Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (via RVO)

Wat is de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

MIA en Vamil (Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) zijn fiscale regelingen van RVO voor ondernemers die investeren in een innovatief en milieuvriendelijk bedrijfsmiddel dat op de Milieulijst staat. Met MIA trek je een extra percentage van het investeringsbedrag af van de winst, met Vamil mag je tot 75% van de investeringskosten op een zelfgekozen moment afschrijven. Beide leveren belastingvoordeel op, geen directe subsidie-uitkering.

Wie komt in aanmerking voor de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

MIA\Vamil is bedoeld voor ondernemers in Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of op de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) die inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betalen. Ook een overheidsorganisatie, stichting of vereniging kan gebruikmaken van de regeling, als deze vennootschapsbelasting betaalt (voor het deel van de activiteiten dat als fiscale onderneming wordt beschouwd). De regeling is niet voor particuliere personen.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (via RVO).

Daarnaast moet je investeren in een bedrijfsmiddel dat op de Milieulijst staat en voldoet aan de eisen in de omschrijving van dat bedrijfsmiddel, zoals eventuele vergunningen of certificaten.

Waarvoor geldt de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

Je kunt belastingvoordeel aanvragen voor een bedrijfsmiddel dat op de Milieulijst staat en aan de daarin omschreven eisen voldoet. Het bedrijfsmiddel mag niet eerder gebruikt zijn: tweedehands (gereviseerde, gerefurbishte of rebuilt) bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking, met uitzondering van de kosten om een tweedehands bedrijfsmiddel aan te passen aan de eisen van de Milieulijst, en kosten voor tweedehands onderdelen of materialen bij het zelf samenstellen van een bedrijfsmiddel.

Subsidiabele kostensoorten:

  • Aanschafkosten: aanschafprijs, aankoopkosten (transport, invoerrechten, notariskosten) en kosten voor het bedrijfsklaar maken (installatie, montage).
  • Voortbrengingskosten: arbeidskosten van eigen of ingehuurde medewerkers, kosten voor (tweedehands) materialen uit eigen magazijn, kosten voor (tweedehands) onderdelen bij meerdere leveranciers die je zelf koopt en installeert.
  • Milieu-advieskosten: kosten voor onderzoek naar de milieu-impact van je bedrijfsvoering, alleen voor mkb-bedrijven, alleen als de investering binnen 24 maanden na de adviesopdracht plaatsvindt en het advies de investering aanbeveelt. Altijd aan te vragen in combinatie met aanschaf- en/of voortbrengingskosten.
  • Overige kosten: onderdelen die technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar zijn aan het bedrijfsmiddel (zoals leidingen, appendages, meet- en regelapparatuur) en kosten voor certificaten en meetrapporten die de Milieulijst voorschrijft.

Geen aftrek krijg je voor kosten van: onderhoud, grond, vaartuigen voor representatieve doeleinden, dieren, financiële posten (effecten, vorderingen, goodwill) en officiële toestemmingen (vergunningen, ontheffingen, concessies).

Voor voertuigen geldt onder meer: aanschafprijs, accessoires af-fabriek, rijklaar maken, verwijderingsbijdrage, legeskosten en (onder voorwaarden) in het buitenland gekochte voertuigen komen in aanmerking. Losse onderdelen zoals winterbanden, dakkoffers, aanhangers of fietsendragers vallen erbuiten, net als ontvangen korting of subsidie (die moet je van het investeringsbedrag aftrekken).

Hoeveel subsidie krijg je?

MIA\Vamil bestaat uit twee fiscale voordelen die je zelf toepast in de belastingaangifte; je ontvangt geen subsidiebedrag uitgekeerd.

