueffectrapportage
    ZEV 	Zone voor exportverwerking
    MMER 	Maatschappelijke en milieueffectrapportage
    ERM 	Effectrapportage mensenrechten
    GON 	Geschillenbeslechtingsmechanisme op operationeel niveau
    KYC 	Know your counterparty [Ken uw wederpartij]
    MNO 	Multinationale onderneming
    NMRI 	Nationaal mensenrechteninstituut
    NCP 	Nationaal Contactpunt voor de OESO-richtlijnen voor Multinationale
    Ondernemingen
    MVO 	Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
    MVO-thema’s Mensenrechten, werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen, milieu, omkoping
    en corruptie, informatieverstrekking en consumentenbelangen
    MKB 	Midden- en kleinbedrijf
    WPRBC 	OESO-werkgroep voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
    DUE DILIGENCE
    Onder due diligence (ook wel: gepaste zorgvuldigheid) wordt het proces verstaan
    waarin bedrijven de daadwerkelijke en potentiële negatieve gevolgen van hun handelen
    identificeren, voorkomen en verminderen, en waarmee zij verantwoording kunnen afleggen
    over hun aanpak van die gevolgen als integraal onderdeel van hun besluitvormingsproces
    en risicobeheerssystemen. Bij de uitwerking van due diligence staan niet de risico’s voor het
    bedrijf centraal, maar de rechten van, en de daadwerkelijke en potentiële risico’s op, negatieve
    gevolgen voor andere stakeholders, zoals werknemers en lokale gemeenschappen.
    WERKNEMER
    Het Engelse woord “worker” kent geen goede Nederlandse vertaling. In deze Handreiking is
    het vertaald met de term “werknemer”. Met “werknemer” worden alle werkenden bedoeld
    die in opdracht voor het bedrijf werk verrichten. De Handreiking gaat dus ook over hoe
    onderaannemerschap behoort te worden ingericht, en over werk dat min of meer in
    zelfstandigheid wordt uitgevoerd. Dit heeft betrekking op de gehele waardeketen van de
    onderneming.
    ACRONIEMEN, AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN
    -- 7 of 104 --
    6
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    INLEIDING 	11
    I. 	OVERZICHT VAN DUE DILIGENCE VOOR MAATSCHAPPELIJK
    VERANTWOORD ONDERNEMEN 	16
    Negatieve gevolgen en risico’s 	17
    Waarom due diligence? 	18
    Kenmerken van due diligence - de essentiële punten 	18
    II. 	HET DUE DILIGENCE-PROCES 	24
    1. 	Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en
    managementsystemen 	26
    2. 	Identificeer en beoordeel daadwerkelijke en potentiële negatieve gevolgen
    van de activiteiten, producten of diensten van de onderneming 	29
    3. 	Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen 	33
    4. 	Monitor de praktische toepassing en resultaten 	36
    5. 	Communiceer hoe negatieve gevolgen worden aangepakt 	37
    6. 	Zorg voor herstelmaatregelen of werk hieraan mee wanneer dit van toepassing is 	38
    BIJLAGE: Vragen bij het overzicht van due diligence voor maatschappelijk
    verantwoord ondernemen 	41
    V1. 	Wat zijn voorbeelden van negatieve gevolgen voor thema’s waarop de
    oeso-richtlijnen voor mno’s van toepassing zijn? 	42
    V2. 	Hoe kan een onderneming genderkwesties integreren in haar due diligence? 	45
    V3. 	Hoe kan een onderneming beslissingen nemen bij het prioriteren? 	46
    V4. 	In welke stadia van het due diligence-proces is prioriteren relevant? 	49
    V5. 	Waarin verschilt prioriteren voor mensenrechtenrisico’s van het prioriteren voor
    andere negatieve gevolgen? 	49
    V6. 	Hoe om te gaan met beperkte middelen? 	50
    V7. 	Hoe kan due diligence aansluiten bij de situatie van een onderneming? 	50
    V8. 	Wie zijn de stakeholders van een onderneming? 	52
    V9. 	Wat wordt bedoeld met “betekenisvolle betrokkenheid van stakeholders”? 	53
    V10. Wanneer is betrokkenheid van stakeholders belangrijk in de context van due diligence? 54
    V11. Hoe kan een onderneming potentieel kwetsbare stakeholders betrekken? 	55
    V12. Hoe kunnen ondernemingen samenwerken bij de toepassing van due diligence? 	55
    V13. Kan samenwerking risico’s opleveren in het kader van de mededingingswetgeving? 	57
    -- 8 of 104 --
    7
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    Vragen over het due diligence-proces 	59
    A.1 Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en
    managementsystemen 	60
    V14. Wat komt er kijken bij mvo-beleid? 	60
    V15. Welke expertise is beschikbaar voor het formuleren van mvo-beleid? 	60
    V16. Welke teams of bedrijfsonderdelen zijn relevant bij het formuleren en
    afstemmen van doelstellingen voor het mvo-beleid van de onderneming? 	61
    V17. Waarin verschillen de rollen van de directie en het management bij het
    waarborgen van de integratie van mvo? 	63
    V18. Hoe kunnen mvo-verwachtingen verweven worden in zakelijke relaties? 	64
    A.2 Identificeer en beoordeel daadwerkelijke en potentiële negatieve
    gevolgen van de activiteiten, producten of diensten van de onderneming 	65
    V19. Wat wordt er bedoeld met inventariseren en hoe ruim moet de inventarisatie
    door de onderneming worden opgezet? 	65
    V20. Wat wordt er verstaan onder risico’s op het niveau van de sector, het product,
    het gebied en de onderneming? 	66
    V21. Wat zijn goede bronnen voor schriftelijk onderzoek? 	67
    V22. Hoe kunnen tekortkomingen in de informatievoorziening worden aangepakt? 	69
    V23. Hoe kan een onderneming het risico op negatieve gevolgen bij haar eigen
    activiteiten beoordelen? 	69
    V24. Hoe kan een onderneming bepalen welke activiteiten of zakelijke relaties het eerst
    beoordeeld moeten worden? 	70
    V25. Hoe beoordeelt de onderneming de zakelijke relaties die geprioriteerd zijn
    tijdens de inventarisatie? 	70
    V26. Op welke punten moeten zakelijke relaties beoordeeld worden en wie moet dat doen? 71
    V27. Wanneer moeten zakelijke relaties beoordeeld worden? 	72
    V29. Wat wordt er bedoeld met negatieve gevolgen die “veroorzaakt” worden door de
    onderneming, of “waar de onderneming aan bijdraagt” of die “direct verband
    houden” met de activiteiten, producten of diensten van een zakelijke relatie? 	74
    V30. Waarom is het van belang op welke manier een onderneming betrokken is bij
    negatieve gevolgen? 	76
    V31. Hoe kan een onderneming haar maatregelen prioriteren wanneer ze negatieve
    gevolgen van al haar activiteiten en zakelijke relaties probeert te voorkomen en te
    beperken? 	77
    -- 9 of 104 --
    8
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    A.3 Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen 	78
    V32. Wat is het verschil tussen het voorkomen en het beperken van negatieve gevolgen? 	78
    V33. Hoe moet een onderneming daadwerkelijke of potentiële negatieve gevolgen
    die zij mogelijk veroorzaakt of waaraan ze bijdraagt, voorkomen en beperken? 	79
    V34. Hoe kan een onderneming daadwerkelijke of potentiële negatieve gevolgen, die via
    zakelijke relaties direct verbonden zijn met haar activiteiten, producten of diensten,
    proberen te voorkomen en te beperken? 	81
    V35. Hoe kan een onderneming haar operaties of activiteiten aanpassen om negatieve
    gevolgen die verband houden met haar zakelijke relaties te voorkomen en te beperken? 	81
    V36. Hoe kan een onderneming haar invloed aanwenden? 	82
    V38. Hoe kan een onderneming een zakelijke relatie ondersteunen bij het voorkomen of
    beperken van negatieve gevolgen? 	84
    V39. Hoe kan een onderneming te werk gaan bij het beëindigen van de betrekkingen? 	84
    V40. Hoe kan een onderneming proberen negatieve gevolgen te voorkomen en te beperken
    die verband houden met zakelijke relaties waarmee zij geen contractuele banden heeft? 	85
    A.4 Monitor de praktische toepassing en resultaten 	86
    V41. Welke informatie wordt gemonitord in het kader van due diligence? 	86
    V42. Hoe kan een onderneming de praktische toepassing en resultaten monitoren? 	86
    V43. Wie is betrokken bij het monitoren van de praktische toepassing en resultaten