  • Milieu-investeringsaftrek (MIA): een extra aftrek van de winst die kan oplopen tot 45% van het investeringsbedrag, afhankelijk van het percentage dat bij de code van je bedrijfsmiddel hoort (27%, 36% of 45%). Deze aftrek komt boven op de gebruikelijke investeringsaftrek.
  • Willekeurige afschrijving (Vamil): je mag tot 75% van de investeringskosten willekeurig (zelf te kiezen moment) afschrijven; de overige 25% schrijf je op de normale manier af.
  • Samen kan het netto belastingvoordeel oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag; de exacte hoogte hangt af van je eigen belastingtarief en de mogelijkheid om de aftrek te verrekenen met winst.

Grenzen aan het investeringsbedrag:

  • minimaal € 2.500 per aanvraag;
  • maximaal € 25 miljoen per jaar en maximaal € 25 miljoen per bedrijfsmiddel, tenzij de omschrijving van het bedrijfsmiddel een lager maximum noemt.

Voor bepaalde bedrijfsmiddelen geldt een specifiek maximumbedrag of -percentage per eenheid, zoals vermeld in de codeomschrijving op de Milieulijst (bijvoorbeeld een maximumbedrag per m² BVO bij gebouwen of een forfaitair bedrag per dierplaats bij veehouderij).

Krijg je al Energie-investeringsaftrek (EIA) voor dezelfde investeringskosten, dan krijg je daarvoor geen MIA, maar wel eventueel nog Vamil. Ontvang je al een andere subsidie voor hetzelfde bedrijfsmiddel, dan moet je die aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten (behalve bij exploitatiesubsidies). Bij subsidie via AanZET, SSEB, STour, SWIM of SPRILA kom je niet in aanmerking voor MIA\Vamil.

Het belastingvoordeel wordt gezien als staatssteun; de totale steun mag de grenzen uit de Groepsvrijstellingsverordeningen niet overschrijden. Bij overschrijding moet je het te veel ontvangen bedrag, inclusief wettelijke rente, mogelijk terugbetalen. Boven een steunbedrag van € 100.000 (of € 10.000 in de landbouw- of visserijsector) geldt een publicatieplicht.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoortGeldt voor
75%Percentagevan de investeringskosten
€ 155.000.000Subsidieplafond

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20271 jan 202615 aug 2026--
2026--€ 155 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

De belangrijkste knock-outeisen zijn: - Het bedrijfsmiddel moet op de Milieulijst staan die geldt op de dag dat je de koopovereenkomst tekent of de bestelling plaatst, en voldoen aan de eisen in de omschrijving van die code. - Het bedrijfsmiddel mag niet eerder gebruikt zijn (bij voertuigen geldt: fiscaal nieuw is korter dan 6 maanden in gebruik of maximaal 6.000 kilometer gereden). - Het investeringsbedrag is minimaal € 2.500 per aanvraag. - Je dient de aanvraag in binnen 3 maanden na het tekenen van de koopovereenkomst of het plaatsen van de bestelling (voor aanschafkosten), of binnen 3 maanden na het kwartaal waarin je de kosten maakte (voor voortbrengingskosten). Te laat indienen betekent dat je het belastingvoordeel misloopt.

Voor bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift (een algemenere omschrijving op de Milieulijst voor innovatieve technieken die niet specifiek zijn omschreven) geldt aanvullend:

  • Je moet bewijzen dat het bedrijfsmiddel een veel betere milieuprestatie heeft dan een gangbare referentie-investering voor dezelfde toepassing.
  • Soms geldt een minimale terugverdientijd van 3 jaar ten opzichte van de referentie-investering (vermeld in de codeomschrijving); deze bereken je als meerprijs gedeeld door het saldo van extra baten minus extra lasten.

Voor investeringen in de agrarische sector geldt dat staatssteun alleen aan kleine of middelgrote ondernemingen mag worden gegeven.

Bij circulaire gebouwen gelden onder meer eisen aan materiaalgebruik (een minimumaandeel hernieuwbare grondstoffen, hergebruikte bouwproducten of demontabele bouwproducten), duurzaam gecertificeerd hout, een maximale MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)-score, energieprestatie-eisen en een verplicht ontwerp- en opleverassessment door een erkende BREEAM-NL of GPR Gebouw-assessor.