    bij een onderneming? 	87
    V44. Hoe kan een onderneming reageren op de resultaten van de monitoring? 	88
    V45. Hoe moet er geprioriteerd worden bij monitoringactiviteiten? 	88
    A.5 Communiceer hoe negatieve gevolgen worden aangepakt 	89
    V46. Wat zijn de juiste manieren om te communiceren met het publiek en met
    getroffen stakeholders? 	89
    V47. Als het om commercieel gevoelige informatie gaat, hoe kan relevante informatie
    dan toch gecommuniceerd worden? 	90
    -- 10 of 104 --
    9
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INHOUDSOPGAVE
    A.6 Zorg voor herstelmaatregelen of werk hieraan mee wanneer dit van toepassing is 	92
    V48. Wat is de relatie tussen herstelmaatregelen en due diligence? 	92
    V49. Wat wordt er verstaan onder “herstelmaatregelen” en “herstel”? 	92
    V50. Hoe kan een onderneming de juiste vormen van herstel identificeren? 	92
    V51. Wat zijn “officiële herstelmechanismen”? 	93
    V52. Wat houdt “meewerken aan officiële herstelmechanismen” in? 	94
    V53. Onder welke omstandigheden komen de verschillende herstelprocessen in aanmerking? 	94
    V54. Wat is het verschil tussen een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en een proces
    om herstel mogelijk te maken? 	95
    AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE OESO DUE DILIGENCE
    HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN 	96
    BRONVERMELDINGEN 	99
    -- 11 of 104 --
    -- 12 of 104 --
    11
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INLEIDING
    TABEL 1. REIKWIJDTE VAN DE OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MVO
    Ondernemingen
    zijn:
    ●● Alle multinationale ondernemingen (MNO’s), ongeacht hun
    eigendomsstructuur, uit alle sectoren en van elke omvang, die actief
    en/of gevestigd zijn in landen die de OESO-richtlijnen voor MNO’s hebben
    aanvaard, inclusief multinationale middelgrote en kleinere bedrijven (MKB).
    ●● Alle entiteiten binnen de MNO-groep: moederbedrijf en lokale entiteiten,
    inclusief dochterbedrijven.
    ●● Van multinationale en nationale ondernemingen wordt op het gebied van
    maatschappelijk verantwoord ondernemen hetzelfde verwacht, in het
    geval dat de OESO-richtlijnen voor MNO’s op beiden van toepassing zijn.
    BASIS
    Deze Due Diligence Handreiking voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (de Handreiking)
    is gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (OESO-richtlijnen voor
    MNO’s). De OESO-richtlijnen voor MNO’s zijn niet-bindende aanbevelingen van overheden aan
    multinationale ondernemingen op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
    Ze geven aan dat ondernemingen een positieve bijdrage kunnen leveren aan de vooruitgang op
    economisch, milieu- en sociaal gebied en willen hen aanmoedigen om een positieve bijdrage
    te leveren. Ze geven ook aan dat zakelijke activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor
    werknemers, mensenrechten, milieu, corruptie, consumenten en goed ondernemingsbestuur. De
    OESO-richtlijnen voor MNO’s adviseren ondernemingen daarom due diligence toe te passen die
    op risicoanalyse gebaseerd is, om negatieve gevolgen die verband houden met hun activiteiten,
    toeleveringsketens en andere zakelijke relaties te voorkomen en aan te pakken.
    DOEL
    Deze Handreiking biedt bedrijven (ondernemingen) inzicht in due diligence voor MVO met als
    doel dat zij dit kunnen toepassen zoals beoogd in de OESO-richtlijnen voor MNO’s. Doel van
    deze Handreiking is ook om bij te dragen aan een gemeenschappelijk referentiekader tussen
    overheden en stakeholders op het gebied van due diligence voor MVO.
    De OESO-richtlijnen voor MNO’s bieden ondernemingen de ruimte om de kenmerken, specifieke
    maatregelen en processen van due diligence aan te passen aan hun eigen situatie. De Handreiking
    dient voor ondernemingen als een kader voor het op maat ontwikkelen en versterken van hun
    eigen due diligence-systemen en –processen. Als dat nodig blijkt te zijn, dan dienen zij vervolgens
    aanvullende middelen te zoeken om zich verder in de materie te verdiepen.
    De OESO-richtlijnen voor MNO’s voorzien in een uniek promotie- en geschillenbeslechtings-
    mechanisme – de Nationale Contactpunten (NCP’s). Deze Handreiking is een nuttig hulpmiddel
    voor NCP’s om inzicht te krijgen in de OESO-richtlijnen voor MNO’s en om de Richtlijnen te
    promoten. u Zie box 8 voor meer informatie over NCP’s
    -- 13 of 104 --
    12
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INLEIDING
    TABEL 1. REIKWIJDTE VAN DE OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MVO
    Onderwerpen
    die onder due
    diligence vallen*
    (MVO-thema’s)
    ●●●●●Mensenrechten (OESO, 2011, hoofdstuk IV)
    ●●●●●Werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen (OESO, 2011, hoofdstuk V)
    ●●●●●Milieu (OESO, 2011, hoofdstuk VI)
    ●●●●●●Bestrijding van corruptie, omkopingsverzoeken en afpersing (OESO, 2011,
    hoofdstuk VII)
    ●●●●●Consumentenbelangen (OESO, 2011, hoofdstuk VIII)
    ●●●●●Informatieverstrekking (OESO, 2011, hoofdstuk III)
    Due diligence en
    zakelijke relaties
    Zakelijke relaties zijn alle soorten zakelijke relaties van de onderneming met
    leveranciers, franchisenemers, licentiehouders, joint-ventures, investeerders,
    klanten, aannemers, cliënten, consultants, financiële, juridische en overige
    adviseurs. Zakelijke relaties zijn ook relaties van de onderneming met alle
    overige statelijke of niet-statelijke entiteiten die op enige wijze betrokken
    zijn bij haar zakelijke activiteiten, producten of diensten.
    * Drie hoofdstukken van de OESO-richtlijnen voor MNO’s vallen buiten de Handreiking: Wetenschap en
    technologie; Mededinging en Belastingen.
    DOELGROEPEN
    De Handreiking is hoofdzakelijk bedoeld voor hen die in de praktijk belast zijn met de toepassing
    van due diligence binnen een onderneming. Omdat de OESO-richtlijnen voor MNO’s van
    toepassing zijn op een breed scala aan onderwerpen en omdat de praktische toepassing van
    due diligence binnen de uiteenlopende activiteiten en zakelijke relaties van een onderneming
    een interdisciplinair karakter heeft, is de kans groot dat er verschillende bedrijfsonderdelen,
    functiegebieden en mensen verantwoordelijk zullen zijn voor de praktische toepassing van due
    diligence. Deze Handreiking kan ook nuttig zijn voor andere partijen, bijv. voor sectorbrede en
    multistakeholder-initiatieven die samenwerking bij due diligence-activiteiten faciliteren, voor
    werknemers, vertegenwoordigers van werknemers, vakbonden1 en maatschappelijke organisaties.
    OPZET
    De Handreiking begint met een kort overzicht van elk hoofdstuk van de OESO-richtlijnen voor MNO’s.
    Hierna volgt een overzicht van due diligence. Om de due diligence-aanbevelingen uit de OESO-richtlijnen
    voor MNO’s begrijpelijker te maken, wordt een aantal sleutelbegrippen en kenmerken toegelicht.
    In de hoofdtekst worden het due diligence-proces en de ondersteunende maatregelen stap
    voor stap beschreven. In de praktijk is due diligence een continu proces, waarin stappen soms
    1. In deze Handreiking worden de begrippen vertegenwoordigers van werknemers, vakbonden en
    vertegenwoordigende organisaties gehanteerd conform de internationale arbeidsnormen: ILO-verdrag nr. 87
    (betreffende de Vrijheid tot het Oprichten van Vakverenigingen en de Bescherming van het Vakverenigingsrecht),
    nr. 98 (betreffende het Recht zich te Organiseren en Collectief te Onderhandelen) en nr. 135 (Vertegenwoordigers
    van Werknemers).
    -- 14 of 104 --
    13
    OESO DUE DILIGENCE HANDREIKING VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
    INLEIDING
    opnieuw moeten worden gezet en niet altijd in dezelfde volgorde verlopen. Sommige stappen kunnen
    ook tegelijkertijd worden uitgevoerd, waarbij de resultaten elkaar over en weer kunnen beïnvloeden.
    In el
    
    […tekst ingekort]
  • MVO_stappenplan_MVO-steunpunt.pdf · 21 pag.
    Toon documenttekst
    Het MVO-stappenplan
    Een praktische handleiding voor het toepassen van due diligence
    voor maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van de
    OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen
    -- 1 of 21 --
    Waarover gaat dit MVO-stappenplan?
    Als bedrijf krijgt u waarschijnlijk door opkomende wetgeving of door toeleveranciers, afnemers,
    investeerders of het eigen personeel steeds meer vragen over wat u doet op het gebied van
    maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Met dit stappenplan kunt u hier als
    bedrijf mee aan de slag. MVO betekent dat u de negatieve gevolgen van uw activiteiten op
    mensenrechten, klimaat en milieu aanpakt in uw eigen organisatie én in uw (internationale)
    waardeketens. Dit stappenplan geeft u inzicht in hoe u dit kunt doen. Het stappenplan is
    gebaseerd op de OESO- richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Deze richtlijnen zijn niet
    alleen de basis voor het Nederlandse MVO-beleid maar ook voor veel duurzaamheidswetgeving
    die zowel in Europa als daarbuiten ontwikkeld is en wordt.
    Dit stappenplan is ontwikkeld door het MVO-steunpunt van de Nederlandse overheid. Het
    is gebaseerd op de digitale introductie training die het steunpunt heeft ontwikkeld over
    (internationale) ketenverantwoordelijkheid.
    Het stappenplan kan gelezen worden als extra uitleg bij het MVO-assessment van het steunpunt.
    Dit assessment geeft u inzicht in waar uw bedrijf staat met betrekking tot maatschappelijk
    verantwoord ondernemen.
    Leeswijzer
    • In Waarom MVO in uw ketens leest u over de voordelen van maatschappelijk verantwoord
    ondernemen.
    • Due diligence in 6 stappen stipt een aantal belangrijke uitgangspunten aan.
    • Stap 1 t/m Stap 6 bevatten het eigenlijke stappenplan op basis van de OESO-richtlijnen.
    • In Informatiebronnen en hulpmiddelen vindt u onder andere digitale tools die u tijdens de
    6 stappen kunt gebruiken.
    Inhoud
    Stap 1: Integreer MVO in uw beleid en bedrijfsvoering
    Stap 2: Identificeer en beoordeel negatieve gevolgen
    2A: Breng uw ketens in kaart
    2B: Identificeer en beoordeel (potentiële) negatieve gevolgen
    Prioriteer (potentiële) negatieve gevolgen
    Stap 3: Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen
    3A: Bepaal uw betrokkenheid bij de risico's
    3B: Maak een actieplan met uw ketenpartners
    Stap 4: Monitor de doeltreffendheid van uw acties
    Stap 5: Communiceer over uw beleid, risico's, acties en resultaten
    Stap 6: Herstel schade of werk hieraan mee
    2
    3	4
    5
    6
    1
    Herstel schade
    of werk hieraan mee
    4
    6
    9
    9
    10
    15
    15
    16
    18
    21
    21
    22
    27
    31
    35
    38
    40
    6
    -- 2 of 21 --
    5	4
    Waarom MVO in uw ketens?
    Veel ondernemers vinden het belangrijk om vanuit morele redenen bij te dragen aan een
    duurzame wereld. Daarnaast zijn er veel andere voordelen:
    → U verbetert uw reputatie
    Het uitsluiten van risico’s en het bijdragen aan positieve effecten in de keten heeft een
    voordeel voor de reputatie van het bedrijf.
    → U verkrijgt toegang tot financiële diensten
    Banken en andere financiers hechten veel waarde aan goed risicomanagement. Ook van
    risico’s op mens en milieu. Wanneer bedrijven aantonen dat ze inzicht hebben in hun keten en
    risico’s effectief uitsluiten, wordt dit in toenemende mate beloond.
    → U verstevigt uw marktpositie
    Bedrijven die op een serieuze manier in gesprek zijn met hun leveranciers en klanten, bouwen
    vertrouwen op. Dat vertrouwen kan in onverwachte omstandigheden (bijvoorbeeld de
    coronapandemie, handelsoorlogen, misoogst) goed van pas komen.
    → U borgt leveringszekerheid
    Door op een constructieve manier samen te werken met leveranciers wordt de
    leveringszekerheid beter geborgd.
    → U trekt talent aan
    Steeds meer medewerkers vinden het belangrijk dat het bedrijf waar ze werken haar
    verantwoordelijkheid neemt in landen waar zij zakendoet.
    → U verbetert productiviteit in de keten
    MVO draagt bij aan verhoging van de productiviteit; bijvoorbeeld omdat werknemers beter
    betaald krijgen en daardoor minder snel weggaan, zich minder snel ziekmelden en onder
    veiligere omstandigheden werken. Hierdoor is er minder verloop van werknemers, neemt de
    productiviteit toe en zijn er ook minder defecte producten.
    → U krijgt beter inzicht in de keten
    Een beter inzicht in de keten biedt vaak kansen voor verbetering en innovatie van product,
    proces en/of keten. Dit kan leiden tot kwalitatief betere producten, efficiëntere processen en/
    of het aanboren van nieuwe markten.
    → U zorgt voor trots personeel
    Medewerkers van bedrijven die, aantoonbaar, het ‘goede’ doen, zullen meer gecommitteerd
    zijn om bij het bedrijf te blijven en zich in te zetten voor de gezamenlijke missie.
    Wetgeving
    Ook is er wetgeving die u verplicht tot maatschappelijk verantwoord ondernemen.
    Veel landen hebben al wetgeving die bedrijven verplicht risico’s in hun keten te kennen en aan
    te pakken, zoals Duitsland (de Supply Chain Due Diligence Act) en Frankrijk (de Duty of Vigilance
    Law). Daarnaast zal EU Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) wetgeving
    grote bedrijven die actief zijn in de EU verplicht stellen om due diligence toe te passen. Ook de EU
    Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) gaat bepaalde bedrijven verplichten een
    duurzaamheidsrapportage te maken.
    Mkb-bedrijven vallen vooralsnog niet onder de meeste wetten maar kunnen door grote bedrijven
    in hun keten meer vragen verwachten of gevraagd worden om ook aan de eisen te voldoen. Ook
    klanten, consumenten, financiers en maatschappelijke organisaties verwachten dat bedrijven hun
    maatschappelijke rol serieus nemen. Verder zijn er hele specifieke duurzaamheidswetten, zoals
    de ontbossings- of de conflict mineralen verordening, waar het mkb soms aan moet voldoen. Het
    doen van due diligence zal het makkelijker maken om aan deze wetgeving te voldoen.
    Meer informatie over wetgeving kunt u vinden op onze site vinden. Ook kunt u de MVO
    Wetchecker gebruiken om inzicht te krijgen welke wetten uw bedrijf mee te maken kan krijgen.
    Due diligence helpt!
    Als bedrijf kunt u negatieve gevolgen veroorzaken op mens en milieu in uw (internationale)
    ketens. Denk aan risico’s zoals kinderarbeid, (te) lage lonen van arbeiders of milieuvervuiling.
    Afhankelijk van de mate waarin uw bedrijf betrokken is onderneemt u acties. Deze acties zijn
    onderdeel van due diligence, een belangrijk kernproces van MVO. Bij MVO houdt uw bedrijf
    rekening met de gevolgen van zakendoen voor mens, dier en milieu. Dat betekent dat bedrijven
    met due diligence handelen - in Nederland gebruiken we ook de term ‘gepaste zorgvuldigheid’.
    -- 3 of 21 --
    7	6
    Due diligence in 6 stappen
    Het proces van due diligence bestaat uit zes stappen. Door uitvoering van deze stappen neemt u
    verantwoordelijkheid voor (mogelijke) negatieve gevolgen van uw eigen acties in de keten. De zes
    stappen volgen elkaar logisch op, maar hoeven niet in dezelfde volgorde te worden uitgevoerd.
    Due diligence is een doorgaand, lerend en flexibel proces dat nooit klaar is en integraal onderdeel
    is van de bedrijfsprocessen.
    Figuur 1 – Due diligence in 6 stappen
    Bron: MVO-steunpunt
    2
    3	4
    5
    6
    1
    Herstel schade
    of werk hieraan mee
    In 2019 is de OESO Due Diligence Handreiking voor IMVO gepubliceerd. Dit uitgebreide document
    geeft bedrijven praktische handvatten om MVO toe te passen. In 2023 heeft de OESO in een
    update van de richtlijnen bepaald dat onder andere klimaat nu ook expliciet onderwerp van het
    due diligence proces dient te zijn.
    De kernelementen van due diligence
    → Bevat de hele waardeketen
    Bij due diligence gaat om de hele waardeketen (dus zowel up- als downstream). De keten
    houdt dus niet op bij directe leveranciers of afnemers. Het is essentieel om meer te leren over
    de schakels daarvoor of daarna, zoals de recycling. Door zorgvuldig te controleren met wie u
    zakendoet en of er geen misstanden zijn in de keten, komt u niet voor verrassingen te staan.
    Dit klinkt eenvoudig, maar is het niet altijd. Met name mkb-bedrijven hebben vaak contact met
    groothandels of tussenleveranciers. Wat de partijen in de schakels daarvoor precies doen, is
    niet altijd duidelijk. Dat vraagt om een proactieve houding. Vragen stellen en samenwerken is
    de kunst.
    → Betrek belanghebbenden
    Omdat due diligence gaat om het identificeren en voorkomen van (mogelijke) negatieve
    gevolgen van bedrijfsactiviteiten op anderen, is het belangrijk om in elke stap van due
    diligence belanghebbenden te betrekken. Dit kunnen toeleveranciers zijn, afnemers,
    investeerders, werknemers, maar ook vakbonden en maatschappelijke organisaties
    omdat zij lokale gemeenschappen en werknemers verderop in de keten (of zelfs natuur/
    klimaat) vertegenwoordigen. Hierbij gaat het om een oprechte, constructieve en effectieve
    communicatie tussen uw bedrijf en belanghebbenden voorafgaand aan belangrijke
    beslissingen waaraan beide partijen te goeder trouw deelnemen. Uw bedrijf laat
    belanghebbenden ook weten wat er met hun input is gebeurd.
    → Heb oog voor de rechten van vrouwen en kwetsbare groepen
    De effecten van bedrijfsactiviteiten op de rechten van vrouwen en kwetsbare groepen (zoals
    kinderen, migranten en gehandicapten) zijn vaak negatiever en anders. Daarom is het goed in
    uw hele due diligence proces hier extra oog voor te hebben.
    → Proportionaliteit en steun van ketenpartners
    Het doen van due diligence kan in eerste instantie best overweldigend overkomen. Maar
    hoever u moet gaan in uw due diligence, is proportioneel, dit betekent dat het bijvoorbeeld
    ook afhankelijk van hoe groot uw onderneming is en hoe groot de (mogelijke) negatieve
    gevolgen zijn in uw ketens. De overheid verwacht van multinationals dat hun due diligence
    proces verder reikt dan dat van een mkb’er. Ook verwacht de overheid dat ketenpartners elkaar
    ondersteunen in hun due diligence proces.
    → Groei in het due diligence proces
    Tenslotte is het vooral de bedoeling dat het bedrijf start, en zichzelf elke keer verbetert. Het
    is een proces dat elke keer weer opnieuw doorlopen moet worden om nieuwe (mogelijke)