Wat zijn de voorwaarden van Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

Hoe vraag je de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen aan?

Het proces verloopt in vaste stappen: eerst controleer je de code van je investering op de Milieulijst, daarna doe je de bestelling of tekent de koopovereenkomst, vervolgens dien je de aanvraag in (binnen de geldende termijn) en daarna volgt de beslissing.

Je kunt inloggen en de aanvraag zelf indienen, of iemand anders (bijvoorbeeld een gemachtigde) laten aanvragen, met of zonder ketenmachtiging. Aanvragen gaat via het aanvraagportaal van RVO.

Bij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vraagt het moederbedrijf de aftrek aan voor de investering van de dochter; een eventuele eerdere aanvraag van de dochter heeft geen gevolgen voor de beoordeling.

Voor meerdere bedrijfsmiddelen op één aanvraagformulier geldt: dit kan alleen bij dezelfde bedrijfsmiddelcode. Bij verschillende data van aankoopverplichting krijg je alleen voordeel voor de bedrijfsmiddelen die binnen de termijn zijn ingediend.

Bij controle van bepaalde investeringen (zoals MDV-stallen of Groen Label-kassen) vraagt RVO om een plattegrond, een (voorlopig) certificaat en een kostenoverzicht met per opdracht of factuur de datum van de verplichting, de leverancier, het onderdeel en het bedrag. Van opdrachten en facturen boven € 5.000 is een kopie vereist.

Bij circulaire gebouwen moet een ontwerpassessment worden aangeleverd dat is gevalideerd door een onafhankelijke BREEAM-NL of GPR Gebouw-assessor, met daarin onder meer informatie over de assessor, een projectbeschrijving, onderbouwing van het materiaalgebruik, een verklaring van de (hoofd)aannemer over toegepast duurzaam hout, de MPG-berekening, de BENG-berekening en informatie over het materialenpaspoort.

Een aanvraag intrekken doe je via het aanvraagportaal onder "Mijn aanvragen"; in het oudere portaal teken je het intrekkingsverzoek zelf als belastingplichtige of laat je dit door je gemachtigde ondertekenen. Een intrekking kun je niet ongedaan maken. De kosten van een ingediende aanvraag kun je niet verhogen; bij meerkosten boven € 2.500 kun je een extra aanvraag indienen, of de aanvraag intrekken en opnieuw indienen (met inachtneming van de indientermijnen).

Hoe vraag je Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen aan?

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na het indienen ontvang je binnen enkele uren per e-mail een ontvangstbevestiging met een referentienummer. De beslissing volgt meestal binnen 8 weken na de aanvraag.

Je hoeft niet te wachten op de beslissing om MIA en/of Vamil toe te passen in je belastingaangifte; je kunt de aangifte later zo nodig wijzigen. RVO beoordeelt de aanvraag en informeert je over de beslissing. Je kunt de aanvraag intrekken, wijzigen, of aangeven dat je het niet eens bent met de beslissing.

Verkoop je het bedrijfsmiddel waarvoor je MIA\Vamil toepaste binnen 5 jaar, dan geldt een terugbetalingsverplichting via de desinvesteringsbijtelling in de belastingaangifte. Bij voortijdige beëindiging van een operationeel leasecontract of bij total loss geldt geen terugbetalingsverplichting.

Bij circulaire gebouwen moet na oplevering een opleverassessment worden aangeleverd, gevalideerd door een onafhankelijke assessor binnen een jaar na oplevering en binnen vier jaar na validatie van het ontwerpassessment. Bij MDV-stallen moet na oplevering het definitieve stalcertificaat worden behaald; dit certificaat stuur je niet naar RVO, maar de belastinginspecteur kan het opvragen bij de beoordeling van je aangifte.

RVO controleert aanvragen steekproefsgewijs, en beoordeelt bij circulaire bouwprojecten ook zelf of een project in ontwerp reëel is, los van wat het ontwerpassessment aangeeft.

Wat gebeurt er na je aanvraag voor Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (via RVO); controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.