    negatieve gevolgen uit te sluiten. Maar u mag in dit proces groeien. U kunt klein, met een
    beperkt aantal ketens, beginnen en dit jaarlijks uitbreiden totdat uiteindelijk alle waardeketens
    onderdeel zijn van het MVO-risicomanagement. Dus schroom niet te beginnen, fouten te
    maken en gaandeweg te leren!
    -- 4 of 21 --
    8 	9
    Stap 1: Integreer MVO in uw beleid en
    bedrijfsvoering
    Stap 1 van het due diligence proces is het integreren van MVO in uw beleid en bedrijfsvoering. Om
    dit te kunnen doen heeft u een duidelijk beleid nodig. Alle afdelingen en functies in uw bedrijf
    moeten begrijpen wat hun verantwoordelijkheid is in het hele proces.
    Stap 1A: Check uw huidige MVO beleid en activiteiten
    Maak duidelijke afspraken en leg vast wie welke verantwoordelijkheid heeft. Het werkt het
    best als u deze afspraken in bestaande procedures of beleid opneemt. Denk bijvoorbeeld aan
    inkoop- en verkoopprocedures, de reguliere risico-inventarisatie en evaluatie, de procedures voor
    leveranciersselectie en de gedragscode. Medewerkers zijn hier vaak al goed mee bekend. Denk bij
    het ontwikkelen van een MVO-beleid voor uw ketens aan de volgende stappen:
    → Analyseer het huidige beleid
    Vraag aan elke afdeling in uw bedrijf hoe zij kunnen bijdragen aan due diligence en wat er
    momenteel al gebeurt op dit vlak. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen aan de gedragscode,
    de leveranciersselectie, inkoopprocedures, afspraken rondom betalingstermijnen, scholing van
    medewerkers op dit vlak, beloningsbeleid, communicatie op de website enzovoorts.
    → Creëer een MVO-beleid
    U moet een MVO-beleid hebben dat expliciet gebaseerd is op de richtlijnen van de VN en de
    OESO voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dit beleid moet u duidelijk maken
    hoe uw bedrijf mensenrechten, milieu en klimaat respecteert. Hierbij erkent u ook dat uw
    bedrijfsactiviteiten negatieve gevolgen kunnen hebben op mensenrechten, milieu en/of klimaat.
    Op basis van de risicoanalyse die u doet in stap 2 van due diligence, vermeldt het beleid ook de
    geprioriteerde risico’s die uw bedrijf aan wil pakken en hoe u dit wilt doen, inclusief meetbare
    doelen. U past uw beleid aan wanneer nodig, bijvoorbeeld wanneer de context in uw ketens
    verandert, u doelen heeft behaald, of uit nadere analyse blijkt dat u uw doelen aan moet passen.
    Het beleid moet beschrijven wat u verwacht van uw medewerkers en leveranciers, wie waarvoor
    verantwoordelijk is op het gebied van MVO, en hoe de besluitvorming plaatsvindt. Ook moet
    u duidelijk maken welke rol certificeringen, sectorovereenkomsten of andere instrumenten uw
    bedrijf gebruikt, en dat u belanghebbenden doorlopend bij alle 6 stappen van due diligence
    betrekt.
    U schrijft dit beleid ná consultatie in- en extern met belanghebbenden en deskundigen. Het beleid
    moet goedgekeurd worden door senior management en gepubliceerd worden op bijvoorbeeld de
    website.
    -- 5 of 21 --
    11	10
    → Deel het MVO-beleid intern en extern
    Zorg ervoor dat alle collega’s op de hoogte zijn van wijzigingen in bestaande
    bedrijfsprocessen en dat ze kennis hebben van de aanpak voor MVO. Dat kan door er
    aandacht aan te besteden in reguliere communicatie met alle medewerkers, maar ook
    door betrokken organisatieonderdelen te trainen. Breng ook externe partijen, zoals
    toeleveranciers en afnemers, op de hoogte en benadruk de voordelen van het uitsluiten van
    mensenrechtenschendingen en milieuschade in gezamenlijke ketens.
    Stap 1B: Integreer MVO in uw bedrijfsvoering
    Naast het ontwikkelen van beleid, is het van belang dat MVO een integraal onderdeel wordt van
    uw hele bedrijfsvoering. Dat het medewerkers niet alleen duidelijk is welke verantwoordelijkheden
    zij hebben, maar dat zij ook in staat zijn deze uit te voeren. Het helpt als er een koppeling wordt
    gemaak met het beloningsbeleid en de functieomschrijvingen of -profielen. Wanneer uw bedrijf
    inkopers niet alleen op financiële targets afrekent, zullen zij meer gemotiveerd zijn om over
    andere onderwerpen het gesprek aan te gaan met leveranciers. Wanneer u bijvoorbeeld de
    verkoopafdeling aanspreekt als orders regelmatig op het laatste moment worden gewijzigd, een
    praktijk die grote consequenties heeft in de keten, zullen zij eerder met de klant kijken of er andere
    oplossingen mogelijk zijn. Op die manier wordt verantwoord ondernemen de logische werkwijze.
    Randvoorwaarden
    Om due diligence goed in de organisatie te verankeren, zijn een aantal zaken van belang:
    → Betrokkenheid directie
    Het is ontzettend belangrijk dat de directie het belang van MVO, en specifiek due
    diligence, inziet en daar actief over overlegt met de medewerkers. Naast commitment
    van topmanagement is het aan de directie om mensen en middelen vrij te maken voor de
    implementatie van het proces van due diligence.
    → Draagvlak creëren in de organisatie
    Om draagvlak te krijgen voor veranderingen in het bedrijf, die bijdragen aan due diligence, is
    het belangrijk om goed uit te leggen waarom het zo belangrijk is dat mensenrechten, milieu en
    klimaat worden beschermd. Maak dit onderwerp een terugkerend thema in de communicatie
    met de medewerkers. Actieve communicatie over de inzet van het bedrijf op mens en milieu,
    zorgt ook voor betrokken medewerkers.
    → Beschikbaarheid van capaciteit en middelen
    Het reserveren van tijd en geld voor MVO is essentieel om initiatieven te ontwikkelen en uit
    te voeren die verder gaan dan uw basisactiviteiten. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om
    investeringen in nieuwe technologieën en processen, de ondersteuning van projecten in
    de keten, investeringen in training en bewustwording van werknemers en ketenpartners,
    en het samenwerken met betrokkenen. Op lange termijn kunnen deze investeringen juist
    kostenbesparingen opleveren, bijvoorbeeld omdat de arbeidsproductiviteit hoger wordt en
    het gebruik van grondstoffen efficiënter. Juist omdat kleine bedrijven vaak beperkte capaciteit
    hebben, is het voor hen belangrijk om slim om te gaan met de bestaande mensen en middelen.
    Door rollen en verantwoordelijkheden duidelijk te definiëren en due diligence een integraal
    onderdeel van de werkwijze te maken ontstaat ruimte om due diligence uit te rollen.
    → Nieuwe vaardigheden
    Het proces van due diligence vraagt om nieuwe vaardigheden, waarbij u met een nieuwe blik
    kijkt naar uw bedrijfsprocessen. Het zal soms nodig zijn om medewerkers bij te scholen of te
    ondersteunen in de nieuwe taken die op hun bordje liggen. Denk bijvoorbeeld aan het voeren
    van gesprekken met leveranciers of klanten over lastige onderwerpen als kinderarbeid.
    Hoe integreert u het MVO-beleid in uw bedrijf?
    Elk bedrijf is anders en daarmee zijn er ook verschillende manieren om MVO in een bedrijf te
    organiseren. Toch zijn er wel een aantal algemene tips.
    → Bevorder afstemming tussen teams en bedrijfsprocessen
    Bij kleinere organisaties is afstemming tussen afdelingen meestal vanzelfsprekend. Dat
    helpt bij het integreren van due diligence in de organisatie. Als verschillende functies en
    afdelingen regelmatig overleg voeren kan uw bedrijf snel inspelen op nieuwe uitdagingen.
    Denk bijvoorbeeld aan het opkomen van nieuwe risico’s zoals mensenrechtenschendingen in
    de tomatensector of kinderarbeid in elektronicafabrieken, of aan nieuwe wetgeving waar het
    bedrijf mee te maken krijgt.
    → Definieer duidelijke rollen en verantwoordelijkheden
    Zorg ervoor dat iedereen die een rol speelt binnen de due diligence cyclus, precies weet wat
    zij moeten doen, waar zij op worden beoordeeld en met wie zij moeten samenwerken om due
    diligence goed te implementeren. Binnen het bedrijf heeft vrijwel iedereen een rol te spelen.
    Bijvoorbeeld:
    • Inkoop bepaalt met welke leveranciers uw bedrijf in zee gaat, en heeft contact met hen
    over sociale en milieuthema’s.
    • Verkoop kent de verwachtingen van afnemers en kan die ook temperen of juist vertalen in
    meer duurzame vragen intern.
    • Juridische zaken stelt de contracten en gedragscodes op, waarin u opneemt wat uw
    berdrijf verwacht van toeleveranciers, en wat zij van u mogen verwachten op het gebied
    van mensenrechten en milieu.
    • Vanuit financiën moet er voldoende budget beschikbaar komen voor bijvoorbeeld het
    uitvoeren van actieplannen.
    • HR draagt bij door te zorgen dat het personeel voldoende geschoold is en weet wat uw
    bedrijf van hen verwacht.
    -- 6 of 21 --
    13	12
    • Marketing & Communicatie speelt een cruciale rol omdat zij verantwoordelijk zijn voor
    zowel de externe communicatie als de interne bewustwording rondom MVO.
    • ICT ondersteunt MVO door met systemen voor bijvoorbeeld het opzetten van een
    leveranciersscreeningsystemen, data-analyse en risicomanagement
    • De afdeling Kwaliteit is een belangrijk omdat zij MVO kan koppelen aan
    kwaliteitsmanagement waardoor verantwoord en duurzaam ondernemen standaard
    onderdeel wordt van de bedrijfsvoering
    • Research & Development moet de (potentiële) negatieve gevolgen al in de ontwerpfase
    meenemen zodat uw bedrijf eventueel andere materialen kan kiezen.
    • Logistiek berekent of er ook andere vervoersopties zijn die wellicht minder vervuilend zijn.
    • Mocht er een duurzaamheidsafdeling zijn dan is die de spin in het web die alle
    inspanningen coördineert en samenbrengt.
    • Tenslotte benadrukken we nogmaals dat de directie een cruciale rol speelt. Hun steun en
    actieve inzet is nodig om het due diligence proces goed te implementeren in het bedrijf.
    Zorg ervoor dat uw medewerkers begrijpen wat hun verantwoordelijkheden zijn en dat dit
    meetbaar is. Ook is het goed MVO-verantwoordelijkheden op te nemen in de functieprofielen.
    → Maak het monitoren van uw leveranciers onderdeel van beleid
    Zorg ervoor dat uw bedrijf zowel bestaande als nieuwe leveranciers niet alleen beoordeelt
    op kwaliteit en prijs, maar dat u in de overweging met leveranciers in zee te gaan ook
    duurzaamheidsprestaties meeneemt. Mochten er uit deze monitoring risico op negatieve
    impacts komen, dan is het van belang met een leverancier in gesprek te gaan, en samen te
    proberen de situatie te verbeteren.
    → Zorg voor een ‘2-way code of conduct’ (gedragscode)
    Het is belangrijk om bij het opstellen van een gedragscode ook rekening te houden met de
    belangen van uw leveranciers. Een goed voorbeeld om dit in de praktijk te brengen is een
    buyer-supplier mutual w
    
    […tekst ingekort]
  • De-minimisverklaring-format-2026.pdf · 5 pag.
    Toon documenttekst
    Versie 2025 Verklaring A
    Algemene de-minimisverklaring
    Lees eerst de uitleg voordat u de verklaring invult.
    Gegevens
    Informatie over de onderneming
    Bedrijfsnaam
    Inschrijfnummer KvK
    NACE-classificatie
    Informatie over verbonden ondernemingen1
    Bedrijfsnaam
    Inschrijfnummer KvK
    NACE-classificatie
    Bij meerdere verbonden ondernemingen voegt u een overzicht met informatie over de verbonden
    ondernemingen bij de verklaring.
    1 De NACE-classificatie bestaat uit de eerste vier cijfers van de SBI-code. Vul bij meerdere SBI-codes de code in van de specifieke activiteit
    waarvoor de minimis steun wordt aangevraagd met behulp van deze verklaring.
    1 Zie uitleg onder: Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening).
    -- 1 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    Verklaring
    Hierbij verklaart ondergetekende dat aan de genoemde onderneming en eventueel verbonden
    ondernemingen als bedoeld in de de-minimisverordening
    ☐ 	geen de-minimissteun is verleend
    - 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is
    niet eerder de-minimissteun verleend.
    ☐ 	wel de-minimissteun is verleend, maar het drempelbedrag niet wordt
    overschreden
    - 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is
    eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag
    van in totaal €
    - 	Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.
    - 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt
    gevraagd.
    ☐ 	al andere staatssteun is verleend voor dezelfde in aanmerking komende kosten
    - 	Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van
    in totaal €
    - 	Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling of
    een besluit van de Europese Commissie d.d.
    - 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt
    gevraagd.
    Daarnaast verklaart ondergetekende om onmiddellijk melding te doen bij de overheidsinstantie
    waar de steunaanvraag is ingediend, indien de onderneming vóór de ontvangst van de aan deze
    verklaring verbonden verleningsbeschikking/overeenkomst etc.2 alsnog de-minimissteun, of voor
    dezelfde in aanmerking komende kosten andere staatssteun, ontvangt.
    Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:
    Naam functionaris en functie
    Naam functionaris en functie
    Handtekening 	Datum
    Handtekening 	Datum
    2 De-minimissteun kan op diverse manieren verleend worden, niet alleen in de vorm van direct geld/een subsidie. Zo kan ook (de-
    minimis)staatssteun verleend worden in de vorm van leningen of garanties met bijbehorende overeenkomsten i.p.v.
    besluiten/beschikkingen.
    2 Bij private rechtspersonen is het bestuur in beginsel in zijn geheel tekenbevoegd (zie bijvoorbeeld art. 2:292 BW voor stichtingen). De
    statuten van een privaatrechtelijke rechtspersoon kunnen echter bepalen dat één bestuurder zelfstandig bevoegd is om te tekenen of dat er
    een gezamenlijke handtekening van twee of meer bestuurders is vereist om te tekenen. Voor dat laatste geval is een extra naam en
    handtekeningregel toegevoegd.
    2 Idem.
    -- 2 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    Adres onderneming
    Postcode en plaatsnaam
    Uitleg de-minimisverklaring
    Deze uitleg is een hulpmiddel bij het invullen van een de-minimisverklaring. Aan deze uitleg
    kunnen geen rechten worden ontleend. De Verordening (EU) Nr. 2023/2831 (hierna: de algemene
    de-minimisverordening) is bepalend.3
    Wanneer wordt de algemene de-minimisverordening gebruikt?
    De algemene de-minimisverordening is in beginsel van toepassing op steun aan ondernemingen4 in
    alle sectoren, maar er gelden enkele specifieke regels voor bepaalde sectoren met name voor de
    landbouw- en visserijsector. Zo is de de-minimisverordening voor de landbouwsector van
    toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van
    landbouwproducten, Steun aan ondernemingen in de landbouw- of visserijsector valt dus in
    beginsel buiten het bereik van deze verordening. De algemene de-minimisverordening is in
    bepaalde gevallen ook niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de
    verwerking en afzet van landbouwproducten, steun voor werkzaamheden die verband houden met
    de uitvoer naar derde landen of lidstaten en steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse in
    plaats van ingevoerde goederen. Daarnaast valt compensatiesteun voor ondernemingen die
    activiteiten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) uitvoeren buiten de reikwijdte van
    deze verordening.
    Steun kan verleend worden op basis van de algemene de-minimisverordening als:
    - 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren in het geheel geen de-
    minimissteun heeft ontvangen.
    - 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren de-minimissteun heeft ontvangen,
    opgeteld bij het bedrag van de huidige voorgenomen steun wordt hiermee echter het bedrag van
    € 300.000,- niet overschreden.
    - 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren voor dezelfde kosten die in
    aanmerking komen voor de huidige voorgenomen steun reeds andere vormen van staatssteun
    heeft ontvangen. Deze andere steun, opgeteld met de huidige verlening mag er niet toe leiden
    dat de hoogste toepasselijke steunintensiteit of het hoogste toepasselijke steunbedrag wordt
    overschreden.
    De algemene de-minimisverordening en staatssteun
    De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikel 107 en
    108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen.
    Deze de-minimisverklaring is nodig voor een overheidsinstantie5 om na te gaan of het voordeel dat
    uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese
    staatssteunregels stellen.
    3 Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2024 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het
    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
    4 Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een economische activiteit is het
    aanbieden van goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet
    van belang. Daarbij kunnen zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen
    winstoogmerk is (zoals bij een stichting) is niet relevant.
    5 Hier valt onder: de centrale overheid (een ministerie), de provincie, gemeente, waterschap of een van de (uitvoerings)organisaties die
    (namens hen) steun verlenen.
    -- 3 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    In de de-minimisverordening regelt de Europese Commissie dat steunmaatregelen (zoals
    subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig
    beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun
    in de zin van het VWEU. Deze drempel is bij de algemene de-minimisverordening gesteld op een
    bedrag van € 300.000,-. Dit bedrag geldt per onderneming voor een periode van drie jaren. Steun
    die de genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.
    Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening)
    Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Het kan voorkomen dat twee (of meer)
    ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één
    onderneming worden gezien. Onder de algemene de-minimisverordening wordt als één
    onderneming beschouwd alle ondernemingen die enige zeggenschapsband met elkaar
    onderhouden. Het gaat om één van de volgende banden (artikel 2, tweede lid, van de algemene
    de-minimisverordening):
    - 	één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of
    vennoten van een andere onderneming;
    - 	één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-,
    leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te
    ontslaan;
    - 	één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming
    uit te oefenen op grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een
    bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
    - 	één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op
    grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming
    gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten
    van de aandeelhouders of vennoten van die onderneming.
    - 	Ondernemingen die indirect (via een of meer andere ondernemingen) een van de
    bovenstaande banden onderhouden, worden ook als één onderneming beschouwd.
    Bedrag van de de-minimissteun
    Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw
    onderneming de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of
    gedurende de drie voorafgaande jaren enige vorm van de-minimissteun door een
    overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent u hierover door de
    overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat niet alleen om steun die u heeft ontvangen van een
    gemeente of een ministerie: alle de-minimissteun telt mee. Bij overschrijding van de drempel kan
    geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de
    staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun. Een onjuist ingevulde
    verklaring kan daarom als gevolg hebben dat de subsidiebeschikking wordt ingetrokken en
    eventueel verleende steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevorderd, wanneer blijkt
    dat andere steun is verleend waardoor het de-minimisplafond wordt overschreden.
    Bij het invullen van de verklaring worden brutobedragen vóór aftrek van belastingen gebruikt.
    Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de
    verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of
    kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de
    verordening toe te passen op leningen en garanties. Als u twijfelt of andere steun die u hebt
    ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de
    overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
    De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een
    wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de
    onderneming wordt betaald. Dit betekent concreet de datum waarop een besluit tot
    subsidieverlening (of verlening van een voordeel door bijvoorbeeld het aangaan van een lening of
    garantstelling) aan uw onderneming is genomen.
    -- 4 of 5 --
    Versie 2025 Verklaring A
    Samenloop met andere staatssteun
    Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-
    minimissteun al staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen
    het toepassingsgebied van de algemene groepsvrijstellingsverordening,6 de
    landbouwgroepsvrijstellingsverordening,7 de visserijvrijstellingsverordening8 of het
    vrijstellingsbesluit over de compensatie van kosten voor het beheer van DAEB’s9 valt. Het
    totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maximale percentages en
    bedragen niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of
    de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan. Een onjuist ingevulde verklaring kan
    daarom als gevolg hebben dat de subsidiebeschikking wordt ingetrokken en eventueel verleende
    steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevorderd, wanneer blijkt dat andere steun is
    verleend waardoor in strijd met de cumulatieregels wordt gehandeld. Als u twijfelt of bepaalde
    steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact
    opnemen met de overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
    Het bewaren van gegevens
    De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening terug
    laten vorderen. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de)
    Nederland(se overheidsinstantie) informatie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te
    kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige steun. De overheidsinstantie van wie u de
    steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt – in een dergelijk geval
    aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan die
    activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u ook op grond
    van de algemene administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren.10 Let wel,
    in afwijking van de voornoemde artikelen hanteert de Europese Commissie een langere termijn van
    tien jaar.11
    De-minimis register (eAidregister)
    Nederland is verplicht om bij het verlenen van de-minimis steun bepaalde informatie, zoals het
    toegekende steunbedrag en de identificatie van de begunstigde, vast te leggen in een openbaar
    toegankelijk centraal Europees register: het eAidregister. De informatie moet uiterlijk twintig
    werkdagen na de verlening van de steun worden ingevoerd en blijft tien jaar in het register staan.
    Door middel van dit register controleert de overheidsinstantie of het plafond van €300.000,- per
    onderneming per drie jaar niet wordt overschreden voor de verlening van staatssteun op grond van
    de algemene de-minimisverordening. Voor steun verleend op basis van de algemene de-
    minimisverordening en op basis van de DAEB de-minimisverordening geldt de registratieplicht
    voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2026. Voor steun verleend op basis van de de-
    minimisverordening voor de landbouwsectorlandbouw de-minimisverordening geldt de
    registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2027.
    Deze verklaring is bedoeld voor het verzamelen van informatie die nodig is voor de registratie van
    de-minimissteunverleningen in het register, in het bijzonder informatie over verbonden
    ondernemingen.
    6 Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en
    108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    7 Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de
    bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
    Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    8 Verordening (EU) Nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 December 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die
    actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het
    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    9 Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking
    van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van
    diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
    10 Artikel 2:10, eerste lid, BW (rechtspersonen) en artikel 3:15i BW (ondernemingen en vrije beroepsbeoefenaren).
    11 Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van
    het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
    -- 5 of 5 --

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Voor de verlengde openstelling van SVOM in 2026 geldt dat u een subsidiebedrag van € 10.000 kunt aanvragen
Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM)
  • Toon brontekst
    Due diligence in 6 stappen | RVO.nl
    - Direct naar de content Menu Home
    - Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
    - Informatie over MVO in het buitenland
    - Due diligence in 6 stappen
    
    # Due diligence in 6 stappen
    
    De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 26 februari 2025
    
    Door zaken te doen is er kans op negatieve impact op mens, milieu en klimaat. Met due diligence krijgt u inzicht in en grip op deze mogelijke gevolgen. Op deze pagina vertellen we wat het proces van due diligence inhoudt en hoe u hier in 6 stappen mee aan de slag kunt.
    
    Heeft u als ondernemer te maken met producten en grondstoffen vanuit andere landen? Denk bijvoorbeeld aan gewassen zoals katoen, of halffabricaten zoals stalen buizen. Of heeft u via uw diensten te maken met een keten, zoals vervoer of IT en software? Ondernemen kent verschillende vormen en daardoor verschillende risico’s. Het is essentieel om deze in kaart te brengen. Hiervoor moet u weten waar uw producten precies vandaan komen en onder welke omstandigheden ze worden gemaakt. U kunt hiervoor de volgende vragen stellen: 
    
    - Uit welke landen komen de producten of grondstoffen?
    
    - Welke producenten zijn allemaal betrokken?
    
    - Wie maken de producten en onder welke omstandigheden?
    
    Met de antwoorden op deze vragen beschikt u over kennis waarmee u inzicht krijgt  op risico’s zoals kinderarbeid, (te) lage lonen van arbeiders of milieuvervuiling. Vervolgens zoekt u naar oplossingen om negatieve gevolgen van uw bedrijfsactiviteiten te stoppen, voorkomen of beperken. Deze acties vallen onder due diligence, in het Nederlands gepaste zorgvuldigheid. Due diligence is een kernproces van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (internationaal MVO). 
    
    ## Due diligence (gepaste zorgvuldigheid)
    
    Due diligence betekent dat ondernemingen de (potentiële) negatieve gevolgen op mens en milieu van alle activiteiten in hun eigen bedrijfsvoering en hun (internationale) waardeketen in kaart brengen. Het doel is om deze te voorkomen, aan te pakken en hierover te communiceren. Dit geldt voor de hele keten waarin uw onderneming actief is. Dus voor uw eigen bedrijfsactiviteiten, maar ook voor de activiteiten in de toeleveringsketen en van zakelijke partners.
    
    ## Stappenplan voor due diligence
    
     Hoe pakt u due diligence als bedrijf aan? Hier zijn richtlijnen voor, ontwikkeld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De OESO-richtlijnen beschrijven stapsgewijs hoe u het due diligence-proces integreert in uw dagelijkse praktijk. 
    
    Het proces van due diligence bestaat uit 6 stappen. Deze stappen volgen elkaar logisch op, maar hoeven niet in dezelfde volgorde te worden uitgevoerd: 
    
    - Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en bedrijfsvoering;
    
    - Identificeer en beoordeel negatieve gevolgen;
    
    - Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen;
    
    - Monitor doeltreffendheid van je acties;
    
    - Communiceer over beleid, acties, risico's en resultaten;
    
    - Herstel schade of werk hieraan mee.
    
    Due diligence is een doorlopend en flexibel proces dat u blijft herhalen, omdat het nooit klaar is. Het is onderdeel van uw beleid en bedrijfsprocessen.
    
    ## De 6 stappen in het kort
    
    Hieronder leggen we de stappen in het kort uit. Heeft u behoefte aan meer informatie in de vorm van een verdieping? Volg dan onze due diligence-training. Hierin krijgt u per stap meer informatie en geven wij voorbeelden.
    
    ### Stap 1: integreer internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en bedrijfsvoering
    
    ### Wat is MVO-beleid?
    
    Een goed MVO-beleid beschrijft hoe uw bedrijf omgaat met de sociale, milieu en klimaateffecten van uw bedrijfsactiviteiten. In uw beleid beschrijft u wat uw bedrijf van uzelf en anderen verwacht. Dit verduidelijkt zaken, binnen én buiten het bedrijf. Ook bij klanten, maatschappelijke organisaties en leveranciers is er steeds meer aandacht voor MVO. Denk eraan dat voor hen 'geen tekst' meestal ook 'geen beleid' betekent.  
    
    Het beleid bevat op zijn minst de volgende punten:
    
    - Een missie, langetermijnvisie en doelen op het gebied van (internationaal) MVO. Het is noodzakelijk dat het management dit ondersteunt.
    
    - Beleidsrichtlijnen op onderwerpen als mensenrechten, milieu, arbeidsrechten, corruptie en omkoping. Hierbij kunt u verwijzen naar de volgende internationale richtlijnen: De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen over maatschappelijk verantwoord ondernemen;
    
    - De United Nations (UN) Guiding Principles for Business and Human Rights ;
    
    - De 8 arbeidsrechtenverdragen uit de Verklaring op Fundamentele principes en rechten in de werkplek van de International Labour Organization (ILO).
    
    - Geef in uw beleid aan dat uw bedrijf zich verantwoordelijk voelt voor de hele toeleveringsketen. Geef ook aan dat het beleid van toepassing is op alle schakels binnen deze keten zoals leveranciers, licentiehouders en agenten.
    
    - Neem in uw beleid op dat uw bedrijf de eigen inkooppraktijk als onderdeel ziet van het gevoerde beleid.
    
    - Geef aan dat uw bedrijf zich ook houdt aan de lokale wet- en regelgeving.
    
    Inspiratie nodig? Lees een van onze praktijkverhalen of volg onze training .
    
    ### Hoe integreert u MVO-beleid in uw organisatie?
    
    Om MVO-beleid goed te integreren, moeten medewerkers weten wat u van hen verwacht. Neem MVO daarom op in besluitvormingsprocessen bij het toewijzen van verantwoordelijkheden, interne communicatie, inkoopbeleid, trainingen, het inzetten van personeel en het toewijzen van budgetten. Beleg de verschillende MVO-taken bij verschillende afdelingen. Stel uzelf hierbij de volgende vragen:
    
    - Hoe ziet mijn MVO-beleid er in de praktijk uit?
    
    - Communiceren we het beleid intern en extern?
    
    - Welke afdelingen hebben we daarbij betrokken en is dit goed afgestemd?
    
    - Welke verantwoordelijkheden heeft elke functionaris of afdeling?
    
    - Monitoren en rapporteren de MVO-verantwoordelijken aan de CEO?
    
    Het vastleggen van deze processen en het opstellen van een concreet actieplan met meetbare doelen zorgen voor duidelijkheid binnen uw bedrijf.  
    
    ### Randvoorwaarden
    
    Om due diligence goed in de organisatie te verankeren, zijn een aantal randvoorwaarden onmisbaar: 
    
    - Betrokkenheid van de directie
    
    - Draagvlak in de organisatie
    
    - Beschikbaarheid van capaciteit
    
    - Nieuwe vaardigheden.
    
    ### Stap 2: identificeer en beoordeel negatieve gevolgen
    
    De volgende stap is inzicht krijgen in de productieketen. Welke materialen en processen gebruikt uw onderneming in het productieproces? Deze stap kunt u opdelen in 3 onderdelen:
    
    - Inzicht krijgen in de hele keten. Hierin brengt u de keten in kaart. Denk aan alle ingrediënten, producten, grondstoffen, halffabricaten, leveranciers en de landen van herkomst.
    
    - Risico's bepalen. Als u de belangrijkste herkomstlanden in kaart heeft gebracht, is het tijd om duurzaamheidsrisico’s in kaart te brengen. Dit doet u met een risicoanalyse.
    
    - Risico's prioriteren . Het lukt vaak niet om alle risico’s in een keer aan te pakken. Dan kunt u ze prioriteren door te kijken naar de ernst en de waarschijnlijkheid van negatieve impact. De ernst weegt hierbij het zwaarst en wordt bepaald door: Zwaarte: de heftigheid van het negatieve gevolg.
    
    - Reikwijdte: hoeveel mensen schade ondervinden.
    
    - Onomkeerbaarheid: de mate waarin schade hersteld kan worden.
    
    ### Stap 3: stop, voorkom of beperk negatieve gevolgen
    
    In deze stap maakt u een plan met doelen en acties op basis van de risico's uit stap 2. In dit plan staat welke maatregelen uw organisatie neemt om negatieve impact te voorkomen of te beperken. En ook wie daarvoor verantwoordelijk zijn, welke mensen nodig zijn voor het uitvoeren en welk budget hiervoor nodig is. Betrek daarom altijd alle belanghebbenden.
    
    Door prioriteiten te stellen, geeft u de ambities en richting van het bedrijf aan. Door doelen en acties op te stellen zorgt u dat uw bedrijf stappen blijft zetten. Het is daarnaast nodig dat uw medewerkers de vastgestelde risico's kennen. Zo weten zij concreet wat ze moeten doen om negatieve gevolgen te stoppen, voorkomen of beperken. Mogelijke activiteiten in het plan zijn bijvoorbeeld projecten en partnerschappen in de keten en duurzaamheidscertificering. 
    
    Let bij het opstellen van doelen en acties op de volgende aandachtspunten:
    
    - Maak doelen en acties specifiek. Het doel "wij verlagen onze CO2 voetafdruk" is te algemeen. Een wél specifiek doel is: "in 2026 verlagen wij onze CO2 voetafdruk met 20%." Met andere woorden: uw doelen en acties komen direct voort uit uw risicoanalyse.
    
    - Stel doelen en acties SMART op. Het SMART (specifiek, meetbaar, actiegericht, resultaatgericht en tijdgebonden) formuleren van een doelstelling maakt het monitoren van de voortgang makkelijker.
    
    - Doelen zijn vaak een mix van doelen op korte, middellange en lange termijn. Dit doet u dus stap voor stap.
    
    ### Stap 4: monitor de praktische toepassing en resultaten
    
    Monitoren is het volgen van de situatie in uw keten. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld in de vorm van toetsen 'self assessments', risicoanalyses, audits en een klachtenmechanisme. Ook kunt u belanghebbenden raadplegen, zoals uw werknemers, lokale vakbonden, leveranciers en ngo's.  
    
    ### Mogelijkheden voor toezicht houden monitoring
    
    Bedrijven kunnen op verschillende manieren onderzoeken of de genomen maatregelen effectief zijn. De belangrijkste informatiebronnen daarvoor zijn leveranciers, publieke databronnen en derde partijen.
    
    ### Stap 5: communiceer
    
    In stap 5 communiceert uw bedrijf transparant over de genomen acties om duurzaamheidsrisico’s aan te pakken. Het gaat om mensen of groepen mensen die beïnvloed (kunnen) worden door uw bedrijfsactiviteiten, of betrokken zijn bij deze groepen. Denk aan ngo's, vakbonden, overheden, bedrijven, leveranciers en werknemers in uw keten. Zij verwachten dat u verantwoording aflegt over hoe uw bedrijf werkt. Ook kunnen zij leren van uw ervaringen. 
    
    ### Feedback van stakeholders
    
    Vraag bij iedere stap van het due diligence-proces feedback aan uw stakeholders, zowel intern als extern. Met deze informatie en feedback  kunt u uw beleid en activiteiten bijstellen.  
    
    ### Interne communicatie
    
    In stap 1 bespraken we het belang om de 6 stappen van due diligence in de organisatie in te voeren. Communicatie helpt daarbij. Breng uw medewerkers regelmatig op de hoogte van de resultaten van het beleid. Bijvoorbeeld via bestaande kanalen als een nieuwsbrief of intranet. Maak medewerkers enthousiast door successen te vieren. 
    
    ### Externe communicatie
    
    Rapporteren over risico’s in de keten wordt voor veel bedrijven verplicht, onder andere door de wet CSRD. Maar communiceren over due diligence gaat verder dan dat. Belanghebbenden moeten informatie kunnen vinden over het due diligence beleid en de maatregelen die uw bedrijf neemt om negatieve impact aan te pakken. Bedrijven kunnen zich hiermee onderscheiden van concurrenten. Maar houd het bij de feiten. 
     
    
    ### Stap 6: zorg voor herstelmaatregelen of werk hieraan mee
    
    Om toegang tot herstel te krijgen, moeten rechthebbenden hun klacht of vermeende schade onder uw aandacht kunnen brengen. De OESO-richtlijnen stellen dat bedrijven een klachtenmechanisme nodig hebben. In de richtlijnen gaat het over 'access to remedy'. Oftewel: toegang tot herstel van het negatieve gevolg ontstaan door bedrijfsactiviteiten. Dit kan vele vormen aannemen, zoals  excuses aanbieden, financiële compensatie bieden, of voorkomen dat de schade of negatieve impact zich herhaalt. 
    
    ## Due diligence training
    
    U heeft nu een goed beeld van de 6 stappen van due diligence. Wilt u hiermee aan de slag? Onze training neemt u stap voor stap mee. Ook krijgt u hier per stap aanvullende informatie, uitleg en voorbeelden.  
    
    Naar de training 
     
    
    ## Heeft u vragen over de 6 stappen van due diligence?
    
    Neem contact op met het MVO-steunpunt . Onze klantadviseurs helpen u graag verder op weg.
    
    In opdracht van:
    
    - Ministerie van Buitenlandse Zaken
    - Ministerie van Economische Zaken
    Hoort bij:
    Internationaal ondernemen ,
    Ontwikkelingssam
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar de content Menu Home Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) Open voor aanvragen De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 1 juli 2026 Heeft u een mkb-onderneming en wilt u maatschappelijk verantwoord ondernemen? De regeling Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) helpt u bij het toepassen van due diligence (gepaste zorgvuldigheid) om risico’s voor mens en milieu in de keten te signaleren, voorkomen en beperken. U kunt de regeling bijvoorbeeld inzetten om een internationaal MVO-beleid op te zetten of stakeholders samen te brengen. Ook kunt u de subsidie gebruiken om u als ketenpartner voor te bereiden op (indirecte) vereisten van wetgeving. Het programma Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) is verlengd. U kunt subsidie aanvragen tot dinsdag 3 november 2026, 15:00 uur CET (Nederlandse wintertijd). Het budget voor subsidies van € 5.000 is volledig vergeven en wordt niet meer aangevuld. Direct aanvragen Aanvraag bekijken Blijf op de hoogte via e-mail Budget en aanvraagperiode Startdatum: dinsdag 3 maart 2026 12:00 Einddatum: dinsdag 3 november 2026 15:00 Totaal budget: € 525.000 Waarom SVOM? De overheid verwacht van alle Nederlandse bedrijven dat zij de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen toepassen. Due diligence is hiervoor de basis. Er is een proces van 6 stappen om due diligence toe te passen in uw bedrijfsactiviteiten. De 6 stappen zijn: Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en bedrijfsvoering; Identificeer en beoordeel negatieve gevolgen; Stop, voorkom en beperk negatieve gevolgen; Monitor doeltreffendheid van je acties; Communiceer over beleid, acties, risico's en resultaten; Herstel schade of werk hieraan mee. SVOM ondersteunt ondernemers bij deze 6 stappen. Zo kunnen ondernemers de ergste risico's binnen hun waardeketen in kaart brengen, aanpakken en verminderen. Dit zijn risico's op gebieden als mensenrechten, arbeid, milieu en corruptie. Ook draagt de regeling bij aan het verlagen van regeldruk, een duurzame ketentransitie en het versterken van de positie van het Nederlandse bedrijfsleven als aantrekkelijke ketenpartner. Het mkb en MVO-wetgeving Het kan dat uw mkb-onderneming direct aan MVO-wetgeving moet voldoen. Via de MVO Wetchecker kunt u zien aan welke wetten uw onderneming moet voldoen. Het mkb valt niet altijd onder de reikwijdte van MVO-wetten zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Maar let op, het mkb kan indirect wel te maken krijgen met de doorwerking van vereisten. Ook dan kunt u de MVO Wetchecker gebruiken, om te zien met welke wetten u mogelijk te maken krijgt via ketenpartners. U bent beter voorbereid op toekomstige Europese wetgeving voor internationaal MVO door due diligence toe te passen in lijn met de OESO-richtlijnen. SVOM ondersteunt bedrijven hierbij. Krijgt u subsidie? De subsidie is voor mkb-ondernemingen met een band met Nederland. Dit betekent dat de onderneming in Nederland activiteiten verricht of in Nederland is gevestigd. Daarnaast heeft u: een zelfstandige of voor een deel zelfstandige onderneming; maximaal 250 werknemers in dienst; en een jaaromzet die 50 miljoen euro is of lager, of een jaarbalans die 43 miljoen euro is of lager. Hoeveel subsidie krijgt u? Voor de verlengde openstelling van SVOM in 2026 geldt dat u een subsidiebedrag van € 10.000 kunt aanvragen, zolang hiervoor budget beschikbaar is. Het budget voor subsidies van € 5.000 is volledig vergeven en wordt niet meer aangevuld. Subsidiebedrag € 10.000: De totale subsidiabele kosten van de activiteit zijn minimaal € 20.000 wanneer u een aanvraag doet voor € 10.000. Subsidiabele kosten zijn kosten die in aanmerking komen voor een subsidie. Subsidiebedragen en -voorwaarden van SVOM kunnen bij een volgende openstelling worden gewijzigd. Looptijd De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd hebben een looptijd van maximaal 6 maanden. Voorwaarden Hieronder ziet u een korte beschrijving van de voorwaarden voor SVOM. Het uitgebreide overzicht van voorwaarden waaraan u moet voldoen leest u in de Staatscourant. Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie Uw project draagt bij aan het toepassen van minstens één van de 6 stappen van de OESO-richtlijnen voor due diligence in de bedrijfsprocessen van uw onderneming. Zo brengt u de risico’s voor mens en milieu in de keten in kaart om deze te voorkomen, beperken of stoppen waar nodig. Als aanvrager geeft u aan in welk land de activiteit zal plaatsvinden. De plaats van uitvoering mag zowel binnen als buiten Nederland zijn, zolang het gelinkt is aan due diligence binnen de eigen bedrijfsvoering en/of uw waardeketen. Als de activiteiten in meerdere landen plaatsvinden, dan is onderlinge samenhang en een samenwerkingsvoordeel een vereiste. Dit zodat de activiteiten samen bijdragen aan de implementatie van (minimaal) één van de 6 stappen van de OESO-richtlijnen. Mogelijke concrete activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen vindt u in de OESO due diligence handreiking voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voorbeelden van activiteiten zijn: een risicoanalyse van activiteiten in de toeleveringsketen; het faciliteren van een stakeholderdialoog; het ontwikkelen van MVO-beleid; en het opzetten van een klachtenmechanisme. Meer voorbeelden en uitleg vindt u ook in het MVO-stappenplan. Let op: er wordt in ieder geval geen subsidie verleend wanneer: de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd door een externe dienstverlener; en deze niet de indiener is van de aanvraag; en deze externe dienstverlener niet werkzaam is bij of voor, of op enige andere wijze verbonden is aan de mkb-onderneming die de aanvraag indient. Maximaal aantal aanvragen Een aanvrager komt hoogstens 2 keer voor SVOM-subsidie in aanmerking binnen de subsidieperiode van 2025-2029. Daarbij mag de tweede aanvraag niet voor hetzelfde doel gebruikt worden. Heeft u al subsidie aangevraagd en gekregen? Dan kunt u niet een tweede subsidie aanvragen voor hetzelfde doel. Uw aanvraag wordt in dit geval afgewezen. OESO-richtlijnen Uw project volgt de richtlijnen voor (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wij laten dit meewegen bij de beoordeling van uw financieringsaanvraag. Wij vragen u om: Te handelen volgens de OESO-richtlijnen. Deze subsidie moedigt het mkb aan om zich zo goed mogelijk aan deze internationale aanbevelingen te houden. Medewerking te verlenen aan onderzoek van het Nederlands Nationaal Contactpunt (NCP) voor de OESO-richtlijnen, en het bij ons te melden als hier sprake van is. Geen activiteiten te ondernemen die op de FMO-uitsluitingslijst staan. Wanneer de subsidie wordt gebruikt voor het tegengaan van activiteiten die op de FMO-uitsluitingslijst staan, geldt een uitzondering. Eigen bijdrage Subsidiabele kosten zijn kosten die in aanmerking komen voor een subsidie. Het deel van de totale subsidiabele kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt moet door de aanvrager zelf worden gefinancierd. Dit wordt ook wel de eigen bijdrage genoemd. Een aanvrager van SVOM moet minimaal 50% van de kosten die niet door de subsidie worden gedekt zelf bijdragen. De eigen bijdrage mag niet worden gefinancierd met een directe of indirecte subsidie of bijdrage van de Nederlandse overheid. Ook mag de eigen bijdrage niet worden gefinancierd met een subsidie of bijdrage van andere overheden. Externe dienstverlener Schakelt u een externe dienstverlener in voor uw activiteiten? Dan moet deze passen bij de activiteit. Dit moet blijken uit openbaar beschikbare informatie, zoals een website. De externe dienstverlener moet ook al bekend zijn op het moment dat u de aanvraag indient. Uw aanvraag voorbereiden Stappenplan voor het indienen van uw aanvraag Vraag eHerkenning niveau 2+ aan. De behandeling van uw aanvraag kan een aantal weken duren; Log in met eHerkenning niveau 2+ en vraag subsidie aan. U vult uw aanvraag in het Nederlands in. Stuur uw aanvraag tijdig in. SVOM werkt volgens het principe 'first-come, first-served'. Dat betekent dat wij de complete subsidieaanvragen beoordelen op volgorde van binnenkomst. Omdat er een subsidieplafond is kan het zijn dat er vóór de sluitingsdatum geen subsidie meer beschikbaar is. In dit geval wordt uw aanvraag afgewezen. Wordt het subsidieplafond mogelijk overschreden door volledige aanvragen die tegelijk binnenkomen, dan wordt de volgorde van behandeling van aanvragen bepaald door loting. Wij nemen alleen volledige, in het Nederlands ingevulde aanvragen inclusief alle nodige bijlagen in behandeling. Is uw aanvraag niet compleet? Dan ontvangt u hierover een bericht. U kunt uiterlijk tot de sluiting van de openstelling documenten toevoegen om uw aanvraag compleet te maken. De datum waarop wij alle informatie hebben ontvangen geldt als de datum van uw aanvraag. Houd de volgende informatie bij de hand voor het indienen van uw aanvraag: uw KVK-nummer (Nederlandse aanvrager); uw NAW-gegevens; uw bankgegevens; gegevens van de eventuele dienstverlener; en ingevulde onderstaande bijlagen. De aanvraag bevat in ieder geval: de mkb-verklaring: een verklaring dat de aanvrager een onderneming is dat binnen het midden- en kleinbedrijf (mkb) valt; het Projectplan SVOM 2026, waaruit blijkt dat de activiteiten als doel hebben aan één van de 6 stappen van due diligence van de OESO-richtlijnen bij te dragen, inclusief een (beknopte) risico-inschatting; het format Begroting SVOM 2026. Vul dit Excel-bestand in en voeg het als Excel-bestand toe aan uw aanvraag. In de begroting staan de totale projectkosten en de dekking van uw eigen bijdrage; en een de-minimisverklaring. Let op: gebruik de bijlagen van RVO. Dit geldt ook voor de mkb-verklaring en de begroting. Gebruikt u deze niet? Dan vragen wij u om dit alsnog te doen. Download hieronder de bijlagen. Projectplan SVOM 2026 Word document | 62.71 KB Begroting SVOM 2026 Excel document | 51.5 KB De-minimisverklaring SVOM 2026 PDF document | 851.53 KB Voordat u de aanvraag indient adviseren wij het MVO-assessment van het MVO-steunpunt in te vullen. Dit helpt u om inzicht te krijgen in de link tussen de stappen van due diligence en de toepassing hiervan door de onderneming. Aanvragen Deze subsidieronde is open van dinsdag 3 maart 2026, 12:00 uur CET (Nederlandse wintertijd) tot dinsdag 3 november 2026, 15:00 uur CET (Nederlandse wintertijd). Direct aanvragen Na uw aanvraag Wij beoordelen uw aanvraag op basis van de criteria in de Staatscourant. U hoort zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen 13 weken of wij uw aanvraag goedkeuren. Aanvraag bekijken Meer weten? Wijzigingen Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (2026) (Staatscourant, 24 februari 2026) Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (2025) (Staatscourant, 17 september 2025) Wilt u vrijblijvend een oriënterend gesprek? Wilt u vrijblijvend een oriënterend gesprek? Stuur uw verzoek naar SVOM@rvo.nl of bel 088 042 42 42. Subsidie Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) valt onder het MVO-steunpunt. De adviseurs van het MVO-steunpunt helpen u met MVO-advies op maat voor uw onderneming. Heeft u behoefte aan advies? Mail naar mvosteunpunt@rvo.nl. In opdracht van: Ministerie van Buitenlandse Zaken Hoort bij: Ontwikkelingssamenwerking , Internationaal ondernemen Zie ook Het MVO-steunpunt Sectorale Samenwerking Internationaal MVO Citizens, Equality, Rights and Values-programma (CERV)

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.